En dan wordt die AVG gehandhaafd, of zo

De Engelse afkorting voor de AVG: General Data Protection Regulation

Terwijl ik dit schrijf op de vroege ochtend van 25 mei 2018 is de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) een handhaafbare EU-verordening geworden. De AVG is een Europese verordening die beoogt in de gehele Europese Unie dezelfde plichten voor organisaties en rechten voor burgers te regelen voor wat betreft hun privacy. Dat vind ik an sich een goede zaak! Niet conformeren aan de verordering kan bij controle door de Autoriteit Persoonsgegevens leiden tot een boete van maximaal € 20 miljoen of 4% van de globale omzet. Dat laatste brengt veel bedrijven tot een kippendrift juist vanwege die boetebedingen, maar als je privacy al als bedrijfsbeleid had is er niet zo veel verschil. Alleen nog even laten zien dat je privacy echt serieus neemt en dat laten zien.

De datum van 25 mei ervaar ik inmiddels als een soort nieuwjaar, een waterscheiding van een geregeld nu versus een ongeregeld toen. Te vaak zag ik dat terloops verstrekte informatie aan derden werd gebruikt/misbruikt voor doelen waarvoor die informatie helemaal niet was bedoeld. Ineens stond je ongevraagd op een mailinglijst. Ineens kreeg je aanbiedingen terwijl je niet daarom had gevraagd. Ineens bleken je gegevens te circuleren in een schimmige cyberwereld, en je wist niet waar, en je wist niet bij wie, en je wist niet hoe die daar gekomen waren, en je wist ook niet hoe je die kon verwijderen. Je wist wel zeker dat je dat niet had bedoeld en je wist wel zeker dat je daarvoor geen toestemming had gegeven.

Zelf krijg ik op een privé-adres al een paar jaar onverwachte aanmeldingen van een pornosite om mijn account snel te activeren (“Hallo Rukker70, je bent er bijna! Nog even je account activeren en kunt meteen aan de slag!”) Geen idee wat dat is en wat dat account dan is. Ik klik die emails niet eens aan, want het risico bestaat dat ze alleen dat al zien, en dus concluderen ze dat het adres actief is. Krijg je nog meer zooi. Je kan dus ook niet afmelden… vanwege diezelfde reden.

Het is wel superirrirant. En daarom ben ik blij dat de AVG er is die uitwassen moet tegengaan. Internet is namelijk geen Wilde Westen, en ook geen wetteloze anarchie. Internet is een deel van de maatschappij waarvoor dezelfde regels gelden. Die maatschappij is wel flink in beweging en wie weet waar het evenwicht wordt gevonden, mag het zeggen. Nu is de maatschappij en het internet nog zoekende.

Heroriëntering

In verband met de komende AVG concentreerde ik mij in januari 2018 al op de aanpassing van mijn data en websites. Ik zag namelijk al vroeg dat er veel werk aan de winkel was.  Mijn voorstelpagina droop al van privacybeleid (en dat is nog steeds zo), maar nu moest boter bij de vis. Ik moest het ook echt laten zien.

Nu ga ik niet elke handeling voor de AVG neerzetten, want dan ben ik nog wel even bezig. Ik zette wel een stop op MailChimp (want teveel werk voor geen rendement, en daarmee een verwerkingsovereenkomst minder), en plaatste ik een privacyverklaring van Veiliginternetten.nl online, ik installeerde de GDPR Cookie Compliance plugin, de WP GDPR Compliance voor de verplichte toestemmingsvinkjes en een opvragingstool. En een verwerkingsregister schrijven. En mijn backups op externe harde schijven coderen. Allemaal klusjes die aandacht behoeven en tijd kosten. Tijd die ik wel op een andere manier kon gebruiken.

Gebakken lucht?

Want waar ik echt een beetje bang voor ben is dat die hele AVG uiteindelijk dezelfde weg gaat als verbod hondenpoep op straat (geen handhaving), rookverbod op stations (geen handhaving), verbod ‘s nachts onverlicht fietsen (geen handhaving), veiligheid op straat (geen handhaving) en wat al niet meer wat niet mag maar waarop niet gehandhaafd wordt. Even twee, drie maanden snafu,  ophef en drukte over de AVG en daarna zakt het weg uit het bewustzijn. De Autoriteit Persoonsgegevens had al aangegeven te weinig geld en personeel te hebben om alles te kunnen behappen. Minister Dekker van Rechtsbescherming gaf al op 24 mei 2018 aan dat de AP coulanter zal optreden bij kleinere bedrijven. Dus de marges worden al wat opgerekt… nu al.

Ik ben echter letterlijk klaar met die AVG. Het geheel staat en het is nu alleen maar up to date houden. Ook als de AVG eventueel uit het collectief bewustzijn wegzakt.

Portretrecht: de do’s en don’ ts

Hoe zat het ook alweer met auteurs- en portretrecht? In 2015 schreef ik al een blog daarover, maar ik werd laatst weer eens mijn neus op de feiten gedrukt dat mensen daar weinig van weten en daarom zichzelf maar eigen rechten toekennen over de foto’s van anderen. Dat kan natuurlijk niet.

Deze week had ik een gesprek met een kandidaatmodel voor een nieuw project dat ik bouwrijp aan het maken ben. Het is een project met echte modellen, voor model- en naaktfotografie. Jawel, en mensen die mij kennen denken vast ” Huh? Jan?” Maar ja, je moet je horizon verbreden. En het is niet zomaar een gril. Ik loop al een jaar of zo met deze gedachte.

De eerste verkennende gesprekken ben ik nu aan het doen.  Het was een aardige man van ongeveer 67 jaar en terwijl we aan het overleggen zijn, zegt hij pardoes “Ik heb wel eens model gestaan voor fotografen, en die foto’s waren zo slecht vond ik, dat ik ze zelf maar eens extra bewerkte voor mijn websitepagina’s.”

Wablief?

Ik leg hem uit dat dat echt niet kan. Er is namelijk zoiets als auteursrecht, waarvoor je echt helemaal niets hoeft te doen. Heb je iets gemaakt, valt automatisch het auteursrecht aan je toe. Dat betekent dat de maker kan beslissen wat er met zijn werk gebeurt en waar dat wordt geopenbaard. Dat geldt voor alles. Boeken, muziek, beeldhouwwerken, schilderijen, tekeningen, gebouwen, noem maar op, ook foto’s. Als een mens het heeft gemaakt zit er doorgaans auteursrecht op.

Er is verzet. Dat zie je wel vaker binnen dit onderwerp.
“Ja, maar ik sta er toch op?” is het standaard antwoord, Hoor je ook vaker binnen dit onderwerp. Mensen geven niet snel op. Mensen luisteren vooral om te reageren en luisteren niet om na te denken. Ik wil graag dat mijn gesprekspartner luistert en nadenkt.

“Klopt, je staat er op, maar dan verwijs je naar portretrecht en dat is iets anders. Het portretrecht geeft de geportretteerde de mogelijkheid om publicatie van zijn of haar portret tegen te houden.” Ik vertel de regels zoals ik die vermeld in de eerdere genoemde blog (lees die even!), namelijk dat publicatie van een portret niet is toegestaan als het belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. Dat is portretrecht.

“Oh, maar dat doe ik wel vaker, en andere fotografen vinden dat niet erg!”, is het argument alsof de mening van andere fotografen leidend is. “Dan zet ik de naam van de fotograaf erbij, met de toevoeging “bewerking door mij”.

“Jaha, dat moeten die fotografen zelf weten. Ik zelf heb daar moeite mee. Het is namelijk zo dat het portretrecht gaat over openbaarmaking en niet over bewerking en aanpassing. Dat recht ligt bij de houder van het auteursrecht.”

Er wordt gesnoefd en gemonkeld aan mijn rechterzijde.
Zelf denk ik inmiddels dat ik niet met deze meneer verder moet gaan, hoe aardig en welwillend hij ook is. Fundamentele verschillen van inzicht als deze leiden onherroepelijk tot gedoe en bekvechten. Ik stel mijn beslissing nog even uit en de vraagstelling -kan ik hiermee leven?- stuitert nog wat rond in mijn hoofd.

Beslissing

Er volgen nog wat kleine discussies, die in een cirkelvorm verzanden. Hij heeft zijn mening, ik de mijne, we komen niet verder tot elkaar, en omdat dit mijn project is waarover ik zeggenschap heb, besluit ik dan maar met “dan denk ik wij maar niet verder moeten gaan.” Hij is het er mee eens. “Dat idee had ik ook al.”

Nu, terwijl ik dit schrijf, ben ik er nog steeds van overtuigd dat ik als maker van foto’s het auteursrecht bezit en dat ik beslis wat er mee gebeurt, en dat ik per se niet wil dat anderen zonder mijn medeweten en instemming met mijn werk gaan zitten klooien. 

Als ik bewerking A heb uitgevoerd is dat met een reden, en dan is het niet bedoeling dat een ander, ook de geportretteerde niet, zomaar een bewerking B op mijn werk gaat loslaten. Als ik bijvoorbeeld een boek (óók een geestelijk eigendom) van Giphart ga herschrijven en openbaren, omdat ik mijn bedachte einde mooier vind dan dat van hem, krijg ik ook Giphart en zijn advocaat over mij heen. En terecht. Je blijft met je klauwen van andermans werk af. En in mijn geval: portretrecht geeft niet het recht om te gaan klussen aan andermans geestelijk eigendom.

Rigide vond hij dat. Misschien. Maar zo werkt het wel. En toen scheidden onze wegen. Jammer, maar ik sta achter mijn beslissing.

Fotograaf en de modelovereenkomst

_MG_9722_bewerkt-1blogEen paar dagen geleden ploepte er een tweet van een fotograaf op mijn scherm die luidde “ ik zoek modelovereenkomst fotografen en fotomodellen. Wie heeft er een?” Omdat ik zelf nogal bezig ben met die materie tweette ik terug “Heb je als fotograaf wel een modelovereenkomst nodig? Volgens mij niet.” Niet lang daarop kreeg ik als antwoord “Volgens de belastingtelefoon wel.

Nu geloof ik de antwoorden van de belastingtelefoon dus nooit. Die bel ik zelf ook nooit. Niet omdat ik fijn dwars wil zijn en alleen de gewenste antwoorden wil horen, maar uit ervaring weet ik dat de antwoorden van de belastingtelefoon vaak gegeven worden door ingehuurde onderknuppels, die gelet op hun stem nog te jong zijn om onderbouwde uitspraken te doen. Ga je dan zoeken op internet, krijg je heel andere uitkomsten van bovenknuppels, onderbouwd, gemotiveerd en wel.

Nu is het zo dat de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie) een wet is die naar mijn mening te snel in elkaar geflanst is. Staatssecretaris van Financiën Wiebes moest ook zo nodig en componeerde een wet die uiteindelijk – met vertraging dat wel – in mei 2016 in werking trad. Die DBA is een vervanging van de VAR (Verklaring ArbeidsRelatie) en beoogt schijnzelfstandigheid tegen te gaan door met modelovereenkomsten te werken. Ik schreef daarover in maart 2016 al een blog, waarin ik voorspelde dat er een enorme uitstroom van zelfstandigen zou optreden en lo and behold  kreeg ik daarin eens even een boel gelijk.

Modelovereenkomst

Toch ging ik nadenken over de vraag van die fotograaf en vroeg mij af “Hebben fotografen überhaupt een modelovereenkomst nodig?”

En ik overwoog.
Zo’n modeloverkomst uit de DBA beoogt schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Schijnzelfstandigheid in die zin dat je in naam wel als ondernemer binnen een bedrijf een opdracht uitvoert, maar verder wel meedraait als zijnde een werknemer in dienstverband. Schijnzelfstandigheid is een doorn in het oog van de overheid, want daarmee loopt zij wel een steeds groter deel van de loonheffing mis. Het zijn namelijk ondernemers die daardoor geen loonheffing hoeven af te dragen, maar verder wel aan de voorwaarden van een dienstverband voldoen.

Die voorwaarden voor een dienstverband zijn namelijk werk, betaling, gezagsverhouding. Als een van die voorwaarden ontbreekt is er geen dienstverband. Neem je als ondernemer een klus aan, dan doe je werk waarvoor je wordt betaald. Er hoort dan geen gezagsverhouding te zijn; de opdrachtgever kan je niet vertellen hoe je iets moet doen, want dat maak je zelf wel uit.
Ben je als zelfstandig bezig aan een klus zonder gezagsverhouding, en is het dus zonneklaar dat er geen dienstverband aanwezig is, heb je géén modelovereenkomst nodig.

Maar, maar, maar… hoor ik sommigen al monkelen, er bestaat ook zo iets als een fictief dienstverband. Een fictief dienstverband wordt aangenomen als je een klus aanneemt die langer dan 30 dagen duurt, waaraan je minstens twee dagen per week werkt, en waarin je minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon verdient. Dan is loonheffing ook verplicht. De thans geldende minimumlonen vindt u hier. Ben je dus 23 jaar of ouder, én als ondernemer binnen een bedrijf werkzaam aan een klus, die langer dan 30 duurt, én waaraan je twee dagen per week werkt, én die minstens € 614,88 bruto oplevert (2/5 van € 1537,20, jaar 2016)… dan is er een fictief dienstverband aanwezig en is loonheffing verplicht.

Conclusie

Ik concludeer dus:
als fotograaf ben je zelfstandig en zonder gezagsverhouding aan het werk. Dat is dus geen dienstverband. Verder ben je als fotograaf nooit langer dan 30 dagen actief voor een klus en dan is er meteen al geen sprake van een fictief dienstverband.
Je hoeft als fotograaf dus geen modelovereenkomst te gebruiken, want er is nooit een dienstverband, geen echte en geen fictieve.

Vanwege de eerder genoemde vraag ging ik voor de zekerheid dus maar weer eens op het internet op jacht naar informatie. Informatie ligt op straat, leerde ik vroeger, je moet alleen weten waar je moet kijken.

Gelukkig vond ik een factsheet, van de belastingdienst zelf nog wel, waarschijnlijk geschreven door een bovenknuppel, die in zoveel woorden hetzelfde zegt. Vraag 8 luidt: “Is het verplicht om een modelovereenkomst te gebruiken?”

Antwoord: “Nee. Veel zzp’ers weten immers op voorhand al dat zij niet in loondienst werken, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Als je niet zeker bent of en hoe je buiten dienstverband kunt werken, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.”

Wel een voorbehoud dus (“als je niet zeker bent..”), maar voor een fotograaf blijf ik van mening dat een modelovereenkomst niet nodig is.

 

De zekerheid van de DBA

Ik wou nog even terugkomen op dat DBA verhaal dat sinds 2015 de ronde doet. Je weet wel. Tenminste, ik HOOP dat je het weet, want anders komt de fiscus straks de steen waaronder je leeft wegrollen en je financieel uitschudden.  De DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie en vervangt per 1 mei 2016 de VAR. Die vervanging heeft veel voeten in de aarde – weet ik nu al – omdat staatssecretaris Wiebes van Financiën ook een stempeltje wil drukken op de maatschappij. Zijn collega’s staatssecretaris Dekker (slopen van de omroep en de cultuur), minister Bussemaker (slopen van het onderwijs),  minister Asscher (slopen van de sociale zekerheid), minister Blok (slopen van de woningmarkt), minister Opstelten, staatssecretaris Teeven en minister Van de Steur (slopen van de rechtstaat), gingen hem al voor, dus kwam Wiebes uiteindelijk met de DBA, wat eigenlijk wel neerkomt op het slopen van de ZZP-er.

Ja, dat klinkt hard en zo is het ook wel bedoeld.

Hoe meer ik er over nadenk, verwacht ik toch veel onzekerheid, ellende en sores na de invoering van de DBA. Ik schreef daar al over in een vorige blog  (de fabel van het ZZP-bos en de DBA), maar dat gevoel is versterkt door het bericht in Elsevier Nextens waarin wordt gewaarschuwd voor fictieve dienstbetrekkingen. Dat komt er in het kort op neer dat je dan wel keurig de regeltjes denkt te hebben hebt gevolgd om een dienstbetrekking te vermijden (arbeid, betaling en gezagsverhouding – het ontbreken van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer voorkomt dan een dienstbetrekking en dat is geformuleerd in een modelovereenkomst), maar dat de fiscus toch om de hoek kan komen piepen met het vermoeden van een fictieve dienstbetrekking, dus een arbeidsverhouding die langer duurt dan 30 dagen en waarin je minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon verdient.

Zo’n modelovereenkomst is dus een ding, maar de onderliggende werksituatie is een ander ding. Daar kan je ook nog eens mee de boot in gaan. Maar dat gegeven is erg onderbelicht en staat niet duidelijk op de radar. Dat is dus een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Een ander punt dat helemaal niet uitgewerkt is, betreft het toetsingsmechanisme van de fiscus. Stel de volgende dialoog tussen een ZZP-er en een opdrachtgever op de werkvloer eens voor, na 1 mei 2016:
“Hé, de VAR is afgeschaft, we moeten nu met modelovereenkomsten werken!”
“Ja, ik hoorde zoiets. Hoe verzinnen ze het!”
“We moeten er wel mee werken. Dus hoe pakken wij dat aan?”
“Kom even mee naar kantoor. Lossen wij even op.”
<naar kantoor en er wordt gesurfd naar de site van de Belastingdienst voor een toepasselijke modelovereenkomst>
“Hebbes”

Er wordt geprint.

“Als je hier nog even een handtekening zet, zijn wij beiden ook weer gedekt.”

Handtekening wordt gezet.

“Ik ga nu weer terug naar mijn klus, want die wil ik voor de middag klaar hebben, en… ” er volgt nog een hele rij plannen die aanduiden dat het business as usual is.

Dus mijn vraag is: hoe controleert de fiscus de feitelijke werksituatie? Dat is nergens gespecificeerd en vastgelegd. Dat er een handtekening op een modelovereenkomst is geplaatst, wil nog niet zeggen dat de feitelijke werksituatie ineens wordt gewijzigd. In mijn tijd als loonslaaf viel mij al de overweldigende inertie in het bedrijfsleven op, “want zo doen wij het al 20 jaar” en ik verwacht niet dat het plaatsen van een handtekening op een nieuwerwetse modelovereenkomst daar op korte termijn iets aan verandert.
Dat is dus ook een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Want op een gegeven moment komt de fiscus binnenstappen met een stel niet gespecificeerde en vastgelegde regels in het hoofd en onder de arm, en kan dan zomaar ineens besluiten dat er toch een dienstbetrekking aanwezig is, ondanks die modelovereenkomst. En als je dan als opdrachtgever en opdrachtnemer toch overtuigend aannemelijk kan maken dat er géén dienstbetrekking aanwezig is, kan de fiscus nog eens met een fictieve dienstbetrekking gaan schermen als de opdrachtnemer langer dan 30 dagen en met minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon binnen het bedrijf actief is.

Dus ik verwacht helemaal geen zekerheid, maar juist beoordelings- en interpretatieverschillen. Bovendien bestaat geen mogelijkheid om rechtstreeks bezwaar tegen de beslissing van de inspecteur aan te tekenen (bron). Bij meningsverschillen volgt er dus een soort van rechtsgang die wel 2-3 jaar kan duren waarin voortdurend een fiscaal zwaard van Damocles boven het hoofd zwaait.

En daarom stel ik dat de DBA uiteindelijk de ZZP-er sloopt. Niemand wil onder deze onzekerheden nog ZZP-ers inhuren. Niemand wil het risico lopen dat er achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking wordt vastgesteld om daarna uitgeschud en uitgekleed te worden. Ik en mijn gezond verstand verwachten daarom een enorme uitstroom uit ZZP-land. Enerzijds vrijwillig, want er zullen er velen zijn die hun handen hieraan niet willen branden, en anderzijds gedwongen omdat ze eruit geveegd worden en/of geen nieuwe opdrachten meer krijgen. Er komt een diaspora aan, van ZZP-ers die al dan niet gedwongen uitstromen naar andere geledingen van de maatschappij.

De ZZP-wereld wordt dus gesloopt.

En ik handhaaf mijn stelling:
Als je een wet bedenkt, zorg dan dat alles van te voren duidelijk is aan iedereen en vul de wet niet eerst in nadat de wet in werking is getreden.

 

Wet in UK legaliseert diefstal

Groot-Brittanië heeft op 25 april 2013 een wet aangenomen die het mogelijk maakt om beschermde werken -waar dus copyright op rust- vrij te geven voor commercieel gebruik, zonder dat de eigenaar daar zeggenschap over heeft. Deze wet is van toepassing op alle werken waar identificeerbare informatie aan ontbreekt en waarvan de eigenaar na onderzoek niet is te traceren. Deze wet, de Enterprise and Regulatory Reform (ERR) Act, kan dus iedereen wereldwijd betreffen, aangezien foto’s op internet vaak, zo niet meestal, geen metadata bezitten. The Register heeft er een interessant stuk over waarvan hieronder een samenvatting.

Waarom is dit belangrijk? Het kan er toe leiden dat jouw werk, mijn werk, onze werken, waar wij copyright en zeggenschap over bezitten, ineens ergens anders kunnen opduiken, omdat iemand het gebruik van ons werk financieel rendabel heeft beoordeeld, en met de UK wet in de hand aan het uitbaten is geslagen. Zonder toestemming en compensatie van de copyrighthouder.

Voorheen was het zo dat iemand voor de rechter kon worden gesleept als die een beschermd werk gebruikte  zonder toestemming en compensatie van de copyrighthouder. In de ERR zijn nu clausules ingebouwd die niet het copyright aantasten, maar wel het beschikkingsrecht van de copyrighthouder. Die clausules komen op het volgende neer:

1. Er komt nu wettelijke toestemming voor bedrijven om werken commercieel uit te baten zonder toestemming van de copyrighthouder, de”Extended Collective Licensing”

2. De werken moeten wel “Orphaned” zijn:  de eigenaar van de werken is niet identificeerbaar, wegens het ontbreken van metadata of andere kenmerken in het werk. De meeste werken op internet zijn echter orphaned. Immers: als je een werk op webformaat opslaat worden de metadata door het beeldbewerkingsprogramma verwijderd  en zijn dus orphaned. Kijk maar in de exifdata. Die zijn leeg. Staat niks in. Normale werken hebben wel exifdata, de kleine bestanden voor het web niet. Ga je die werken uploaden naar een website, is dat werk van jou niet identificeerbaar en dus vogelvrij. Er moet moet wel een ”diligent search” zijn uitgevoerd naar de herkomst van het werk. Wat een ‘diligent search’ is, wordt niet gedefinieerd.

Maak je dus maar klaar voor UK graaiers op het internet. Er zullen bedrijven opduiken -als die er al niet zijn-  die werken op het internet ontdoen van metadata en die dan vogelvrij verklaren.  De metadata is dan ineens foetsie en weg, het werk slingert vervolgens zomaar ergens op het internet, wordt dan ‘spontaan’ weer gevonden, en “hee, dat is mooi, en kijk eens er zit geen metadata bij,  we weten niet van wie dit is dus, de eigenaar niet te achterhalen, dus hebbes, we gaan dit uitbaten, want van de wet mogen we!”

Vinden we dit leuk? Nee, dat vinden we niet leuk. In Amerika is terecht een storm van protest opgestoken. Daar wordt nu al gedreigd met processen, tot aan het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatburg wegens schending van het eigendomsrecht. Ook is de schending van de Conventie van Bern die stelt (vrij vertaald)  dat wetgeving van een lidstaat niet in de weg mag staan van een normaal gebruik van beschermd werk en dat de copyrighthouder niet onevenredig benadeeld mag worden.  Ook de Verenigde Naties heeft bepalingen van die strekking. De UK heeft alle drie de verdragen onderschreven.

De wet is aangenomen, maar niet in werking. Dat kan nog jaren duren en het is dus helemaal niet zeker of deze wet überhaupt in werking komt. En bedenk, het is een wet die het mogelijk maakt om aanvullende wetgeving met bovenstaande strekking in te voeren. Tot die tijd hou ik mijn werken op het internet echt ‘onbruikbaar’. Dat deed ik al, maar nu helemaal. Want nu is er ‘nog’ niets aan aan de hand, maar later misschien wel, en dan moeten er geen bruikbare werken van mij rondzwerven. Uploaden is dus nu al beperkt.

Onbruikbaar maken kan bijvoorbeeld door afbeeldingen klein en in een lage resolutie te uploaden. Een andere mogelijkheid is om een watermerk over het beeld heen te plaatsen, maar dat vind ik onwenselijk omdat dat de beleving van het beeld verstoort. Je kan ook een werk in een grotere setting plaatsen, zoals  hiernaast, waar een werk wel te bekijken is maar de setting een commercieel gebruik in de weg staat. Je weet wat de bedoeling is, maar je kan er verder niets mee.  Ja, misschien uitsnijden, maar met een lage resolutie krijg je rommel.

Bottom line: zorg dat je je werk beschermt tegen graaiers en andere steeldieven. 

En als die wet wel in werking treedt, ondanks alle verzet en juridische processen? Dat kan je echt spreken van gelegaliseerde diefstal. En misschien moeten we de UK wel economisch treffen. Even de handel opschorten. En werken ‘orphanen‘:  ja, dat kunnen wij ook, nietwaar?