In de webshop: Inspectie

Een zweefvlieg langs de sedum. Klik voor groot.

Als de zomer voorbij is, zie je vanaf half september een afbouw van alles wat groeit en bloeit. Dat gaat heel langzaam en nagenoeg ongemerkt, maar toch… de dagen worden korter, de nachten kouder en de planten zie je afsterven. Eind september is het groeiseizoen wel voorbij. Dagen kunnen nog wel 20+ graden – dat kan zelfs nog tot in oktober – tegelijk kan oktober ook al sneeuw bevatten. Jawel, de vroegste sneeuwval ooit was op 13 oktober 1975. Dus het is niet zo gek dat de natuur zich al voorbereidt op de winter.

Sedum

Niet alles kapt ermee overigens. De sedum is een echte herfstplant die september en oktober nog een prima tijd vindt om eens lekker te bloeien en de tuin flink rood te kleuren. Klein charmant en populair tuinplantje. Doet het goed in de tuin om die wat extra schwung te geven. Ik zat al daarop te wachten: eens zien wat ik daarmee kan doen.

Dus, ik lig op de tegels op mijn zij om de sedum te fotograferen. Plat tegen de grond, het is nu eenmaal een laag plantje en ik wil geen kiekje maken. Lees hier wat een kiekje is en waar die naam vandaan komt. Camera instellen. Liggen. Scherpstellen op het onderwerp, had al wat geschoten dat het niveau kiekje niet ontsteeg… en dan…

komt daar ineens een een zweefvlieg – tenminste, ik denk dat het een zweefvlieg was, het was geen wesp, bij of hommel – aanvliegen. Hangt vervolgens drie seconden naast de sedum stil om de bloem te inspecteren en kruipt vervolgens op de bloem. Die drie seconden waren voor mij al voldoende om deze foto te maken. Daar kwam deze foto uit.

Afhankelijkheden

Terwijl ik meteen naar binnen ga om het resultaat op de laptop bekijken, besef ik de afhankelijkheden van de natuur. Ik zag hier de wisselwerking tussen insecten en bloemen. Wil je nectar, jongen? Prima, maak ik nectar voor je. Moet je wel komen halen, ik ga het je niet brengen. En als je het komt halen… neem dan ook even wat stuifmeel van me mee? Dank je wel. En het insect doet braaf wat er van hem verlangd wordt.

En daarom hebben wij insecten nodig. Als er geen insecten meer zijn -weggespoten met insecticiden bijvoorbeeld – is er geen bestuiving meer. Zonder bestuiving geen gewassen. Geen gewassen, geen voedsel.

Als het insect verdwijnt, verdwijnt de mens vijf jaar later.

Zo simpel is het.

 

Oh, en als meer van fotografie wilt weten, volg dan eens een workshop!

 

 

In rust….

Soms, heel soms worden de foto-onderwerpen aan huis afgeleverd! Je hoeft echt niet het halve land af te reizen om een bepaalde foto te maken. Deze hommel koos het kozijn van mijn balkondeur uit om in rust de nacht door te brengen.

Klik voor groot.

Wat moet je hier nu van zeggen? Het was iets na acht uur en terwijl ik zat te eten (ja, ik at nogal laat), zag ik het dier gericht naar het houtwerk vliegen, landen en zichzelf installeren. Hij koos bewust een plaatsje in het licht van de warme avondzon. Ik schoof mijn eten naar binnen, greep de camera en klikte mijn macro-objectief erop.  Ik dacht niet echt hierover na, want het dier kon elk moment weer weg zijn, dus ik moest snel handelen.

Ik had ook een stoel nodig om er goed bij te kunnen. De hommel zat namelijk op een hoogte van ongeveer twee meter. Stoel op de drempel geplaatst en bovenop die stoel draaide ik om het dier heen. Hij moest me gezien hebben. Ik zag hem schrikken toen ik voor de eerste keer afdrukte. Hij vloog niet weg. Integendeel, op de meeste foto’s lijkt het dier diep te slapen: als ik de foto op 100% bekijk lijken de oogjes dicht. Verder is de ademhaling rustig. Tenminste, ik denk dat dat zijn ademhaling was. Het achterlijfje ging in een regelmaat op en neer.

Leuk om te zien dat een hommel een woonhuis als slaapplaats uitkiest. Ik vind het wel opvallend dat het dier een warme plaats in het zonlicht uitzoekt om te rusten. Je zou verwachten dat een dier dan een beschutte plek opzoekt, waar hij niet opvalt.  Ook leuk om te zien dat de hommel een schaduw werpt die samen met zijn lichaam een hart vormt.

Vorig jaar had ik een vlieg die bewust een blad van een plant opzocht en vervolgens heel de nacht doodstil daarop bleef zitten. Toen had ik nog geen macro-objectief en voelde ik dat als een gemis.

Natuurlijk staat dit werk ook op Werk aan de Muur!

Nachtelijke bezoeker!

 

Kijk eens wat een schatje!  Wat een mooi exemplaar van een kruisspin dat je in de ogen kijkt. Daar word je toch helemaal warm van?

Dit is een kruisspin die ik in Purmerend fotografeerde eind augustus 2013. Ik had net een macro-objectief gekocht waar ik mee experimenteerde. De lieverd zat te wachten op een onvoorzichtige prooi en poseerde voor mij in het web.

Leuk voor Halloween!!
Het uiteindelijke werk. Nachtblauw met vaal licht in de achtergrond en dat beest wat voor je neus hangt. Klik op de foto!

Deze foto slingerde al een tijdje op de harde schijf. In de oorspronkelijke vorm vond ik hem wel mooi, maar gewoon. Kruisspinnen ‘as-is’ kan je in de late zomer en vroege herfst gemakkelijk vinden. De foto was dus niet spannend genoeg. Er moest iets mee gebeuren. Ik wilde de foto ook niet weggooien, want daar vond ik hem te goed voor. Mooi scherp en groot in beeld. Tegelijk vroeg ik me af of je een afbeelding van wat algemeen wordt beschouwd als een “vies beest” wel kunt uitbaten. Verkoopt het wel?

Ik ging er toch mee spelen. Alweer, want in de winter was er al eerder mee aan de slag geweest. Hieronder laat ik de verschillende resultaten zien van mijn werk.

Voor dit werk voerde ik eerst de standaard bewerkingen uit. Belichting aanpassen, clipping verwijderen, ruis weg, iets meer verzadiging, en verscherping en nog wat zaken en dingetjes er omheen. Daarna veranderde ik de dag in de nacht. Ik vond dat spannender. In de functie Belichtingseffecten in Elements 10 (Filter -> Rendering -> Belichtingseffecten) pakte ik Blauw Universeel en ging daar mee spelen. Daarna OK. Vervolgens koos ik het filter Gloed Onscherp (Filter -> Vervormen -> Gloed Onscherp), zette de korreligheid op 0 (nul dus), de hoeveelheid gloed op 14 en de helderheid op 20. OK.

Daarna een zwarte vignettering toegepast om het beeld wat nachtelijker en meer sinister te maken. Ik probeerde nog een andere foto van de maan rechtsboven in het beeld te plaatsen, maar dat maakte het geheel nep en kunstmatig, dus die maan verdween weer snel.

Daar kwam dus dit beeld uit! Ik ben heel gelukkig met dit werk. Het is heel anders dan wat ik normaal maak. Opnieuw een verdere ontwikkeling met filters!

Halloween

En ik ben zo tevreden met dit werk dat ik dit weer te koop heb gezet via Werk aan de Muur. Leuk voor Halloween!!

Zoals ik schreef: ik ben al eerder bezig geweest met deze foto. Blijkbaar kon ik er toch niet van afblijven en moest er iets van komen.

In de slide hieronder toon ik de verschillende vormen die hier op de laptop de revue passeerden, te beginnen met de oorspronkelijke foto. In mijn herinnering had ik nog meer versies gemaakt, maar blijkbaar heb ik die in de afgelopen maanden verwijderd…

 

 

 

 

 

Dierenliefde

Dierenliefde is een oud verhaal wat ik schreef in augustus 2005, toen mijn kat alweer 20 jaar dood was. Ik was wel tevreden over het verhaal. Omdat het alweer augustus is, plaats ik hem nog eens hier.


Dierenliefde

Op de stoel tegenover mij plofte een man neer met droevige ogen. Uit een tas haalde hij een grote envelop die hij op tafel legde. Hij maakte hem open en haalde er een stapel foto’s van een huisdier uit waar hij ongetwijfeld zeer aan gehecht was. Hij begon ze uitgebreid te bekijken.

De man bemerkte kennelijk dat ik mijn boek dat ik zat te lezen verlaten had en zat te kijken wat hij zo allemaal uitstalde op tafel. “Dit is mijn kat, meneer”, zei hij. “Hij is dood. En ik mis hem. Kijk, dit is hem”.

December 1975

De man liet me een foto zien van een zwarte kat die met welbewuste ogen vanaf een stoel de camera in keek. Voorpootjes ingeklapt en de staart om de achterpootjes gevouwen. “Zeventien jaar is hij geworden, meneer”, vervolgde hij, “en ik weet ook wel dat zeventien jaar een flinke leeftijd is. De meeste katten worden niet zo oud. Het was zijn tijd gewoon. Maar het was niet mijn tijd, meneer. Zeventien jaar lang was ik me er niet van bewust dat hij er ook eens niet zou zijn. Ik was er gewoon niet klaar voor.”

De man keek weer naar de foto. “We waren als twee handen op een buik”. Hij lachte een beetje. “Nou ja, een hand en een pootje eigenlijk. We wisten alles van elkaar. We praatten zelfs met elkaar. Als ik ziek was, kwam hij bij mij op bed liggen. En als ik met hem naar de dierenarts moest, ging hij gewoon mee, want hij wist dat er niets te vrezen was. Didas heette hij, de lieverd. Hij was vernoemd naar een oude reclame voor dekens. Misschien herinnert u die zich wel.” Ik herinnerde me die reclame wel en moest erkennen dat dat wel een heel oude reclame was.

“Weet u, meneer, ik herinner me nog alles van Didas. Hoe zijn stem klonk, waar hij van hield, waar hij niet van hield. Je mocht bijvoorbeeld niet aan zijn achterpootjes en staart komen. Dat vond ie niet fijn. Kreeg je een lel van als je niet uitkeek. Hij heeft ook me eens een pets op mijn oog gegeven omdat ik het waagde tegen de haren op zijn kopje in te blazen. Vond ie ook niet leuk, dat was wel duidelijk.” Weer een lachje. “Ach, ik vroeg er ook wel om en ik was niet boos op hem.”

De man was duidelijk op zijn praatstoel gaan zitten. Hij leek er zelfs blij om dat hij eens kon vertellen. “Ik weet nog hoe ik het drie uur lang op de bank uithield met een slapende kat op schoot. Zonder boek of tijdschrift en geen tv moest ik wachten tot meneer eens uitgeslapen was. En als ik dan heel even een been bewoog schoten de nagels in mijn been opdat ik toch echt niet zou opstaan. En ja, dat deed ik dan niet. Ik weet ook wel dat dat een beetje raar is, drie uur lang zitten op de bank met een kat op schoot, zonder iets te kunnen doen. Maar ik deed het toch maar.”

“Ik weet ook nog precies hoe zijn vacht voelde. Wacht even”. De man begon in de envelop die op tafel lag te graaien en haalde er voorzichtig een tweede envelop uit. ‘Didas’ stond er op geschreven, met wat datums erbij. Met een nog grotere voorzichtigheid haalde hij er een dubbelgevouwen stukje toiletpapier uit. “Dit is een stukje vacht dat ik van hem heb kunnen bewaren,” zei hij. “Hij was net dood en ik knipte dat af zodat ik toch iets van hem had. Ik deed dat op een verborgen plekje, zijn borst, zodat hij geen zichtbare rare kale plek had”. Hij vouwde het velletje papier open. Het papier bevatte een plukje haar, zwart en schoon. Aan de verspreiding op het papier te zien was het kleinood al eerder geopend geweest. “Ja meneer, soms kijk ik er naar en raak ik het aan. Weet u dat dat fijn is? Ik heb niet zoveel foto’s van Didas en om hem dan nog te kunnen aaien… ” Hij ging met twee vingers zacht over de haren heen. “Ik doe dit niet zo vaak. Want elke keer als ik dit doe, raak ik wat kwijt ben ik bang. Maar soms moet ik het zien en aanraken en dan kan ik er weer een tijdje tegen.” Hij vouwde het papier weer voorzichtig dicht en stopte het geheel omzichtig in de envelop.

“Toen ging hij dood. Eind juli zag ik hem liggen in het gras. Ik wist meteen dat er iets aan de hand was, want zo lag hij er nooit bij. Zo helemaal uitgestrekt en hijgend. Ik vloog naar buiten. Didas bleek niet meer te kunnen plassen en zijn blaas zat helemaal vol. Hij bleek nog wel te kunnen plassen toen hij helemaal rechtop werd getild. Het gutste eruit, meneer. Leek wel een halve liter. Het moest echt heel erg pijn gedaan hebben. Ik ging meteen naar de dierenarts voor een onderzoek en een middel. Maar een paar dagen later, op 3 augustus, ging hij dood. Volgens de dokter was er een infectie op zijn nieren geslagen. Het zal wel. Ik weet dat niet. Ik ben geen dokter.”

Er volgde een stilte. Ik realiseerde me dat het nu ook augustus was.

“Ik wist toen wel dat mijn maatje er niet meer was. Ik had geen vrienden, meneer. Ja een, en die was nu weg. Dat was de enige keer in mijn leven dat ik echt gebruld heb. Niet een beetje, maar echt heel hard. Toen voelde ik me alleen en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Hij ligt begraven in de tuin van het huis waar ik toen woonde. Pal onder de struik waar hij zo graag in lag. Daar ligt hij nog steeds.”

De man pakte zijn spullen in. Hij was kennelijk klaar met herinneren en vertellen. “U zult misschien denken, waar deze man zich zo druk om maakt,” zei hij. Ik wilde zeggen dat ik dat niet dacht, maar ik kwam er niet aan toe. “De meeste mensen denken dat. ‘Het is maar een kat’, vinden ze. Maar niet voor mij, meneer. Zeventien jaar lang hebben we lief en leed gedeeld en dan doet het pijn als zo een lange periode voorbij is. Ik mis hem, meneer. Nog steeds. Dit jaar zou hij 37 geworden zijn.”

 

Jan vd Knaap

19 augustus 2005

 

 

Didas stierf op 3 augustus 1985.