Haaa, die lente!

Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

“Als de lente kommmmtttt, dan stuur ik…”

mijzelf het liefst naar buiten!

Jawel! Het is eindelijk lente! Deze blog lag al even klaar in februari, maar toen kwam eind februari ineens die flap winterse/polaire/arctische/Siberische (doorhalen wat niet van toepassing is) vrieskou over ons heen. Alle ontluikende natuur stond in een keer stil, bloemen trokken zich als het ware terug in de grond, vorst, sneeuw, ijs… dus ja, dan ga je niet opgewekt kakelen over een lente die niet in velden of wegen te bekennen is. De lente hort en stoot nu, maar die is echt onderweg en hier zijn wat tips om straks lekker buiten bezig te zijn met je camera.

1. Kleed je goed aan! De lente mag zich wel aandienen, maar dat wil niet zeggen dat het meteen warm en behaaglijk is. Zeker eind februari en maart wordt het vaak nog behoorlijk koud en kan het ook nog wel sneeuwen. En je bent waarschijnlijk langer dan tien minuten buiten.

2. Let ook goed op je apparatuur. Het voorjaar staat bekend om zijn drogere periode. Februari is gemiddeld zelfs de droogste maand van het jaar. Die drogere periode duurt nogal eens tot half juni waarna het weer in een klap omslaat en de zomermoessons beginnen. Het wil niet zeggen dat het in het voorjaar nooit regent. Bereid je dus voor! Een camera is wel bestand tegen spatwater zoals een beetje regen, maar je kan er niet mee onder de douche. Bescherm je spullen! Als het regent, bescherm je camera onder de jas of neem een camerahoes mee. Dat is een doorzichtige regenjas waarin je de camera kan inpakken. Die regenjas is transparant zodat je wel op het display kan kijken. Verder heeft het een opening om daar het objectief doorheen te steken. Ik vind zo’n hoes niet zo handig. Het is wel functioneel. En soms heb je hem nodig.

3. Neem ook altijd een extra batterij mee. In koud weer lopen batterijen sneller leeg, en niets is zo frustrerend om ineens een lege batterij in de camera te hebben. Stop een volle batterij in de broekzak of elders op het lichaam, zodat die warm blijft

4. Neem een macro-objectief mee, als je dat hebt. Wanneer het echt lente is geworden – zeg maar vanaf april – ontluikt het leven. Ontluikend leven begint klein: steeds meer kleine bloempjes duiken op, kleine beestjes gaan rondkruipen, en met een macro-objectief maak je dat leven zichtbaar. Je ziet echt meer met een macro.

 

5. Neem ook een polarisatiefilter mee. Een polarisatiefilter is net als een polaroid zonnebril,  het haalt schittering weg en maakt daarmee dingen zichtbaar die anders onzichtbaar bleven. En wat een polarisatiefilter doet lees je hier en hier. Een polarisatiefilter is overigens niet gebonden aan een bepaald seizoen. Alleen in de winter ligt hij bij mij in de kast: dan heb ik hem echt te weinig nodig om altijd mee te slepen.

6. Trek rustige kleding aan. Dat is geen grap. Geen rode broek, geen wapperende blouses en andere zaken die de aandacht trekken. Dieren zien je echt al van ver aankomen. Zo probeerde ik ooit vlinders in de vlinderstruik te fotograferen, terwijl ik een rode broek droeg. Doe maar niet. Ik zag de vlinder steeds in alarmstand gaan en wegvliegen en pas weer terugkomen nadat ik mij had terug getrokken. Dat gebeurde een paar keer en dat was een kleine strijd wie dit zou winnen. De vlinder won.

7. Ga  eens op tuinsafari als je een tuin met groen hebt! Je hoeft echt niet ver te gaan om iets te vinden. In de gewone achtertuin gebeurt van alles. Je ziet het niet meteen, maar het krioelt er echt van het kleine leven. Op de grond, onder de bladeren, aan takjes, bloesem. Deze hommel vloog net op toen ik afdrukte en ik kreeg hem echt per ongeluk op de foto. Bij de buren is het gras echt niet altijd groener. Achterdeur uit en je bent er. En de volgende keer wil ik die hommel echt beter op de foto…

8. Neem de tijd. Overval de omgeving niet met je aanwezigheid. Alle dieren zien je dan als een gevaar en houden zich schuil. Ga zitten en beweeg met mate. Als de omgeving eenmaal aan je gewend is, komen de dieren in beweging en dan zie je echt van alles om je heen gebeuren.

9. Zorg voor schaduw. Dat heeft niet zo zeer met de lente te maken, maar meer met de techniek. Een felle lentezon is natuurlijk fijn en warm, maar geeft wel messcherpe schaduwen en harde beelden. Dat wil je niet in de lente. Als je fotografeert, doe dat het liefst in de schaduw: het licht is dan zachter en meer diffuus, de schaduwen en de kleuren zijn zachter. Natuurlijk heb je schaduw niet op afroep beschikbaar en soms is de enige schaduw die van jezelf. Gebruik die dan. Ga met je rug naar de zon staan en probeer jouw schaduw over jouw onderwerp te laten vallen. De foto komt er veel beter uit.

Je hoeft je natuurlijk hier niet allemaal aan te houden. Als het mooi rustig weer is, grijp dan je camera en loop dan gewoon naar buiten. Dat is geen probleem. Maar als de wolkjes regen voorspellen en/of de media roezemoezen van iets “dat er aan komt”  bereid je dan iets beter voor om ongelukjes onderweg te voorkomen.

Happy shooting! 

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!


Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *