De scherptediepte simpel verklaard

Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Al een tijdje zit ik in mijn maag hoe ik op een korte, duidelijke en begrijpelijke manier scherptediepte kan verklaren. Wikipedia heeft een nogal zakelijke benadering. Er staat daar ook een formule om de scherptediepte te berekenen, maar echt.. daar begin je toch niet aan? Dat is voor de incrowd en anders raus je daar snel doorheen – als je er überhaupt aan begint. Dus: de scherptediepte simpel verklaard, in Jip en Janneke taal.

Laat ik eerst nog eens terughalen wat scherptediepte precies is. Scherptediepte is het gedeelte van de foto dat door de kijker als scherp wordt ervaren. Het voordeel van scherptediepte is dat de fotograaf het onderwerp uit de achtergrond kan isoleren en zo de aandacht van de kijker kan sturen. Het is dé tool van de fotograaf. Ik heb er meer over geschreven, want ik vind scherptediepte en het gebruik ervan toch wel heel belangrijk. Lees meer over dit onderwerp hier en hier.

Waarom werkt scherptediepte zó en niet anders?

De volgende analogie bedacht ik tijdens de voorbereiding van een presentatie over scherptediepte, toen ik de Powerpoint wilde verrijken met een duidelijk voorbeeld. Nou, komt ie.

aarde en belichting van de zon

Je kan het principe van scherptediepte eigenlijk vergelijken met de aarde en zonlicht. Echt waar. In de tropen staat de zon hoog en straalt het licht recht op aarde. De schaduw valt ook recht onder je. Het gevolg is dat al die energie in dat licht – beng – terecht komt op een klein oppervlakte. Al die energie wordt niet of nauwelijks uitgespreid en kan nergens heen. Het is fel en vooral warm dan wel heet.

Bij ons op de gematigde breedtegraad heeft het licht meer moeite om te verwarmen. Door de hogere breedtegraad en de kromming van de aarde wordt dezelfde hoeveelheid lichtenergie per tijdseenheid uitgesmeerd over een groter oppervlak. De verdeling is groter. Het is daardoor doorgaans minder warm en de zon doorgaans minder fel. In de zomer is onze breedtegraad wel meer naar de zon gericht en is het warmer. In de winter is dat net omgekeerd en is het kouder.

Het is dus de verdeling van het licht over een oppervlak!

Een diafragma werkt in principe hetzelfde. Licht valt door het objectief naar binnen en dat gebeurt in verschillende hoeken. Dat zien we niet, want licht is licht, maar licht komt in werkelijkheid vanuit alle hoeken naar binnen. Als een diafragma open staat (laag F-getal) zullen lichtstralen die vanuit een bepaalde hoek naar binnen komen, de sensor ook vanuit die hoek raken. Die lichtstraal smeert zich uit over een groter oppervlak. Het beeld wordt dus ook meer uitgesmeerd en onscherper. De scherptediepte is kleiner.

Scherptediepte: Objectief met hoeken van lichtinval

Draai je het diafragma dicht (hoog F-getal) zal het licht nog steeds vanuit verschillende hoeken naar binnen willen… en botst dan vooral tegen de lamellen van het diafragma. Dat licht komt niet verder. Anders gezegd: alleen licht dat recht van voren het objectief raakt, slaagt er in zich door het piepkleine gaatje van het diafragma te wurmen en landt kaarsrecht op de sensor. Er is nauwelijks spreiding op de sensor en het beeld is over het geheel genomen scherper. De scherptediepte is groter. Uiteraard betekent dit dat hoe opener het diafragma is, hoe kleiner de scherptediepte wordt.

En dat is eigenlijk het idee van scherptediepte. Je bepaalt de hoek waarin licht de sensor mag raken. Je bepaalt de hoek waarin het licht zich mag uitsmeren over de sensor. Je bepaalt de mate van onscherpte.

En dat heet scherptediepte, en daarmee -mits goed toegepast- til je je foto’s naar een hoger niveau.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!


Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *