Hoe zit dat met scherpe schaduwen?

Ik loop vaak rond met een camera. Eigenlijk altijd. Voor de grap zeg ik wel eens dat er maar twee momenten zijn dat ik geen camera bij mij heb, en die zijn als ik slaap of onder de douche sta. En verder klopt het wel. Mensen zien mij dus nogal eens buiten met een camera rondstappen en soms zeggen ze het befaamde “Nou, het is mooi zonnig weer om mooie foto’s te maken!” En dan bijt ik op mijn lippen om niet te bijdehand te zijn. Eigenlijk wil ik helemaal geen zon als ik buiten fotografeer. Eigenlijk wil ik “gewoon” wolken. Felle zon levert scherpe schaduwen op. Dan kun je helemaal geen mooie foto’s maken. En eigenlijk wil ik dat gewoon zeggen. Maar dat laat ik maar zitten haha 🙂

Scherpe schaduwen krijg je namelijk als er een enorme puist licht onbelemmerd en van een richting op het onderwerp valt. En aangezien licht zich in een rechte lijn voortplant krijg je in zo’n situatie dus een onderwerp dat aan een kant fel verlicht is, de andere kant helemaal donker is, met daar tussenin een vlijmscherpe schaduwrand. Dat wil je doorgaans niet, tenzij je natuurlijk zo’n baanbrekende albumhoes als die van With The Beatles wil maken 🙂

Probeer het zelf maar eens. Pak eens een lamp of een led-zaklantaarn (die bundelt en straalt zo lekker) en richt die op een plat oppervlak. Hou je hand dan vlak voor het oppervlak en je krijgt dan een schaduw met messcherpe randen. Beweeg je hand van het oppervlak weg en de schaduwranden wordt vager (diffuser) door de verstrooiing van het licht.

Dat gebeurt dus ook met de zon. Hoewel de zon ENORM is (de diameter is 109 maal die van de Aarde en er passen een miljoen Aardes in) staat hij vanwege de afstand van 150 miljoen kilometer toch tamelijk klein aan de hemel. En een kleine lichtbron (dus ook de felle zon op afstand) geeft harde schaduwen en scherpe randen.

Mooi gezegd, dus ik plaats wat voorbeelden. Geen mensenportretten, want felle zon van boven werpt vaak een schaduw net onder de ogen zodat dan het lijkt als de persoon wallen ter grootte van de Afsluitdijk hebben. Bovendien gaan mensen in fel zonlicht vaak knijpen met de ogen en dat ziet er ook niet florissant uit. Dat wil ik ze niet aandoen. Dus ik pak wat bloemenfoto’s die ik zowel in felle zon had gefotografeerd en een dag later met bewolking. Bovendien: bloemen hebben geen idee van de AVG en zullen ook niet protesteren als hun beeltenis gebruikt wordt.

Dit zijn twee foto’s van blauwe druifjes. Op twee dagen gefotografeerd waarbij de eerste dag de zon fel scheen en het op de tweede dag bewolkt was. Vergelijk eens. Welke foto vind je mooier?

 

Ik hoop dat je de tweede kiest. De eerste foto is knalhard, harde kleuren, harde schaduwen, helemaal niet lievig en zacht zoals op de tweede foto. Maar het is wel dezelfde bloem. Dezelfde zon. En op de tweede foto met een wolkendek die de zon afschermt.

En dat is de reden waarom ik voor buitenfotografie het liefst bewolking heb.  Die wolkenlaag verstrooit het licht en zorgt voor meer egale belichting, weinig of geen schaduwen en meer zachte pastelkleuren. Het komt dan allemaal mooier op de foto.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

 

 

Bijsnijden van een foto

Soms moet ik wel eens foto’s bijsnijden. Nee, dat is niet waar. Ik snijd regelmatig bij, om afleidende zaken in een foto met harde hand weg te krijgen, als ik die niet in Photoshop kan wegmoffelen. Ik streef er namelijk naar elke foto “in-camera” al helemaal goed te hebben, maar soms vind ik de compositie achteraf toch niet zo goed, of vind ik dat een element in beeld bij nader inzien afleidt en beter weg kan zijn. Dan zet ik het mes in de foto, en huppetee, weg is het probleem. Maar ik snij wel met mate.

Dat snijden kun je niet onbeperkt doen. Je bent wel bezig in een digitale foto met meestal flink wat pixels, maar uiteindelijk ga je het zien. Wat je precies doet is namelijk pixels wegsnijden. Ga je daarna de foto weer opblazen naar bijvoorbeeld het oorspronkelijke formaat, dan vergroot je de pixels. Snijd je veel pixels weg, dan zal je de foto misschien meer moet vergroten en dan zie je de aanwezigheid van pixels zichtbaar opduiken. En binnen Photoshop kun je ook andere processen aanroepen om te vergroten, zie schermafbeelding, maar die processen maken je foto ook niet vrolijker. Ik zie dan juist meer kriebels, flubbers en kleurspikkels opduiken.

Dan krijg je dit

Als voorbeeld neem ik een foto van de maan die ik in april 2018 maakte. De setup was gewoon in de huiskamer: statief met daarop een Canon 5D Mark 2 en een 24-105 mm F/4 objectief. Mijn oude vertrouwde Canon 5D Mark 2 (jaaaa, het is een ouwetje, maar hij was goed toen en is goed nu. Lees deze blog dan!) Heeft een resolutie van 5616×3744 pixels, dus zeg 21,1 Megapixel (5616 x 3744 – 21026304). Lekker hoog dus, daar kan je in normaal gebruik wel mee vooruit, zolang het maar niet te klein is en er veel beeld om het object heen zit.

Eerst maar de oorspronkelijke foto, met wat lichte bewerking. De maan aan een onbewolkte zwarte hemel. Maar hij is wel heel klein. Er zijn geen afleidende zaken in beeld, maar toch, dit is te klein. Dat kan niet.

Nabewerking

Ik ga de foto bewerken. Ik snijd wat zwart weg en vergroot de foto naar de oorspronkelijke maten. Ik doe een beetje witbalans en pep de kleur wat op. Iets scherper gezet. Verder niets. Dit komt eruit. Ik vind het wel een grappig beeld, dat zich boven verwachting ontwikkelt. Om criticasters voor te zijn: deze foto is niets vergeleken met de prachtfoto’s die ik wel eens zie met close-ups, grote kraters, bergkammen, en -ruggen, schaduwpartijen. Dit is alleen maar een rond bolletje dat voor de helft verlicht is. Precies op de terminator (de scheidslijn tussen licht en schaduw) zijn meer details zichtbaar. Ik ben tevreden met dit resultaat, omdat ik op het punt stond naar bed te gaan en toen de felle maan zag. Aangezien je die zomaar niet kan bestellen werd het slapen even uitgesteld, statief gepakt, camera er op, uitrichten en schieten maar. Ik zat lekker impromptu te schieten achter het raam. Maar verder is dit plaatje alleen geschikt als decoratie bij een artikel of een blog zoals deze. De foto blijft verder hangen op de harde schijf.

Opblazen

Voor de strekking van deze blog besluit ik deze foto verder op te blazen naar onredelijke proporties.

Ik snijd daarvoor het merendeel van de foto. Kijk eens naar de oorspronkelijke foto, en vergelijk eens met deze. Deze uitsnede blies ik weer op naar 5616 x 3744 pixels en exporteerde dat weer naar 1200 x 800 pixels voor de upload. Daar kwam deze uitsnede uit.
Je ziet nu dat details wel zichtbaar zijn, maar lang niet zo scherp als je zou willen, ongewenste artefacten worden zichtbaar. Dat komt omdat de pixels opgeblazen zijn. Scherpte verdwijnt, details verdwijnen en er komen hier en daar rare streepjes en randjes in beeld.

 

De messcherpe maanfoto’s die je wel eens ziet, zijn ook helemaal niet genomen met een objectief op 105 mm, maar met een objectief met een bereik van minstens 600 mm.

Moraal:

De moraal van het van het verhaal is dus:
schiet zoveel mogelijk “in-camera”, zodat de ruwe foto al grotendeels compleet is. Als je dan toch wilt/moet bijsnijden om de foto te verbeteren, snij dan niet te veel weg, tenzij je er van af ziet om de foto weer daarna te vergroten. Een foto is wel digitaal, maar je kan er niet alles mee doen.

 

Tussenringen en wat kan je ermee

De nieuw aangeschafte tussenringen, samen met een mooi opberghulsje, twee doppen en de verpakking

Nu de lente is begonnen, is het ook weer tijd voor macrofotografie. Ja okee, dat kan je natuurlijk heel het jaar doen, maar juist in de lente gaat alles weer piepklein bloeien en kruipen, en als daar je interesses liggen, pak dan een macro-objectief om alles groot vast te leggen. Maar wat als je nog groter wilt? Tussenringen!

Wat is een tussenring?

Een tussenring is niet meer dan een holle ring die je tussen de camerabody en het objectief plaatst. Ja, een tussenring is hol, er zit geen glaswerk in. Het enige verschil is dat het objectief verder van de sensor wordt geplaatst en waardoor je dichter op je object kan kruipen. De scherpstelafstand van het objectief wordt korter, en het object wordt dus groter.

Een kogeldistel met een macro-objectief gefotografeerd

Een goed macro-objectief hoort 1:1 te fotograferen, wat betekent dat het object op ware grootte op de sensor wordt geprojecteerd. Je hebt ook ook objectieven die dat niet doen: mijn 24-105 mm zoomobjectief gaat niet verder dan 1:4, ondanks het snorkende woord “macro” op de huls. Het resultaat in de praktijk is een afbeelding die slechts 25% van de ware grootte weergeeft. Mijn Tamron 90 mm macro-objectief haalt die 1:1 verhouding wel, en met dat objectief speel ik altijd als ik iets kleins wil fotograferen.  Deze kogeldistel fotografeerde ik met een Tamron 90 mm macro-objectief en daar kwam dit werkje uit.

Maar met tussenringen kan je nog dichter op je onderwerp kruipen waardoor het object nog groter wordt.

Ik maakte voor deze blog als voorbeeld twee foto’s van piepkleine blauwe druifjes in de tuin. De lente was net uitgebroken en kleiner dan klein kon ik ze niet vinden, maar ze staan er. De eerste foto maakte ik met de “kale” Tamron 90 mm macro, de tweede foto met drie tussenringen, die respectievelijk 12mm, 20 mm en 36 mm diep zijn. Ik verlengde het brandpunt dus met 68 mm. Verder heb ik de overige omstandigheden zo veel mogelijk gelijk gehouden. Ik nam bij beide foto’s zoveel mogelijk dezelfde positie aan: op de knieën, en dan even ver van de druifjes hangen, zodat de vergroting niet door mijn positie en houding kwam, maar door de ringen.

 

Je ziet dat de tweede foto “meer” macro is geworden. Er is meer te zien. De bloem is groter op de sensor gekomen en vult meer van het beeld.

Formule

En die vergroting kan je berekenen met de volgende formule:

vergrotingsfactor objectief + (mm tussenring / brandpuntsafstand).

Dat klinkt nogal abstract, dus ik geef een voorbeeld met mijn 90 mm macro-objectief en 68 mm aan tussenringen.

Mijn Tamron 90 mm macro vergroot 1:1. Hij projecteert op ware grootte op de sensor.

Met een 12 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (12/90) = 1,0 + 0,13 = 1,13 x
Met een 20 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (20/90) = 1,0 + 0,22 = 1,22 x
Met een 36 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (36/90) = 1,0 + 0,40 = 1,40 x

En alles achter elkaar geplaatst maakt dus: 1,0 + (68/90) = 1,0 + 0,75 = 1,75 x

Voor de aardigheid heb ik de ringen ook nog eens geplaatst tussen de body en mijn 24-105 mm objectief, en toen kreeg ik dit. Het objectief zette ik op 105 mm. Zie je het verschil?

Dezelfde bloem, op 105 mm gefotografeerd, met tussenringen

Nagenoeg niks. Nagenoeg nada. Nagenoeg noppes.
Waarom?

Omdat het gebruikte objectief in de macrostand een vergroting heeft van 1:4, waardoor het object slechts 1/4 zo groot op de sensor valt (nee, ik zeg niet 4x zo klein, want dat is taalkundig gewoon fout ;).

De formule voor dit objectief met alle tussenringen erbij wordt dan
0,25 + (68/105) = 0,25 + 0,65 = 0,90 x. Pom, pom pom… en dat is eigenlijk een negatieve vergrotingsfactor. Hieruit blijkt dat tussenringen niet zaligmakend zijn.  Ze zijn ook sec bedoeld voor macro-objectieven. Ik klik de tussenringen dus aan mijn macro-objectief die standaard 1:1 vergroot, waarop dan de vergroting met de tussenringen bovenop komt. Zou ik een macro-objectief hebben die 2:1 projecteert, dan is de vergroting nog groter.

Voor macrofotografie zijn tussenringen heel handig. Ze zijn licht en handelbaar, hebben geen glaswerk en gaan niet zo snel kapot. Houd er in het gebruik wel rekening mee dat de scherptediepte kleiner wordt. Het brandpuntafstand wordt immers verlengd. Dat betekent dat het onderwerp vaak niet in zijn geheel scherp op de foto komt. Dat gegeven kan je gebruiken om juist dát ene object in de foto te benadrukken, en de rest wat minder. Zie de foto’s hierboven. Schakel dus over op manuele focus, om echt heel precies scherp te stellen, want de autofocus wil nog wel eens misgokken. En dan nog is het meer dan eens schieten. Gebruik bij voorkeur een statief, want fotograferen op de knieën zoals hierboven is een ongebruikelijke en ongemakkelijke positie die na een paar minuten al pijnlijk is.  Het kost als snel meer moeite om de camera genoeg stil te houden voor een aanvaardbare foto. Een statief is dus wenselijk.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Haaa, die lente!

“Als de lente kommmmtttt, dan stuur ik…”

mijzelf het liefst naar buiten!

Jawel! Het is eindelijk lente! Deze blog lag al even klaar in februari, maar toen kwam eind februari ineens die flap winterse/polaire/arctische/Siberische (doorhalen wat niet van toepassing is) vrieskou over ons heen. Alle ontluikende natuur stond in een keer stil, bloemen trokken zich als het ware terug in de grond, vorst, sneeuw, ijs… dus ja, dan ga je niet opgewekt kakelen over een lente die niet in velden of wegen te bekennen is. De lente hort en stoot nu, maar die is echt onderweg en hier zijn wat tips om straks lekker buiten bezig te zijn met je camera.

1. Kleed je goed aan! De lente mag zich wel aandienen, maar dat wil niet zeggen dat het meteen warm en behaaglijk is. Zeker eind februari en maart wordt het vaak nog behoorlijk koud en kan het ook nog wel sneeuwen. En je bent waarschijnlijk langer dan tien minuten buiten.

2. Let ook goed op je apparatuur. Het voorjaar staat bekend om zijn drogere periode. Februari is gemiddeld zelfs de droogste maand van het jaar. Die drogere periode duurt nogal eens tot half juni waarna het weer in een klap omslaat en de zomermoessons beginnen. Het wil niet zeggen dat het in het voorjaar nooit regent. Bereid je dus voor! Een camera is wel bestand tegen spatwater zoals een beetje regen, maar je kan er niet mee onder de douche. Bescherm je spullen! Als het regent, bescherm je camera onder de jas of neem een camerahoes mee. Dat is een doorzichtige regenjas waarin je de camera kan inpakken. Die regenjas is transparant zodat je wel op het display kan kijken. Verder heeft het een opening om daar het objectief doorheen te steken. Ik vind zo’n hoes niet zo handig. Het is wel functioneel. En soms heb je hem nodig.

3. Neem ook altijd een extra batterij mee. In koud weer lopen batterijen sneller leeg, en niets is zo frustrerend om ineens een lege batterij in de camera te hebben. Stop een volle batterij in de broekzak of elders op het lichaam, zodat die warm blijft

4. Neem een macro-objectief mee, als je dat hebt. Wanneer het echt lente is geworden – zeg maar vanaf april – ontluikt het leven. Ontluikend leven begint klein: steeds meer kleine bloempjes duiken op, kleine beestjes gaan rondkruipen, en met een macro-objectief maak je dat leven zichtbaar. Je ziet echt meer met een macro.

 

5. Neem ook een polarisatiefilter mee. Een polarisatiefilter is net als een polaroid zonnebril,  het haalt schittering weg en maakt daarmee dingen zichtbaar die anders onzichtbaar bleven. En wat een polarisatiefilter doet lees je hier en hier. Een polarisatiefilter is overigens niet gebonden aan een bepaald seizoen. Alleen in de winter ligt hij bij mij in de kast: dan heb ik hem echt te weinig nodig om altijd mee te slepen.

6. Trek rustige kleding aan. Dat is geen grap. Geen rode broek, geen wapperende blouses en andere zaken die de aandacht trekken. Dieren zien je echt al van ver aankomen. Zo probeerde ik ooit vlinders in de vlinderstruik te fotograferen, terwijl ik een rode broek droeg. Doe maar niet. Ik zag de vlinder steeds in alarmstand gaan en wegvliegen en pas weer terugkomen nadat ik mij had terug getrokken. Dat gebeurde een paar keer en dat was een kleine strijd wie dit zou winnen. De vlinder won.

7. Ga  eens op tuinsafari als je een tuin met groen hebt! Je hoeft echt niet ver te gaan om iets te vinden. In de gewone achtertuin gebeurt van alles. Je ziet het niet meteen, maar het krioelt er echt van het kleine leven. Op de grond, onder de bladeren, aan takjes, bloesem. Deze hommel vloog net op toen ik afdrukte en ik kreeg hem echt per ongeluk op de foto. Bij de buren is het gras echt niet altijd groener. Achterdeur uit en je bent er. En de volgende keer wil ik die hommel echt beter op de foto…

8. Neem de tijd. Overval de omgeving niet met je aanwezigheid. Alle dieren zien je dan als een gevaar en houden zich schuil. Ga zitten en beweeg met mate. Als de omgeving eenmaal aan je gewend is, komen de dieren in beweging en dan zie je echt van alles om je heen gebeuren.

9. Zorg voor schaduw. Dat heeft niet zo zeer met de lente te maken, maar meer met de techniek. Een felle lentezon is natuurlijk fijn en warm, maar geeft wel messcherpe schaduwen en harde beelden. Dat wil je niet in de lente. Als je fotografeert, doe dat het liefst in de schaduw: het licht is dan zachter en meer diffuus, de schaduwen en de kleuren zijn zachter. Natuurlijk heb je schaduw niet op afroep beschikbaar en soms is de enige schaduw die van jezelf. Gebruik die dan. Ga met je rug naar de zon staan en probeer jouw schaduw over jouw onderwerp te laten vallen. De foto komt er veel beter uit.

Je hoeft je natuurlijk hier niet allemaal aan te houden. Als het mooi rustig weer is, grijp dan je camera en loop dan gewoon naar buiten. Dat is geen probleem. Maar als de wolkjes regen voorspellen en/of de media roezemoezen van iets “dat er aan komt”  bereid je dan iets beter voor om ongelukjes onderweg te voorkomen.

Happy shooting! 

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Denk aan je camera met kou!

Ooit meegemaakt dat de ramen besloegen bij nat weer? Of dat de bril ineens matglas werd bij het betreden van een warme vochtige ruimte? Dat komt door het relatieve temperatuurverschil tussen warmte en kou, waardoor vocht condenseert op koudere oppervlakten. Dat kan dus ook met een koude camera gebeuren en heeft serieuze, misschien wel fatale consequenties. Vermijd een beslagen camera!

beslagen filter

Dat condenseren heeft te maken met het beginsel van Watt:

Dit beginsel houdt in dat indien een stof zich in zowel vloeibare als gasvormige toestand in een afgesloten ruimte bevindt, de druk in die ruimte wordt bepaald door de laagste temperatuur die in de ruimte heerst, en alle vloeistof uiteindelijk (via verdamping en condensatie) op de desbetreffende plaats zal worden geaccumuleerd. (bron)

Anders gezegd: vocht in de ruimte zal condenseren en zich verzamelen op die oppervlakte in de ruimte die het koudst is. Vandaar dat ramen beslaan, want die staan in contact met de kou buiten en zijn zelf ook koud. Vandaar dat brillen beslaan want die zijn vaak koud als je van buiten komt. Vandaar dat glazen met ijs- en ijskoude dranken beslaan: dat glas is een ijskoude vochtmagneet.

Datzelfde heb je dus ook met een camera. Als je buiten in de kou aan de slag bent geweest, is de camera ook door en door koud. Dat is buiten nog prima: het apparaat blijft over het algemeen wel werken, hoewel de batterij door de kou sneller kan leeglopen. Maar zo gauw je binnen komt, waar het warmer en vochtiger is, slaat het vocht neer op en misschien in de camera.

Water in de camera is de dood in de pot! Het serieuze gevaar bestaat dat elektronische componenten vochtig worden en kortsluiting veroorzaken. De batterij kan kortsluiting geven, net als het geheugenkaartje met al die contactpunten.

Dus tip, tip, TIP:
Voorkom ellende door vlak voor binnenkomst in een warmere ruimte de camera definitief uit te zetten. Verpak deze dan in een droge plastic zak om het vocht weg te houden, want anders zal vocht meteen bij binnenkomst neerslaan op de camera. Doe dan niets met de camera, leg hem weg, en laat de camera rustig een paar uur opwarmen voordat je de foto’s naar de computer overzet.

Op de foto hierboven zie je wat voor risico ik ooit nam, door vanuit de koude buitenlucht de tropische kas van de Hortus Botanicus binnen te stappen. Warm en vochtig. De camera bleef gewoon werken gelukkig, maar de meeste foto’s kon ik wegmieteren. Niets mee te doen.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Hoe voorkom ik onscherpe foto’s?

Iedereen die wel eens fotografeert, krijgt er mee te maken. Onscherpe foto’s! Mooie omgeving, blaadjes op de achtergrond superscherp, de mooie ogen van je onderwerp wazig. Bewegingsonscherpte van je onderwerp. Bewegingsonscherpte van de fotograaf. Super irritant. Dat wil je niet.

Wat jammer nou!

Hoe kan je dat nou voorkomen? Maak je geen zorgen: onscherpe foto’s zul je altijd houden. Bij elke shoot die ik doe vallen er ook altijd wel een stel foto’s af die bij nader inzien het toch niet halen. Dat is voor mij een gegeven. Je kan vooraf het risico op onscherpe foto’s wel verminderen met de volgende tips.

  1. Haal de camera van de groene stand af.
    Dat is de automatische stand. Erg handig, maar je geeft wel de controle af aan de camera. Je kan dan niets meer instellen. Je hoeft alleen nog maar het knopje in te drukken en de camera doet de rest. En de camera kan wel eens een andere beslissing nemen. Dus weg met de groene stand. Zet de camera op Tv of op Av, zodat je grip hebt op respectievelijk de sluitertijd of het diafragma. Geen idee wat ik bedoel? Lees hier de blog waarin de betekenis van Tv en Av wordt verklaard.
  2. Stel je camera goed in!
    In de Instellingen van de camera kan je regelen waarop de camera scherp stelt. Als je in de zoeker kijkt en je drukt de sluiterknop half in, zal de camera met autofocus scherpstellen, als dat natuurlijk aanwezig en ingeschakeld is. Die scherpstelling is in de zoeker te zien met oplichtende stipjes. Die stipjes geven aan waarop is scherpgesteld. Soms zijn het er heel veel (zelfs allemaal), soms is het er een. Ik heb mijn camera ingesteld op het middelste scherpstelpunt: daarop stelt de camera scherp in en niets anders. Na het half indrukken van de sluiterknop kadreer ik, en bepaal ik de compositie. Ik ben dat zo gewend. Ik heb ook geprobeerd mij iets anders aan te leren, maar ik kwam steeds terug op deze instelling. Het werkt voor mij.
  3. De juiste focus modus
    Elke camera heeft drie focusinstellingen. Single-shot focus, continu focus, en automatische focus. Controleer de instellingen met de handleiding van je camera. Single Shot focus is bedoeld voor stilstaande objecten, continu focus laat de camera bewegende objecten volgen en de automatische focus laat de camera oordelen wat het onderwerp is om op te focussen. Dat kan wel eens anders zijn dan je wilt. Zelf heb ik het niet op camera’s die eigenwijs alle kanten opvliegen, dus ik heb single-shot focus, stelt scherp op mijn onderwerp (zie punt 2) en druk af.
  4. Stel de zoeker scherp
    Zonder autofocus zelf scherpstellen is prima maar dan moet je wel goede ogen hebben! Bedenk dat de zoeker en sensor twee verschillende dingen zijn, en ook onafhankelijk van elkaar werken. De sensor kan misschien wel een scherp beeld zien, maar als de zoeker geen scherp beeld geeft (nooit een scherp beeld geeft), weet je dat niet.

    vage libel
    Een alsnog afgekeurde foto van een libel.

    Pas de zoeker dan aan. Naast de zoeker zit vaak een draaiwieltje. Daarmee kan je de zoeker scherp stellen. Als de zoeker geen scherp beeld geeft, kan je draaien aan je objectief wat je wilt en dan moet je maar afwachten wat er uitkomt. Daar heb ik mij ook wel eens in vergist.

  5. Neem een stabiele positie aan
    Zeker met een zwaardere camera (mijn Canon 5D mark 2 en Canon 6D met een 24-105 mm objectief kunnen elk 1,5 kilo zijn) moet je tillen. Ga daarvoor stabiel staan. Een been iets naar achteren geplaatst, met de voet iets dwars, en het andere been (het standbeen waar je op staat) als steun wat naar voren. Gebruik de hand van een arm om het objectief te richten en te stabiliseren; je legt het objectief als het ware in die hand. Met andere hand druk je de sluiterknop in. Belangrijk: Druk de ellebogen in de zij, zodat de armen en dus de camera minder bewegingsruimte hebben.
  6. Neem de tijd om een foto te maken
    Ja, ik weet het: soms is die tijd er gewoon niet en soms wil je meteen schieten zodat je meteen tenminste iets hebt. De Apollo XI astronauten in 1969 pakten ook als eerste maanbezoekers ooit eerst een steen van de maan zodat ze die tenminste al hadden mochten ze onverhoopt meteen weer moeten vertrekken. Maar fotografie is ook moeilijk 😉 Meteen schieten is vaak goedkoop en duurkoop: later blijkt dat er meer in de foto had gezeten als je iets meer tijd had genomen. Doe dat dan ook. Neem de tijd voor een foto: beoordeel een locatie, ga stevig staan, houd de camera goed en rustig vast en druk af. Sommige fotografen houden zelfs hun adem in bij het afdrukken, om onbewuste bewegingen te voorkomen.
  7. Te lange sluitertijd voor een paard dat op commando kon steigeren. 1/60 seconde, f/4, ISO 800

    Hou je sluitertijd niet te lang
    Een sluitertijd van 1/60 seconde is niet per se genoeg. Per situatie moet je de sluitertijd beoordelen. Een raceauto is iets anders dan een fietser. Maar let ook op de vuistregel: de sluitertijd is het best omgekeerd evenredig aan het brandpuntsafstand. Dus als je een brandpuntsafstand heb van 250 mm, kan je beter een sluitertijd van 1/250 seconde hebben, zodat ook verder gelegen objecten in de foto scherp blijven. Daar heb ik mijn neus ook wel eens aan gestoten. Zelf houd ik het liefst een standaard sluitertijd aan van 1/125 seconde. Ik heb ooit gedacht dat ik ook met 1/30 seconde kon schieten. Dat is niet zo. Veel materiaal uit vervlogen tijden heb ik weggemieterd, omdat ik er niets mee kon en ik de ruimte op de harde schijf beter kon gebruiken.

  8. Hou je diafragma niet te groot
    Met het diafragma kan je de lichtinval regelen. Een open diafragma laat het meeste licht door. Maar het diafragma heeft ook invloed op de scherptediepte, en dat is het gedeelte van de foto dat als scherp wordt ervaren. Een groot diafragma geeft een kleine scherptediepte, en soms is die te klein – de neus van je object is per ongeluk scherp en de ogen niet… Draai het objectief wat dichter, en met de Sunny 16 regel gaat het echt zelden mis.
  9. Gebruik een statief
    Ik ben geen liefhebber van een statief. Dat heb ik al eerder gezegd. Teveel gesleep en ze zien je al van ver aankomen. Dat heeft mij dit opgeleverd, en ik kan niet nalaten dit te memoreren. Maar soms is het nodig en kan je mooie plaatjes maken. Zet dan wel de bewegingscompensatie van de camera UIT. De Image Stabilizer van Canon werkt prima en de Vibration Reduction van Nikon ook, maar op een statief gaat de compensatie juist voor trilling zorgen en verpest dat de foto’s. Uitzetten dus.
  10. Poetsen!
    Als er wat viezigheid of vlekjes op het glaswerk van het objectief zit, kan de camera zich daarop richten. Die wordt dan een beetje scheel en wil gaan scherpstellen op die viezigheid. Poetsen en schoonhouden dus, maar in de fotografie lijkt mij dat sowieso al duidelijk.
  11. Gebruik een goede lens!
    Echt waar. De beste body kan niet compenseren voor een slechte lens. Slechte input is slechte output, je kan er weinig meer van maken. Ga achteraf niet klooien in Photoshop of een andere beeldbewerker om de foto scherper te krijgen! Dat lukt niet, want de scherpe informatie is niet aanwezig in de foto, dus kan die ook niet terug gehaald worden. Een onscherpe foto bewaar ik soms – bijvoorbeeld voor blogs al deze – maar verder is het weg ermee, omdat je er niets mee kan doen en er dan zinloos vele MB’s op de harde schijf worden ingenomen. Die ruimte kan je beter gebruiken.

 

Ik hoop dat de bovenstaande tips helpen om mooie en betere foto’s te maken. Wees niet boos of teleurgesteld als een foto onverhoopt onscherp wordt. Dat gebeurt nu eenmaal. Maak er nog een.

Let’s play… en neem de tijd daarvoor! 1/60 seconde, F/10, ISO 2000

En nu: Aan de slag! Lekker fijn schieten! Deze foto maakte ik met Linda de Jager, een bevriende mede-ondernemer uit Woerden. Zij wilde natuurlijk even poseren onder een kolossaal opschrift in het nieuwe Hoog Catharijne.
Zij poseerde, ik nam de tijd, stelde de camera goed in, en het geheel duurde slechts 30 seconden.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

 

 

 

 

Foto’s maken in de donkere maanden

 

Nu de donkere maanden weer zijn begonnen krijg je vaker te maken met situaties waar je graag wilt fotograferen, maar waar de camera zegt ” meh, te weinig licht, ik zie niet genoeg” en er dus een slag naar slaat. Als je niet ingrijpt zullen de foto’s dan vaker als “mislukt” worden ervaren. Hier is een aantal tips om iets creatiefs en toonbaars met fotografie in de donkere maanden te doen. Of zelfs in alle situaties met weinig licht, want terwijl ik dit schrijf besef ik dat het onderstaande niet alleen van toepassing is op alleen de donkere wintermaanden, maar in elke situatie waar weinig licht is.

Wat zijn donkere maanden?

Die donkere maanden – laat ik maar even daarop houden – lopen grofweg van eind oktober tot eind januari. In de overige maanden is de nacht gewoon niet donker genoeg. Sterker nog: vanaf mei tot eind juli wordt het niet eens echt donker: op de langste dag (rond 21 juni) gaat de zon slechts 18 graden onder de horizon, sijpelt het zonlicht “s’ nachts” vanuit het noorden gewoon over Nederland heen, en gaat de avondschemering over in de ochtendschemering. Ga naar de hoogste etage van een flink flatgebouw en je zal langs de noordhorizon dan het zonlicht zien overstralen. Omgekeerd geldt dat in de langste nacht (21 december) het donkerder dan donker is. In de periode van eind oktober tot eind januari moet je creatief met de camera zijn. Het is ook niet voor niets dat de foto’s in deze blog juist uit de donkere maanden komen!

In Belichtingsdriehoek schreef ik al dat er drie variabelen zijn voor een goede belichting: de lichtgevoeligheid, de sluitertijd en het diafragma. Met die variabelen kan je een goede foto maken (en wat goed is, is een subjectief begrip, dat moet je zelf uitmaken). Maar ik vat even samen: als er weinig licht is, kan je natuurlijk de lichtgevoeligheid opvoeren, maar met een hogere ISO heb je meer kans op ruis. Je kan ook de sluitertijd verlengen, maar dan heb je weer meer kans op bewegingsonscherpte van jou, je onderwerp of zelfs allebei. En je kan ook het diafragma verder openzetten, maar dan wordt je scherptediepte weer kleiner, zodat er weinig ruimte is voor scherpe foto’s. Wat een gepuzzel hé, dat fotograferen?

Het gaat er natuurlijk om dat de camera een werkbare hoeveelheid licht ontvangt om daar een toonbaar plaatje van te maken.

Dus wat doe je eraan?

1. Maak gebruik van de aanwezige lichtbronnen en accepteer verder de duisternis in de foto.
Er is niets mis mee om de sfeer van het seizoen of de situatie te fotograferen. Met een aanwezige lichtbron in beeld richt de camera zich daarop en pakt het nabije onderwerp mee. De rest van de foto zal dan donkerder blijven.

  • Zet je onderwerp dichter bij een lichtbron. Het licht van de lichtbron zal dan jouw onderwerp beschijnen, maar de omgeving valt in het duister weg.
  • Maak gebruik van kaarslicht. Vul de omgeving met wat sfeerkaarsen en het beeld wordt meteen al anders.
  • Dim de aanwezige elektrische verlichting. De kerstverlichting in een donkere achtergrond is een prima beeldelement.
  • Maak gebruik van projectielicht. Zet je onderwerp in die lichtvlek en je hebt een mooi plaatje, waar de omgeving in de duisternis veelal wegvalt.
  • Zoek speciale gelegenheden die opvallen, zoals nieuwjaar. Zelf doe ik dat niet. Vuurwerk vind ik dieronvriendelijk, milieuonvriendelijk en mensonvriendelijk, dus daar houd ik mij niet mee bezig. Maar in de galerij hieronder heb ik een foto van onschuldige kleine sterretjes opgenomen die ik nog had liggen. Het gaat om het idee.
  • Maak gebruik van het al aanwezige licht. Vooral in de binnenstad helpen straatlantaarns enorm.

Zie de voorbeelden in de galerij. Beweeg de muis over de foto’s en met de pijltjes kun je doorscrollen. Klik je op een foto in het rijtje eronder wordt die vergroot in een popup.

 

 

2. Gebruik een statief.
Dat is natuurlijk een mogelijkheid. Met een statief ben je in staat om binnen de belichtingsdriehoek te spelen met ISO, sluitertijd en diafragma. Maar een statief is wel de dood voor de spontaniteit. Hou kinderen en dieren maar eens stil als je met een statief aan de gang bent. Ik gebruik zelden een statief. Teveel gedoe. Teveel gesleep.

Het VOC schip Amsterdam bij het Scheepvaartmuseum. De foto is met statief genomen met 30 seconden, F/4 en ISO 50.

3. Gooi toch het diafragma open.
Een open diafragma geeft een kleine scherptediepte en het is dé tool voor een creatieve foto! Heb je weinig licht, dan is het te overwegen om toch het diafragma verder te openen. Je krijgt dan minder scherptediepte in de foto, maar het isoleert het onderwerp wel van de omgeving.

 

Deze foto van het Amsterdam Light Festival 2014 was gemaakt met 1/2000 s, f/4, ISO 1600. Er was toch relatief veel licht, dus kon sluitertijd kort en de ISO niet te hoog. En de sfeer is er nog.

4. Gooi toch (liefst beperkt) de ISO omhoog.
Als het echt niet anders kan, verhoog dan toch de lichtgevoeligheid. De camera ziet dan wat meer, het uiteindelijke effect is nog steeds sfeer in het beeld, maar je hebt wel meer kans op ruis in de foto. Prima, als je meer ruis kan accepteren. Stel je camera dan in op auto ISO. Als je camera die functie heeft, zal de camera automatisch een passende lichtgevoeligheid instellen voor elke foto. Maar of je dát wilt, is ook weer een ander verhaal.

Amsterdam Light Festival 2013, iets met UV-licht vandaar de rare kleuren. 1/4s, f/5, ISO 3200

5. Maak toch gebruik van een langere sluitertijd.
Een langere sluitertijd geeft meer licht op de sensor, maar verhoogt de kans op bewegingsonscherpte. Dat is een risico, maar als de onscherpte gering is en je kan er mee leven: zo houden. Verder is een langere sluitertijd niet mijn favoriet. Het vereist eigenlijk een statief en zoals gezegd gebruik ik die zelden. Ik heb het wel geprobeerd om dan uit de hand met langere sluitertijd te schieten. In dat geval twee woorden: Niet doen.

6. Shop er op los!
Natuurlijk zullen veel foto’s er eerst anders uit zien. Anders dan je gewend bent, anders dan je verwachtte. Het is donkerder en je gebruikte geen flits. Die ervaring heb ik ook. Maar niets verbiedt je om met een beeldbewerker de foto’s nog wat op te peppen en op te leuken. Zelf als je alleen in JPEG schiet, is er er met een beeldbewerker nog flinke winst te behalen. Voor deze blog zijn de foto’s ook flink geshopt. Maar dat doe ik altijd met foto’s: als je in Raw schiet moet je nu eenmaal bewerken. Als je in JPEG schiet heb je de foto’s al, en mag je bewerken.

Berg je camera niet op!

Zoals je ziet, gebeurt er van alles in de donkere maanden. Amsterdam heeft het jaarlijkse Amsterdam Light Festival, Eindhoven heeft Glow, het Noord-Hollandse Den Ilp heeft ook een lichtjesroute, om maar wat voorbeelden te noemen, en dan heb je ook nog eens de ontelbare kerstmarkten en winterbraderiën om de mens ook in het donker bezig te houden. Zoek eens wat op in de buurt en dan maar schieten!

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

 

Wat kun je doen met de herfst?

 

Joehoe, het is herfst!! Nou ja, kan ik dat zo zeggen? De herfst associeer ik altijd met verval, met afsterven, met klaarmaken voor de winter, en het begin van een langere rustperiode. De herfst is daardoor niet mijn favoriete seizoen. Al dat bruin, al die blaadjes, die wind… niet mijn ding. Maar als de herfst komt, wil dat niet zeggen dat het mooie seizoen voorbij is. Mooi is natuurlijk een subjectief begrip, en toegegeven, mijn favoriete seizoenen zijn de lente en de zomer. Ontluikend leven, de frisheid van de kleuren, de warmte en lange dagen hebben toch wel een fijne invloed op mij. Maar de herfst is fotografisch ontegenzeglijk van een betoverende schoonheid, voor wie het wil zien natuurlijk. En, in principe is alles fotografeerbaar. Echt alles. Daarom een aantal tips om met de camera de herfst door te komen.

 

1. Neem altijd je camera mee

Jeuj, meteen maar even een open deur intrappen. Ja, echt altijd! Je weet nooit wat er voor je neus gebeurt. Zelf heb ik mijn camera altijd onder handbereik. Tamelijk onzichtbaar in de fototas dat wel, want de lafaard die ik ben wil niet meer altijd zichtbaar met dure camera rondstappen na de beroving in 2013. Maar de camera is altijd onder handbereik.

 

2. Bereid je voor

Als je een bepaald gewenst beeld in gedachten hebt (zoals “ik wil vandaag spinnen en spinnenwebben fotograferen”) kun je natuurlijk van te voren al een locatie uitkiezen en verkennen, of terugkeren naar een eerder bezochte en bekende locatie. Van een eerdere bezochte locatie weet je natuurlijk hoe de situatie ter plaatse is, je weet de weg, en je weet vaak waar iets terug te vinden is.

 

 

 

3. Anticipeer

Je kan natuurlijk ook op onbekende situaties anticiperen en je daarop voorbereiden. Dat is ook de reden dat ik de weersverwachting voor de komende drie dagen volg, zodat ik weet wat er komen gaat. Op 28 oktober 2013 kwam er een grote najaarsstorm. Ik wist dat die eraan kwam, en tijdens die storm zat ik in de bus van Purmerend naar Amsterdam Centraal. De wind gierde met windkracht 11 om de bus, het Noord-Hollands kanaal had schuimkoppen, en de bus reed daar vlak langs. Juist vanwege die situatie posteerde ik mijn voorin om maximaal zicht te hebben op de weg.

De Jaagweg tussen Purmerend en Zaandam, 28 oktober 2013

Daar kwamen dit stormachtige beeld uit. Niet geschikt voor verkoop, en ja je kan er eigenlijk niet zo veel mee (ik heb er verder ook niet zoveel mee gedaan), maar hij geeft wel een gevoel dat het niet zo fijn was op de weg. De bus lag niet stabiel door de wind, het verkeer maakte ook wat schuivers en het kanaal lag er vlak langs (ja ja, er was een vangrail okee, dus een plons in het kanaal was onwaarschijnlijk), en ik zat paraat voor misschien wat leuke plaatjes. De camera was in standby-mode in de tas, en onder handbereik. Andere foto’s uit deze serie lieten vooral heel veel regen op de ramen zien.

Herfst in het Julianapark. Klik op de foto voor meer informatie.

Die storm was natuurlijk een exces, hoewel 2013 zelfs drie najaarsstormen had en een bijnastorm. Meestal is de herfst een kabbelend gebeuren. Eerst is het nazomer, vanaf zeg 15 september zet de herfst wat meer door en vanaf oktober gaan de bomen en bossen verkleuren. Dat levert mooie platen op. Hier ging ik bewust naar deze vijver wegens het water en de bladkleur: ik wist waar iets te halen was… en ik ging het halen.

 

 

 

 

4. Trek geschikte kleding aan!

Neem regenkleding mee en doe dichte schoenen aan, want je zal meer te maken krijgen met regen, regenplassen en wind. Maar zelfs als het weerbericht mooi weer voorspelt, trek dan iets rustigs aan. Wees niet loud! Ik heb het al een paar keer meegemaakt dat ik met een rode broek (die had ik toevallig aan) op jacht was naar vlinders en libellen, en ze zagen mij al van ver aankomen. Die jacht mislukte dus faliekant. Met een groene broek blijven ze langer zitten.

 

5. Neem het liefst een polarisatiefilter mee

Eigenlijk moet je die altijd bij je hebben, en waarom heb ik hier beschreven. Een polarisatiefilter versterkt echter ook de kleuren. Bruin en rood worden diepbruin en dieprood, het eventueel blauw van de lucht wordt blauwer of donkerder, en wolken worden witter. Maar bezit je geen polarisatiefilter, dan kan je de kleuren ook achteraf flink oppeppen zoals ik hier gedaan heb.

Bomen in herfstkleuren. Klik op de foto voor meer informatie.

Niet dat ik de kleuren heb vervalst. Nee, de linkerboom was ook echt bruingeel, maar ik heb het wat dieper gemaakt, net als het blauw van de hemel. Bruinrood en blauw staan tegenover elkaar en contrasteren fijn.

 

 

 

6. Neem een statief en een grijsfilter mee

Die twee voeg ik even samen, want je gebruikt ze vaak ook samen. Een grijsfilter vermindert de lichtinval zodat de camera denkt dat het donker(der) is. Tenzij je de sluitertijd echt vastgezet hebt, zal die langer worden, zodat vloeiende bewegingen zoals water zachter worden. Een voorbeeld van een zachter wateroppervlak vind je hier.

Water in het Gorsebos, Purmerend. De camera was ingesteld op ISO 50, f/22 en 2,5 s sluitertijd.

Maar als de sluitertijd langer is heb je wel een statief nodig om bewegingsonscherpte te voorkomen. Vind je een statief te veel gesleep, gebruik dan een stabiele ondergrond in de buurt, zoals een muurtje, of de ondergrond.

Ik heb zelden een statief bij me. Ik vind dat te veel gesleep en je valt daarmee te veel op. Voor deze foto maakte ik gebruik van het bruggetje waar ik op stond. Ik legde de camera stabiel aan de rand van de brug en kadreerde het beeld.

 

 

 

 

 

 

7. Neem een macro-objectief mee

Een macro-objectief heb je nodig om kleine objecten goed vast te leggen. In de natuur zijn veel kleine objecten aanwezig en het duurt vaak een tijdje voordat kleine dingen je gaat opvallen. Beestjes gaan kruipen, insecten vliegen af en aan, en hé, waren die bloemen er zonet ook al? Ogen nemen waar, maar de hersenen zien. Neem dus ook geduld mee! Als je de omgeving op je in laat werken, gaan de kleine dingen opvallen.

In de herfst heb je veel paddenstoelen. Geef het maar toe. Iedereen vindt ze leuk en je heb er vast al wel wat gefotografeerd. Dan heb je meestal wel een macro-objectief nodig. Deze foto heb ik genomen terwijl op mijn buik in het gras lag.

 

 

Als ik op stap ben heb ik deze spullen standaard mee. Ga ik nu door mij fototas heen zie ik:
1. een camera (duh!)
2. een polarisatiefilter
3. een grijsfilter
4. een 50 mm objectief
5. een kleine opzetfilter, voor de zekerheid, met reservebatterijen

6. en een macro-objectief, en dat neem ik apart mee want hij past niet in de tas haha. 🙂
Zo kom ik wel de dag door.

 

Ennn…

8. Neem vooral passie mee en een goed oog

Ja, je moet er wat voor over hebben. Bereid je in elk geval goed voor. Het kan wel eens regenen. Het kan wel eens koud zijn. Neem dus warme kleding en dichte schoenen mee. Het is geen zomer meer, dus zomaar even naar buiten rennen met een camera is er niet meer bij. Succes!

 

Over de brug

 

Als je als fotograaf gebruik gaat maken van Adobe Creative Cloud Suite kom je waarschijnlijk terecht in een heel ander milieu dan je gewend was. Dat was tenminste mijn ervaring. Tot aan 2017 maakte ik gebruik van Photoshop Elements 10. Ja, dat is wel een heel oude versie, maar ik kon er nog mee werken, hoewel ik steeds meer tegen de grenzen van mijn mogelijkheden aanliep – Ik wilde namelijk steeds meer dingen kunnen doen, dingen die ik niet kon vinden in Elements. Bovendien had Elements technische beperkingen waarvan bewerken in 8 bit wel de grootste was. Lees hier voor een korte uitleg over het verschil tussen 8 en 16 bit.

Ik ging dus kijken naar het grote broertje Photoshop. Dat is via een abonnementsysteem via Adobe op maandbasis te huren. Overigens keek ik al sinds 2014 of zo, maar ik wilde wegens internetveiligheid geen creditcard gebruiken of Paypal. Uiteindelijk ging ik over de brug, nadat ik Paypal toch als veilig had beoordeeld. Het abo-systeem is een breeze. Als je eenmaal akkoord bent gegaan, heb je voor € 12,09 per maand inclusief BTW de beschikking over Photoshop en Lightroom en aantal tools voor op de tablet.

Maar dan? Photoshop Elements had de beschikking over een fijne Organizer, waarover ik hier al schreef. Photoshop (de grote dus) heeft die niet, en ik vond dat die er wel moest zijn.

Enter Bridge. Bridge is een gratis bestandsbeheerder binnen de Adobe suite, waarmee je je fotobestanden kunt beheren en organiseren. Je kunt er alles mee. Je kan ook in Windows Verkenner of de Mac Finder iets verwijderen of verplaatsen, en dat zie je dan wel gewoon terug in Bridge.. maar waarom zou je? Binnen Bridge kan je alles regelen.

Maar waar is Bridge?

Als je een abonnement neemt op Adobe CC krijg je de beschikking over Photoshop en Lightroom. Die worden automatisch geïnstalleerd en je kan dan meteen aan de slag. Bridge zit daar nog niet bij. Ja, ik kan dat ook niet verklaren. Je zou verwachten dat die ook meteen zou worden geïnstalleerd, maar dat is niet zo. Ik miste een organizer in Photoshop (waarissie?) en ontdekte dat die via de Creative Cloud krakeling (rechtsboven in de menubalk) gratis beschikbaar is. Het is blijkbaar een keuze. Je hoeft het niet te gebruiken, maar het wel bijzonder handig.

Installatie

Het scherm van Bridge

Krakeling aanklikken -> Start en dan Bridge aanklikken. Installeren. Starten. Je krijgt dit scherm  te zien. Dit is natuurlijk een scherm dat al gewoon door mij in gebruik is. Links zie je de datummappen met foto’s van die datum. Ik zet dat even cursief want ik kom hieronder er op  terug. In het midden staat de foto die je momenteel bekijkt, en dat is iets anders dan de geselecteerde foto die je rechtsboven ziet staan. In dit geval bekijk ik de geselecteerde foto. Rechts staan twee tabblaadjes: een met de exifdata van de geselecteerde foto, en een tweede met de trefwoorden.

Je kan er voor kiezen dat Bridge de Adobe Photo Downloader automatisch start als je een camera aan de computer hangt. Ga dan naar Adobe Bridge CC <jaartal> ->  Voorkeuren -> Algemeen en vink de bovenste optie aan. De Downloader zal dan voortaan automatisch starten.

De downloader van Bridge

Je krijgt dan dit. Het grijze vlak toont de foto’s die op de camera zijn aangetroffen en waaruit je desgewenst een selectie kan maken. Rechts staan de opties. Bovenaan die opties staat dus iets bijzonders. Je kan een pad instellen waar de foto’s terecht moeten komen, afgesloten met een submap. Die submap betreft de datum die in de exifdata van de foto staat. Een foto met datum 1 januari 2017 (de datum waarop de foto genomen is, mits de camera goed is afgericht), komt dan in het mapje 20170101 terecht (het naamformat van een mapje kan je trouwens aanpassen. Dat kan direct onder het aangegeven pad). Bestaat die map niet, dan wordt die aangemaakt. Je hebt er dus geen omkijken naar. Het importeren kan bij grote aantallen een tijdje duren.  Ga in die tijd maar iets anders doen. Het importeren is klaar als de Downloader verdwijnt. Er is of zijn dan aan de linkerkant mapjes verschenen met daarin de geïmporteerde foto’s.

Taggen

Je kan dan de foto’s taggen.  In de eerste foto zie je twee clowns staan. Die traden op tijdens het Reuring festival in Purmerend op 24 juni 2017. Je ziet links dan ook het mapje met die datum geselecteerd. Toevallig zie je een foto in beeld, maar met het schuifje rechtsonder kan je uitzoomen en alle foto’s in beeld brengen. Al die foto’s – ruim 250 in totaal – selecteerde ik met Cmd-A (voor Windows is dat Ctrl-A) en gaf die de tags Reuring en Purmerend mee. Dat zie je ook gebeuren linksonder, Bridge zal dan brrrrr… die geselecteerde foto’s langslopen en taggen. Overigens ben ik geen held in taggen, ik vind het niet leuk en ik weet ook niet eens of ik dat wel goed doe. Ik heb ook geen zin om voor elke foto de indentificerende persoonsnaam of groepsnaam op te snorren en in te voeren. Ik heb ook nog andere dingen te doen. Datum, evenement en plaats vind ik wel genoeg.

Aan de slag. Echt aan de slag

Daarna kan je eindelijk aan de slag. Als je dubbelklikt op een foto wordt die automagisch met de tags doorgelust naar Photoshop. Je kan de foto ook openen in Lightroom, maar die optie is er juist weer niet. Daarvoor moet je echt Lightroom zelf opstarten, dan jezelf naar de bewuste map klikken, en de inhoud eerst ook weer in Lightroom importeren(!), waarna je in Lightroom verder kan. Photoshop en Lightroom vallen nu buiten de scope van deze blog en komen later wel aan de orde.

Meerwaarde

Dat is eigenlijk de essentie van Bridge: een Finder (Mac) of Verkenner (Windows) binnen de Adobe Cloud Suite. Dit zijn de basics die ik dagelijks gebruik. Maar wat is nu de meerwaarde van Bridge? Je kan natuurlijk je foto’s zoeken in de echte Finder van Mac of de Verkenner van Windows. Maar dat is doorgaans een hooiberg. Probeer maar eens snel een specifieke foto te vinden, waarvan je alleen maar weet hoe die er ongeveer uit zag.

“Dat was in 2011 geloof ik, of 2012? Of 2010? In elk geval was dat een concert ergens waar een noodweer iedereen de tent in dreef en vanuit de tent de spelende band buiten in de regen gadesloeg.”

Dat werkt dus niet, met zoveel onbekende variabelen.
Bridge slaat alles op datum op, en als je je foto’s juist tagt kan je alles in no-time terugvinden in het zoekvenster rechtsboven. Dát is de meerwaarde van Bridge.

Het licht zien met een polarisatiefilter

 

Als je, zoals ik, nogal eens moet wachten op de bus of de trein, is het zo ongelooflijk handig als je je cameratas bij je hebt om de tijd te verdrijven. Anderen zitten appelig voor zich uit te kijken, of op de smartphone te pielen, ik pak dan de camera erbij om in de buurt wat te fotograferen of op een andere manier te experimenteren met licht. Zo zat ik in Lunetten te wachten op de bus, het was heet en zonnig, en om die 20+ minuten te slijten ging ik eens kijken hoe het zonlicht zich gedroeg samen met een polarisatiefilter.

Een polarisatiefilter is een filter die je op je objectief kan schroeven en met een draairing kan kantelen om het invallende licht zo goed mogelijk te filteren. Je kan hem ook voor het gemak even voor je neus houden en draaien om het effect te zien.

Licht filteren?

Nu moet je weten dat het licht dat wij zien niet zomaar licht is. Wij zien het wel als licht en meer niet, maar dat is alleen omdat het licht op een bepaald moment ons netvlies raakt en zichtbaar voor ons wordt, maar verder niets zegt over de richting. In werkelijkheid bestaat licht uit een mengelmoes van fotonen die uit alle richtingen op ons afkomen en elkaar soms ook kunnen neutraliseren. Anders gezegd: licht is aan alle kanten gepolariseerd. En met een polarisatiefilter houd je licht uit een bepaalde richting tegen, zodat ander licht wel zichtbaar wordt. Zo hef je bijvoorbeeld schittering van water op en kan je dwars door het oppervlak heen kijken om zwemmende vissen zichtbaar te maken. MOOI HÉ?  Ja ja, die Dauerwerbung over polaroidbrillen maakt geen geintjes. Het werkt echt zo.

Kortom: ik ging even spelen met mijn polarisatiefilter.

Vergelijk eens de twee volgende foto’s die ik nam vanaf de halte van bus 10 bij station Lunetten. In foto 1 heb ik het filter niet ingeschakeld, en de reflectie van het Aristogebouw is duidelijk zichtbaar in het glas en in het plastic van het mededelingenbord. Niet alleen dat, ook de blokmarkering van  halte B en andere beverving (is dat een woord?) is zo duidelijk zichtbaar dat ik eerst dacht dat die bij halte A hoorde.

Ik draaide toen het filter een kwartslag om hem in te schakelen en kreeg het volgende effect in foto 2 (even op het pijltje klikken). Ineens was het Aristogebouw helemaal weg – het filter hield die reflectie tegen. Ook was de reflectie van de bestrating compleet verdwenen. De reflectie van de overkapping verdween. Bovendien leek de glasplaat minder smoezelig.

 

 

Verder bleek de reflectie in het plastic van het mededelingenbord wat verminderd.

Werking

Dat is heel eenvoudig gesteld de werking van een polarisatiefilter. Het houdt licht uit een bepaalde richting tegen en geeft ruimte aan licht uit een andere richting. Een filter geeft ook meer contrast aan een foto. Kleuren worden feller. Groen wordt vaak groener. De lucht wordt vaak blauwer, tot soms wel bijna zwart, en wolken worden vaak witter. Een voorbeeld kan je zien in mijn eerdere blog hierover.

Verder werkt een polarisatiefilter het best met de zon haaks op de kijkrichting. Hoe kan licht elkaar anders neutraliseren als het in dezelfde richting beweegt? Vergelijk het met twee auto’s: op de snelweg bewegen die in dezelfde richting en hinderen elkaar niet. Op een kruising hinderen ze elkaar wel, als ze elkaar haaks passeren. Dan is het boem. Verder werkt een polarisatiefilter niet met bewolking, en dat heb je vaak in de winter, en niet met metaal. Reflecties in glas zoals ik hierboven laat zien werken altijd. Dan maakt het niet uit waar de zon staat.

Nadeel

Is het dan altijd hosanna met zo’n filter? Nee, een polarisatiefilter houdt een deel van het invallend licht tegen, en dat is ongeveer een à twee stops. Het betekent dat je op dat punt moet ingrijpen, hetzij door een groter diafragma (dus kleinere scherptediepte), of een hogere ISO (dus meer ruis in de foto), of een langere sluitertijd (dus meer kans op bewegingsonscherpte). Dat is in de zomer niet echt probleem. In de zomermaanden komt er zo’n puist licht naar binnen dat zo’n ingreep geen grote gevolgen heeft. In de winter daarentegen is de zonkracht vaak zo laag dat het gebruik van een polarisatiefilter snel effect heeft op de kwaliteit van de foto. Het is ook de reden dat ik het filter van zeg november tot april in de kast heb liggen.

Een polarisatiefilter is een van de weinige filters waarvan de functie niet via Photoshop of Lightroom is na te bootsen. En dat zal ook niet gebeuren. Een polarisatiefilter grijpt rechtstreeks in in de filtering van licht en maakt ter plaatse licht zichtbaar dat anders niet zichtbaar zou zijn. Dat kunnen Photoshop, Lightroom of welk ander beeldbewerkingsprogramma niet. Een foto legt van alles vast, maar niet de polariteit van licht. Reflecties kan je achteraf niet verwijderen.

Polarisatiefilters kun je gewoon kopen in de detailhandel, en dan zeg ik DOEN. Het is geen specialistisch filter en je hoeft er niet voor door hoepels te springen om er een te bemachtigen. Let er wel op dat je een circulair polarisatiefilter koopt als je een camera hebt die door de lens meet of autofocus heeft. Koop je per ongeluk een lineair filter dan raakt je camera van slag…. Goed opletten dus. En dan heb je een mooie toevoeging aan je inventaris waarmee je je foto’s een level hoger zet.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!