Hét verschil tussen Photoshop en zijn kleine broertje Elements

Al een flink tijdje werk ik met Photoshop CC en ik moet zeggen: dat bevalt heel goed. De mogelijkheden voor fotobewerking zijn voor het gevoel oneindig – echt, elke week ontdek ik wel weer een nieuwe functie of toepassing die ik toevoeg aan mijn vaardigheden. Photoshop heeft echt heel veel in huis.

Daarvóór maakte ik gebruik van Photoshop Elements. Als beginnend fotograafje koos ik toen (2011 alweer) voor Elements, omdat a. in de naam Photoshop stond en b. de prijs betaalbaar was. De toenmalige Photoshop Suite kostte destijds in de winkel meer dan 1000 foppen en dat was geen muizig prijsje voor een armlastig fotograafje. Ik keek dus naar Elements, reviews spraken van een kleiner broertje met nagenoeg dezelfde mogelijkheden, maar wel voor slecht 100 foppen of zo.

De keuze was snel gemaakt, want toen zag ik het verschil dat die prijzen rechtvaardigde niet zo. Nu wel natuurlijk, maar toen ontging het mij een beetje. Een gelijkwaardige tool voor eentiende van de  prijs van het grotere broertje… what’s the catch??

Toen kwam Photoshop CC op de markt met een abonnement van € 12,09 per maand. Ik nam de sprong en ik abonneerde mij. En ik kon gaan vergelijken. Wat heeft Photoshop CC wat Elements niet heeft. Nou duh…. het grootste verschil zit hem uiteraard in de beperking van Elements! Photoshop Elements kan foto’s voornamelijk in 8-bit bewerken. Dat zie en besef je niet meteen, maar in Elements zijn de meeste functies in 8-bit. Wat betekent dat?

Even een klein stukje techniek

Je kan hier even doorheen razen als je dit niet boeit. Ik geef het wel aan als deze technobabbel klaar is.

Digitale foto’s worden opgeslagen in bits. Een bit is een informatiegegeven die óf aan óf uit is: zeg maar wit of zwart. Hoe meer bits een foto heeft, des te hoger is de kwaliteit van de foto. Een foto van 2 bit betekent dat elke pixel óf wit óf zwart is. Ik heb zo’n foto nooit gezien, maar ik denk dat het totaal beeld dan grijs is. Hoe meer bits een foto heeft, des te meer informatie er in een foto kan zitten.

Een camera maakt RAW bestanden (en wat RAW is vind je hier) van 16-bit. Een beeldelement wordt dan weggeschreven als 2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2x2 (2 tot de macht 16e dus) = 65536 mogelijkheden. Een kleur als rood heeft dan 65536 mogelijke tinten, zet daar dan groen en blauw naast dan heb 65536 x 65536 x 65536 = 281474976710656 mogelijkheden. Goh, dat is wel zo ongeveer de grootte van een RAW-bestand dat vers uit de camera komt.

Een RAW-bestand is in 16-bit opgebouwd en alle beeldinformatie zit daarin verpakt.

Einde klein stukje techniek. Je kan weer verder lezen. 🙂

Als je een 16-bit Raw-bestand inlaadt in Photoshop Elements en opent, krijg je de Raw Converter. Die opent automatisch met een Raw-bestand. In die Raw Converter kan je al de meest voorkomende bewerkingen uitvoeren die je in Elements ook kan. Elements heeft gewoon wat meer toeters en bellen, maar als je foto al klaar is in de Raw Converter, en je bent er tevreden over, sla je hem op. En als je voor opslag jpg kiest, en dat kiezen de meesten, gebeurt dat in 8-bit want jpg (lees hier de wiki) is nu eenmaal een formaat in 8-bit. Dan heb je al beeldverlies en is op dit punt geen aangebrachte beperking door de softwaremaker.

Wil je jouw foto echter verder bewerken in Elements loop je tegen verdere beperkingen op. Het Raw-bestand wordt dan verder geopend in Elements waar veel functies slechts in 8-bit bewerken. Dat is wél een aangebrachte beperking door de softwaremaker.

Beeldverlies

Kortom: je verliest dus beeldinformatie in Elements!

Nu is dat niet zo erg, want, zoals gezegd, als de foto klaar is en je slaat hem op naar een jpg, verlies je sowieso beeld-informatie. Een jpg is namelijk een 8-bit beeldformaat, dus wat voor mooie kunsten je ook uithaalt in Elements, de jpg die er uit voortkomt is altijd in 8-bit. En dat is niet anders in het grotere Photoshop CC, de jpg’s die je daarmee maakt zijn ook in 8-bit, want jpg… is onafhankelijk van de tool nu eenmaal een 8-bit beeldformaat.

Nee, het grote verschil wordt duidelijk als je je noeste arbeid in Elements wilt opslaan naar een psd bestand, het werkbestand dat ontstaat tijdens het bewerken en alle verrichte handelingen bevat. Zo’n psd kan ook een klepper van een bestand worden, tot wel een paar honderd MB groot.

Photoshop Elements slaat zo’n psd-bestand op in 8-bit. En dat betekent dat het uiteindelijk werkbestand een substantieel dataverlies ondergaat als je je werk opslaat. Je kan het zien als je een 8-bit psd opslaat. Dat gaat veel sneller dan een 16-bit psd-bestand. Photoshop CC slaat een psd op in 16-bit.

Het verschil

En dat is het verschil! De jpg mag dan wel 8-bit zijn (dan ben je eigenlijk al de sjaak), maar het opgeslagen werkbestand van Elements is ook 8-bit. En als je daar later op terugvalt, kom je die beperking weer gewoon tegen.

Dat maakt Photoshop Elements het kleinere broertje van Photoshop CC. Je kan er nagenoeg alles mee, maar functionaliteit is beperkt tot 8-bit.
Het Raw-bestand uit de camera is 16-bit ->
Opening in de Raw Converter is 16-bit ->
Opening in Photoshop Elements is nog steeds 16-bit, maar veel functionaliteit (niet alle) is beperkt tot 8-bit en opslaan in psd maakt een 8-bit bestand. En poef -> daar zit beeldverlies dat je nooit meer terugkrijgt.

En dat is de catch! Die beperking vind ik nog wel veel belangrijker dan een 8-bit jpg waar iedereen mee te maken heeft. Het verklaart waarom Photoshop Elements maar eentiende van de prijs van Photoshop kost. Elements is daardoor meer bedoeld voor de bewerkende hobbyïst voor wie de eisen lager liggen.

Maar als je jezelf serieus wilt nemen, neem je Photoshop CC met all-round 16-bit mogelijkheden.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!!

Beeldbewerking. En dan?

Je besluit dan de sprong te wagen en voortaan in Raw te fotograferen. Kudo’s! Goed van je! In Raw kan je zoveel meer, schreef ik in de vorige blog! Maar Raw omvat meer dan alleen Raw. Er hangt een heel proces van beeldbewerking aan. Het is een package deal: schiet je in Raw, dan betekent dat een heel proces, een workflow, om een foto zichtbaar te maken. Je besluit tot een hoop extra werk! Zomaar even klikkerdeklik een sluiterknopje indrukken is er niet meer bij. Nee, je bent echt aan de slag.

Waar moet je dan nog meer op letten om tot een bewerkte foto te komen?

1. Om te beginnen – en hier volgt een open deur – moet je je camera vertellen dat je bestanden voortaan zelf wilt bewerken. In de instellingen van je camera kies je Raw. Je camera zal dan alle nabewerking achterwege laten en een klepper van een onbewerkt beeldbestand opslaan. Reken op zo’n 23 tot 25 MB per stuk voor een Raw van Canon. De grootte is natuurlijk afhankelijk van merk en type en resolutie. Het Raw bestand van de Nikon D3100 is bijvoorbeeld weer 13 MB geloof ik, dus pin mij niet op de grootte vast.  Je kan ook Raw+JPG instellen als je dat wilt. Dat deed ik ook in het begin… en de meeste JPG’s gooide ik daarna weg. Die JPG’s namen ruimte in beslag, en ik deed niets ermee (want ik was alleen maar bezig met Raw)  en het was een extra handeling om al die JPG’s weg te mieteren. Daar stopte ik dus snel mee. Het is een keuze om zowel RAW en JPG door de camera te laten opslaan. Maar de Raw moet je wel hebben.
– Je hoeft niet te kijken naar kleurprofielen, zoals sRGB of AdobeRGB(1998), als je dat denkt. Per slot schiet je in Raw en dat zijn onbewerkte beeldbestanden, zo van de sensor in een bestand geschreven. Kleurprofielen komen later nog wel terug.

Maar dan? Je hebt niks aan een mooi Raw-bestand uit de camera als je dat niet goed kan bewerken. Je moet ook je computer africhten.

2. Zorg dat je een snelle en goede computer hebt. Je kan wel een oudere computer gebruiken, maar de capaciteiten van zo’n ouder beestje kunnen de vereisten van beeldbewerking mogelijk niet aan. Dan gaat het apparaat bij elke handeling rammelen en ratelen (hij gaat swappen, niet gebruikte geheugendata tijdelijk wegschrijven om geheugenruimte vrij te maken) en dat duurt tijden. Je kan je voornemen je daar niet aan te storen, maar je gaat je toch ergeren aan het steeds moeten wachten. Bovendien is de monitor dan waarschijnlijk ook niet de jongste. Neem dus een recent apparaat, liefst nieuw en vers, met een grote harde schijf en veel geheugen. Drie GB geheugen is al matig, met 6 GB kom je al een eind. Meer is nog beter.

3. Je moet ook je beeldscherm calibreren, zodat wit echt wit is en zwart echt zwart en de kleuren sprankelender. Uiteraard heb ik daar al eerder een blog over geschreven. Door je scherm te calibreren zorg je ervoor dat jouw werk natuurgetrouw wordt weergegeven, ook op andere gecalibreerde schermen. Calibratie is noodzakelijk, en doe dat elke maand of zo. Een beeldscherm gaat namelijk achteruit in kwaliteit: het beeld wordt ongemerkt donkerder en grijzer en uiteindelijk ongeschikt voor beeldbewerking. Hou een maximale leeftijd aan van vijf jaar. Daarna nieuwe computer kopen of een nieuw beeldscherm aan het apparaat hangen. Calibratie is nodig zei ik al, maar het is echter wel een probleem dat veel schermen van andere mensen niet gecalibreerd zijn en dat jouw goede werk op zulke schermen er anders uit komen te zien. Over dat gedoe heb ik ook een blog geschreven. Ik gebruik trouwens de Spyder Express 3.

4. En dan heb je natuurlijk een beeldbewerkingsprogramma nodig. Op internet zijn massa’s programma’s te vinden waarmee je Raws kan bewerken, maar de echte echte ECHTE beeldbewerkingsprogramma’s, die de markt beheersen zijn natuurlijk Photoshop, het kleinere broertje Photoshop Elements  en Paint Shop Pro. Alle drie prima natuurlijk. Je kan natuurlijk een gratis beeldbewerker van internet plukken. De interface zal dan anders zijn, en de mogelijkheden misschien wat minder, maar ze moeten Raws kunnen verwerken. Ik heb ze ook wel gebruikt in het begin, maar dat is al weer zo lang geleden dat ik daar nu geen uitspraken meer over kan doen.

5. En dan moet je je beeldbewerkingsprogramma africhten, naar eigen smaak. Daar ben je vrij in natuurlijk, maar het enige wat je wél moet doen is het kleurprofiel selecteren. Je kan sRGB kiezen, of AdobeRGB(1998), of helemaal geen profiel. Kies er een die je het beste vindt, en helemaal geen kleurprofiel is een no-brainer natuurlijk… . Ik zelf gebruik AdobeRGB(1998) wegens het bredere gamut, en die discussie rages on.

Toegegeven, een aantal jaren geleden duizelde het mij ook. Hoezo beeldbewerking? Die foto’s zijn toch goed? Hoezo kleurprofielen? Kleuren zien er toch goed uit? Hoezo calibratie? Is dat echt nodig? De antwoorden op die vragen zijn respectievelijk nee, nee en ja. Het is allemaal echt nodig. Als je die basisvoorwaarden in stelling hebt gebracht, kun je Raws gaan bewerken. Dan heb je al de lat hoger gelegd dan voorheen. Die lat kan nog hoger natuurlijk: je kan een dure of duurdere professionele camera kopen en echt 16 bits in Photoshop gaan bewerken, maar dat laat ik maar even zitten. Het gaat om het principe.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

JPG? Raw? Kejjedateten?

Wat gebeurt er nu precies in een camera als je een foto maakt? Wat is nu het preciese verschil tussen JPG en Raw? Het verschil zit in een woord: controle. Controle over het ontwikkelproces.

displayAv
Het configuratiescherm van de Canon 5D Mark 2.

De camera heeft namelijk drie standen om een foto te maken: JPG, Raw en JPG+RAW. Die drie standen kun je makkelijk controleren in de settings van je camera. In de afbeelding hiernaast zie je dat de camera in ingesteld in Raw.

Maar wat betekenen die standen nu? JPG is het beeldformaat dat door de camera wordt gegenereerd als je op de ontspanknop drukt. Mensen die voor de lol en als hobby fotograferen zonder poespas er om heen, ‘schieten’ in JPG. Het is handig, het is snel en je heb er geen omkijken naar. De camera krijgt dan een beeld op de sensor geprojecteerd en gaat er mee aan de slag. Dat doet ie niet zomaar. Het beeld moet wel herkenbaar blijven voor de fotograaf en dan zodanig dat de foto als ‘gelukt’ in de boeken gaat. Is de foto te donker of te licht, zijn de kleuren te raar, is dat voor de fotograaf reden om de foto overnieuw te nemen.

Dus de camera volgt de weg van de minste weerstand, maakt een acceptabel plaatje van de aangeboden beeldinformatie, want “dit zal de fotograaf wel willen”, en gooit vervolgens de rest van de beeldinformatie weg. Je kan dat ook zien aan de bestandsgrootte van een foto in JPG: die is 5, misschien 7 MB groot en dan heb je het wel.

Het gegeven dat de rest van de beeldinformatie wordt verwijderd, maakt dat een JPG niet geschikt is voor nabewerking. Niet alleen omdat een JPG een lossy beeldformaat is – elke JPG is een compressed  bestand, waar beeldinformatie bij elke keer opslaan steeds meer verdwijnt, de kwaliteit gaat steeds verder achteruit -maar ook omdat verwijderde beeldinformatie nooit meer terugkomt. Je kan nu eenmaal niets aanpassen wat er niet meer is. En dan kan je met JPG alleen nog maar een beetje lichter of donkerder zetten, beetje kleur aanpassen en dan ben je er wel. Nee, JPG is niet geschikt als bewerkbaar formaat.

Raw

Neem dan Raw! Raw is de andere optie van de camera en hogelijk te verkiezen boven JPG. En de naam Raw geeft gewoon aan wat het is: een ruw onbewerkt bestand. Iedereen die fotografie een beetje serieus neemt schiet in Raw. Hieronder plaats ik twee foto’s die ik uit mijn archief heb opgedoken. Vanaf december 2011 schoot ik een tijdje zowel in JPG en Raw en een van die foto’s had ik nu nodig als demonstratie. Komen ze toch nog van pas! Dit zijn twee foto’s van dezelfde situatie, een foto die toen door de camera als JPG was gegenereerd en een foto die ik snel vanuit de Raw heb bewerkt.

hetfst in jpg
De foto in jpg zoals die door de camera werd voortgebracht
Herfst in Raw
De foto door mij vanuit Raw bewerkt

 

Zoals je kan zien is de foto die door mij bewerkt is, veel beter. Tenminste, dat vind ik. De foto is helderder, de kleuren zijn sprankelender. In Raw neem ik namelijk de controle over die eerst bij de camera lag. Ik vertelde de camera de foto niet alleen in jpg op te slaan (in het displayvoorbeeld hierboven staat Raw vermeld, maar tijdens deze foto stond er dus Raw+JPG) en de beeldinformatie ook als een Raw beeldbestand te bewaren. Zo’n bestand is dan onbewerkt en dus veel groter. Raw-bestanden halen vaak de 23 tot 25 MB, in tegenstelling tot de 5-7 MB van de jpg.

Dus met Raw kan je de controle van de camera overnemen. Je hebt er wel een beeldbewerkingsprogramma als Photoshop, Photoshop Eelements of Paint Shop Pro voor nodig, want Raw is geen foto en kan je niet zomaar bekijken. Raw vereist dus nabewerking! In de foto hierboven haalde ik de eventuele ruis weg, paste de belichting aan, verminderde ik de kleur in de bewerkingslaag en met een nieuw laagmasker penseelde ik de oorspronkelijke kleur van de stam weer terug. Dat deed ik om de stam niet teveel in de achtergrond te laten verdwijnen.

Raw dus. Gebruik Raw! Met Raw heb je dan de bewerking van de camera overgenomen en het vergroot je mogelijkheden om van een gewoon plaatje iets moois te maken.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

 

Nieuw uit oud: Leve de Raw!

Leve de Raw ja! Leve het digitale bronbestand waaruit je de uiteindelijk afbeelding gaat bouwen.

Even een uitleg wat een Raw-bestand is: een Raw-bestand is het ruwe oorspronkelijke bestand dat de camera maakt als je een foto neemt. Een Raw is dan ook geen foto. Het is een databestand. Je kan de camera natuurlijk instellen om er meteen een foto in jpg-formaat van te maken, maar in eerste instantie heeft de camera altijd een Raw-bestand waar hij mee aan de slag gaat. Dan trekt de camera zelf een afbeelding van de ruwe informatie, op basis van “nou, dat zal de fotograaf denk ik wel bedoelen, dus ik maak er dit plaatje van dat hij wel leuk zal vinden.” Dat lukt dan ook wel, en anders is “de foto mislukt”, terwijl eigenlijk de verwerking niet goed gegaan is. En na de verwerking mietert de camera de rest van de ruwe data vervolgens weg, want daar gaat de fotograaf toch niets mee doen, want hij heeft dan al zijn foto.

Je kan de camera natuurlijk ook instellen om een Raw-bestand gewoon op te slaan. De camera doet er dan verder niets mee, behalve even een plaatje op het display van de camera tonen. Je moet dan zelf met een beeldbewerkingsprogramma de Raw gaan bewerken om tot een jpg-foto te komen. Je neemt dus het werk van de camera over. Het hoeft geen betoog dat die methode de voorkeur heeft. In Voortschrijdend Inzicht schreef ik al dat je alles zoveel mogelijk in eigen hand moet houden.

Gisteren kwam ik tijdens een schoonmaak wat foto’s tegen van zeepbellen. Die maakte ik in oktober 2012 en stonden ook online. Ik was er niet zo tevreden over. Het waren gewone zeepbellen en de foto’s hadden wat ruis. Ik vind ze ook niet meer passen in mijn repertoire. Ik haalde ze dus offline. Met de jpg’s kon ik niks mee, want die hadden teveel ruis en jpg’s zijn niet geschikt voor  nabewerking, maar de Raw-bestanden trokken mijn aandacht. Ik ging er eens mee spelen met de kunstjes die ik inmiddels ook geleerd had. Ja ja, dat heet groei.

zeepbel
De oorspronkelijk foto zoals die 18 maanden online stond. Klik voor groot.

Laat ik eerst even een foto tonen zoals die online stond. Dat is deze.  Inmiddels denk ik dat dit een recht op-neer-plaatje is, waar niet veel aan te beleven valt. Want was is het nou? Oh ja, een zeepbel. Goh. Leuk joh. Leuk idee. En nu? En als je goed kijkt (maar ik weet niet of de imperfecties en de ruis op deze 1200×800 goed zichtbaar zijn)  zie je een berg ruis als storende haarroos op de schouders.
Niet goed dus. Ik gooide de jpg’s weg en ging aan de slag met de Raws.

 

Daar is dan deze uitgekomen. Iets heel anders! Eerst bouwde ik een basisbeeld in de Rawconverter van Photoshop Elements. Ik haalde de ruis weg en sneed het beeld bij zoals ik hem wilde hebben – zie je dat de bel nu iets rechts van het midden staat?  Ik paste de belichting aan en verhoogde de levendigheid.

De Aarde als zeepbel
Het nieuwe werk van dezelfde Raw: de Aarde als een kwetsbare zeepbel onde druk van de menselijke activiteit. Klik voor groot.

In Photoshop Elements selecteerde ik vervolgens met de optie Snelle Selectie de bel en draaide de selectie om. Ik verhoogde het contrast van de omgeving en maakte die flink zwarter. Toen plaatste ik met de optie Zon (Filters > Rendering > Zon) een kunstmatige zon in het beeld, precies op de plaats waar de gele lamp te zien is. Zo kon ik die lamp uit beeld halen.
Met een beetje proberen vond ik dat 105 mm en een helderheid van 149% het gewenste resultaat opleverde. Tenslotte nog een vignettering om de randen zodat het ruimte effect werd versterkt, en ik had een Aarde en de maan (okee, dat is een beetje rekken…) beschenen door een felle zon. In de Aarde zie je de mensen die op het moment van opname op het Beatrixplein waren.

Ik ben heel tevreden over dit werk! Een oude Raw van een afgekeurde foto opnieuw onder handen nemen, gooi er wat filters tegenaan en je hebt ineens een heel ander werk!

Dit werk is natuurlijk te koop bij Werk aan de de Muur, onder de naam Lichtheid van het Bestaan.  Het is in verschillende uitvoeringen te bestellen en doet het goed op elke muur. Creatief en verrijkend.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!