Spiegelreflex of smartphone?

Op woensdag 3 februari 2016 deed ik een demoworkshop van 20 minuten op de Open Coffee in Nieuwegein. Ik was daarvoor gevraagd en daar best gespannen over, want workshops.. ja die doe ik wel, maar ik stond nog nooit voor een grotere groep een verhaal te doen dat a) moest kietelen en b) coherent was. Per slot wil je uit een demo toch wel wat business halen. En een coherent verhaal over spiegelreflex fotografie maken is toch wel moeilijk, omdat niet iedereen op de Open Coffee een spiegelreflex camera heeft en je het toch begrijpelijk wil houden. Ze hebben wel een smartphone. Vooral een smartphone.

Maar okee. Demo workshop voorbereid. Ik ging het doen over scherptediepte. Dat is makkelijk, je hoeft er geen bijzondere investeringen voor te doen en dus leek mij dat wel aantrekkelijk. Powerpointje geschreven, wat tekst erin, wat voorbeelden van werk erin waar ik wel tevreden over was en waarin de scherptediepte goed zichtbaar was… wel even gerepeteerd zodat ik niet ging mummelen en hakkelen op het moment supreme. En klaar. Op 3 februari deed ik de demoworkhop en die ging voor mijn gevoel bijzonder goed.

Het kwam eruit als Gods woord uit een ouderling. Geen gehakkel. Geen gemummel. Het klonk allemaal strak. Tussendoor vroeg ik wel of het allemaal duidelijk was en blijkbaar was dat zo… ik kreeg geen opmerkingen. En zelf vond ik dat ik wat te snel sprak – dat is een kenmerk van mij. Vooral toen ik jong was praatte ik heel snel tot het onbegrijpelijke toe. Dat heb ik nu goed onder controle, en bij navraag bleek het allemaal goed te volgen. Mooi!

Totdat iemand mij vandaag aanklikt op Facebook en haar mening wilde geven. Dat is natuurlijk prima, van op- en aanmerkingen kan ik leren. En ze had niet zozeer opmerkingen over de workshop zelf, maar het was “vrij technisch…. Praten over instellingen is niet zo interessant, zelf doen is beter. Of in dit geval: laten doen. Bijna iedereen stond met een smartphone in zijn hand, daarop is scherpte-diepte ook realiseerbaar. Kun je je workshop in zo’n gezelschap niet beter daar op richten?”

Aha. De vraag. Zou het niet beter zijn om mijn workshop te focussen op smartphones in plaats van reflexcamera’s? Ik antwoordde naar waarheid dat de smartphone natuurlijk een leuk ding is, maar meer een gadget, meer geschikt voor internet en bellen, maar minder voor fotografie. Door de techniek van de smartphone (kleine lens, kleine sensor) haalt de kwaliteit het nog steeds niet met een “echte” camera, en dan bedoel ik een echte camera met een flinke sensor, hoge resolutie en veel instellingen. Een smartphone heeft minder mogelijkheden dan een camera en mijn doelstelling van de workshop was en is… zelf instellen en de camera naar je hand zetten. “Maak jij de foto of doet de camera dat?”

Die discussie ging zo even door. Toen weer “Bedenk dat voor jou als fotograaf andere dingen belangrijk zijn dan voor mensen die daar staan te luisteren. Veel mensen hebben niet zo’n camera, laat staan zo’n full-frame camera… maar andere camera’s dan smartphones zijn er niet op dat moment. Dus probeer je daar dan op te richten. ”

Opnieuw gaf ik aan dat ik dat niet wilde omdat de smartphone niet kan tippen aan een Canon 5D Mark 2, of de 6D of, de Nikon 800 of elke andere spiegelreflex- of systeemcamera. Het is een mooi tooltje voor een snelle fix, maar dat is mijn werk niet. Ik heb niet eens zo’n smartphone, dus wat kan ik daarover zeggen?

Toen weer “Laat ik dan zeggen …. dat het jammer is van alle energie die je hebt gestopt in het maken van die presentatie voor dat gezelschap, daar op die plek.” Jeetje. En “Als je niet met smartphone werkt, houdt het op natuurlijk. Ik denk dat je er JUIST tijdens die workshop iets interactiefs mee had kunnen doen.Je hoeft het allemaal niet te laten vallen en alleen maar met een smartphone te fotograferen. Je onderscheidt je juist door de dingen die je doet, en zoals je die doet. Ik wil alleen maar zeggen dat je voor de workshop zoals je die gisteren gaf, dan beter een ander publiek zoekt. Hier sprak het niet bijster aan wat je zei.”

Goh. Maar dat was niet mijn indruk en het werd ook niet gezegd toen ik ernaar vroeg.

Maar okee.. iedereen mag zijn mening hebben en dat respecteer ik. En mijn mening is dat ik niet van plan ben te downgraden naar een lager platform met minder mogelijkheden, omdat de grootste gemene deler zich bevindt op dat lagere platform. Ik respecteer het succes van de smartphone, maar je kan er gewoon minder mee, en mijn doelstelling is juist om mensen meer te laten doen met hun camera, niet minder.

Dus dat is de vraag. Moet ik mij beperken tot het ‘echte werk’ van de spiegelreflex- en systeemcamera? Of moet ik de smartphone omarmen alleen maar omdat de grootste gemene deler zo’n ding op zak heeft?

Ik dacht het niet. Mijn twee centen.

Nog een keer die scherptediepte

In Scherptediepte beschreef ik in het kort de essentie van scherptediepte en het belang van deze functie om het onderwerp uit de achtergrond te trekken. In die blog haalde ik tussen de regels de eigenaardigheid aan dat een groter brandpunt, en een grotere diafragma en een korte afstand tot het onderwerp de scherptediepte steeds kleiner wordt, soms zelf ze klein dat het kleine onderwerp niet eens helemaal scherp op de foto kan komen. Daar wil ik even op terugkomen.

Op zaterdag 23 mei lag ik op mijn zij in de tuin om bloeiende bieslook te fotograferen. Bieslook kan je eten (is lekker, heel lekker zelfs), maar als je het in de tuin laat staan gaat het schieten en komen er paarse bloemen aan. Ik lag dus op mijn zij om die bloemen vanuit kikkerperspectief  te fotograferen: close up van onderen met de macro-objectief. Dat macro-objectief is een Tamron SP 90 mm F/2.8 Di Macro 1:1  VC USD dat ik blij beschreef in een eerdere blog.

Scherptediepte

Tijdens dat fotograferen viel mij weer de eigenschappen van de scherptediepte op. Ik zat met mijn neus op het onderwerp, als je dat zo kan zeggen want ik lag op de grond, en elke beweging van de bloemen zorgde ervoor dat het onderwerp uit de scherptediepte viel. Vaak ongewenste onscherpte. Ik maakte daarom eens twee foto’s van hetzelfde onderwerp, een met een geopend diafragma (F/2.8) en een met een volledig gesloten diafragma (f/32). Ik schreef al eerder een blog over het begrip diafragma. De bedoeling was om het verschil aan te tonen tussen de de f/2.8 en de F/32. Bekijk eens de F/32, dus de foto met een gesloten diafragma.

Dicht diafragma

Bloeiende bieslook, gefotografeerd met een gesloten diafragma.
Bloeiende bieslook, gefotografeerd met een gesloten diafragma. De exifdata zeggen ISO 500, F/32, 90 mm, 1/40 seconden

Wat zie je nu eigenlijk op deze foto? Ja, een stel bloemen. Mooi paars, en een bioloog kan uit de bloem afleiden dat het bieslook is. Maar wat is nu het onderwerp? De logica stelt dat dat dan wel de bloem vooraan in het midden kan zijn, maar dat weet je niet zeker. Het kunnen ook de twee bloemen zijn die erboven staan. Weet je ook niet. Het is eigenlijk een drukke brij van allerlei bloemen, met zelfs nog wat rozemarijn op de achtergrond, maar verder weet je het ook niet.

Het is een kiekje. Niks mis met kiekjes, ik maak ze ook vaak, maar dit kan beter, tenzij je deze foto echt wilde.

Open diafragma

Bloeiende bieslook met open diafragma.
Bloeiende bieslook met open diafragma. Exifdata iso 500, F/f2.8, 90 mm, 1/3200 seconde

Daarom opende ik het diafragma tot F/2.8 en maakte dezelfde foto nog een keer met eigenlijk dezelfde instellingen. Met een open diafragma kreeg ik natuurlijk een flinke puist extra licht binnen en de camera nam een sluitertijd van 1/3200 seconde. Toen kreeg ik dit.

En dát is nu scherptediepte. De bloem vooraan is als enige scherp en springt er ineens meer uit. Geef het maar toe: je keek als eerste naar die scherpe bloem. Al het andere is naar de achtergrond geduwd, want als fotograaf wil je dat de kijker als eerste naar het onderwerp kijkt en pas later naar het andere. Nu had ik die bloem natuurlijk nog meer naar voren kunnen trekken door in Photoshop de achtergrond wat donkerder te zetten, maar ik beperkte mij tot het effect van scherptediepte en ging niet aan de slag met andere effecten. De foto’s hierboven zijn eigenlijk ‘as-is’ van de Raw getrokken, met heel beperkte nabewerking.

En dat is nu scherptediepte!

Kom ik uiteindelijk ook weer terug op de eerste alinea van deze blog. Juist doordat ik zo dicht op het onderwerp lag, met een groter brandpuntsafstand was ik toch  niet in staat om de eerste foto helemaal haarscherp te krijgen. Jawel, de voorste bloemen zijn scherp, maar toch is er naar achter een verloop in scherpte, ondanks dat ik een gesloten diafragma had. Had ik dat kunnen oplossen? Jawel, met een grotere afstand tot het onderwerp. Maar dan zou het onderwerp weer kleiner worden afgebeeld. Het is toch altijd weer keuzes maken!

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Hoe objectief werkt een diafragma?

Elk objectief heeft een diafragma. Een objectief: dat is dat ding voor aan de camera waar het licht doorheen valt en waarin je iets ziet bewegen als je op de sluiterknop drukt. In de volksmond noemen we dat onderdeel van de camera een lens, maar dat is eigenlijk onjuist. Een bril heeft een lens, twee zelfs, links en rechts die elk een scherp beeld op het netvlies moeten projecteren. Een objectief is ook een soort bril voor de camera. Het heeft ook een of meer lenzen, vervat in een koker, die samen een scherp beeld op de film of sensor moeten projecteren. Zonder objectief ziet de camera wazig.

Binnen in dat objectief zit het diafragma en dat is een héél belangrijk element. Een diafragma is een set van lamellen die in elkaar schuiven en zo de lichtinval regelen. En daarmee heb je het derde element van invloed op de afbeelding. De andere twee zijn de lichtgevoeligheid en de sluitertijd. Samen bepalen ze de afbeelding op de sensor.

Stops

Ook het diafragma kent stops. Immers, het diafragma laat veel of weinig licht door al naar gewenst, en die lichtdoorlaat is ook hier genormeerd aan stops, dus een steeds een verdubbeling of halvering van de lichtdoorlaat. De lichtgevoeligheid en de sluitertijd werken ook met stops. Zie de logica hier. 

Het diafragma heeft de volgende aanduidingen.

f/1.4 – f/2 – f/2.8 – f/4 – f/5.6 – f/8 – f/11 – f/16 – f/22 – f/32

Die waardes zijn niet zomaar. Die waardes zijn logaritmisch en worden bepaald door het brandpuntsafstand gedeeld door de diameter van het diafragma. Stel dat jouw brandpunt 90 mm is (ik heb bijvoorbeeld een macro-objectief van 90 mm en eigenlijk automatisch pak ik steeds dat getal) en de diafragmaopening is 16 mm, dan krijg ik een f/5,6 (90/16). De camera kan automatisch een deling uitvoeren en het resultaat van die deling, het vereiste diafragma, zie je dan onderin de zoeker terugkomen.

Er zijn overigens objectieven met meerdere tussenliggende stops. Dat zou in principe verkeerd belichte foto’s kunnen opleveren, omdat de balans tussen de ISO, sluitertijd en het diafragma ontbreekt. Nu loopt dat verkeerd belichten ook weer niet zo’n vaart. Er is wel wat reserve in de afbeelding. De essentie van stops blijft echter overeind.

Een laag diafragmagetal betekent een grote diafragma-opening met veel lichtdoorlaat. Een groot diafragmagetal betekent een kleine diafragma-opening met weinig lichtdoorlaat. Dit is belangrijk, want het diafragma heeft nog een andere lichteigenschap: scherptediepte. En daarover heb ik al eerder een blog geschreven.

Scherptediepte

_DSC3052-1klein
Een stenen muurtje in Domme, in de Dordogne. Het muurtje is scherp, de achtergrond onscherp. De exif data: ISO 100 , 55 mm, f/6,3, 1/125 s

Met scherptediepte kan je fijn spelen. Je kan het onderwerp uit de omgeving trekken door die omgeving onscherp weer  te geven. In het voorbeeld heb ik scherpgesteld op het muurtje en de achtergrond is er onscherp doorheen te zien. Volgens de gegevens in de afbeelding had ik toen ISO 100, brandpunt 55 mm, f/6,3 en 1/125 seconde sluitertijd.

Ja maar, hoor ik iemand roepen, als ik het diafragma instel zie ik in de zoeker weinig gebeuren. Dat klopt. Als je scherpstelt op een onderwerp blijft het diafragma helemaal open, waardoor je geen verandering ziet in scherptediepte. Veel camera’s hebben echter een knopje om de het resultaat vooraf te kunnen testen. Dat knopje zit doorgaans links van het objectief. Druk er eens op. Je ziet waarschijnlijk dat het beeld in de zoeker donkerder wordt – het diafragma gaat dichter en dus komt er minder licht doorheen – en de bereikte scherptediepte wordt zichtbaar.

Beperkingen

Nu moet je voorzichtig zijn met ongelimiteerd gebruik van je diafragma. Elk objectief heeft een optimale diafragmawaarde die optimale foto’s opleveren. Daarbuiten zie je de lichtbreking meer en meer optreden en kunnen er kleurverschillen optreden aan de randen van je object. Dat komt doordat de verschillende kleuren in het licht niet allemaal hetzelfde afbuigen in het objectief. Het gevolg is dat de verschillende kleuren ook niet meer genoeg ‘op elkaar vallen’. Je krijgt dan diffractie en kleurverschillen.

Daarom probeer ik de uiterste diafragmawaarden zoveel mogelijk te beperken. Ja, dat is een ongewenste beperking. Je hebt niet voor niets een 24-105 mm tele-objectief, die loopt van f/4 tot f/22 om vervolgens die uiterste waarden te vermijden om je foto’s niet te verpesten.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Scherptediepte

Scherptediepte is dé tool van de fotograaf om bijzondere foto’s te maken.

Dat is geen geintje. Door het juiste diafragma in te stellen maak je het onderwerp los van de achtergrond. Niets is zo fijn als je oog meteen naar het onderwerp van de foto wordt getrokken, zonder dat je hoeft te zoeken of af te vragen waar je eigenlijk naar zit te kijken. Je kan natuurlijk met zwartwit spelen en het onderwerp in kleur houden, of iets met belichting doen om je onderwerp meer uit te lichten tegen een donkerder achtergrond… maar niets, echt niets, wordt zo vaak gebruikt als scherptediepte. Het is ook makkelijk toe te passen zonder ingewikkelde technische ingrepen, maar je moet het wel even snappen.

Wat is scherptediepte?

Scherptediepte is het gebied in de afbeelding dat na de opname als scherp wordt weergegeven, of beter: dat als scherp wordt ervaren.  Alles buiten dat gebied wordt dan min of meer onscherp weergegeven. Stel dus scherp op het onderwerp met het juiste diafragma en het onderwerp komt automatisch beter naar voren in de foto. Het oog wordt automatisch getrokken naar het onderwerp. Ik probeer scherptediepte altijd te gebruiken omdat scherptediepte een foto zoveel meerwaarde kan geven. Wat is er mooier dan dat de achtergrond onscherp wordt of zelfs nagenoeg onzichtbaar is waardoor het onderwerp in de foto alle aandacht naar zich toe trekt?

De vier variabelen

Scherptediepte is afhankelijk van vier factoren:

1. diafragma
2. afstand tot het onderwerp
3. brandpuntsafstand
4. grootte van de sensor

Nu is de grootte van de sensor niet te beïnvloeden dus we houden het bij de eerste drie. De scherptediepte is vooral afhankelijk van de eerste drie factoren die samen met elkaar de scherptediepte bepalen. Een open diafragma: geringere scherptediepte. Dicht op het onderwerp: geringere scherptediepte. Grotere brandpuntsafstand: geringere scherptediepte. Die factoren tellen bovendien bij elkaar op: een groot diafragma mét korte afstand tot het onderwerp mét een grotere brandpuntsafstand zal leiden tot een zeer geringe scherptediepte, zo gering zelfs dat insecten als een lieveheersbeestje (zoals met een macro-objectief van 90  mm met een diafragma van F2,8 en op 30 centimeter afstand geschoten) doorgaans niet helemaal scherp op de foto komen.

De foto van het lieveheersbeestje hiernaast heb ik om deze reden afgekeurd. In essentie kan ik wel leven met de foto -ik heb hem niet helemaal weggemieterd- maar de gewenste delen van het beestje zijn naar mijn mening te onscherp. Te onscherp ja, want een ander criterium van mij is of de onscherpte storend is. Dat is het vaak wel, en heel soms niet. Deze foto kwam niet door het filter heen, ook niet na extra bewerking en meermalen beoordelen. Het is ook de reden dat ik in de macrofotografie dan liever van een wat grotere afstand mijn onderwerpje fotografeer -want grotere scherptediepte- en later in de nabewerking de foto iets ga bijsnijden.

Wisselwerking

Dus: is het diafragma open (laag getal) betekent dat een kleine scherptediepte. Is de afstand tot het onderwerp klein (bv 30 cm) betekent dat ook een kleine scherptediepte. Is het brandpuntsafstand groot betekent dat ook een kleine scherptediepte. Omgekeerd geldt weer dat een camera met een kleine lens, een klein brandpunt en een grote afstand tot het onderwerp -bijvoorbeeld de compactcamera waar veel mensen mee rondlopen- vrijwel altijd scherpe foto’s afleveren. Een compactcamera zal nooit mis schieten, tenzij je echt te dicht op het onderwerp kruipt.

Er zijn tabellen om de scherptediepte af te kunnen lezen en ook online calculators, zoals deze of deze. Maar in werkelijkheid heb ik nog nooit iemand daarmee aan de gang gezien.

Scherptediepte is een wisselwerking tussen ISO, sluitertijd en diafragma.


Denk daar eens over na.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!