Tuinsafari: de Kauw

Een kauw op het dakje van het vogelhuisje dat aan de schuur hing. Hij hield mij en mijn camera nu in de gaten, maar zijn aandacht ging vooral uit naar de appelboom, waarin veel zaadsilo's en vetbollen hingen.
Een kauw op het vogelhuisje
Exif: iso 1000, 1/125, f/11, 800 mm

Met tuinsafari krijg je je eigen wildernis op de foto. Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld. Gewoon in de tuin. De tapir, de gnoe en de wolf zal je er waarschijnlijk niet aantreffen. De achtertuin is echter vergeven van het leven. Insecten, spinnen, zoogdieren, en vogels zijn standaard bezoekers van de tuin en achtertuin. Je kan er van alles vinden, mits je de tuin natuurlijk en aantrekkelijk maakt en je ogen open houdt.

Deze kauw, de corvus monedula, zag ik in de winter van 2022-2023. Hij zat nogal eens bovenop een vogelhuisje en hield dan de appelboom in de gaten. Die appelboom had ik volgehangen met vogelvoer en zaadsilo’s, en allerlei vogels krioelden eromheen. Hij had al snel in de gaten dat in onze tuin echt veel voer te halen viel en daar had hij wel aandacht voor. Hij staat hier alleen op de foto, maar vaak was hij niet alleen. Dan had hij een gevolg van drie of vier andere kauwen mee. En samen snoepten ze mee aan het voer. Ik heb ze zien rondstappen. Beetje parmantig zijn ze wel.

Mooie vogel, die kauw. Dat vogelhuisje is er niet meer. Dat was al erg verweerd en was uiteindelijk niet bestand tegen het gewicht van die vogels. De kauw zal dus iets anders moeten vinden als uitkijkpost. Verder is het voor mij een populaire vogel om op de foto te zetten. Het dier is elegant, sierlijk en gestroomlijnd, vind ik. En dat zit dan gewoon in je tuin.

Maar wat is dat voor een vogel?

Een kauw is een zangvogel en behoort tot de kraaien. Hij is met 34 tot 39 centimeter de kleine variant van de soort. Hij heeft een korte dikke snavel en is overwegend zwart met grijze tinten in de zijhals en het achterhoofd. De kauw heeft een lichtgroen-grijze oogring. Hij komt wijdverbreid voor in Europa, met uitzondering van het uiterste noorden van Scandinavië. Ook komt hij voor in het uiterste noordwesten van Afrika, en tot diep in Azië tot aan China. Hij, of beter zij, legt vijf lichtgroene of blauwgroene eieren met bruine spikkels die in ongeveer vier tot vijf worden gelegd en uitgebroed. De jongen vliegen na ongeveer vijf weken uit.

Ondersoorten

Er zijn vier ondersoorten. Wij “hebben” dan de West-Euraziatische kauw (Coloeus monedula spermologus), het noorden heeft de Noordse kauw (C. m. monedula), dan is er nog de Oost-Europees-Aziatische kauw (C. m. soemmerringii) en Algerijnse kauw (C. m. cirtensi). De kauw is een standvogel, maar groepen in het oosten en noorden willen in de winter ook wel naar het zuiden trekken.

Oplettende lezers zagen misschien dat de Latijnse naam in de eerste alinea afwijkt van de namen hierboven. De oorspronkelijke wetenschappelijke naam Corvus Monedula was benoemd door Carl Linneaus in 1758, maar sinds 1903 wordt de soort ook wel eens onderverdeeld in de eigen genus Coloeus.

Even plaats bepalen:
De tuin waarover ik spreek is onze eigen tuin. Dat is een standaard tuin van ongeveer 30 m2. Er is een achterplaatsje met zitruimte van ongeveer 8 m2. Er loopt een pad naar de schuur dat het gronddeel verdeelt in een breder deel van ongeveer 15 m2, en een smaller van ongeveer 5 m2. In het smallere deel staan twee vlinderstruiken, een fuchsia, wat sierbloemen en een egelhuisje. In het bredere deel staat een appelboom, een tweede fuchsia, sedum, er is kattenkruid dat populair is bij onze kat Valentijn en de buurkatten. Veel sierbloemen en wat tulpen. Aan de voet van het pad staat in het smallere deel een perkje met kruiden. De tuin als geheel is omgeven met heggen.

Waar zie je hem?

Een kauw met een stuk vogelpindakaas in de snavel, afkomstig uit de pot daaronder. Zijn ze gek op.
Exif: iso 500, 1/125, f/11, 800
Een kauw met een stuk vogelpindakaas in de snavel, afkomstig uit de pot daaronder. Zijn ze gek op.
Exif: iso 500, 1/125, f/11, 800

In de directe buurt is de kauw te vinden in tuinen, bosjes en parken.

Zijn naam ontleent hij aan zijn geluid, dat klinkt als “kauw kauw”, maar ook zijn geluiden als tsjék-tsjeka, tsjia, kja, en kjer bekend. Hij eet wormen en zaden, rupsen en besjes, slakken, en insecten maar ook etensrestjes. Je kan ze makkelijk restjes gekookte aardappels geven. Werkt hij zo naar binnen. Verwar de kauw niet met de roek. Die is groter en heeft langere poten.

In mijn ervaring zie ik de kauw alleen in winterseizoen en het vroege voorjaar. In het warme seizoen heb ik hem niet in de tuin gezien. Wel elders, want ik zie hem overal. Hij is er dus wel. Maar niet in onze tuin. Die kauw komt wel weer als er iets te halen valt.

De kauw is beschermd door de Europese Vogelrichtlijn wat betekent dat je hem onder meer niet mag doden, jagen, houden, verstoren en vangen.

Wil je meer weten?

Volg dan mijn online cursus basisfotografie. Je leert dan in twee uur om mooiere foto’s te maken, en je verdient de bewondering van jouw vrienden en kennissen. 👀 👍

TIP: download deze PDF in de zijbalk en zoek de kortingscode van 10% voor deze cursus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *