Ouder spul

Als je met fotografie wilt beginnen, of je wilt uitbreiden, hoef je niet per se naar de nieuwwinkel te rennen om een nieuw toestel te kopen tegen nieuwe prijzen. Doe ik ook niet meer. Als het even kan koop ik tegenwoordig alleen maar ouder spul. Oudere hardware dus. Ik geef het gewoon toe. En dat is niet omdat ik zo armlastig ben dat ik geen nieuwe hardware kan veroorloven (wel hoor), maar ik vind dat ouder en tweedehands hardware dat verder normaal en goed functioneert, een tweede leven verdient en niet zomaar op de afvalberg moet verdwijnen. Een ideëel motief dus: Ik ben een groot voorstander van de circulaire economie. Hergebruik dus. Niet vervangen en weg mieteren, maar opnieuw inzetten. Het was ooit toch goed werkend spul? Als er geen gekke dingen mee is gebeurd, is het nu ook goed werkend spul.

En als je nieuwe hardware koopt is het over een of twee jaar ook een of twee jaar ouder. Maar je betaalt je wel scheel aan de nieuwprijs. Mijn 5D Mark 2 blijf ik gewoon houden en gebruiken, en mijn Nikon D3100 verlaat mijn huis ook niet. Goed spul. Wel op leeftijd. Maar goed spul.

Ik durf zelfs wel te zeggen dat ik er dol op ben. Het werkt goed en het kost een fractie van de winkelprijs, dus ik ben een dief van mijn eigen portemonnee als een winkel mij laat bloeden voor iets wat ik elders veel goedkoper kan krijgen. Maar het moet wel schoon zijn en het moet goed werken. Dat vereist een strengere selectie.

Als ik even nakijk wat ik ooit in de “ramsj” heb aangeschaft, is dat een 300 mm objectief in 2014, toen even niets en in 2017 twee Canon Speedlite 430 EX flitsers, twee Canon EF 50 mm f/1.8 objectieven, een schoonmaaksetje, en een Canon EF 28-80 mm f/3.5 kitlens. Die laatste vond ik op een rommelmarkt voor het luttele bedrag van 15 euro. Vijftien euro ja. Dat was dus het objectief, met een UV filter en lensdop.

Rommelmarkten

Nu laat ik objectieven op rommelmarkten altijd liggen. Ik kijk er niet eens naar, vanwege de onoordeelkundige behandeling die ze doorgaans hebben ondergaan. Ik vraag mij ook af wat er met die objectieven gebeurt. Liggen ze eerst jarenlang in een doos op zolder stof te vangen voordat ze meegegeven worden? Worden ze steeds weer in een doos gesmeten voor een volgende display op een andere markt? Je kunt er in elk geval geen foto’s mee maken. Er zit meestal een lading stof op het glaswerk. Ze staan ook gewoon rechtop op de kraam, soms met de front omhoog, soms met de kont. Er zitten soms krassen op. De buitenkant ziet er soms ook niet florissant uit. Rommelmarkten en objectieven is een eurokwijtraaksysteem waar niemand wijzer van wordt, behalve dan de kraamhouder die de argeloze bezoeker wat grijpstuivers afhandig maakt. NMP. Niet Mijn Probleem. Ik laat ze gewoon liggen. Overigens was ik op een rommelmarkt om lensdoppen te zoeken. Die vond ik ook wel maar de onverlate verkoper wilde mij daarvoor 2 euro per stuk laten bloeden en ik had 20 of 50 cent(!) per stuk in gedachten. Doorgelopen dus.

Een Canon EF 28-80 mm f/3.5. Niet wereldschokkend, maar schoon en met UV filter voor 15 euro op een rommelmarkt… mja okee, leuk voor de heb.

Maar dit objectiefje was anders. Het stond rechtop en er zat een lensdop op. Daaronder zat schoon glaswerk. De mount, de kont dus, had geen dop, maar was eveneens schoon. Het objectief was voorzien van autofocus en manuele focus, en bij het draaien hoorde en voelde ik niets wat duidde op frictie en defecten. Vijftien euro…. Twijfel of ik mijn principe zou laten varen. Ik heb hem aangeschaft als aardig hebbedingetje voor locaties, waar ik niet met al te duur spul wil rondstappen.

Is de Canon EF 28-80 mm f/3.5 een goed objectief? Gaat wel. Het was ooit een kitlens die meegeleverd wordt met een body. Verwacht er dus geen wonderen van. Simpel dingetje, die ik in privé heb gekocht en ook in privé zal gebruiken, want voor zakelijke opdrachten is het “te weinig”. Ik wil niet dat mijn klanten mij met dat dingetje aan de slag zien. Dat dan weer niet,  haha 🙂

 

Wees kritisch

Maar wil je eens iets met fotografie gaan doen, of je wilt uitbreiden, en je wilt niet te veel betalen, laat je licht dan eens schijnen op de occasions en de tweedehandsjes. En wees kritisch. Fotowinkels hebben in de loop van het voorjaar steeds meer occasions in de aanbieding: mensen willen op vakantie, gaan boeken en hé, zullen we ook een nieuwe camera kopen? En de goede oudere wordt dan ingeruild…. terwijl er niks mis mee is.  Sommige winkels hebben hele vitrines met occasions staan, met alle merken en types, body’s, flitsers, objectieven, statieven, filters, en wat al niet meer. Door eerdere gebruikers vervangen en klaar voor hergebruik. Als ik in een winkel ben, kijk ik altijd of een een occasionvitrine is, en zo ja, wat daar dan in staat.

Kijk anders ook online: Cameranu.nl heeft doorgaans een ruime collectie, net als Kamera-express.nl, of Cameraland.nl, Calumet, Konijnenberg.  Een snelle Google levert een berg online winkels op waar je goedkoop met garantie kunt shoppen. Alle bestellingen worden doorgaans de volgende werkdag aan huis geleverd.

Daar haal ik mijn spulletjes ook vandaan. Goedkoop en goed hergebruik. Zonder gedoe.

Marketing: de vraag- en aanbodeconomie

Ik leer mij al een tijdje wat marketing aan. Per slot heb je een product dat iets moet opleveren. Daar doe je het toch voor. Als je een product maakt dat je vervolgens op zolder legt, kun je het net zo goed laten. Marketing dus. Je maakt iets, probeer dus afzet te genereren.

Fast rewind naar de trein vanmorgen, op weg naar een fotoshoot in Driebergen. Ik kom de trein in en neem plaats. Schuin tegenover mij, aan de ander kant van het pad, zit een niet onaantrekkelijk jong meisje. Okee, het was gewoon een mooi meisje. Ongeveer 20 jaar denk ik. Ik ging niet loeren om geen onrust te wekken, maar ik zag in een flits wel schouderlang blond haar. Blauwe ogen. Lichtblauwe jeans. Witte sneakers, met daarin witte sokjes. Een kartonnen beker met Starbucks koffie in het schattige rechterhandje. Natuurlijk een smartphone in het schattige linkerhandje. Niks mis mee. Mijn eerste reactie was wel: “goh, die zou ik wel eens voor de lens willen hebben.”

Meteen daarop volgde een train of thoughts. Ik vroeg mij wat er zou gebeuren als je dat haar zou vragen. De meest waarschijnlijke reactie zou zijn dat ze geen behoefte aan foto’s had. Natuurlijk. Als ze die behoefte wél had, had ze daarin al lang voorzien door die te laten maken. Dus die vraag zou afketsen. Geen vraag van haar kant.

vraag en aanbod
Vraag en aanbod

Ik peinsde daarover door. Ik heb een aanbod en een product, maar zij heeft dan geen vraag, dus die match is er dan niet. Ik ben geen econoom gelukkig, maar ik weet nog van school dat er twee verschillende visies, twee fundamenteel verschillende benaderingen, zijn in de economie. Een benadering is dat je kan wachten tot iemand met een bepaalde behoefte zich meldt die jouw product wil hebben. Een economie gebaseerd op vraag. Iemand wil iets wat jij kan leveren. Een andere visie is dat je de potentiële klant gaat bewerken met reclame en aanbiedingen en die geest gaat framen om een behoefte te creëren (“je hebt dit nodig want anders ben je een sukkel”). Die behoefte ontstaat dan niet uit zichzelf (mijn koffiezetter is kapot, dus ik moet een andere kopen), maar wordt opgewekt door prikkels zodat je een nieuwe gaat aanschaffen ook al heb je feitelijk geen nieuwe nodig (je hebt een prima koffiezetter, maar de nieuwe rode versie is nog sneller en nog beter, en nog lekkerder, helemaal waanzinnig, dus die moet je hebben want anders is je leven niet compleet). Dat is dan de aanbodeconomie, die gewoon een product verzint en maakt, en dan de behoefte en markt met marketing erbij creëert. Vraageconomie versus aanbodeconomie. Ik laat het aan de lezer om te beoordelen wat het beste is.

Toen realiseerde ik mij dat in de marketingcursussen die ik volg, de vraageconomie nagenoeg geen rol speelt. De vraag of een behoefte bij de potentiële klant al uit zichzelf ontstaat, komt helemaal niet aan de orde. Nee, er wordt nogal eens gepord om koude acquisitie te doen. Dat is gewoon bellen om je product onder de aandacht te brengen. Maar dat wil ik niet, omdat ik vind dat de telefoon ongeveer het laatste medium is waar je niet wordt lastig gevallen door verkopers. Het is ook niet voor niets dat 75% van de Nederlanders in het bel-me-niet register staat. In een eerdere blog schreef ik daar al over. Er is ook een overheersende nadruk op presentatie, op beweging, op taal, op houding, alles is gericht op het framen van de potentiële klant om een behoefte op te wekken. Niet om een al bestaande behoefte te vervullen, nee, alleen om die op te wekken en die daarna te vervullen. Anders gezegd, je bent dan vooral bezig om iemand op te zadelen met iets wat hij misschien eigenlijk niet nodig heeft, maar waar hij later wel mee zit opgescheept. Je bent vooral met jezelf bezig, niet met die persoon. Opnieuw, ik laat het aan de lezer om te beoordelen wat het beste is.

Ik heb die eenzijdigheid wel eens aangekaart. En de reactie daarop? Onbegrip. Grote glazige ogen, alsof je iets in een vreemde taal zegt. Het concept van een vraageconomie, het idee van het vervullen  van een reeds bestaande behoefte, de notie van het vrijwillig achterwege laten van marketingtechnieken om de burger met rust te laten, is blijkbaar zo wereldvreemd (geworden) dat het idee alleen al volkomen aan de marketeers voorbij gaat, laat staan dat de achterliggende motivering goed landt. Die marketeers denken vooral en alleen aan het maken en pushen van een product zonder enig besef dat iemand wel eens géén potentiële klant wil zijn. Dat zo iemand doorgaans gewoon met rust wil worden gelaten, is voor marketeers een brug te ver.

Natuurlijk wil je wat verdienen met je product. Daar doe je het voor. Ik ben echter niet van plan om iedereen die ik tegenkom vogelvrij te verklaren en mentaal te bespringen om mijn product aan te prijzen. Net zoals ik vaak met rust wil worden gelaten, verwacht ik dat anderen doorgaans ook met rust willen worden gelaten. En daarom richt ik mij vooral op het detecteren van een ontwikkelde behoefte en niet op het genereren van een behoefte. Ja, dat heeft financiële consequenties, maar geeft wel heel veel meer voldoening.

En nee, ik heb niet dat meisje in de trein besprongen om een fotoshoot aan te prijzen.