Waar gaat het netwerken heen?

 

Netwerken is toenadering, maar dan moet dat wel mogelijk zijn. Klik voor groot.

Ik ben een beetje geschrokken van de huidige staat van netwerken. Geschrokken van wat daar gebeurt, en ik ben een beetje bang hoe “het netwerken” zich verder kan ontwikkelen.

 

Klapvee

Ik heb namelijk het idee dat het concept netwerken steeds meer verschuift van informeel ontmoeten en in vrijheid zakelijke relaties aangaan naar een strikt geformaliseerde partijdag waar presentaties hoorbaar uit het hoofd opgedreund worden, en de deelnemers gelijk Avro’s Wiekentkwis opdraven om op het goede moment als kritiekloos klapvee de illusie te wekken dat het gebodene toppie-joppie was, hartstikke goed, niks op aan te merken, dank je wel en succes met het beklimmen van de sociale ladder. Dat is vaak niet zo en ik maakte al eerder een blog over dit fenomeen.

Maar het kan nog erger. En voordat ik verder ga met mijn rant, even een disclaimer. Ik ga geen namen en locaties noemen. Dat is niet nodig. Ik ga ook niet vingerwapperen. Ik ga ook geen waardeoordelen geven over bedrijfsideeën en -formules. Het kleine bedrijfsleven is gebaseerd op nieuwe ideeën en innovatie en als je iets bedacht hebt waaraan behoefte is en dat een gat in de markt vult, ga ervoor en maak anderen jaloers die niet zo innovatief zijn. Ik wil wel even wat aanstippen.

Wat er gebeurde

Onlangs was ik op een netwerkbijeenkomst. Die bijeenkomst was naar locatie en insteek bedoeld als informeel en doel was natuurlijk nieuwe gezichten te leren kennen en hopelijk zakelijk er een beetje wijzer van te worden. Geef het maar toe: daar doet iedereen het voor. Een ander doel was om in die informele setting jezelf te kunnen voorstellen. Jouw bedrijf te presenteren waarop de andere deelnemers met suggesties helpend te kunnen aanvullen. “Toets je nieuwe business-idee!” heet het. Okee. Dat lijkt mij wel wat. Ik ga erheen.

Een grote ronde tafel wordt betrokken, niemand dus aan het hoofd, iedereen is gelijk en je kan iedereen goed zien.

Iemand presenteert zich met het nieuwe idee om een soort fonds te starten als vervangende inkomensbron als je als ondernemer door ziekte onverhoopt een tijdje niet kan werken. Niet werken betekent vaak geen inkomen en dat is onwenselijk. Het fonds zou daarin moeten voorzien. Je opent dan een account op de website waarna je maandelijks geld stort dat dan ook van jou blijft. Bij ziekte kun je dan daarop terugvallen en eventueel aan andere fondsleden een bijdrage vragen om in je maandelijks inkomen te voorzien.
Of zoiets.

Je voelt hem al aankomen. Ik ga vragen stellen, want ik vind het idee, hoe goed bedoeld ook, nogal rudimentair en basaal, vaag en nog niet uitontwikkeld. Gelijk een flipperkast stuiteren er allerlei vragen rond in mijn hoofd. Is dit niet gewoon een verzekering? En zo ja, hoe zit het dan met vergunningen? Wat vindt de fiscus hiervan? Als je geld stort op een aparte rekening dat van jou blijft, dan kan je dat toch ook op een eigen rekening plaatsen? Waarvan leven de beheerders van dat fonds? En ook: als het fonds bedoeld is als safehaven voor ziekte bij ondernemers, bestaat dan niet de kans dat potentiële ziektegevallen als potentiële kostenposten worden gezien, en dus bij voorbaat liefst worden geweerd??

Ik vind dat de belangrijkste vraag. Per slot is het fonds bedoeld als steunfonds voor ondernemers bij ziekte, maar als je die bij voorbaat gaat weren, dan slaat dat het fundament weg van dat fonds. Ik stel de vraag.

Ad hominem

En dan komt het.
Er is geen inhoudelijk antwoord. Komt niet. Wel gelach. Iemand zegt lachend ook nog “Zo de waard is…” Oh jee. Er wordt op de man gespeeld. Een echte ad hominem. Iemand probeert de messenger af te schieten. Het is toch wat. Ik heb voor de zekerheid nog even opgezocht wat de uitdrukking “Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten” betekent en die uitleg vind je hier. Die uitdrukking wordt altijd negatief gebruikt en omvat een waardeoordeel. Kortom: iemand vond het nodig om bij gestelde kritische vragen op de man te spelen.

En daar maak ik mij zorgen om. Kritisch denken mag blijkbaar niet (meer). Je mag blijkbaar niet meer openlijk nadenken, niet meer kritische vragen stellen, niet meer nieuwe business-ideeën toetsen (en dat was de bedoeling) en als je dat wel doet word je afgebrand. Kritisch nadenken is blijkbaar ongewenst geworden. Je kan daarom niet langer onbevangen spreken.

In plaats van toenadering en contacten maken, wordt er een muur geplaatst en ontstaat afstand en verwijdering. Dat is niet de bedoeling van netwerken.

Anders gezegd: de vrijheid waar ondernemers zo prat op gaan wordt ondermijnd. En dat doen ze zelf.

Applausmachines

Daar baal ik van. Gaan netwerkbijeenkomsten die kant op? Ik hoop het niet. Netwerkbijeenkomsten zijn geen kritiekloze landdagen waar de deelnemers als applausmachines braaf mogen opzitten. Heb je een nieuw idee, dan kan je input verwachten. Dat is de bedoeling. Netwerken betekent interactie, prikken, voelen, en ja ook wel een kritisch toetsing van je toppie-joppie idee. Wil je dat niet horen, pak dan een spiegel en hou een gesprek met jezelf zodat je het altijd met jezelf eens bent.

Maar ik, ik wil in alle vrijheid mensen kunnen spreken, ik wil in alle vrijheid kunnen nadenken en in alle vrijheid en zonder last vragen kunnen stellen. Ondernemerschap is vrijheid, maar als die vrijheid beperkt is tot het mogen opdreunen van de gewenste uitspraken en de gewenste handelingen en het vermijden van kritische vragen, dan zal ik mensen die dat idee aanhangen moeten filteren en zelfs moeten vermijden.

Niemand zal mij beperken in mijn vrijheid. En om mijn vrijheid, en die van jou, te beschermen, moet ik iedereen filteren die dat probeert. Die komt dan niet meer verder dan de poort en de portier. Ironisch hé?

Einde rant.

Netwerken is net werken!

Netwerken is net werken. Klik voor groot.

Ik netwerk graag.
Wie? Jij?
Ja, ik. Ik netwerk graag. Ik geef het gewoon toe. Ik vind netwerken leuk. Mensen die mij beter kennen, zijn daar misschien verbaasd over, want het ligt niet echt in mijn aard om zomaar op iemand af te stappen en een conversatie te starten. Maar ik leerde dat gewoon te doen en maar te zien wat er gebeurt. Blijkbaar kan je je aard op zekere hoogte veranderen.

Netwerken is ook echt een kunst. In 2012 zette ik mijn eerste stapjes in de netwerkwereld. Ik kwam terecht in een heel andere omgeving, met mensen die niet in loondienst iets voor elkaar wilden boksen. Mensen die blijkbaar kunstjes kenden om de gesprekspartner te kietelen. Ja joh… er wordt flink wat gekieteld op een netwerkbijeenkomst. En daar stond ik dan.. blanc et bleu met een gedachte van ‘wat nu. Hoe nu verder?’ Met aarzeling stapte ik dan op iemand af, omdat ik die persoon..  ja waarom eigenlijk? Geen idee. Misschien omdat die persoon met zoekende ogen óók blanc et bleu stond te wezen? Zou heel goed kunnen.

En dan?
“Hallo”
“Hallo”
“Wat doe je?” “Ik doe… ” en dan kwam er iets over werk, want het was dus een netwerkbijeenkomst, en dan werd er binnen 3 minuten verplicht een visitekaartje uitgewisseld en zocht je weer de volgende die blanc et bleu stond te zoeken. 

Dat werkte dus niet. Je gaf wel kaartjes weg aan iemand, die je vaak niet meer terug zag. En het ontvangen kaartje borg je dan vaak op schoenmaat op en dat verdween dan onder de radar. Ik leerde in al die jaren – en het is bevestigd in verscheidene cursussen – dat je selectief moet opereren op netwerken. Netwerken is niet het rücksichtlos bespringen van de gesprekspartner om meteen een pitch er in te duwen. Het is meer een sociaal gebeuren, met aftasten, met interesse, met koetjes en kalfjes, en doorvragen op eventuele verborgen hulpvragen waar je misschien van nut kan zijn. Je mag er zelfs lachen, ha ha!

De eenpitter die ik ben heeft doorgaans flink wat tijd nodig om tot zulk inzicht te komen. In de loop der jaren sinds 2012 wierp ik echter mijn blanc et bleu houding af. Hoe was mijn houding in het begin? Ehhhh… krampachtig? Ja, dat is wel een goeie omschrijving, denk ik. Ik wilde “goed” overkomen, maar wat dat precies betekende weet ik nog steeds niet. Ha! Maar ongemerkt leer je andere mensen kennen, je ziet ze overal terugkomen, je voelt kliks, je kent hun achtergronden en wat hun beslommert, je haakt daarop in als er aanleiding is en je schaatst zo beetje door de bijeenkomst heen. Doorgaans ken ik de helft van de deelnemers van eerdere bijeenkomsten, en de andere helft is nieuw. Nieuwe gezichten. Nieuwe mogelijke relaties. Je kan daaraan werken en eventueel nog een bekende relatie erbij betrekken als die in een hulpvraag kan voorzien. Omdat je die bekende relatie kent en weet wat die kan.

Kortom: ik gedraag mij nu net als in de kroeg, met dien verstande dat ik nooit in de kroeg kom. Maar vaak ben ik vrolijk en dat is dan te zien, en soms niet zo vrolijk en dat is dan ook te zien, en anderen vragen dan wat er is. Het is geen nep. Ik zit wat minder op mijn handen, en bijt wat minder op mijn tong. En mijn collectie bevriende relaties wordt steeds groter. En blijkbaar heb ik mij een flink deel van die eerder genoemde kunstjes dus eigen gemaakt.

Ik netwerk graag. Ik vind het leuk. Het is voor mij aftasten en connecten met mensen met wie je klikt. Het moet passen en aansluiten. Vanuit die gedachte maakte ik een werk dat dit verbeeldt. Dat staat hierboven en is te vinden op Werk aan de Muur. Zomaar, binnen een uur bedacht en gemaakt. Inspiratie ligt soms onder je neus.