WTF is een f/ ?

Wat is nu die f/ met een getal? Die cryptische code komt altijd terug bij de specificaties van een objectief, dus het zal wel belangrijk zijn. Ik merk in elk geval vaak glazige blikken als ik deze termen in een gesprek gooi. Dan zie ik mensen al snel wegdrijven en afhaken. Het zegt ze niets en vandaar deze verklarende blog. Die f/ heeft simpel te maken met licht en belichting, hoe je dat kan beheersen, en geeft ook de maximale lichtsterkte aan van het objectief. Maar wat moet je ermee? Hoe lees je dat?

Heel simpel: die f/ waarde is het diafragmagetal van het objectief, en is het resultaat van de brandpuntsafstand (f) gedeeld door de diameter van het diafragma (D).

Dus: Diafragmawaarde = f/D.

Voorbeelden:
Als ik een brandpunt heb van 100 mm, en een diafragmaopening van 10 mm, dan heb ik f/D = 100/10 = f/10. Heb ik een brandpunt van 75 mm en een diafragmaopening van 25 mm, dan is dat f/D = 70/25 = f/2,8. En elk zo’n waarde heeft invloed op de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten en de scherptediepte. Met een f/ waarde kan je dus precies berekenen hoe groot je scherptediepte wordt. En met een lichtsterk objectief, dus een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen fotograferen. Er gaat dan veel licht door zo’n objectief.

Stop

En zo’n waarde heet een stop. Daar heb je hem weer. Onthoud dat woord, want dat is een kernbegrip in de fotografie en helemaal niet zo moeilijk. Een stop is niets anders dan een verdubbeling of halvering van het licht dat in de camera de sensor raakt.

Die stops zitten verstopt in de belichtingsdriehoek, waar de uiteinden van de driehoek de lichtgevoeligheid (ISO), de sluitertijd en het diafragma representeren. Alle drie variabelen werken met dezelfde stops. Zet je bijvoorbeeld het diafragma een stop meer open (dus 2x zo veel licht) dan moet je een van de twee andere variabelen weer een stop verminderen. Je krijgt dan evenveel licht binnen… dat overigens door de andere instellingen andere effecten geeft: je doet dit immers niet voor niets. Binnen die belichtingsdriehoek zit dus een gewenste foto en die kan je met een goede camera-instelling vinden.

Nu is er iets bijzonders met die stops aan de hand. Die stops hebben geen mooie ronde oplopende getallen, maar lijken een ratjetoe van willekeurige cijfers. Ik plaats ze even van een doorsnee objectief.

1 – 1.4 – 2 – 2.8 – 4 – 5.6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32

Die cijfers zie je trouwens steeds weer terug op elk objectief, dus zo toevallig en willekeurig zijn ze ook weer niet. Pak maar een objectief en stel vast dat dat klopt haha 🙂

Die rare oplopende getallen hebben te maken met een factor 2 in de oppervlakte van de diafragmaopening, volgens de formule √2=1,414. Voor elke halvering of verdubbeling van de oppervlakte moet je de diameter van het diafragma overeenkomstig vermenigvuldigen of delen, dus met die 1,414. Nu ben ik geen wiskundige (poeh nee zeg, alsjeblieft), en dit heb ik ook maar geleerd, maar dit is de reden waarom de intervallen en de getallen steeds met 1,414 oplopen. Elke vergroting van de diafragmaopening met deze factor levert een verdubbeling op van het doorgelaten licht – of een halvering natuurlijk als je een stop teruggaat. En dat is nu eenmaal de bedoeling van een stop.

Dus ja, die f/ waarde is dus meer dan alleen maar een beetje belangrijk. Het heeft wel betekenis. Moet je dan echt gaan rekenen en hogere wiskunde toepassen om te fotograferen? Nou nee, dat ook weer niet. Een f/ waarde geeft vooral de lichtsterkte aan van het objectief. Met een objectief met een lage f/ waarde heb je minder licht nodig om toch goed te kunnen schieten. Ga dus voor een lage f/ als het budget het toelaat.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!



Verleg je horizon!

Als je foto’s maakt zit daar vaak een duidelijke horizon in. En maar al te vaak is die horizon niet horizontaal. Moraal: zet dus je horizon recht! Kijk maar eens naar onderstaande foto’s.


Ze hellen allemaal naar rechts. De horizon is niet horizontaal.

En dat moet wel, per slot is het een horizon. 😉 Deze foto’s komen zo rechtstreeks uit de camera. Ik heb ze wel een beetje bewerkt voor de blog, maar de tilt heb ik voor deze keer bewust in stand gehouden. Zo kwamen ze uit de camera. En het valt echt op.

Wat is een horizon?

Een horizon is die lijn in de verte waar hemel en aarde (of zee) elkaar naderen en raken. Dat is natuurlijk een simplistische uitleg, en dat weet ik, maar hier staat een echte uitleg. In elk geval: de horizon is in de meeste gevallen een visuele horizontale lijn en hoort ook zo op de foto terecht te komen.

En misschien valt het niet meteen op als die lijn naar een kant afloopt, maar als je er op gaat letten… wordt het een basiszaak. Hoe ligt de horizon? Zeker als de horizon in zee scheef ligt…. tja, je verwacht eigenlijk dat het water dan naar die kant wegstroomt. Het lijkt wel zo en het ziet er gewoon niet uit. Fotografen wijzen elkaar ook graag op zulke omissies.
What is seen, cannot be unseen.

Even een zijsprong: als je lekker uit de hand schiet, ga er maar gewoon van uit dat de foto per definitie scheef is. Niet alleen omdat je uit de hand schiet, maar ook omdat ik merk dat het beeld in de zoeker niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als dat op de foto. Al te vaak denk ik dat de foto in de zoeker mooi horizontaal is en thuis op het grote scherm blijkt de foto toch flink wat graden uit het lood te zijn. Ik heb mij daarbij neergelegd. Ik probeer zoveel mogelijk in-camera al goed te krijgen, maar vaak moet ik thuis nog even rechtzetten.

Dus zet recht die foto!

Natuurlijk moet de horizon wel in context zijn. Als je op een heuvelpad fotografeert is de horizon van nature vaak niet horizontaal. Ga je die toch rechtzetten, staan eventuele bomen, palen, huizen die zich in beeld bevinden op hun beurt weer uit het lood. Dus wel even het koppie erbij houden en rechtzetten in context.

Is een scheve foto dan meteen verloren?

Nee, natuurlijk niet. Je kan een foto herstellen en redden. Waarom denk je dat ik deze blog schrijf? 😉
Als voorbeeld neem ik een foto die ik maakte op 5 augustus 2018, tijdens een boottripje in Eilandspolder en Schermerhorn. De foto heeft kraak noch smaak, vind ik, en dus alleen goed voor een blogje 🙂 Ik laat daar een klein bewerkinkje op los, zodat je ziet dat je van een scheve zozo-foto ook nog iets kan maken.

  1. De eerste foto is helemaal kaal. Niets mee gedaan, de kleuren zijn vaal, en de horizon hangt scheef. Het is een kiekje.
  2. Daarna trok ik de foto door de Raw-converter voor de eerste bewerking. De kleuren zien er al wat beter uit. Ik importeer de foto in Photoshop en zet als eerste de horizon recht. Ik kies daarvoor het bijsnij-icoontje dat uiterst links als vijfde van boven staat en vervolgens de optie Rechttrekken. Je verliest wel wat pixels, omdat er een uitsnede wordt gemaakt!
  3. Hier de foto nadat de horizon is rechtgezet.
  4. Tenslotte voer ik nog wat verdere bewerkingen uit om de foto een beetje bij te kleuren en op te leuken.

Vergelijk nu de eerste foto met de laatste. Al was het alleen maar om op te merken dat het water niet schijnbaar naar rechts wegloopt. Gered!

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Hoe sluit je een batterypack aan?

 

In 2011 kocht ik een tweedehands cameraset, voor een miezerige € 2155. Ik was er gewoon  aan toe haha 🙂  Hoofdbestanddelen van die  set waren natuurlijk een Canon 5D Mark 2, een statief, en een 24-105 mm zoomobjectief. Mooi spul hoor. Kwam allemaal in een mooie camerarugzak, en daar zaten nog wat filters in, wat extra geheugenkaartjes en een batterypack. Ik kwam rijk bij de verkoper aan, ging er ook rijk weer weg, en was in het proces € 2155 armer. Geen moment spijt van gehad.

Nu had ik die batterypack nooit gebruikt, gewoon omdat ik die onnodig vond. Ik had extra batterijen die ik even gemakkelijk in de camera kon steken, voor het geval dat de eerste batterij uitgeput raakte. Dat kwam bijna nooit voor, omdat ik altijd met volle batterijen van huis ga. Wie trouwens niet weet wat een batterypack is, het is een soort van vergrote accucontainer. Zie de foto. Als je op de foto’s klikt, krijg je een vergroting. Je ziet wel eens fotografen met zo’n bulb onder de camera rondstappen.

Daar gaan dan twee batterijen in. Je klikt de pack dan in de camera zodat de camera dan langer aan de slag kan. Normaal heeft de camera de beschikking over een batterij, met een pack dus twee. Die extender van de pack komt dan in de opening waar normaal de batterij in de camera zit.

Ik heb er dus ook een. Nooit gebruikt. Ik probeerde hem en liep meteen tegen een probleem aan.

 

 

 

Hoe?

Als je een batterypack wilt gebruiken loop je tegen het dekseltje van de batterijhouder van de camera op! Op de tweede foto zie je het compartiment in de camera geopend; het dekseltje staat open en de batterij is zichtbaar. Die moet er natuurlijk uit, maar dan merkt je dat de batterypack niet vast erin kan omdat het dekselse dekseltje de boel blokkeert. Dat zit in de weg!

Als je goed kijkt zie je echter een palletje bij het scharnier zitten. Nu ben ik niet de flauwste en ik doe niet misselijk dus ik heb even een close up van de scharnier gemaakt.

Dat middelste schroefje is een pal. Zet je nagel erachter duw deze naar onderen en de scharnier komt uit zijn houder. Het dekseltje komt dan los. Bewaar het dekseltje wel! Als je zonder batterypack werkt is het dekseltje noodzakelijk, dat MOET terug geplaatst anders werkt de camera niet. Dat dekseltje is dus nogal essentieel. Ik zeg het maar even.

 

Klik vervolgens de batterypack in de opening, draai hem aan en dan is het happy shooting!!

De camera nu met de batterypack aangesloten. Het is nu een wat groter ding, en wat zwaarder, en wat logger, maar je kan langer aan slag zonder met nieuwe batterijen te moeten jongleren.

Links liggen het tijdelijk overbodige batterijdekseltje en de beschermdop van de batterypack.

 

 

Spiegelreflex of smartphone?

Op woensdag 3 februari 2016 deed ik een demoworkshop van 20 minuten op de Open Coffee in Nieuwegein. Ik was daarvoor gevraagd en daar best gespannen over, want workshops.. ja die doe ik wel, maar ik stond nog nooit voor een grotere groep een verhaal te doen dat a) moest kietelen en b) coherent was. Per slot wil je uit een demo toch wel wat business halen. En een coherent verhaal over spiegelreflex fotografie maken is toch wel moeilijk, omdat niet iedereen op de Open Coffee een spiegelreflex camera heeft en je het toch begrijpelijk wil houden. Ze hebben wel een smartphone. Vooral een smartphone.

Maar okee. Demo workshop voorbereid. Ik ging het doen over scherptediepte. Dat is makkelijk, je hoeft er geen bijzondere investeringen voor te doen en dus leek mij dat wel aantrekkelijk. Powerpointje geschreven, wat tekst erin, wat voorbeelden van werk erin waar ik wel tevreden over was en waarin de scherptediepte goed zichtbaar was… wel even gerepeteerd zodat ik niet ging mummelen en hakkelen op het moment supreme. En klaar. Op 3 februari deed ik de demoworkhop en die ging voor mijn gevoel bijzonder goed.

Het kwam eruit als Gods woord uit een ouderling. Geen gehakkel. Geen gemummel. Het klonk allemaal strak. Tussendoor vroeg ik wel of het allemaal duidelijk was en blijkbaar was dat zo… ik kreeg geen opmerkingen. En zelf vond ik dat ik wat te snel sprak – dat is een kenmerk van mij. Vooral toen ik jong was praatte ik heel snel tot het onbegrijpelijke toe. Dat heb ik nu goed onder controle, en bij navraag bleek het allemaal goed te volgen. Mooi!

Totdat iemand mij vandaag aanklikt op Facebook en haar mening wilde geven. Dat is natuurlijk prima, van op- en aanmerkingen kan ik leren. En ze had niet zozeer opmerkingen over de workshop zelf, maar het was “vrij technisch…. Praten over instellingen is niet zo interessant, zelf doen is beter. Of in dit geval: laten doen. Bijna iedereen stond met een smartphone in zijn hand, daarop is scherpte-diepte ook realiseerbaar. Kun je je workshop in zo’n gezelschap niet beter daar op richten?”

Aha. De vraag. Zou het niet beter zijn om mijn workshop te focussen op smartphones in plaats van reflexcamera’s? Ik antwoordde naar waarheid dat de smartphone natuurlijk een leuk ding is, maar meer een gadget, meer geschikt voor internet en bellen, maar minder voor fotografie. Door de techniek van de smartphone (kleine lens, kleine sensor) haalt de kwaliteit het nog steeds niet met een “echte” camera, en dan bedoel ik een echte camera met een flinke sensor, hoge resolutie en veel instellingen. Een smartphone heeft minder mogelijkheden dan een camera en mijn doelstelling van de workshop was en is… zelf instellen en de camera naar je hand zetten. “Maak jij de foto of doet de camera dat?”

Die discussie ging zo even door. Toen weer “Bedenk dat voor jou als fotograaf andere dingen belangrijk zijn dan voor mensen die daar staan te luisteren. Veel mensen hebben niet zo’n camera, laat staan zo’n full-frame camera… maar andere camera’s dan smartphones zijn er niet op dat moment. Dus probeer je daar dan op te richten. ”

Opnieuw gaf ik aan dat ik dat niet wilde omdat de smartphone niet kan tippen aan een Canon 5D Mark 2, of de 6D of, de Nikon 800 of elke andere spiegelreflex- of systeemcamera. Het is een mooi tooltje voor een snelle fix, maar dat is mijn werk niet. Ik heb niet eens zo’n smartphone, dus wat kan ik daarover zeggen?

Toen weer “Laat ik dan zeggen …. dat het jammer is van alle energie die je hebt gestopt in het maken van die presentatie voor dat gezelschap, daar op die plek.” Jeetje. En “Als je niet met smartphone werkt, houdt het op natuurlijk. Ik denk dat je er JUIST tijdens die workshop iets interactiefs mee had kunnen doen.Je hoeft het allemaal niet te laten vallen en alleen maar met een smartphone te fotograferen. Je onderscheidt je juist door de dingen die je doet, en zoals je die doet. Ik wil alleen maar zeggen dat je voor de workshop zoals je die gisteren gaf, dan beter een ander publiek zoekt. Hier sprak het niet bijster aan wat je zei.”

Goh. Maar dat was niet mijn indruk en het werd ook niet gezegd toen ik ernaar vroeg.

Maar okee.. iedereen mag zijn mening hebben en dat respecteer ik. En mijn mening is dat ik niet van plan ben te downgraden naar een lager platform met minder mogelijkheden, omdat de grootste gemene deler zich bevindt op dat lagere platform. Ik respecteer het succes van de smartphone, maar je kan er gewoon minder mee, en mijn doelstelling is juist om mensen meer te laten doen met hun camera, niet minder.

Dus dat is de vraag. Moet ik mij beperken tot het ‘echte werk’ van de spiegelreflex- en systeemcamera? Of moet ik de smartphone omarmen alleen maar omdat de grootste gemene deler zo’n ding op zak heeft?

Ik dacht het niet. Mijn twee centen.

Wiedewiedewie? Dioptrie!

Het stelwieltje voor de dioptrie, rechts van de zoeker. Hiermee stel je het beeld in de zoeker scherp.

Wat is eigenlijk dat stelknopje vlak naast de zoeker? Nou, dat is een stelwieltje om het beeld in de zoeker scherp te stellen. Geen een oog is hetzelfde, en wat voor de een scherp is in de zoeker, kan voor de ander een onscherp beeld geven. Dat heeft te maken met dioptrie en met die effecten kun je mee te maken krijgen.

Voorbeeld

Afgelopen weekend was het mooi weer. Het was warm voor eind september, de zon scheen en we besloten naar buiten te gaan om nog wat leuke foto’s te maken. We besluiten naar Natuurpark Bloeyendael in Utrecht te gaan. Park Bloeyendael is een park niet ver van De Uithof. Het ligt meer precies bij het Provinciehuis van Utrecht. Vanuit het provinciehuis kan je direct het park in kijken. Bloeyendael is niet echt klein, ook niet supergroot, maar er is water en veel natuur, er zijn wandelpaden en vanuit het midden is het moeilijk voor te stellen dat het park in de stad ligt. Het is daar echt stil en rustig.

Naar Bloeyendael dus.

Bij het water in het park tref ik zowaar libellen aan. Libellen wil ik al heel lang fotograferen, maar die vermaledijde dieren hebben arendsogen en zien je al van ver aankomen. Bovendien hebben ze een speedy vluchtpatroon. Dat vliegt alle kanten op met vreemde hoeken en bewegingen en het is mij nog nooit gelukt ook maar in de buurt te komen van libellen. Dus ja, als ik in september libellen zie, eind september nog wel, wil ik daar nog iets mee doen. Nog even en dan start de herfst, vliegt de regen en later misschien de sneeuw om de oren en dan is het moment voorbij.

Ik pak mijn camera en ga op jacht. Daar! Ik zie een libel die een takje heeft uitgekozen om op te zitten. Wel hoog in de lucht en ik moet goed richten, maar hij zit er. Ik knip en knip en knip. Ik stel met de hand scherp. Hebbes! Mijn lieve vriendin is bereid de tak voorzichtig naar beneden te buigen om het dier beter voor de camera krijgen. Dat lukt. De libel vliegt soms weg, maar blijkbaar is de tak erg lekker en hij komt steeds terug. Uiteindelijk, na enkele tientallen foto’s denk ik tevreden dat ik klaar ben.

Een alsnog afgekeurde foto van een libel. Zowel de kop als de staart zijn onscherp. Nu speelt de diafragmagrootte hier ook mee, maar het scherpstellen op zich had beter gekund. Even klikken op de foto voor een vergroting.

Thuis laad ik de foto’s in ter beoordeling. Maar goh, alles van belang is te onscherp. Niet alleen gebruikte ik een te groot diafragma, en wat dat betekent kan je hier lezen, maar ook de gedeelten die wel scherp hadden moeten zijn, nee, ook die hadden níet wat ik verwachtte.

Euj! Hoe kan dat nou? Ik realiseerde mij een element van mijn camera dat ik een beetje veronachtzaamde. De knop voor dioptrie, het stelwieltje dat vlak naast de zoeker zit.

Ogen

Misschien is het beter om eerst de geschiedenis van mijn ogen uit te leggen. Heel, heel lang heb ik slechte ogen gehad. Vanaf mijn 7e jaar had ik een bril, en vanaf 1981 contactlenzen, want man, wat was  ik die bril zat. Maar ja, contactlenzen zijn ook niet alles. Sinds 2000 kreeg ik steeds meer last van die krengen – van de drie verkrijgbare maten had ik de kleinste maat en zelfs die maat was iets te groot zodat de randen van lens steeds over de rand van de iris schoof. Dat doet erg pijn, alsof je zand in je ogen hebt. Daarom besloot ik te langen leste in 2010 mijn ogen te laten laseren. Laseren is niet geheel zonder risico, maar na 30 jaar bril en contactlenzen wilde ik  echt van dat gedonder af. Op 13 augustus 2010 liet ik ze laseren en vanaf die dag weet ik wat de beste investering van deze eeuw was . Kostte veel geld, ruim € 2200 en niet vergoed, maar het is het waard. Net als libellen heb ik doorgaans ook valkenogen voor de verte.

Niet voor dichtbij, daarvoor heb ik een leesbril nodig. Ik was daar ook voor gewaarschuwd, want als je boven de 40 bent worden je ogen nu eenmaal minder flexibel en dús is een leesbril nodig. Komt bij dat je ogen gedurende de dag veranderen. Mijn oogscherpte wisselt met het uur, en ook met het seizoen. In de zomer is mijn oogscherpte beter dan in de winter – veel licht, kleiner pupil en dus grotere scherptediepte. ‘s Avonds als het donker wordt, wisselt het ook.

Scherpstelwieltje

Je voelt hem komen, denk ik. Terug naar Park Bloeyendael. Ik was dus die libel aan het knippen en stelde handmatig scherp. Maar ja, als je dioptrie niet juist is, dat betekent als je je zoeker niet scherpgesteld hebt voor de staat van jouw oog van dat moment, is de kans veel en veel groter dat de uiteindelijke foto’s helemaal niet scherp eruit komen! Het overgrote deel van de foto’s heb ik ook moeten weggooien. Slechts een klein deel heb ik nog liggen, waarvan de onderste foto ondanks de te kleine scherptediepte nog wel te bekijken is.

Technisch gesproken staat het beeld in de zoeker los van het beeld dat op de sensor valt. Maar je scherpstellen hangt wel af van wat je in de zoeker ziet. Je hebt niks aan handmatig scherpstellen als het beoordelingsbeeld in de zoeker niet scherp is. En daar is het dioptrie stelwieltje voor bedoeld. Gebruik hem als je handmatig scherp stelt. Want een scherp beeld in de zoeker betekent een scherp beeld op de sensor. En een te onscherp beeld in de zoeker kan je foto laten mislukken. Daar ben ik dus achter gekomen.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

De instelknop van de camera – wat heb je eraan?

Als je een camera koopt of al hebt, valt een knop meteen op. Die zit bovenaan en bevat verschillende aanduidingen. Dat is de instelknop en is ongeveer de belangrijkste knop van de camera. Dat vind ik. Ik hoop die mening ook over te brengen.

De instelknop van de Canon 5D Mark 2

Die instelknop ziet er ongeveer zo uit.  Hij zit meestal linksboven op het toestel, zoals hier op de Canon 5D Mark en de Canon 6D. De Nikon D3100 waar ik deze foto mee maakte heeft de knop weer aan de rechterkant. Waar hij ook zit, je herkent hem meteen.
Er staan wat aanduidingen en symbooltjes op en een groene aanduiding.

Maar wat betekenen die nu?

De symbooltjes, ze staan niet op de foto hier, maar wel op die hieronder zijn bedoeld als je de weg van de bijna minste weerstand wil kiezen. Wil je panorama: kies je de bergjes. Wil je een portret maken: kies je het koppie. Wil je iets kleins fotograferen: kies je het bloemetje, enzovoort.

Of ze werken en functioneel zijn? Ik weet het niet eens, want ik gebruik ze nooit. Het zijn namelijk voorinstellingen die de fotograaf de beslissingen uit handen nemen. Met deze instellingen laat je namelijk de camera beslissen hoe de foto eruit komt te zien. Er is een voorinstelling die je nog minder keuzemogelijkheid geeft en dat is de groene stand. Met die stand hoef je alleen maar op de sluiterknop te drukken en de camera doet de rest.  Dat is natuurlijk geen gewenste situatie. Jij neemt de foto, jij besluit hoe die eruit moet zien, dus jij neemt de beslissing en niet de camera.

Voorinstellingen

De instelknop van de Nikon D3100 met een stel icoontjes

Ik beperk mij dus tot vijf voorinstellingen, waarvan ik er slechts drie echt gebruik. Nu maak ik doorgaans gebruik van de Canon 5D mark 2 met al zijn toeters en bellen, maar die vijf instellingen vind je min of meer terug bij alle spiegelreflexcamera’s. Als je de knoppen van de Canon en Nikon vergelijkt, zie je die overeenkomsten ook.

Het zijn voor de Canon: B – M – Av – Tv – P
Voor de Nikon zie ik:             M – A   –  S  – P

Ik zet ze expres zo neer, omdat deze functies bij Canon en Nikon iets anders benoemd zijn, maar functioneel gelijk.

En de naamstelling van Nikon vind ik beter. Wat is eigenlijk de achtergrond van de beslissing van Canon om een instelling Tv te noemen?

Functies

Maar wat doen ze? Als je de camera van de volautomatische groene stand wilt halen – en dat wil je, want je wilt controle over je camera en foto’s – heb je de keuze uit deze mogelijkheden.

De Av-stand (voor Nikon is dat dus A) staat voor Aperture. Je stelt het diafragma en de gevoeligheid in en de camera stelt dan automatisch de goede sluitertijd in, om een goede belichting te krijgen.
De Tv-stand (voor Nikon is dat dus S) staat  voor Shutter. Dat is net omgekeerd. Je stelt de sluitertijd en de gevoeligheid in en de camera past het diafragma aan, om een goede belichting te krijgen.
De M-stand staat voor Manueel. Hierbij stel je zelf de sluitertijd, het diafragma en de lichtgevoeligheid in. De M-stand is dus het andere uiterste. Aan de ene kant heb je feilloze groene volautomatische stand (geen keuze) en aan de andere kant heb de M, waar je alles in de gaten moeten houden. Daar vallen ook de missertjes, want een onder- of overbelichte foto is zo gemaakt.

Dan heb je nog de P-stand (Program). In deze stand kijkt de camera naar het aanwezige licht en kiest er zelf de goede iso bij. Daar heb je nog genoeg controle over alles en maak je toch scherpe foto’s.
In de B-stand (Bulb) is de sluiter open zolang je de ontspanknop hebt ingedrukt.

De eerste drie standen gebruik ik het meest. Wat zijn de verschillen?

Verschillen

De Av-stand gebruik je vooral in rustige situaties, zoals in de natuur. Je stelt scherp op het onderwerp dat waarschijnlijk niet meteen weg is en de camera zet er de goede sluitertijd bij. Handig. Ik gebruik deze optie het meest. Je houdt wel het risico dat het diafragma een te geringe scherptediepte geeft zodat het onderwerp niet compleet scherp is. Je bent ook wel bezig met de belichtingsdriehoek, want de foto moet wel scherp zijn en goed belicht worden.

De Tv-stand gebruik je vooral in situaties waar veel beweging is, zoals sport. Een voetballer die net uithaalt moet je kunnen pakken met een korte sluitertijd. Een bal die in de lucht hangt op weg naar het doel. Dansers. Een autorace vereist ook een korte sluitertijd, anders krijg je vage sporen in het beeld. Ook hier komt de belichtingsdriehoek weer om de hoek kijken. Bij zulke gelegenheden zie je me zelden trouwens: ik kan even geen voorbeeld daarvan vinden.

De M-stand gebruik je als je alles in de hand wilt houden. Dat moet je wel willen en vaak wil ik ook dat niet. Maar dan heb je wel volledige controle over de belichting. En de meeste kans op missers, als je de belichtingsdriehoek negeert.

Maar toch, ondanks dat je iets meer moet nadenken en handelen voor je foto, is dat toch een reden waarom je van de automatische groene stand af moet. Nou ja, moet… het is je eigen beslissing. En het is wel handig, die automaat, maar de prijs is wel dat je verder geen beslissingen meer kan nemen. Maar daar heb je toch geen camera voor gekocht?

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Hoezo ISO?

Een camera moet gevoelig zijn voor het invallende licht (duh!). Die gevoeligheid wordt uitgedrukt in de norm ISO, gedefinieerd door de International Organization for Standardization. Deze ISO is gelijk aan het vroegere ASA van de American Standard Association en wordt nog steeds gebruikt voor filmrolletjes. Er was ook nog DIN van het Deutsches Institut für Normung, maar die norm zie ik al jaren niet meer.

Stops

ISO dus. Met ISO stel je de gevoeligheid van de camera in. ISO werkt steeds met een verdubbeling of halvering van de lichtmeting, de stops. Onthoud dat woord. Dit komt steeds terug. Juist omdat licht nooit altijd en overal hetzelfde is (het kan zelfs per seconde veranderen als er een wolk voor de zon schuift) werd al in de analoge tijd het stopsysteem ontwikkeld. Een 2x hogere ISO betekent een halvering van de sluitertijd of verkleining van het diafragma. Als licht 2x versterkt wordt, moet immers het invallend licht gehalveerd worden om tot hetzelfde resultaat te komen. Het licht moet dus gemeten worden en het resultaat van die meting kan je zien in de zoeker. Daar zie je een wijzer die in het midden op 0 (nul) moet staan. Staat de wijzer naar rechts, dreigt overbelichting. Staat de wijzer naar links, dan wordt de foto onderbelicht. Die stops worden aangeduid met een waarde.

Achtereenvolgens heb je 100-200-400-800-1600-3200-6400 etc.

In de analoge tijd was dit de standaard. Films werden en worden nog steeds in deze maten geleverd, hoewel 100 ISO tegenwoordig besteld moet worden. Een digitale camera kan echter de gevoeligheid per foto toepassen en ook nog eens desgewenst met 1/3 tussenstappen. Op mijn camera zie ik achtereenvolgens

100-125-160-200-250-320-400-500-640-800-1000-1250-1600-2000-2500-3200-4000-5000-6400 ISO.

Per camera kan dit overigens verschillen. De kleinere instapmodellen hebben minder mogelijkheden en minder toeters en bellen dan hun grotere broers.

Ruis

Maar wat nu als je een foto wilt maken in een minder goed verlichte omgeving en je hebt geen flitser, of je kunt of mag niet flitsen? Kan je dan zomaar de ISO verhogen? Dat kan natuurlijk. Je wilt wel een foto hebben waarop iets te zien is. Hogere gevoeligheid, hogere ISO dus, kan echter niet tot in het oneindige. Als je de ISO te hoog instelt kan dit tot ruis in de opname leiden.

De sensor heeft namelijk een aantal lichtgevoelige cellen, de photosites. Dat zijn géén pixels! Pixels komen pas later in de afbeelding naar voren. Die photosites zijn kleine lichtgevoelige cellen die het invallende licht omzetten naar een elektrisch signaal. Al die signalen vormen het uiteindelijke beeld. Naarmate er meer photosites op een sensor worden geplaatst, moeten ze dus kleiner zijn en valt er per photosite minder licht op. Met een hogere ISO kan je dat probleem wel tegengaan door het afgegeven signaal te versterken. Versterking geeft echter snel meer ruis in het signaal, zeker bij de goedkopere cameramodellen. Vergelijk het met de versterker van een stereo. Als je die zonder muziek op 10 zet, hoor je ook ruis uit de luidsprekers komen.

Vraag je dus eens af of het aantal megapixel op de sensor wel zo interessant en relevant is.

Je kan een hogere ISO gebruiken om het beeld op te lichten. Vergelijk het verschil eens met twee foto’s die ik in de nacht maakte.  De foto’s zijn gemaakt met een Canon 5D Mark 2, met ISO 3200 tijdens het Amsterdam Light Festival, waar je dus geen flitser kon gebruiken om de essentie van het festival (kunst en licht in de nacht) niet te ondermijnen. De sluitertijd was 0,40 seconde. Beide foto’s komen van hetzelfde Raw-bestand die ik op twee manieren heb bewerkt. Links met ruis zoals het van de camera kwam, rechts is zonder ruis nadat ik er mee bezig was geweest.

Hier een foto met gedwongen lange sluitertijd en hoge ISO. Om te vergelijken heb ik de ruis maar eens laten zitten.
Hier een foto met gedwongen lange sluitertijd en hoge ISO. Om te vergelijken heb ik de ruis maar eens laten zitten.
Hier een foto met gedwongen lange sluitertijd en hoge ISO.
Hier een foto met gedwongen lange sluitertijd en hoge ISO.

Je ziet het misschien, hogere ISO is meer ruis. En geloof me, ruis heb je altijd wel. Ook als ik mijn camera op 50 ISO heb staan zie ik het lichtjes opduiken in de nabewerking. Ruis is te herkennen aan zwartwitte vlekjes (luminantieruis) en kleurruis (chromaruis). Het hoort erbij. Het wegpoetsen ook. Wegpoetsen is een standaard handeling in de nabewerking. Maar probeer, als het even kan, een zo laag mogelijke ISO te gebruiken om de hoeveelheid ruis tegen te gaan!

ISO en de sensor zijn twee oorzaken van ruis in de foto. De andere twee zijn de sluitertijd en de nabewerking. Die komen in een latere blog aan de orde.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Automatische Witbalans

Als je foto’s maakt, wil je natuurlijk dat die er aantrekkelijk uitzien. Liefst scherp natuurlijk, en de kleuren precies zoals die waren tijdens de opname. De camera helpt je daarbij met de Automatische Witbalans (AWB). De AWB is een instelling in de camera die er naar streeft om de kleuren natuurecht weer te geven. De AWB slaagt daar opvallend goed in. Als je de AWB op automatisch laat staan, merk je dat de meeste foto’s heel kleurecht gereproduceerd worden. De AWB kan je vinden in je display en daar ook instellen. Er is namelijk naast de automatische stand ook een aantal voorinstellingen.

Kleurtemperatuur

Maar eerst, wat doet de Automatische Witbalans nu precies? Licht, elk licht, heeft een bepaalde kleurtemperatuur, uitgedrukt in Kelvin. Het witte licht dat we zien, dat wil zeggen, het licht dat we als wit willen ervaren,  is eigenlijk opgebouwd uit rood, geel en blauw en is heel veranderlijk. ‘s Ochtends bij zonsopkomst is het zonlicht veel geler dan overdag, ‘s avonds bij zonsondergang weer veel roder. Het verandert elk moment. We merken dat overdag niet, omdat onze ogen de verschillen in kleurtemperatuur automatisch compenseren, als het ware tegengas geven om de kleuren toch natuurlijk te laten zijn. Een camera heeft dat vermogen niet. Die moet soms verteld worden wat de aard van de lichtbron is, zodat hij weet hoe hij er mee om moet gaan. Dat gebeurt in de AWB.

Even een klein uitstapje voordat er vragen en opmerkingen komen: ik schreef dat gewoon wit licht in principe is opgebouwd uit rood, geel en blauw en dat is ook wel zo (schijn drie lampen met die kleuren over elkaar heen en je krijgt wit), maar televisies, monitors, displays en camera’s gebruiken rood, groen en blauw. Voor een simpele uitleg verwijs ik naar een YouTube filmpje van Vsauce  (Engels) over geel dat geen geel is op displays. Echt licht bevat dus geel, maar ik heb het voortaan over rood groen en blauw.

Het licht overdag heeft een gemiddelde waarde van 5600 K.  Geler en roder licht doet warmer aan en blauwer licht veel koeler. De AWB corrigeert en compenseert dat alles om de foto kleurechter te laten lijken. Een gloeilamp is bijvoorbeeld  ongeveer 3200 K, met de automatische AWB-stand zal dat vooral geel/oranje foto’s opleveren. Een buitenfoto met de instelling Kunstlicht levert weer een koele blauwige foto op.

Voorbeeld

In de regel doet de automatische AWB zijn werk wel goed. Zet de AWB op de automaat en je krijgt goede en kleurechte foto’s. Meestal! De camera slaat soms ook wel eens mis. Stel je het volgende voorbeeld voor. Je zit aan het strand, het is 25 graden, je hebt een piña colada in de hand en je kijkt naar de ondergaande zon. De warmte van het geelrode licht golft over je heen, je voelt je geweldig en je besluit een foto te maken van de zonsondergang. De camera staat ingesteld op de automatische witbalans.  Klik! Pats! Weg is de sfeer die je wilde vastleggen. Het rode avondrood – en daarvoor pakte je per slot de camera –  van de zon is ineens veel minder, veel witter, de warme avondgloed is deels verdwenen want de camera dacht heel slim te zijn door de kleuren kleurecht te maken en het teveel aan rood te verminderen. Zonde van de foto natuurlijk en daarom heeft de camera voorinstellingen om speciale situaties goed weer te geven. Die instellingen zoals die zijn vermeld op mijn Canon 5D Mark 2:

Zonnig (ca 5200 K)
Schaduw (ca 7000 K)
Bewolkt (ca 6000 K)
Kunstlicht (ca 3200 K)
Wit TL licht (ca 4000 K)
Flitser (geen aangegeven waarde)

Al deze situaties hebben een eigen lichtwarmte en dus een eigen voorinstelling. Die voorinstellingen kunnen ook per camera verschillen.

Resultaten

Hieronder staat een aantal foto’s van een omgeving gemaakt met deze instellingen. De omstandigheden ter plaatse waren op dat moment dat het net geregend had, en nu bewolkt en windstil, met zachte schaduwen. Het zijn echt verschillende foto’s, vanmorgen gemaakt en onbewerkt van de camera getrokken. Je kunt schuiven, maar klikken op een foto is gewoon handiger en die dan bekijken met de pijltjes.

Je ziet dat de verschillende instellingen verschillende resultaten geven. De meeste foto’s geven niet echt storende afwijkingen, hoewel je kan discussiëren over wat storend is. Per slot zijn de foto’s feitelijk niet kleurecht: de foto met de schaduwinstellingen heeft wat fellere kleuren. Waar het echt fout gaat zijn de foto’s met Kunstlicht en Wit TL licht. Hier werd de camera wijsgemaakt dat er respectievelijk een gloeilamp en een TL lamp als lichtbron werd gebruikt, en dús werd dat licht als zodanig gecompenseerd. Een gloeilamp geeft vooral geel/oranje licht en met de instelling Kunstlicht zal dat worden getemperd. Ontbreekt dat geelrode licht buiten, dan zal de foto daardoor een blauwe waas krijgen. Hetzelfde geldt voor de instelling Wit TL-licht.. als dat blauwe licht buiten ontbreekt, wordt de foto blauwig. Eigenlijk zijn camera’s heel dom. Stop je er foute informatie in, krijg je foute informatie terug.

Eigen keuze

Het gebruik van een gewenste AWB voorinstelling is natuurlijk niet verplicht. Door af te wijken van een logische keuze kan je prima en onverwachte resultaten behalen. Zelf heb ik mijn camera altijd staan op Flitser, omdat ik dan de kleuren mooier en sprankelender vind. Het is niet kleurecht, maar als ik de keuze aan de automaat overlaat, krijg ik valere kleuren, vind ik. En dat vind ik niet mooi.

Wil je echter zorgeloos fotograferen, stel dan je camera in op automatisch. Je laat de beslissing over aan de camera en dan gaat het meestal wel goed. Hou wel in je achterhoofd dat bepaalde situaties eigen ingrijpen vereisen, omdat de camera er anders iets vreemds van maakt. Houd de hersens er wel bij. In een situatie waar er  twee verschillende lichtbronnen in het beeld aanwezig zijn, zoals een gloeilamp aan het plafond en een tl-lamp verderop in de keuken, zal je dwingen een keuze te moeten maken. Kies je voorinstelling Kunstlicht, dan zal het TL-licht anders worden weergegeven. Kies je Wit TL licht als voorinstelling, heeft dat weer invloed op de gloeilamp.  Soms zijn compromissen onvermijdelijk.

Raw

Een andere mogelijkheid is om in Raw te schieten, zodat de foto als onbewerkt beeldbestand voor je beschikbaar komt. Met Raw heb je de mogelijkheid om het eindresultaat helemaal naar je hand te zetten, inclusief de witbalans. Maar dat is een verhaal voor later.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

Het nut van een statief!

Het Amsterdam Light Festival in Amsterdam is een jaarlijks terugkerend festival waar kunstenaars in de duisternis van de lange avonden hun lichtcreaties tonen. Vandaar ook de naam. Een paar keer heb ik het festival bezocht, zoals hier en hier en ik had er een statief bij gebruikt.

En geloof me: een statief is wel nodig! Wie een beetje verstand heeft van fotografie en de techniek er omheen, weet dat er drie variabelen zijn die een foto laten slagen. Dat zijn de ISO, het diafragma en de sluitertijd. Die hebben een menage-a-trois die elk en met elkaar bepalen of een foto ‘lukt’. En ‘lukken’ is natuurlijk een subjectief gegeven.  Je moet het wel heel erg bont maken om een foto te laten mislukken. De essentie is wel dat je

Het bruggetje over de Nieuwe Herengracht in Amsterdam. Zonder statief genomen. Klik voor groot.
  1. ruis krijgt met een te hoge ISO;
  2. te weinig scherptediepte hebt met een te groot diafragma;
  3. bewegingsonscherpte in de hand werkt met een te lange sluitertijd. Niet alleen van de omgeving, maar ook de kleinste beweging van de fotograaf wordt zichtbaar in de foto.

Je hebt dus echt een statief nodig. De camera staat dan stabiel, je kan een lage ISO hebben, je stelt het goede diafragma is en je laat de sluiter een flinke tijd openstaan totdat de camera vindt dat hij genoeg licht heeft gezien.

Uit de hand

Maar dan moet je wel een goed statief hebben! Als die om een of andere reden instabiel is kan je er niet op vertrouwen, worden de foto’s bewogen en moet je alles vanuit de hand doen. Hogere ISO tot 3200(!), open diafragma en langere sluitertijden tot soms 1 seconde. En dan is het leunen brugrelingen, tegen bomen hangen om toch vooral zo stabiel mogelijk te zijn.

Dat gaat bijna niet! Op het cameraschermpje lijkt alles er nog wel okee uit te zien, maar eenmaal thuis op 100% blijken de meeste foto’s (nou ja, eigenlijk allemaal) niet om aan te gluren: veel ruis en beweging en dus rijp voor de prullenbak.

Resultaat

Hieronder laat ik de oogst zien van wat foto’s tijdens het Amsterdam Light Festival genomen, zonder statief, met hoge ISO en open diafragma. Volkomen ongeschikt om er ook maar mee iets te doen, behalve dan als tip tip TIP! om toch vooral een statief te kopen. Je hebt hem echt nodig! Onderstaande foto’s zijn een drama. Veel ruis en beweging!

Dus: koop een goed en stevig statief. Een die stabiel staat en die ook tegen een zuchtje wind kan. En een die niet zo makkelijk de geest geeft.
Jouw foto’s hebben er baat bij!

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!

De Hortus Botanicus – Je camera en de tropen

hortus botanicus

Als je van het koude buiten naar het warme binnen gaat, pas dan op voor condens! Ik was eens naar de Hortus Botanicus in Amsterdam. Interessant, hoewel de Hortus Botanicus meer te bieden heeft in het groeiseizoen dan in de winter. Er was een rondleiding met de titel De Bomen Bloeien Al, maar bloeiende bomen, die zag ik nog niet. Wel veel kale boomtakken in afwachting van de komende lente. Het was ongeveer 2 graden. Dan ga je niet vrolijk staan bloeien.

De Hortus heeft echter ook kassen. In die kassen bevinden zich tropische planten die zich in het koude Nederlandse klimaat niet kunnen handhaven. En dit krijg je dus als je met een camera de koude Nederlandse winterlucht ineens vervangt door warme vochtige lucht uit de tropen. Buiten was het 2 graden, binnen 26 a 30 graden. De camera is koud en vocht uit de lucht slaat als een deken neer op het filter dat ik altijd op het objectief heb zitten. Gelukkig.

Binnen no time is het beeld weg. Poetsen? Vergeet het maar. Je poetst tegen de klippen op. Sterker nog, je ziet in de slipstream van de poetsdoek alweer nieuw condens verschijnen. Ik wilde ook niet het filter weghalen. Dat zou ook niets uitmaken, want dan zou het vocht rechtstreeks op het glas neerslaan en daar schoot ik dan ook niks mee op. Nu kon ik nog veilig maar vergeefs het filter schoonpoetsen.

Pas na ongeveer tien minuten was mijn camera zover opgewarmd dat condens niet meer neersloeg. Er bleef wel een waas zichtbaar en eigenlijk zijn de foto’s daardoor niet ideaal, maar ik kon er mee leven. De waas geeft zelfs een broeierig tropeneffect.

Moraal van het verhaal:
Als het buiten koud is, laat dan eerst de camera een tijdje opwarmen. Doe er niets mee, want er slaat vaak condens neer dat het beeld verpest. In het ergste geval kan zelfs kortsluiting optreden.

TIP TIP TIP!
U wilt vast meer weten over fotografie! Volg dan eens een workshop!