Overdag flitsen is helemaal niet gek

Je ziet wel eens overdag fotografen rondstappen en als ze iets fotograferen gaan ze in de zon ook nog eens een keer flitsen. En dan hoor je sommige mensen in de omgeving meteen al monkelen dat het wel raar om nu te flitsen want het is al licht en die flitser is helemaal niet nodig, en

wat een rare man die fotograaf! Idioot! Wil zeker interessant doen!

Okee, ik chargeer misschien nu een beetje. 🙂

Nou, er is een heel simpele verklaring voor dat inflitsen. De camera is namelijk een dom ding. Oh, hij kan wel van alles en meer dingen die je niet verwacht, maar feitelijk is het apparaat een machientje met beperkingen.

Camera vs het menselijk oog

Zo moet de camera het gewoon afleggen tegen het menselijk oog. Waar ons oog met tegenlicht nog ongelooflijk veel nuances kan onderscheiden – het dynamisch bereik is ongelooflijk groot – , richt de camera zich eenvoudig op het helderste punt in beeld en past daar de belichting op aan. En dat betekent dat als je een onderwerp met veel licht in de achtergrond fotografeert…. het onderwerp in het ergste geval wel eens een silhouet kan worden. Die enorme puist licht moet minder, nou dan wordt de rest ook minder.

Voorbeeld

Als voorbeeld laat ik twee foto’s zien die ik laatst maakte bij de Voorveldse Polder in Utrecht. Het betreft een treurwilg in de lente die net uit de winterslaap was gekomen. Ik vond dat wel een mooi beeld, zo met dat water en hemel op de achtergrond. Beide foto’s zijn van het nagenoeg hetzelfde standpunt genomen. Beide foto’s heb ik voor deze blog onbewerkt opgeslagen. Ik heb er voor de verandering niet mee zitten prutten.

Schuif de slider om te vergelijken

(Je kan ook echt zien dat het twee aparte foto’s zijn. Ze vallen niet precies over elkaar. Het is dus niet zo dat ik dezelfde foto voor de gelegenheid heb aangepast. Ha! Als tekenmodel werd ik al geprezen dat ik altijd nagenoeg dezelfde stand wist in te nemen en vast te houden)

De eerste foto (links in de slider) is zonder flits genomen. Je ziet dat de boom donkerder wordt weergegeven door het licht dat van achteren binnenkomt. De camera ziet al een hoop licht en past de instellingen daarop aan. Het invallende licht wordt beperkt en de boom wordt daardoor donker. Okee, je ziet wel wat het is en je kan er misschien ook wel mee leven, maar toch… De tweede foto (rechts in de slider) is mét flits genomen. Ineens komt de boom meer naar voren en lijkt de foto meer in evenwicht. Op de donkere foto gaan je ogen waarschijnlijk meteen naar de hangende takken en het water, bij de tweede foto kijk je waarschijnlijk eerst naar de boom. Precies wat ik je wil laten doen.

Moraaltje van dit verhaaltje

En dat is de reden waarom fotografen vaak overdag flitsen. Dat is gewoon common sense: je wilt je onderwerp goed laten zien en als dat onderwerp niet genoeg uit de verf komt met het aanwezige licht, dan moet de flits uitkomst bieden.

Dus:
heb je fel tegenlicht en je wilt van je onderwerp meer laten zien dan alleen een donkere blob, pak dus een flitser.

Wilt u meer weten van fotografie? Volg dan eens een workshop!

De scherptediepte simpel verklaard

Al een tijdje zit ik in mijn maag hoe ik op een korte, duidelijke en begrijpelijke manier scherptediepte kan verklaren. Wikipedia heeft een nogal zakelijke benadering. Er staat daar ook een formule om de scherptediepte te berekenen, maar echt.. daar begin je toch niet aan? Dat is voor de incrowd en anders raus je daar snel doorheen – als je er überhaupt aan begint. Dus: de scherptediepte simpel verklaard, in Jip en Janneke taal.

Laat ik eerst nog eens terughalen wat scherptediepte precies is. Scherptediepte is het gedeelte van de foto dat door de kijker als scherp wordt ervaren. Het voordeel van scherptediepte is dat de fotograaf het onderwerp uit de achtergrond kan isoleren en zo de aandacht van de kijker kan sturen. Het is dé tool van de fotograaf. Ik heb er meer over geschreven, want ik vind scherptediepte en het gebruik ervan toch wel heel belangrijk. Lees meer over dit onderwerp hier en hier.

Waarom werkt scherptediepte zó en niet anders?

De volgende analogie bedacht ik tijdens de voorbereiding van een presentatie over scherptediepte, toen ik de Powerpoint wilde verrijken met een duidelijk voorbeeld. Nou, komt ie.

aarde en belichting van de zon

Je kan het principe van scherptediepte eigenlijk vergelijken met de aarde en zonlicht. Echt waar. In de tropen staat de zon hoog en straalt het licht recht op aarde. De schaduw valt ook recht onder je. Het gevolg is dat al die energie in dat licht – beng – terecht komt op een klein oppervlakte. Al die energie wordt niet of nauwelijks uitgespreid en kan nergens heen. Het is fel en vooral warm dan wel heet.

Bij ons op de gematigde breedtegraad heeft het licht meer moeite om te verwarmen. Door de hogere breedtegraad en de kromming van de aarde wordt dezelfde hoeveelheid lichtenergie per tijdseenheid uitgesmeerd over een groter oppervlak. De verdeling is groter. Het is daardoor doorgaans minder warm en de zon doorgaans minder fel. In de zomer is onze breedtegraad wel meer naar de zon gericht en is het warmer. In de winter is dat net omgekeerd en is het kouder.

Het is dus de verdeling van het licht over een oppervlak!

Een diafragma werkt in principe hetzelfde. Licht valt door het objectief naar binnen en dat gebeurt in verschillende hoeken. Dat zien we niet, want licht is licht, maar licht komt in werkelijkheid vanuit alle hoeken naar binnen. Als een diafragma open staat (laag F-getal) zullen lichtstralen die vanuit een bepaalde hoek naar binnen komen, de sensor ook vanuit die hoek raken. Die lichtstraal smeert zich uit over een groter oppervlak. Het beeld wordt dus ook meer uitgesmeerd en onscherper. De scherptediepte is kleiner.

Scherptediepte: Objectief met hoeken van lichtinval

Draai je het diafragma dicht (hoog F-getal) zal het licht nog steeds vanuit verschillende hoeken naar binnen willen… en botst dan vooral tegen de lamellen van het diafragma. Dat licht komt niet verder. Anders gezegd: alleen licht dat recht van voren het objectief raakt, slaagt er in zich door het piepkleine gaatje van het diafragma te wurmen en landt kaarsrecht op de sensor. Er is nauwelijks spreiding op de sensor en het beeld is over het geheel genomen scherper. De scherptediepte is groter. Uiteraard betekent dit dat hoe opener het diafragma is, hoe kleiner de scherptediepte wordt.

En dat is eigenlijk het idee van scherptediepte. Je bepaalt de hoek waarin licht de sensor mag raken. Je bepaalt de hoek waarin het licht zich mag uitsmeren over de sensor. Je bepaalt de mate van onscherpte.

En dat heet scherptediepte, en daarmee -mits goed toegepast- til je je foto’s naar een hoger niveau.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Het inkleuren van geschiedenis

Ik las recent een interessant verhaal over heel oude zwartwitfoto’s die door de tijd onherkenbaar waren aangetast. Het verhaal betrof herstel van compleet vergane foto’s, die gemaakt waren met de allervroegste vorm van fotografie, de Daguerreotypie uit de eerste helft van de 19e eeuw. Volg even die link als je daar meer over wil weten. Ik wacht wel even.

In dit artikel werden oude foto’s getoond, die door verwering onherkenbaar waren aangetast. Echt onherkenbaar. De schimmen uit het verleden waren nauwelijks nog herkenbaar als schimmen. Vergane vlekken, blobs en verkleuringen. Niet wat je met een foto nastreeft. Dat lag natuurlijk aan de primitieve techniek uit die tijd.

Met röntgenscans slaagden de onderzoekers er echter in de afbeeldingen weer terug te halen. De mensen werden weer zichtbaar, maar het blijft onbekend wie die mensen op de foto’s waren, wat ze deden, wanneer de foto’s gemaakt waren.. en toch waren ze gered en weer zichtbaar gemaakt.

Als liefhebber van geschiedenis heb ik mij met dit artikel wel vermaakt in de trein! Onherstelbaar vergane foto’s bleken toch niet zo onherstelbaar vergaan en konden weer hersteld. Deze mensen op de afbeeldingen hadden namen, ze leefden en werkten en lieten zichzelf vereeuwigen met een voor die tijd mysterieus nieuwe techniek, en verdwenen toch in de anonieme mist van het verleden, totdat ze twee eeuwen later weer werden gezien. Dat doet mij wel wat, ja. Ook nu terwijl ik dit schrijf.

En het verhaal bleef rondspoken in mijn hoofd. Mooi dat die foto’s konden worden teruggehaald. Niet supermooi, maar hé, herkenbaar. Duidelijk 19e eeuw. Zwartwit. Ze konden oorspronkelijk niet gereproduceerd worden, want de techniek was niet zover, en ze staan nu tóch digitaal op mijn beeldscherm. En ik vroeg mij af wat je er nog meer mee kon doen.

Kleur

Als aardigheid begon ik op een avondje de foto’s in Photoshop bij te werken en in te kleuren. Gewoon, weer eens wat anders als tijdverdrijf. Ik werkte niet helemaal doordacht en historisch verantwoord. De donkere kleren zullen wel bruin en groen zijn geweest, dacht ik met deze stand van de pet, en de lichte achtergrond was misschien wel geel, en de blanke huid moest ook tot leven komen. En ik merkte dat de onbekende personen weer tot leven kwamen. Ze veranderden van zwartwit portretjes naar poserende mensen, die de tijd namen om stil te zitten voor een foto. Ze zullen ook wel vermogend zijn geweest, want fotografie was toen niet voor iedereen weggelegd. De kleding wijst ook op welgesteldheid, volgens mij.

Maar dit vond ik leuk en dit kwam er uit. Onderstaande foto’s komen uit het artikel en hebben een Creative Commons licentie, op voorwaarde dat het artikel genoemd wordt. Bij deze dan, with kind regards to the authors.

Notification in English:
This blog is referring and making extensive use of this article in Nature that is released under a Creative Commons license, provided mentioning of the article in casu, and referral to its authors.

Schuif de slider om te vergelijken

Of deze dan.

Schuif de slider om te vergelijken

Het is natuurlijk niet ideaal. De beelden komen oorspronkelijk uit de 19e eeuw en dat kan je zien. Kleine fotootjes. Lage resolutie. En het is de eerste keer dat ik dit deed, dus ook bij mij is er ruimte voor groei. Maar hé, die foto’s waren eerst onherkenbaar aangetast en schijnbaar verloren, en nu weer zichtbaar gemaakt. En van een kleurtje voorzien. Ondanks dat kleurtje zit er een authentiek 19e-eeuws gevoel aan.

Weet je dat ik mij met dit resultaat best happy voel?

Het verschil tussen hard en zacht licht

De foto waar ik uiteindelijk wel tevreden mee was. Klik voor groot!

In Hoe zit dat met harde schaduwen schreef ik al over het effect wat licht op een foto kan hebben. Even samenvatten voor wie de link niet volgt: een direct licht levert messcherpe schaduwen op en dat wordt hard licht genoemd. Een diffuus verspreid licht levert zachte tot geen schaduwen op. En daarom willen fotografen liever geen directe zon bij het schieten. De foto’s worden knalhard en eigenlijk onbruikbaar.

Ik werd vorig jaar keihard met mijn neus op deze feiten gedrukt. Op 2 mei 2018 was ik aan de wandel op het Domplein en stond voor de entree van het Academiegebouw. Dat is dat gebouw met Sol Iustitiae (welja, even een link naar mijn andere site erbij) voor de deur. Het was echt mooi weer! De zon scheen, windstil, tamelijk warm en ik schoot er gewoon op los.

Zon

Ik maakte de foto van de entree en tijdens het schieten vroeg ik mij al af of ik hier wel iets mee kon doen. Ik zag meteen al dat er door de felle zon wel héél harde schaduwen te zien waren. Zonlicht kwam van rechts… en alles in beeld wierp een harde schaduw naar links. En Sol liet ook al zo’n vieze lichtplek zien.

Dat moest dus over. Op een andere dag. Met ander weer. Geen zon. En zacht licht. Op 7 januari 2019 was ik er weer.

Vergelijk beide foto’s eens en besef het verschil tussen hard en zacht licht. Links is de foto van 2 mei 2018 in de felle zon, rechts is die van 7 januari 2019. Ze zijn niet helemaal gelijk: blijkbaar zat ik op mijn hurken in mei 2018 en stond ik in januari. Het perspectief is dus wat anders helaas. Maar de strekking is wel duidelijk.


En dát is dus het verschil tussen hard en zacht licht. Het is het verschil tussen meestal onbruikbaar en bruikbaar. Direct zonlicht: beter niet doen.

Wilt u ook meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

WTF is een f/ ?

Wat is nu die f/ met een getal? Die cryptische code komt altijd terug bij de specificaties van een objectief, dus het zal wel belangrijk zijn. Ik merk in elk geval vaak glazige blikken als ik deze termen in een gesprek gooi. Dan zie ik mensen al snel wegdrijven en afhaken. Het zegt ze niets en vandaar deze verklarende blog. Die f/ heeft simpel te maken met licht en belichting, hoe je dat kan beheersen, en geeft ook de maximale lichtsterkte aan van het objectief. Maar wat moet je ermee? Hoe lees je dat?

Heel simpel: die f/ waarde is het diafragmagetal van het objectief, en is het resultaat van de brandpuntsafstand (f) gedeeld door de diameter van het diafragma (D).

Dus: Diafragmawaarde = f/D.

Voorbeelden:
Als ik een brandpunt heb van 100 mm, en een diafragmaopening van 10 mm, dan heb ik f/D = 100/10 = f/10. Heb ik een brandpunt van 75 mm en een diafragmaopening van 25 mm, dan is dat f/D = 70/25 = f/2,8. En elk zo’n waarde heeft invloed op de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten en de scherptediepte. Met een f/ waarde kan je dus globaal voorspellen/precies berekenen hoe groot je scherptediepte wordt. En met een lichtsterk objectief, dus een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen fotograferen. Er gaat dan veel licht door zo’n objectief.

Stop

En zo’n waarde heet een stop. Daar heb je hem weer. Onthoud dat woord, want dat is een kernbegrip in de fotografie en helemaal niet zo moeilijk. Een stop is niets anders dan een verdubbeling of halvering van het licht dat in de camera de sensor raakt.

Die stops zitten verstopt in de belichtingsdriehoek, waar de uiteinden van de driehoek de lichtgevoeligheid (ISO), de sluitertijd en het diafragma representeren. Alle drie variabelen werken met dezelfde stops. Zet je bijvoorbeeld het diafragma een stop meer open (dus 2x zo veel licht) dan moet je een van de twee andere variabelen weer een stop verminderen. Je krijgt dan evenveel licht binnen… dat overigens door de andere instellingen andere effecten geeft: je doet dit immers niet voor niets. Binnen die belichtingsdriehoek zit dus een gewenste foto en die kan je met een goede camera-instelling vinden.

Nu is er iets bijzonders met die stops aan de hand. Die stops hebben geen mooie ronde oplopende getallen, maar lijken een ratjetoe van willekeurige cijfers. Ik plaats ze even van een doorsnee objectief.

1 – 1.4 – 2 – 2.8 – 4 – 5.6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32

Die cijfers zie je trouwens steeds weer terug op elk objectief, dus zo toevallig en willekeurig zijn ze ook weer niet. Pak maar een objectief en stel vast dat dat klopt haha 🙂

Die rare oplopende getallen hebben te maken met een factor 2 in de oppervlakte van de diafragmaopening, volgens de formule √2=1,414. Voor elke halvering of verdubbeling van de oppervlakte moet je de diameter van het diafragma overeenkomstig vermenigvuldigen of delen, dus met die 1,414. Nu ben ik geen wiskundige (poeh nee zeg, alsjeblieft), en dit heb ik ook maar geleerd, maar dit is de reden waarom de intervallen en de getallen steeds met 1,414 oplopen. Elke vergroting van de diafragmaopening met deze factor levert een verdubbeling op van het doorgelaten licht – of een halvering natuurlijk als je een stop teruggaat. En dat is nu eenmaal de bedoeling van een stop.

Dus ja, die f/ waarde is dus meer dan alleen maar een beetje belangrijk. Het heeft wel betekenis. Moet je dan echt gaan rekenen en hogere wiskunde toepassen om te fotograferen? Nou nee, dat ook weer niet. Een f/ waarde geeft vooral de lichtsterkte aan van het objectief. Met een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen schieten. Ga dus voor een lage f/ als het budget het toelaat.

Wilt u meer weten van fotografie? Volg dan eens een workshop!



Verleg je horizon!

Als je foto’s maakt zit daar vaak een duidelijke horizon in. En maar al te vaak is die horizon niet horizontaal. Kijk maar eens naar onderstaande foto’s. Je kan eventueel klikken op een foto en dan doorklikken.


Ze hellen allemaal naar rechts. De horizon is niet horizontaal.

En dat moet wel, per slot is het een horizon. 😉 Deze foto’s komen zo rechtstreeks uit de camera. Ik heb ze wel een beetje bewerkt voor de blog, maar de tilt heb ik voor deze keer bewust in stand gehouden. Zo kwamen ze uit de camera. En het valt echt op.

Wat is een horizon?

Een horizon is die lijn in de verte waar hemel en aarde (of zee) elkaar naderen en raken. Dat is natuurlijk een simplistische uitleg, en dat weet ik, maar hier staat een echte uitleg. In elk geval: de horizon is in de meeste gevallen een visuele horizontale lijn en hoort ook zo op de foto terecht te komen. En misschien valt het niet meteen op als die lijn naar een kant afloopt, maar als je er op gaat letten… wordt het een basiszaak. Hoe ligt de horizon? Zeker als de horizon in zee scheef ligt…. tja, je verwacht eigenlijk dat het water dan naar die kant wegstroomt. Het lijkt wel zo en het ziet er gewoon niet uit. Fotografen wijzen elkaar ook graag op zulke omissies.
What is seen, cannot be unseen.

Even een zijsprong: als je lekker uit de hand schiet, ga er maar gewoon van uit dat de foto per definitie scheef is. Niet alleen omdat je uit de hand schiet, maar ook omdat ik merk dat het beeld in de zoeker niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als dat op de foto. Al te vaak denk ik dat de foto in de zoeker mooi horizontaal is en thuis op het grote scherm blijkt de foto toch flink wat graden uit het lood te zijn. Ik heb mij daarbij neergelegd. Ik probeer zoveel mogelijk in-camera al goed te krijgen, maar vaak moet ik thuis nog even rechtzetten.

Dus zet recht die foto!

Natuurlijk moet de horizon wel in context zijn. Als je op een heuvelpad fotografeert is de horizon van nature vaak niet horizontaal. Ga je die toch rechtzetten, staan eventuele bomen, palen, huizen die zich in beeld bevinden op hun beurt weer uit het lood. Dus wel even het koppie erbij houden en rechtzetten in context.

Is een scheve foto dan meteen verloren?

Nee, natuurlijk niet. Je kan een foto herstellen en redden. Waarom denk je dat ik deze blog schrijf? 😉
Als voorbeeld neem ik een foto die ik maakte op 5 augustus 2018, tijdens een boottripje in Eilandspolder en Schermerhorn. De foto heeft kraak noch smaak, vind ik, en dus alleen goed voor een blogje 🙂 Ik laat daar een klein bewerkinkje op los, zodat je ziet dat je van een scheve zozo-foto ook nog iets kan maken.

  1. De eerste foto is helemaal kaal. Niets mee gedaan, de kleuren zijn vaal, en de horizon hangt scheef. Het is een kiekje.
  2. Daarna trok ik de foto door de Raw-converter voor de eerste bewerking. De kleuren zien er al wat beter uit. Ik importeer de foto in Photoshop en zet als eerste de horizon recht. Ik kies daarvoor het bijsnij-icoontje dat uiterst links als vijfde van boven staat en vervolgens de optie Rechttrekken. Je verliest wel wat pixels, omdat er een uitsnede wordt gemaakt!
  3. Hier de foto nadat de horizon is rechtgezet.
  4. Tenslotte voer ik nog wat verdere bewerkingen uit om de foto een beetje bij te kleuren en op te leuken.

Vergelijk nu de eerste foto met de laatste. Al was het alleen maar om op te merken dat het water niet schijnbaar naar rechts wegloopt. Gered!

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Het verschil tussen MP en MB

Compositie in blauw en geel. Klik voor groot.

Werk aan de Muur is een online winkel waar beeldmakers hun kunsten in hun eigen shop kunnen etaleren. Onlangs heeft Werk aan de Muur echter de limieten wat verhoogd. Voor uploaden moeten werken voortaan 16 MP groot zijn. Te kleine resoluties verminderen de kwaliteit van het werk te zeer en dus moeten werken voortaan aan deze minimumeis voldoen. In het forum was wat consternatie over deze aanscherping van de limieten. Sommigen konden geen werken meer uploaden. En er bleek ook wat onduidelijkheid over MP en MB. Wat betekenen die? En wat betekent dat voor mijn camera?

Even wat uitleg dus. Begrijp mij niet verkeerd. Ik houd van Werk aan de Muur. Ze zijn goed bezig, transparant en mijn draaiende antennes zijn altijd stil bij hen. Op dit moment heb ik 300 werken daar staan waarvan ik elk kwartaal wel een paar verkoop.


MP versus MB

MP

MP staat voor MegaPixel, en wel het aantal pixels op de sensor. MB staat voor MegaByte, en staat voor de grootte van een bestand. Onthoud dat onderscheid. Ik heb in deze alinea even wat hoofdletters gebruikt. Normaal worden de begrippen met kleine letters geschreven.

Om het aantal megapixels van je camera te berekenen volstaat een eenvoudige som: het aantal pixels in de breedte van de sensor maal het aantal pixels in de hoogte. B x H. Dat is alles.

Voorbeeld:
Ik heb een oude Nikon D3100 liggen. Oud beestje uit 2011, maar verder helemaal okee. Die Nikon heeft een resolutie van 4068 (b) x 3072 (h) pixels, dus 14,7 MP (14,37696 megapixels). Met die resolutie kan ik geen beelden meer uploaden naar Werk aan de Muur, omdat dat nu een limiet heeft van 16 MP.
Mijn Canon 5D Mark 2 daarentegen, oorspronkelijk uit 2005 nog wel (fijne camera!!) heeft een resolutie van 5616 x 3744 pixels, dus 21 MP (21,026304 megapixels). Met dat stokoude beestje kan ik wél uploaden, en ik verwacht dat dat voorlopig ook nog wel zo blijft. Mijn Canon 6D is iets kleiner met 5472 x 3648, dus 19,9 MP (19.961856 megapixels), dus die is ook in de clear.

MB

De MB staat voor de grootte van het bestand en die grootte is afhankelijk van hoeveel informatie in het bestand zit. Meer te zien = meer informatie = groter bestand. Als voorbeeld toon ik twee foto’s die ik beide weliswaar verkleind heb naar 1200 x 800 pixels (het is het internet, dus je hebt te maken met laadtijd), een met weinig informatie en een met veel informatie.

Beide foto’s zijn 1200 x 800 pixels, dus beide zijn 0,96 MP (960000 megapixels). De maanfoto is grotendeels zwart en is slechts 23 KB(!) groot, de andere foto heeft veel te zien, bevat veel beeldinformatie en is 668 KB groot.

En dát is het verschil tussen MP en MB. Aantal megapixels versus bestandsgrootte. Twee dingen. De allereerste foto hierboven – Compositie in blauw en geel – (ik plaats die even om deze blog wat visuele body te geven in de tweets) is slechts 200 x 300 = 60000 megapixel in omvang en 10 KB groot. Klein plaatje, ziet er toch goed uit, maar je kan er verder niets mee. Leuk om te bekijken.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Photoshop versus Elements, een vergelijking

In Het verschil tussen Photoshop CC en zijn kleine broertje Elements gaf ik de grootste verschillen aan tussen die twee beeldbewerkingsprogramma’s. Nu zijn beide helemaal niet slecht – Photoshop CC is top en ik wil zelfs zeggen dat Elements een heel goed en voordelig alternatief is… maar die is wel voor de fotohobbyïst en de vakantiefotograaf die meer willen dan een jpg rechtstreeks uit de camera trekken, en hun foto’s ook vanuit het bronbestand Raw willen nabewerken.

Bovendien is Photoshop CC onderdeel van Adobe’s Creative Cloud Suite, die sinds 2013 alleen op abonnementsbasis is af te nemen. Dat maakt het voor de hobbyïst en vakantiefotograaf minder aantrekkelijk. Elements is gewoon in de winkel verkrijgbaar, op een schijfje in een doosje voor zeg 80 à 100 euro. En huppetee, dan ben je klaar.

Beide programma’s kunnen namelijk nagenoeg hetzelfde. Photoshop CC heeft meer functies en knoppen om de foto helemaal naar de hand te zetten. Het grootste verschil is dat Elements veelal in 8 bit werkt, waardoor je in het bewerkingsproces altijd verlies van beeldinformatie hebt. Die krijg je nooit meer terug. En je ziet het ook in de foto’s.

Nu ben ik een paar jaar geleden overgestapt van Elements 10 naar de grote broer Photoshop. Ja inderdaad, ook ik heb als armlastige startup een tijd gebruik gemaakt van Elements, en ik was er tevreden mee. Foto’s kwamen er volgens mijn toenmalige stand van ontwikkeling goed naar voren, totdat ik steeds meer tegen de grenzen van Elements aanliep. Ik zat steeds meer te zuigen op het resultaat. Ik was steeds minder tevreden. Ik wilde meer. Ik legde de lat hoger. Ik wilde upgraden. En in 2016 stapte ik over op de ‘grote’ Photoshop. Exit Elements. U wordt bedankt voor de inspanning. Maar ik moest verder.

En ja, ik zag een duidelijk verschil.

En daarom een vergelijkend warenonderzoek!

Verschillen tussen A en B in een tekst benadrukken is natuurlijk makkelijk. Maar dat maakt het voor een ander nog niet inzichtelijk hoe dezelfde foto door Elements en Photoshop worden ‘afgewerkt’. Kan je verlies aan beeldinformatie ook echt zien in een jpg, ook als die op exact dezelfde manier vanuit Raw is bewerkt in Elements en Photoshop? Een jpg is namelijk altijd 8 bit, dus dat maakt niet uit voor beide programma’s. Wat gebeurt er in het bewerkingsproces in Elements en Photoshop?

Hieronder staat tweemaal dezelfde foto die op dezelfde manier in Elements en Photoshop is bewerkt. Dezelfde manier betekent: een tamelijke normale bewerking met functies die zowel in Elements en Photoshop te vinden zijn. De Elementsfoto is op een Windows 7 laptop ontwikkeld, de Photoshopfoto is gedaan op een Macbook Pro. Beiden hebben een gecalibreerd scherm. De foto is van 7 september 2018, toen het nieuwe Jaarbeursplein in Utrecht net was geopend en er een beachvolleybaltoernooi liep. De foto zit daarmee bomvol detail en informatie. Eens zien wat daarmee gebeurt.

Appels en peren?

Oh ja, ik weet dat Elements 10 een ouder beestje is uit 2011 en dat er een aantal nieuwe versies zijn gekomen. In oktober 2016 kwam versie 15 uit en in de winter van 2017 versie 2018 (naamstelling ja.. bron is hier). Die nieuwe versie zullen ook hun verbetering hebben gehad, maar ik wil laten zien waar ik ooit mee werkte en waar ik nu mee werk (en ik heb geen zin om nog eens Elements te kopen, alleen voor deze blog haha 🙂 ).

Eerst maar even de foto’s naast elkaar zetten. Schuif de slider heen en weer. Links staat dan de versie van Elements in 8 bit bewerkt, rechts die in van Photoshop in 16 bit bewerkt. Ik maakte eerst een bewerking in Photoshop, zonder na te denken of Elements een passend antwoord had. Er zijn verder geen spannende dingen gedaan.

 

Schuif de slider heen en weer om te vergelijken. Links = Elements, rechts = Photoshop

 

Uitslag

Je ziet dat de uitvoering van de Elementsfoto wat harder is. De kleuren zijn wat meer aangezet en in de schaduwpartijen valt wat detail weg. Ook is er wat vertekening. De beide foto’s komen van hetzelfde Rawbestand, maar ergens in het proces is er toch een afwijking ontstaan: de foto’s zijn niet aansluitend. De Photoshopfoto is wel echt beter uitgevoerd, vind ik.

Kijk je naar de ruwe cijfers:

uit het Rawbestand maakte ik een bewerking, die ik als psd-bestand (het resultaat van de bewerking) opsloeg. Uit het psd-bestand maakte ik dan een jpg van 1200×800 pixels. Dat deed ik zowel in Photoshop en Elements, dus ik had op het eind twee jpg’s die ik naast elkaar kon zetten.

Beide psd’s hadden drie bewerkingslagen. Dat maakt uit: elke bewerkingslaag neemt ook ruimte in en dus moesten beide psd’s  evenveel bewerkingslagen hebben voor een goede vergelijking. De psd die Elements genereerde was 178,7 MB groot, de psd die Photoshop genereerde was 426,28 MB groot, dus 2,38 keer groter. Dat is ook wel te verklaren, omdat Elements in 8 bit opslaat en Photoshop in 16 bit. Dat verklaart het grootteverschil en het is de reden van verlies van beeldinformatie.

Daar staat tegenover dat de jpg van Elements 564 Kb groot is en die van Photoshop 504 Kb. Elements levert dus iets groter af, maar dat kan het verschil in de psd’s niet opheffen.

Conclusie

Zoals gezegd: Elements is geen slecht programma. Je kan er prima op nabewerken, en ik was bij het schrijven van deze blog aangenaam verrast en er ook best tevreden over, hoewel ik toch wel even moest zoeken waar alles ook al weer zat. Voor hobbyïsten en incidentele fotografen is het een prima tool. Maar wil je meer (lees: alles) uit je foto’s kunnen halen dan schiet het toch echt tekort.

 

 

 

 

Waarom ik niet op Instagram zit

Ik loop nogal eens met een camera rond. Niet alleen om voor elke gelegenheid “aanwezig” te zijn, het is behoorlijk naar als er een fotomoment passeert en je hebt géén camera bij de hand. Dus liefst altijd camera meezeulen. Dan val je op en dan komt er doorgaans een blijkbaar belangrijke vraag voor velen:

“Zit je ook op Instagram?”

Ja, blijkbaar is Instagram voor veel mensen belangrijk en kunnen absoluut niet zonder, net zoals mensen ooit ook niet zonder Hyves, MSN, Facebook etc konden, hoewel ze voordien jarenlang zonder problemen konden functioneren. En is het is natuurlijk ondénkbaar dat anderen niet op Instagram zitten.

Maar ik zit niet op Instagram. En ik wil niet op Instagram. En ik ga niet op Instagram.

De reden is dat Instagram van het Facebookconcern is, en we weten allemaal wat er met Facebook mis is. Dat maakt Instagram gewoon verdacht. De Facebookvos heeft zijn streken en het kleinere broertje komt uit dezelfde familie… zal dus ook wel die streken hebben. Bovendien plaats je al je media-uitingen via een concern, dat a. volledig kan volgen wat je doet en wat je interesses zijn (en jouw data verkopen) en b. jouw accounts met een druk op de knop kan stoppen als de inhoud het niet bevalt. Je bent dus afhankelijk van de goodwill van een verder onbekend  bedrijf, dat overigens meer van jou weet dan jij van jezelf.
Dat alles wil je niet.

Risicospreiden

Je moet dus gaan risicospreiden. Dat betekent je uitingen spreiden over meerdere sociale media en correspondentie blijven doen via email en niet via Whatsapp dat overigens ook van Facebook is. Email is van niemand.. het is gewoon een protocol en niemand kan daar met een druk op de knop beslissen of je op het internet mag bestaan. Een nieuw emailadres is zo gemaakt.

Terug naar mijn verhaal.

Een andere reden dat ik niet op Instagram zit, is dat Instagram een verzamelplaats is voor copycats. Het is een tweede Facebook, vooral met plaatjes en veel plaatjes zijn onderling uitwisselbaar. Allemaal hetzelfde, en de software van Instagram laat blijkbaar alle foto’s er ook hetzelfde uitzien.

Instagram zou dus beter Eenheidsworst kunnen heten

Nou, dat is volgens mij wel een downgrade als je daar je werken gaat plaatsen.

Ja maar… je kan die eenheidsworst toch proberen te doorbreken met je werk? Eehh  ja, maar dan zit je je toch via een hetzelfde bedrijf afhankelijk te maken. Risicospreiding, weet je wel?

En dat zijn de redenen dat ik niet op Instagram zit. Risicospreiding en je wilt geen speld in een rare hooiberg zijn.

Elk product heeft een opkomst, een top en en een neergang. Facebook, die archaïsche site dus, was ooit de new kid on the block, maar is al lang over de top heen en gaat nu downhill. Dat gebeurt straks ook met eenheidsworst Instagram, en dan kun je beter risicospreiden en je eigen ding doen op je eigen sites, zonder duidelijke inmenging in hoe je werk eruit ziet en andere gedoe van obscure sociale media.

Mijn twee centen.

 

In de webshop: Inspectie

Een zweefvlieg langs de sedum. Klik voor groot.

Als de zomer voorbij is, zie je vanaf half september een afbouw van alles wat groeit en bloeit. Dat gaat heel langzaam en nagenoeg ongemerkt, maar toch… de dagen worden korter, de nachten kouder en de planten zie je afsterven. Eind september is het groeiseizoen wel voorbij. Dagen kunnen nog wel 20+ graden – dat kan zelfs nog tot in oktober – tegelijk kan oktober ook al sneeuw bevatten. Jawel, de vroegste sneeuwval ooit was op 13 oktober 1975. Dus het is niet zo gek dat de natuur zich al voorbereidt op de winter.

Sedum

Niet alles kapt ermee overigens. De sedum is een echte herfstplant die september en oktober nog een prima tijd vindt om eens lekker te bloeien en de tuin flink rood te kleuren. Klein charmant en populair tuinplantje. Doet het goed in de tuin om die wat extra schwung te geven. Ik zat al daarop te wachten: eens zien wat ik daarmee kan doen.

Dus, ik lig op de tegels op mijn zij om de sedum te fotograferen. Plat tegen de grond, het is nu eenmaal een laag plantje en ik wil geen kiekje maken. Lees hier wat een kiekje is en waar die naam vandaan komt. Camera instellen. Liggen. Scherpstellen op het onderwerp, had al wat geschoten dat het niveau kiekje niet ontsteeg… en dan…

komt daar ineens een een zweefvlieg – tenminste, ik denk dat het een zweefvlieg was, het was geen wesp, bij of hommel – aanvliegen. Hangt vervolgens drie seconden naast de sedum stil om de bloem te inspecteren en kruipt vervolgens op de bloem. Die drie seconden waren voor mij al voldoende om deze foto te maken. Daar kwam deze foto uit.

Afhankelijkheden

Terwijl ik meteen naar binnen ga om het resultaat op de laptop bekijken, besef ik de afhankelijkheden van de natuur. Ik zag hier de wisselwerking tussen insecten en bloemen. Wil je nectar, jongen? Prima, maak ik nectar voor je. Moet je wel komen halen, ik ga het je niet brengen. En als je het komt halen… neem dan ook even wat stuifmeel van me mee? Dank je wel. En het insect doet braaf wat er van hem verlangd wordt.

En daarom hebben wij insecten nodig. Als er geen insecten meer zijn -weggespoten met insecticiden bijvoorbeeld – is er geen bestuiving meer. Zonder bestuiving geen gewassen. Geen gewassen, geen voedsel.

Als het insect verdwijnt, verdwijnt de mens vijf jaar later.

Zo simpel is het.

 

Oh, en als meer van fotografie wilt weten, volg dan eens een workshop!