Portretrecht: de do’s en don’ ts

Hoe zat het ook alweer met auteurs- en portretrecht? In 2015 schreef ik al een blog daarover, maar ik werd laatst weer eens mijn neus op de feiten gedrukt dat mensen daar weinig van weten en daarom zichzelf maar eigen rechten toekennen over de foto’s van anderen. Dat kan natuurlijk niet.

Deze week had ik een gesprek met een kandidaatmodel voor een nieuw project dat ik bouwrijp aan het maken ben. Het is een project met echte modellen, voor model- en naaktfotografie. Jawel, en mensen die mij kennen denken vast ” Huh? Jan?” Maar ja, je moet je horizon verbreden. En het is niet zomaar een gril. Ik loop al een jaar of zo met deze gedachte.

De eerste verkennende gesprekken ben ik nu aan het doen.  Het was een aardige man van ongeveer 67 jaar en terwijl we aan het overleggen zijn, zegt hij pardoes “Ik heb wel eens model gestaan voor fotografen, en die foto’s waren zo slecht vond ik, dat ik ze zelf maar eens extra bewerkte voor mijn websitepagina’s.”

Wablief?

Ik leg hem uit dat dat echt niet kan. Er is namelijk zoiets als auteursrecht, waarvoor je echt helemaal niets hoeft te doen. Heb je iets gemaakt, valt automatisch het auteursrecht aan je toe. Dat betekent dat de maker kan beslissen wat er met zijn werk gebeurt en waar dat wordt geopenbaard. Dat geldt voor alles. Boeken, muziek, beeldhouwwerken, schilderijen, tekeningen, gebouwen, noem maar op, ook foto’s. Als een mens het heeft gemaakt zit er doorgaans auteursrecht op.

Er is verzet. Dat zie je wel vaker binnen dit onderwerp.
“Ja, maar ik sta er toch op?” is het standaard antwoord, Hoor je ook vaker binnen dit onderwerp. Mensen geven niet snel op. Mensen luisteren vooral om te reageren en luisteren niet om na te denken. Ik wil graag dat mijn gesprekspartner luistert en nadenkt.

“Klopt, je staat er op, maar dan verwijs je naar portretrecht en dat is iets anders. Het portretrecht geeft de geportretteerde de mogelijkheid om publicatie van zijn of haar portret tegen te houden.” Ik vertel de regels zoals ik die vermeld in de eerdere genoemde blog (lees die even!), namelijk dat publicatie van een portret niet is toegestaan als het belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. Dat is portretrecht.

“Oh, maar dat doe ik wel vaker, en andere fotografen vinden dat niet erg!”, is het argument alsof de mening van andere fotografen leidend is. “Dan zet ik de naam van de fotograaf erbij, met de toevoeging “bewerking door mij”.

“Jaha, dat moeten die fotografen zelf weten. Ik zelf heb daar moeite mee. Het is namelijk zo dat het portretrecht gaat over openbaarmaking en niet over bewerking en aanpassing. Dat recht ligt bij de houder van het auteursrecht.”

Er wordt gesnoefd en gemonkeld aan mijn rechterzijde.
Zelf denk ik inmiddels dat ik niet met deze meneer verder moet gaan, hoe aardig en welwillend hij ook is. Fundamentele verschillen van inzicht als deze leiden onherroepelijk tot gedoe en bekvechten. Ik stel mijn beslissing nog even uit en de vraagstelling -kan ik hiermee leven?- stuitert nog wat rond in mijn hoofd.

Beslissing

Er volgen nog wat kleine discussies, die in een cirkelvorm verzanden. Hij heeft zijn mening, ik de mijne, we komen niet verder tot elkaar, en omdat dit mijn project is waarover ik zeggenschap heb, besluit ik dan maar met “dan denk ik wij maar niet verder moeten gaan.” Hij is het er mee eens. “Dat idee had ik ook al.”

Nu, terwijl ik dit schrijf, ben ik er nog steeds van overtuigd dat ik als maker van foto’s het auteursrecht bezit en dat ik beslis wat er mee gebeurt, en dat ik per se niet wil dat anderen zonder mijn medeweten en instemming met mijn werk gaan zitten klooien. 

Als ik bewerking A heb uitgevoerd is dat met een reden, en dan is het niet bedoeling dat een ander, ook de geportretteerde niet, zomaar een bewerking B op mijn werk gaat loslaten. Als ik bijvoorbeeld een boek (óók een geestelijk eigendom) van Giphart ga herschrijven en openbaren, omdat ik mijn bedachte einde mooier vind dan dat van hem, krijg ik ook Giphart en zijn advocaat over mij heen. En terecht. Je blijft met je klauwen van andermans werk af. En in mijn geval: portretrecht geeft niet het recht om te gaan klussen aan andermans geestelijk eigendom.

Rigide vond hij dat. Misschien. Maar zo werkt het wel. En toen scheidden onze wegen. Jammer, maar ik sta achter mijn beslissing.

Portretten en de model release form

 

Ah! De Model Release Form! Als je zomaar portretten maakt – en wie doet dat niet – bots je op een gegeven moment tegen een potentieel conflict aan. Soms willen mensen namelijk niet gefotografeerd worden, en uit coulance geef ik daaraan toe, hoewel ik daartoe juridisch niet verplicht ben. Daar kom ik zo meteen op terug. En soms word je bijna in de gracht gegooid wegens een mogelijke foto (maakte ik mee in 2012) of word je zelfs beroofd omdat je op straat staat te fotograferen. Dat is ook meteen de reden dat ik niet aan straatfotografie doe, want sinds 2013 denk ik wel twee keer na voordat ik mij in de grote stad met een camera alleen op straat begeef. Voor je het weet ben je alles kwijt en heb je een gebroken arm en fysiotherapie voor terug. Maar juridisch staat niets je in de weg om op straat te fotograferen.

De reden dat mensen bezwaar kunnen maken is dat zij niet afgebeeld willen worden. Zo simpel is dat. En daarbij spelen er twee rechten. De eerste is het auteursrecht. Jij maakt de foto en dus ligt het publicatierecht volgens de Auteurswet bij jou. Dat gebeurt automatisch en daar hoef je niets voor te doen. Druk op de sluiterknop, de foto is er en vanaf dat moment is het jouw eigendom. Jij mag er beslissen wat er mee gebeurt, inclusief het publicatierecht. Jij maakt uit waar en wanneer jouw werk geopenbaard mag worden, uiteraard door jezelf, maar ook door anderen na toestemming van jou.

Oh ja? Nee. Niet altijd. Er is namelijk ook zoiets als portretrecht. En daar doen mensen nogal eens een beroep op. Het auteursrecht ligt bij jou, maar het portretrecht ligt formeel bij de persoon die gefotografeerd wordt. Die persoon mag beslissen of zijn of haar afbeelding mag worden geopenbaard. En dan spelen twee bepalingen, namelijk of de foto in opdracht of niet in opdracht is gemaakt.

Portretrecht

Als de foto niet in opdracht is gemaakt ben je in principe vrij om de foto te publiceren, mits het belang van de afgebeelde persoon zich niet verzet tegen het belang van de publicatie. Artikel 21 Auteurswet luidt namelijk als volgt:

Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet.

Zo’n niet-opdracht situatie komt nogal eens voor bij straatfotografie. Probeer eens in de grote stad te fotograferen zonder mensen in beeld. Lukt niet. Vooral op openbare plaatsen waar veel mensen zijn is het nagenoeg onmogelijk om een straatbeeld te fotograferen zonder mensen.  Het algemeen belang van de afgebeelde mensen verzet zich in de regel echter niet tegen publicatie van de foto. En zoals gezegd, als ze mij vriendelijk vragen om buiten beeld te mogen blijven voldoe ik daaraan, en zie ik van mijn juridisch recht af om die persoon te fotograferen. Iedereen is dan tevreden.
Anders is het als je bijvoorbeeld een foto van een darkroom publiceert met klanten die herkenbaar in beeld zijn. Dan verzet het algemeen belang zich wél tegen publicatie, want die klanten willen doorgaans niet bekend hebben dat ze naar darkrooms gaan. Het is dus een afweging. Ik doe die afweging op basis van gezond verstand, en doorgaans is dat een goede afweging.

De andere situatie is dat de foto wél in opdracht is gemaakt. Dan geldt artikel 20, lid 1 Auteurswet:

Tenzij anders is overeengekomen is degene, wien het auteursrecht op een portret toekomt, niet bevoegd dit openbaar te maken zonder toestemming van den geportretteerde of, gedurende tien jaren na diens overlijden, van diens nabestaanden.

Dat betekent dat een foto, of foto’s, in opdracht gemaakt, niet zomaar mag worden gepubliceerd en geopenbaard zonder toestemming van degene op de foto is afgebeeld. Vanwege het element “Tenzij anders is overeengekomen” moet er dus expliciet om toestemming worden gevraagd.

Model Release Form

Die toestemming kan worden verkregen via een model release form, ook wel een quitclaim genoemd. Een model release form is een schriftelijke verklaring waarin het model afziet van portretrechten en toestemming geeft voor publicatie ooit en ergens. Daar heb ik vorige week mee te maken gekregen. Nee, ik zat niet in een probleem. Ik was niet eens de fotograaf, maar het model voor de verandering. In het voorjaar las ik een oproep van fotografe Wilma van de Hel die mannelijke modellen zoekt voor het Mooi Man fotoproject, een project over mannelijkheid en mannelijk naakt. Van de Hel stelt daarbij dat modellen doorgaans vrouwen zijn die door mannelijke fotografen worden vastgelegd, en zij wil dat eens omdraaien. Nu ben ik een groot voorstander van zelfrespect en mannenemancipatie (dat is hard nodig!)  en dit leek mij een leuk project om daar mijn bijdrage aan te leveren. Bovendien wilde ik eens zien hoe een andere fotograaf of fotografe invulling geeft aan model release forms. Daar leer ik ook van.
Zo geschiedde. Vrijdag 30 oktober 2015 was Van de Hel bij mij over de vloer voor de fotoshoot. Zij achter de camera, ik ervoor.

Ik kreeg na afloop een model release form ter ondertekening voorgelegd waarin alle rechten en plichten werden omschreven. Ik wist natuurlijk dat die er aan kwam. In het voorjaar werd in een mail al duidelijk gesteld dat ik moest beseffen dat ik “later kon worden herkend” en dat ik een model release form moest ondertekenen. En de model release form liet ook geen twijfel bestaan:

“Ik, het model, geef toestemming aan de fotograaf om de foto’s te mogen gebruiken onder de volgende voorwaarden:”

<volgt een aantal eenduidige voorwaarden voor gebruik door de fotografe, waarin ik per stuk via een wel/geen keuze toestemming kon verlenen>

en

“Met het tekenen van dit formulier geef ik alle rechten aan de fotograaf betreffende het gebruik van de foto’s zoals hierboven beschreven. Er is geen betaling aan mij verschuldigd.”

Er volgde nog wat bepalingen over compensatie als het contract toch verbroken zou worden en:

“Ik heb dit formulier zorgvuldig gelezen en begrepen. Ik ben 18 jaar of ouder.” Met ruimte voor een krabbel van mij en haar.
Het formulier besloeg een A-4, maar in essentie is dit eigenlijk alles.

Een model release form is een bijna noodzakelijk schriftelijk contract om later problemen te voorkomen. Het geeft de mogelijkheid om vooraf afspraken te maken zodat beide partijen weten waar ze aan toe zijn. Heb je een opdracht met portretten en je wilt die openbaar maken, vraag dan toestemming! Dat heb ik ook gedaan na een fotoshoot met een klant in Vleuten en zij gaf mij vriendelijk toestemming om haar portret in mijn portfolio op te nemen. Net als Van de Hel dat deed, vroeg ik eerst om toestemming, alleen maar om aan de eis van dat portretrecht te voldoen.

En mijn foto’s? Geen idee, mocht je dat willen weten. Ik lig nu bij Van de Hel op tafel. Het zijn ook niet mijn foto’s. Maar ik zal ze wel eens zien opduiken. Ooit en ergens.

 

 

Een stop op de freebies

Ik wil weer even terugkomen op het fenomeen gratis en voor niks waar fotografen steeds weer mee te maken hebben. Wat is dat toch met die hang naar freebies naar eigen goeddunken? Ik schreef daar al eerder over, en dat amusante verhaal kan je hier lezen.  Toen zag ik zulke dingen nog als incidenten, maar van dat idee ben ik inmiddels afgestapt. Het is schering en inslag.

In de hectiek van de laatste weken had ik er weer eentje. Zo eentje die het heel gewoon en normaal vond dat wij ons werk waar wij veel tijd, energie en geld in steken zouden moeten weggeven. Het was op een netwerkbijeenkomst waar ik op basis van welwillendheid wel wat foto’s wilde maken. Zomaar. Eigen keuze. Je weet toch nooit wat daar uit komt, en als je te streng in de leer bent maak je je werk toch behoorlijk onmogelijk. Dus ik wilde wel wat foto’s maken en die verspreiden. Tot zover niets aan het handje.

Totdat iemand, de uitbaatster van het zalencomplex, mij besprong en nagenoeg eiste dat ik ook nog even wat portretfoto’s maakte van twee, mij onbekende dames. Omdat ik zelf ook portretfoto’s verzorg weigerde ik dat. Per slot maak ik dan mijn eigen business kapot als ik zomaar op aangeven van een ander mijn werk zo ga weggeven.

Ook hier weer verbazing. Huh? “Ah joh, doe niet zo raar.” Ja, het werd als raar ervaren. Ook hier legde ik uit dat het niet de bedoeling was om mijn werk waar ik aan wil en moet verdienen (rekeningen verdwijnen namelijk ook niet op mijn aangeven) zomaar gratis ga doen. Het was tegen dovemansoren gericht. “Nou, daar begrijp ik niks van,” werd er gesnoefd en ze ging met een eigen IPhone aan de gang, want die plaatjes die zij aan die dames had beloofd moesten wel komen en ik ging die niet maken.

Later die avond scheef ik een verklarende mail aan haar, met bovenstaande motivering, vergezeld van twee links naar hier en hier om een en ander te onderbouwen. Vrij snel kreeg ik een mail terug met de teneur dat ze allemaal niet begreep, en dat nog wel met ‘twee belangrijke dames’ die ze moest teleurstellen. Bovendien waren het geen portretfoto’s, maar sfeerfoto’s en dus iets anders. Nou waren het twee dames die blijkbaar voor háár belangrijk waren maar die ik niet kende,  en die geposteerd werden tegen een saaie witte muur zodat sfeer absoluut afwezig was, maar dat punt liet ik maar even zitten. Het ging er mij om dat iemand niet zomaar mijn verdienmodel ging aanpassen, omdat zij belangrijke dames voor haar neus had. Zij wilde dat ik dingen gratis ging weggeven aan mensen die voor haar belangrijk waren, en wat ik er van vond was blijkbaar niet interessant. Er zat nog wat marketinglingo in de mail versneden en ook de woorden eer, investeren, en contacten, maar ook:

“1 + 1 maakt 3. Flexibiliteit en professionaliteit staan bij ons hoog in het vaandel. Wij zijn niet anders gewend met andere fotografen op deze manier te werken en die met plezier willen komen fotograferen en daarmee hun reclamevoordeel doen en mooie contacten uit kunnen halen.”

Nou ja zeg. Het werd nog mooier. In dezelfde mail gaf ze vervolgens aan dat “hierbij de samenwerking/gunning eindigt.” Toen begreep ik dat de wijdverbreide notie van gratis willen hebben niet zomaar een gril is van iemand die er een slaatje eruit wil slaan, maar echt diepgeworteld is in de geesten. Fotografen horen hun werk gratis weg te geven en als ze daar geen zin in hebben, wijken ze af!

Nou ja zeg. En verder wilde ze niet inhoudelijk op mijn mail ingaan. Blijkbaar was dat te moeilijk.

Die avond was ik het helemaal zat.  Ik ging mijn algemene voorwaarden aanpassen om dit soort fratsen in de toekomst te voorkomen.  Ik ging echt nadenken hoe ik a. deze ongein kon tegengaan, maar b. toch potentiële klanten ter wille kon zijn.

Uiteindelijk besloot ik tot het volgende om loopholes en sluipverkeer tegen te gaan. De volgende tekst kwam er in op 22 december 2014 en toen geldend. Voor de echte actuele en geldende algemene voorwaarden klikt u hier. Maar op 22 december 2014 voegde ik het volgende in:

Ik voegde artikel 3.7 in:
“Fotomateriaal van publieke bijeenkomsten dat vooraf niet in opdracht is gemaakt, kan worden geplaatst op sociale media. Een verzoek tot levering van ander fotomateriaal, gedaan tijdens de publieke bijeenkomst of achteraf,  wordt beschouwd als een opdracht en als zodanig afgerekend.”

en er kwam een compleet nieuw artikel 3b bij:

artikel 3b Gratis producties
1. Nieuwe klanten kunnen slechts eenmaal een gratis productie ter grootte van enkele foto’s ontvangen, om de kwaliteit te beoordelen.

2. De beslissing tot een gratis fotoproductie is een discretionaire bevoegdheid van Gebruiker (mij dus, red.) en nimmer van derden.
3. Gratis fotoproductie wordt standaard ontmoedigd en tegengegaan.

De bedoeling is natuurlijk dat nieuwe klanten kunnen worden voorzien van wat werk om eventueel later een opdracht te kunnen uitzetten, in plaats van er op te vertrouwen dat Jan wel op afroep zou gaan weggeven. Verder sloot ik met 3b.2 de mogelijkheid af dat anderen maar zouden beslissen wat ik met mijn werk moest doen. Tenslotte liet ik er geen misverstand over bestaan dat gratis werk standaard wordt vermeden. Maar als ik vind dat het rendabel kan zijn, dan kan ik beslissen of ik dat doe.  Ik alleen.

ook werd artikel 12 aangepast. Lid 2 werd uitgebreid en lid 3 ingevoegd:

Artikel 12    Intellectueel eigendom
1. Op alle inhoud van de website berust copyright. Bezoekers van de website is niet toegestaan deze inhoud, behoudens internetadressen naar de website of subpagina’s van de website, zonder schriftelijke toestemming van Gebruiker naar derden te verspreiden.

2. Op alle producties van Gebruiker, al dan niet in opdracht vervaardigd, berust copyright. Alle producties, al dan niet in opdracht vervaardigd, zijn en blijven auteursrechtelijk beschermd op grond van de Auteurswet 1912 en mogen niet worden verspreid naar derden, tenzij daarvoor uitdrukkelijk en schriftelijk toestemming is verleend, of tenzij deze producties door Gebruiker op sociale media is geplaatst.
3. Bij geconstateerde onrechtmatige verspreiding van geleverde producties wordt Opdrachtgever van deze producties naar regulier tarief gefactureerd.
4. Gebruiker behoudt zich de rechten en bevoegdheden voor die hem toekomen op grond van de Auteurswet en andere intellectuele wet- en regelgeving. Gebruiker heeft het recht de door de uitvoering van een overeenkomst aan zijn zijde toegenomen kennis ook voor andere doeleinden te gebruiken, voor zover hierbij geen strikt vertrouwelijke informatie van de Opdrachtgever ter kennis van derden wordt gebracht.

Zo dan. En dus verdwijnen er wat potentiële, maar blijkbaar niet rendabele klanten. Ik liet die maar gaan. Want wie alleen maar gratis wil, heeft dus geen rendement en dan is mijn interesse ook nihil. Als dood hout niets oplevert, kan je dat beter opruimen.

 

Auteursrecht en architectuur

In een eerdere blog schreef ik al iets over auteursrecht. Het verhaal van mijn en dijn. Wat van mij is, is van mij en daar moet jij met jouw vingers van afblijven. Daar kan ik helemaal mee inkomen.

Nu is auteursrecht geen eenrichtingsverkeer. Ik kan mijn rechten op mijn werk laten gelden. Dat geldt voor een ander ook. Dus moet je voorzichtig zijn met eigenlijk alles wat door mensen bedacht en gemaakt is, want daar zal ongetwijfeld auteursrecht op zitten. Muziek? Auteursrecht. Literatuur? Auteursrecht. Toneel? Auteursrecht.  Beeldende kunst? Auteursrecht. Architectuur? Raad eens… auteursrecht ja. Als een mens iets verzonnen en gemaakt heeft… zit er hoogstwaarschijnlijk auteursrecht op.

Nu is het met kunst en architectuur wel een beetje anders geregeld. Een aantal maanden geleden was er een flinke discussie op het Facebookforum van Werk aan de muur. Aanleiding was een juridische sommatie van de eigenaars van verschillende bouw- en kunstwerken in Nederland om werken te verwijderen, wegens inbreuk op het auteursrecht. Sommige mensen wilden echt niet horen/geloven/aanvaarden dat een reproductie van een bestaand werk wel eens een schending van het auteursrecht kon betekenen. “Ik maak toch de foto? Dan is de foto toch van mij?”, werd veel gehoord, er aan voorbijgaand dat (1) er dan blijkbaar ineens wel auteurs- en eigendomsrecht bedongen kon worden, en (2) het werk op de foto niet van de fotograaf was en dus een reproductie maakte van een bestaand werk van een ander.  Die discussie duurde echt heel lang en leidde er uiteindelijk toe dat fotografen hun werken gingen doorvlooien en verwijderen als die niet aan de eisen voldeden.

En ja, dat heb ik ook gedaan, toen mij de betekenis van de Auteurswet echt doordrong. Ik heb ook werken verwijderd waar ik tevreden over was maar die mij op termijn in problemen konden brengen. Kill your darlings dus. Wat voor een ander geldt, geldt ook voor mij en dus moesten die werken weg.

Voordat ik afdwaal, laat ik eerst de wettekst erbij pakken die gaat over auteursrecht van kunst en architectuur. Die tekst staat in de Auteurswet 1912 (revisie 2004). De meest relevante artikelen zijn artikel 10, eerste lid, onder 6 en 8 en artikel 18 en luiden:

artikel 10, eerste lid, onder 6:
“teeken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken;”

artikel 10, eerste lid, onder 8:
ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de aardrijkskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen;

Artikel 18:
“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 6°, of op een werk, betrekkelijk tot de bouwkunde als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 8°, dat is gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking van afbeeldingen van het werk zoals het zich aldaar bevindt.

Okee. En oh ja, voor ik het vergeet: dit betreft alleen Nederland. In andere landen liggen de  regels ook weer anders. Zo is er in België helemaal geen panoramavrijheid en mag je niet zomaar zoiets als het Atomium fotograferen, tenzij je er voor betaalt. Terug naar Nederland.

Als je die tekst gaat ontleden, tref je de volgende elementen aan.
1. teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken en werk betrekkelijk tot de bouwkunde
2. moeten permanent in openbare plaatsen staan
3. moeten worden afgebeeld zoals ze zich daar bevinden.

Vrij vertaald betekent dat, dat een werk dat kan worden ingedeeld onder (1) kan worden gefotografeerd en gepubliceerd, mits deze (2) permanent in de openbare ruimte staat (dus niet bijvoorbeeld een schilderij dat tijdelijk even op straat is neergezet), en (3) wordt afgebeeld zoals het zich daar bevindt. En de open ruimte is die ruimte die door iedereen vrij betreden kan worden. De straat bijvoorbeeld, maar een bouwwerk dat je van de openbare straat kan zien, wil nog niet zeggen dat dat in de openbare ruimte staat. Het werk moet echt in de openbare ruimte staan. En voor openbare ruimtes die door muren zijn omgeven, denk aan winkelcentra of het Centraal Station, gelden weer andere regels. De gorilla’s van de beveiliging kunnen je daar van alles over vertellen. Dat doen ze graag heb ik gemerkt, vandaar dat ik nooit binnen afgesloten openbare ruimtes fotografeer.

De Melkwegbrug in Purmerend. Het is door iemand bedacht en nieuw, staat permanent in de openbare ruimte en is hier weergegeven zoals het zich aldaar bevindt. Volgens mij is publicatie hier dus toegestaan.

Gelukkig maar. Als deze bepalingen er niet zouden zijn, is het schier onmogelijk om op straat te fotograferen, want altijd is er wel ergens een gebouw of kunstwerk in de afbeelding te zien. Probeer eens in de stad een bouwwerk uit beeld te houden. Lukt niet. Nu ligt de grens wel bij 70 jaar na het overlijden van de architect, dus de Domtoren mag je vrij fotograferen.

De sommatie van die juristen waar ik het zojuist over had, betrof dan ook fotografische werken die niet aan de bovengenoemde wetteksten voldeden. Ik heb die werken bekeken en ja, die afgebeelde bouw- en kunstwerken waren in de foto hevig bewerkt. Ze waren uit de omgeving gelicht en/of gespiegeld, of deels afgebeeld tegen een neutrale hemel (zie 3). Allemaal heel kunstzinnig en artistiek, en veel werken kon ik wel waarderen daarom, maar het was wel een schending van het auteursrecht zoals gedefinieerd in de Auteurswet.

En daar was weinig begrip voor. Sommigen dachten dat de soep niet zo heet zou worden gegeten en dat het met claims niet zo’n vaart zou lopen. Ik denk het wel. Zeker in deze overspannen gejuridiseerde tijd, waar eigendomsrecht zo belangrijk is. Mijn en dijn. Vroeger gingen we naar de kerk. Nu gaan we naar de rechter.

En in dat milieu ben ik ook wijzer geworden. Als ik iets fotografeer is het eerste criterium: is het door iemand gemaakt? Zo ja, wanneer? Is de architect langer dan 70 jaar geleden overleden? Is het in de openbare ruimte? Staat de omgeving op de foto? Je bent vooral bezig te klooien met regeltjes en jezelf in te dekken.

En dát is de reden dat mijn werk vooral bloempjes en beestjes betreft. Want daar zit geen auteursrecht op. Door de juridisering van de maatschappij (alles is verboden tenzij het is toegestaan) door dikbetaalde legal eagles is de lol wel een stuk minder geworden. Juristen zijn eigenlijk hooligans. Duurbetaalde ruziezoekers die met de wet in de hand via de rechter de maatschappij ontregelen. Er zou eigenlijk een straatverbod voor ze moeten gelden. Zodat de sjeu van het leven terugkomt.

De valkuil van Pinterest

Ik had een account op Pinterest. Op Pinterest kunnen gebruikers foto’s plaatsen die ze mooi vinden -hun foto’s of foto’s die ze op internet hebben gevonden- en die aan andere gebruikers laten zien en eventueel ook delen. Dat delen -pinnen, vandaar de naam Pinterest- wordt ook massaal gedaan op Pinterest. Maar Pinterest is een auteursrechtelijke valkuil, denk ik nu.

Gedurende 2012 heb ik ook mijn account daar onderhouden. Niet met werk dat ik vond. Ik plaatste alleen mijn eigen werk, want ik voorzag problemen met auteursrechten als je andermans werk zomaar ging delen, en daar wilde ik mijn vingers niet aan branden. Ik zette mijn eigen werk daar. Er stond veel op. En ja, een aantal van mijn werken werd gerepind.

Een aantal weken geleden kreeg ik de behoefte om grote schoonmaak in mijn werk te houden. Een vroege voorjaarsschoonmaak. Sommige werken vond ik vreselijk, andere werken stond ik niet meer achter en van vele werken vond ik dat ze niet langer online thuishoorden. Ik ging als eerste uitmesten op Werk aan de Muur. Veertig procent is nu zoef weg en offline gehaald. En in dat proces werd ook nog een verwijderd werk VERKOCHT dat ik als de bliksem weer terugplaatste.

Vandaag kwam Pinterest aan de beurt. Grote schoonmaak.

Op Pinterest vond ik allemaal grotendeels oud materiaal dat dringend onderhoud behoefde. In eerste instantie wilde ik alleen weghalen waar ik niet langer achter stond en die ik op Werk aan de Muur had verwijderd. Nu is weghalen net als strijken. Je denkt veel na en tijdens dat werk los je de wereldproblemen helemaal op. Tijdens het weghalen besefte ik eigenlijk dat Pinterest een auteursrechtelijk gevaar is. Waarom? Je kan wel plaatsen en zolang de bronlocatie in stand blijft, is er eigenlijk niets aan de hand. Mensen kunnen wel repinnen, maar uiteindelijk is het werk terug te vinden op de bronlocatie. Maar wat als je de bronlocatie verwijdert? Veel van mijn pins hadden hun bron in mijn account op Werk aan de Muur. Dan zal een bezoeker misschien wel de link op Pinterest aanklikken, maar tegen een keiharde 404 (Niet Gevonden) aanlopen. Het werk is immers op die locatie verwijderd. Dan haakt die bezoeker af. Je bent eigenlijk gedwongen de bronlocatie in stand te houden, ook als je niet meer achter het werk staat.

Nog erger: als een werk verwijderd is op de bronlocatie én hij is gerepind op Pinterest, ben je in feite gedwongen het werk ook op Pinterest in stand te houden. Ga je je eigen werk dat gerepind is verwijderen, zal de repin blijven staan heb ik gezien. Ja, ik heb dat getest. En in zo’n geval zal de repin blijven, maar alle verwijzingen naar jou en je credits zullen verdwijnen (heb ik ook gezien) waarmee in feite jouw werk in het publiek domein komt. Er is dan totaal geen verwijzing/aanwijzing meer dat jij degene bent die het werk heeft gemaakt. Niemand die nog ziet dat jij eigenaar en houder van copyright bent van dat werk. Het enige wat je nog hebt is het Rawbestand met de exifdata waarmee je zo beetje de oorspronkelijkheid en de credits kan proberen aan te tonen.

Toen ik me dát realiseerde heb ik alle werken op Pinterest die niet gerepind zijn verwijderd. Weg ermee! Voorkom dat ze ergens anders komen te staan waardoor je de grip verliest. Er zijn er een paar die wel gerepind zijn en die heb ik laten staan. Ik weet even niet wat ik daarmee moet. Het overgrote deel staat ook op Werk aan de Muur dus die schade (ja, zo zie ik dat nu) is beperkt.

Inmiddels is mijn account daar ook foetsie en weg. Je hebt er niks aan en het is een auteursrechtelijke valkuil.