Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Een aantal blogs geleden zat ik fijn te monkelen over de voorkeuzeknop van de camera. Hierrrr kan je dat teruglezen als je dat wilt – en dat wil je want deze blog gaat daarop door. Met die voorkeuzeknop laat je de camera werken zoals jij het wilt, mits je hem natuurlijk van de groene automatische stand afhaalt want op Groen kan je helemaal niks zelf. De camera streeft altijd naar een goede belichting en als je voor de Av (A bij de Nikon) gaat, kan je het diafragma instellen en de camera past daar de sluitertijd op aan. Ga je voor de Tv (S bij de Nikon) controleer je de sluitertijd en de camera past daarop het diafragma aan.

Alles voor een goede belichting natuurlijk.  Het verschil is natuurlijk dat je met “de Tv” het beeld kan bevriezen en met “de Av” meer grip hebt op de scherptediepte.  En daar heb ik ook weer een blog over geschreven.

Mijn voorkeur was ooit de Av. Het merendeel van mijn foto’s schoot ik tot 2017 of zo in de Av stand. Landschap: Av. Evenementen: Av. Dieren: Av. Eigenlijk was ik heel beperkt bezig door alles maar in Av te doen. Nou ja, niet alles, met flitsers zet ik hem in de M van Manueel, omdat ik dan alles in de hand wil hebben. Maar op locatie – buiten met daglicht of binnen met kunstlicht – nam ik het niet zo nauw en pakte ik de Av. Argeloos? Ja, maar het werkte wel. De belichting was altijd okee, omdat de camera compenseerde met een juiste sluitertijd. Maar toch…. ik begon mij te storen aan de side-effects van die Av.

Side-effects

Het kwam nogal eens voor dat normale bewegingen van een persoon een ongewenste bewegingsonscherpte op de foto gaf. Je ziet dan bijvoorbeeld een vage vlek van wat een hand moet zijn die in de normale beweging is vastgelegd. Ik had dus een kleiner diafragma genomen zodat de sluitertijd langer werd – en dan kreeg je dat normale bewegingen niet normaal op de foto kwamen. Die wilde ik niet.

En dus ging ik richting Tv. Ik fixeer de sluitertijd op zeg 1/125 seconde en laat de camera de diafragma bepalen. Zo voorkom ik dat er geen ongewenste bewegingsonscherpte in de foto krijg. Een sluitertijd van 1/125 seconde ervaar ik in de meeste gevallen als genoeg. Alleen bij snelle objecten kies ik een snelle sluitertijd. Een vliegende vogel krijg je niet scherp als je niet minimaal 1/1000 seconde gebruikt. En vaak nog wel sneller. Dus beoordeel de activiteit van je onderwerp: een bloem heeft echt geen 1/1000 seconde nodig, want die loopt niet weg. Tenzij het weer waait… ja dan beweegt de bloem en zal je het beeld met een snellere sluitertijd moet bevriezen. En de F1 leg je niet vast met 1/125 seconde. Dan heb je een vage streep. Die heeft een veel snellere sluitertijd nodig om die scherp te krijgen.

Maar, maar, maar…. de scherptediepte dan, hoor ik de vraag al in de verte. Als de camera een groter diafragma neemt om de verminderde belichting door de korte sluitertijd te compenseren, heeft dat natuurlijk gevolgen voor de scherptediepte. Groter diafragma = kleinere scherptediepte, en dan kan het onderwerp wel eens niet helemaal scherp op de foto komen. Jaja, zo rolt de fotografie.

Nou dat heb ik weer opgelost door dan een hogere ISO in te stellen. ISO 400 is twee stops hoger dan ISO 100 en dus zal de camera het diafragma twee stops dichter trekken. En dát heeft weer te maken met de belichtingsdriehoek. En dan wordt de scherptediepte ook weer groter voor het onderwerp dat ik scherp op de foto wil hebben..

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Neem ik de Av of neem ik de Tv?

Wees aardig voor jezelf en een ander en deel
Getagd op:                        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Weekaanbieding!

 

Elke week heb ik steeds een ander werk in de aanbieding! Dat is steeds een werk waar ik trots op ben en dat ik meer onder de aandacht wil brengen (hint hint! 🙂 )

Dit werk is nu met minimaal 10% korting op de standaard prijs! Minimaal! Klik voor meer informatie.

WadM

error: Deze content is beveiligd tegen kopiëren!