WTF is een f/ ?

Wat is nu die f/ met een getal? Die cryptische code komt altijd terug bij de specificaties van een objectief, dus het zal wel belangrijk zijn. Ik merk in elk geval vaak glazige blikken als ik deze termen in een gesprek gooi. Dan zie ik mensen al snel wegdrijven en afhaken. Het zegt ze niets en vandaar deze verklarende blog. Die f/ heeft simpel te maken met licht en belichting, hoe je dat kan beheersen, en geeft ook de maximale lichtsterkte aan van het objectief. Maar wat moet je ermee? Hoe lees je dat?

Heel simpel: die f/ waarde is het diafragmagetal van het objectief, en is het resultaat van de brandpuntsafstand (f) gedeeld door de diameter van het diafragma (D).

Dus: Diafragmawaarde = f/D.

Voorbeelden:
Als ik een brandpunt heb van 100 mm, en een diafragmaopening van 10 mm, dan heb ik f/D = 100/10 = f/10. Heb ik een brandpunt van 75 mm en een diafragmaopening van 25 mm, dan is dat f/D = 70/25 = f/2,8. En elk zo’n waarde heeft invloed op de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten en de scherptediepte. Met een f/ waarde kan je dus globaal voorspellen/precies berekenen hoe groot je scherptediepte wordt. En met een lichtsterk objectief, dus een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen fotograferen. Er gaat dan veel licht door zo’n objectief.

Stop

En zo’n waarde heet een stop. Daar heb je hem weer. Onthoud dat woord, want dat is een kernbegrip in de fotografie en helemaal niet zo moeilijk. Een stop is niets anders dan een verdubbeling of halvering van het licht dat in de camera de sensor raakt.

Die stops zitten verstopt in de belichtingsdriehoek, waar de uiteinden van de driehoek de lichtgevoeligheid (ISO), de sluitertijd en het diafragma representeren. Alle drie variabelen werken met dezelfde stops. Zet je bijvoorbeeld het diafragma een stop meer open (dus 2x zo veel licht) dan moet je een van de twee andere variabelen weer een stop verminderen. Je krijgt dan evenveel licht binnen… dat overigens door de andere instellingen andere effecten geeft: je doet dit immers niet voor niets. Binnen die belichtingsdriehoek zit dus een gewenste foto en die kan je met een goede camera-instelling vinden.

Nu is er iets bijzonders met die stops aan de hand. Die stops hebben geen mooie ronde oplopende getallen, maar lijken een ratjetoe van willekeurige cijfers. Ik plaats ze even van een doorsnee objectief.

1 – 1.4 – 2 – 2.8 – 4 – 5.6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32

Die cijfers zie je trouwens steeds weer terug op elk objectief, dus zo toevallig en willekeurig zijn ze ook weer niet. Pak maar een objectief en stel vast dat dat klopt haha 🙂

Die rare oplopende getallen hebben te maken met een factor 2 in de oppervlakte van de diafragmaopening, volgens de formule √2=1,414. Voor elke halvering of verdubbeling van de oppervlakte moet je de diameter van het diafragma overeenkomstig vermenigvuldigen of delen, dus met die 1,414. Nu ben ik geen wiskundige (poeh nee zeg, alsjeblieft), en dit heb ik ook maar geleerd, maar dit is de reden waarom de intervallen en de getallen steeds met 1,414 oplopen. Elke vergroting van de diafragmaopening met deze factor levert een verdubbeling op van het doorgelaten licht – of een halvering natuurlijk als je een stop teruggaat. En dat is nu eenmaal de bedoeling van een stop.

Dus ja, die f/ waarde is dus meer dan alleen maar een beetje belangrijk. Het heeft wel betekenis. Moet je dan echt gaan rekenen en hogere wiskunde toepassen om te fotograferen? Nou nee, dat ook weer niet. Een f/ waarde geeft vooral de lichtsterkte aan van het objectief. Met een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen schieten. Ga dus voor een lage f/ als het budget het toelaat.

Wilt u meer weten van fotografie? Volg dan eens een workshop!



Neem ik de Av of neem ik de Tv?

Een flink aantal blogs geleden zat ik fijn te monkelen over de voorkeuzeknop van de camera. Hierrrr kan je dat teruglezen als je dat wilt – en dat wil je want deze blog gaat daarop door. Met die voorkeuzeknop laat je de camera werken zoals jij het wilt, mits je hem natuurlijk van de groene automatische stand afhaalt want op Groen kan je helemaal niks zelf.De camera streeft altijd naar een goede belichting en als je voor de Av (A bij de Nikon) gaat, kan je het diafragma instellen en de camera past daar de sluitertijd op aan. Ga je voor de Tv (S bij de Nikon) controleer je de sluitertijd en de camera past daarop het diafragma aan.

Alles voor een goede belichting.  Het verschil is natuurlijk dat je met “de Tv” het beeld kan bevriezen en met “de Av” meer grip hebt op de scherptediepte.  En daar heb ik ook weer een blog over geschreven. _DSC6548

Mijn voorkeur was altijd de Av. Het merendeel van mijn foto’s is met de Av-stand geschoten. Landschap: Av. Evenementen: Av. Dieren: Av. Eigenlijk was ik heel beperkt bezig door alles maar in Av te doen. Nou ja, niet alles, met flitsers zet ik hem in de M van Manueel, omdat ik dan alles in de hand wil hebben. Maar op locatie – buiten met daglicht of binnen met kunstlicht – nam ik het niet zo nauw en pakte ik de Av. Argeloos? Ja, maar het werkte wel. De belichting was altijd okee, omdat de camera compenseerde met een juiste sluitertijd. Maar toch…. ik begon mij te storen aan de side-effects van die Av.

Het kwam nogal eens voor dat normale bewegingen van een persoon een ongewenste bewegingsonscherpte op de foto gaf. Je ziet dan bijvoorbeeld een vage vlek van wat een hand moet zijn die in de normale beweging is vastgelegd. Ik had dus een kleiner diafragma genomen zodat de sluitertijd langer werd – en dan kreeg je dat normale bewegingen niet normaal op de foto kwamen. Die wilde ik niet.

En nu vind ik mijzelf in een beweging dat ik tóch richting Tv ga. Ik fixeer de sluitertijd op zeg 1/125 seconde en laat de camera de diafragma bepalen. Zo voorkom ik dat er geen ongewenste bewegingsonscherpte in de foto krijg.

Maar, maar, maar…. de scherptediepte dan, hoor ik de vraag al in de verte. Als de camera een groter diafragma neemt om de verminderde belichting door de korte sluitertijd te compenseren, heeft dat natuurlijk gevolgen voor de scherptediepte. Groter diafragma = kleinere scherptediepte, en dan kan het onderwerp wel eens niet helemaal scherp op de foto komen. Jaja, zo rolt de fotografie.

Nou dat heb ik weer opgelost door standaard een iets hogere ISO in te stellen. ISO 400 is 2 stops hoger dan ISO 100 en dus zal de camera het diafragma 2 stops dichter trekken. En dát heeft weer te maken met de belichtingsdriehoek. En dan wordt de scherptediepte ook weer groter voor het onderwerp dat ik scherp op de foto wil hebben..

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!