Verleg je horizon!

Als je foto’s maakt zit daar vaak een duidelijke horizon in. En maar al te vaak is die horizon niet horizontaal. Kijk maar eens naar onderstaande foto’s. Je kan eventueel klikken op een foto en dan doorklikken.


Ze hellen allemaal naar rechts. De horizon is niet horizontaal.

En dat moet wel, per slot is het een horizon. 😉 Deze foto’s komen zo rechtstreeks uit de camera. Ik heb ze wel een beetje bewerkt voor de blog, maar de tilt heb ik voor deze keer bewust in stand gehouden. Zo kwamen ze uit de camera. En het valt echt op.

Wat is een horizon?

Een horizon is die lijn in de verte waar hemel en aarde (of zee) elkaar naderen en raken. Dat is natuurlijk een simplistische uitleg, en dat weet ik, maar hier staat een echte uitleg. In elk geval: de horizon is in de meeste gevallen een visuele horizontale lijn en hoort ook zo op de foto terecht te komen. En misschien valt het niet meteen op als die lijn naar een kant afloopt, maar als je er op gaat letten… wordt het een basiszaak. Hoe ligt de horizon? Zeker als de horizon in zee scheef ligt…. tja, je verwacht eigenlijk dat het water dan naar die kant wegstroomt. Het lijkt wel zo en het ziet er gewoon niet uit. Fotografen wijzen elkaar ook graag op zulke omissies.
What is seen, cannot be unseen.

Even een zijsprong: als je lekker uit de hand schiet, ga er maar gewoon van uit dat de foto per definitie scheef is. Niet alleen omdat je uit de hand schiet, maar ook omdat ik merk dat het beeld in de zoeker niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als dat op de foto. Al te vaak denk ik dat de foto in de zoeker mooi horizontaal is en thuis op het grote scherm blijkt de foto toch flink wat graden uit het lood te zijn. Ik heb mij daarbij neergelegd. Ik probeer zoveel mogelijk in-camera al goed te krijgen, maar vaak moet ik thuis nog even rechtzetten.

Dus zet recht die foto!

Natuurlijk moet de horizon wel in context zijn. Als je op een heuvelpad fotografeert is de horizon van nature vaak niet horizontaal. Ga je die toch rechtzetten, staan eventuele bomen, palen, huizen die zich in beeld bevinden op hun beurt weer uit het lood. Dus wel even het koppie erbij houden en rechtzetten in context.

Is een scheve foto dan meteen verloren?

Nee, natuurlijk niet. Je kan een foto herstellen en redden. Waarom denk je dat ik deze blog schrijf? 😉
Als voorbeeld neem ik een foto die ik maakte op 5 augustus 2018, tijdens een boottripje in Eilandspolder en Schermerhorn. De foto heeft kraak noch smaak, vind ik, en dus alleen goed voor een blogje 🙂 Ik laat daar een klein bewerkinkje op los, zodat je ziet dat je van een scheve zozo-foto ook nog iets kan maken.

  1. De eerste foto is helemaal kaal. Niets mee gedaan, de kleuren zijn vaal, en de horizon hangt scheef. Het is een kiekje.
  2. Daarna trok ik de foto door de Raw-converter voor de eerste bewerking. De kleuren zien er al wat beter uit. Ik importeer de foto in Photoshop en zet als eerste de horizon recht. Ik kies daarvoor het bijsnij-icoontje dat uiterst links als vijfde van boven staat en vervolgens de optie Rechttrekken. Je verliest wel wat pixels, omdat er een uitsnede wordt gemaakt!
  3. Hier de foto nadat de horizon is rechtgezet.
  4. Tenslotte voer ik nog wat verdere bewerkingen uit om de foto een beetje bij te kleuren en op te leuken.

Vergelijk nu de eerste foto met de laatste. Al was het alleen maar om op te merken dat het water niet schijnbaar naar rechts wegloopt. Gered!

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Foto’s met context

Een parasol die tegen de felle zon beschermt. Fotomoment dus. Klik voor groot!

Een van de dingen die ik het moeilijkst vind, is foto’s maken met context. Ik ben overtuigd dat alles, ja echt alles zinvol is te fotograferen mits je er een verhaal van kan maken. En dat alles in een beeld vervat. En het plaatsen van context doe je met beeldelementen. Ik schreef al eerder over beeldelementen hier en hier. Zij helpen de kijker de foto te interpreteren.

In het ideale geval weet je met een blik meteen waar de foto genomen is, wat de situatie was en in welke context de getoonde handeling geplaatst moet worden. Je hoeft niet na te denken van ” ummm… wat wat dat ook al weer?” Die informatie hoort in dat ene beeld vervat te zijn. En ja, dat vind ik soms wel moeilijk.

 

Kiekje erbij?

Ik doe daar niet moeilijk over om dat te erkennen. Je moet niet alleen kijken, maar je moet het verhaal ook zien. Een blik op mijn harde schijf laat je veel, heel veel foto’s zien die context missen en je dus niet alles vertellen. Kiekjes dus. Nu vind ik kiekjes niet erg – ze horen erbij. Zeker in een serie waar minstens een verhalende en helpende foto zit blijven ze wel eens een tijdje hangen. Verder kan je kan er vaak niet veel mee en ze nemen ruimte in.

De foto hierboven is er een waar wel een verhaal in zit. Kijk er eens naar (hier in het groot) en vraag je af wat je nu echt ziet.

Het is duidelijk een doek met een herkenbare standaard. Dat moet wel een parasol zijn. Een paraplu is het niet, want die is ondoorzichtig en hier komt een puist licht doorheen. Dat licht moet dan de zon zijn. Er is dus een felle krachtige zon. Dat moet zomer zijn. De stang staat ook nog gebogen dus de zon staat al lager aan de hemel, dus het is waarschijnlijk al in de vroege avond. Verhaal: het is zomer en warm en een kleurige parasol werpt een schaduw, en beschermt tegen de felle warmte.
Je hebt hem. Een beeld van een warme zomeravond.

Het klopt ook wel. Ik maakte deze foto op 1 juli 2018 om 20.11 uur. Het avondeten was al door het kanaaltje, borden stonden nog op tafel, we zaten uit te buiken en mijn oog viel op de parasol die mij beschermde tegen het felle licht. Die parasol had ik uitgeklapt, omdat ik anders door het tegenlicht mijn vriendin niet goed kon zien. Ik zag het verhaal, greep mijn camera die naast mij lag (jawel! houd de camera altijd in de buurt!) en maakte deze foto. Ik maakte er overigens meer, maar koos deze uit.

Je moet dus a. kijken en b. zien. Liefst altijd, want situaties komen doorgaans maar een keer voorbij.

Niet werkende voorbeelden

Hier is een foto die voor mijn gevoel niets of weinig vertelt. Zelf weet ik de context wel, en ten tijde van de foto vond ik de opname heel gerechtvaardigd, maar als ik er nu naar kijk met wat meer afstand, is mijn eerste gedachte “Juist ja…”. Als ik dat denk, zal een ander die de context niet kent dat zeker denken!

In casu: er drijft een woning half in het water. Op het dak staan spullen gestald. Een persoon op het dak, een ander komt vanuit de zolder door het raam. Lijkt op een overstroming. En dan? Ik mis de context in het beeld. Waar gaat dit over?

 

 

 

 

In werkelijkheid was dit de voorstelling Mare van theatergroep Vis-a-Vis  uit Almere. Deze voorstelling uit 2017 gaat over klimaatverandering en overstroming door overvloedige regenval. Voor deze voorstelling was er een compleet bassin aangelegd en de voorstelling handelde dus ook in en op het water. Het blauwgrijze schot op de achtergrond schermde voorbereidende handelingen van de groep tijdens de voorstelling af voor het publiek. Links en rechts van dat schot kwamen dan humoristische “noodsituaties” in beeld drijven, zoals een nieuwslezer die de volgende ramp beschreef.

Maar zegt het iets in de foto? Nope. En dus bleven de foto’s slingeren op de harde schijf. Meer voor mijzelf, omdat ik de voorstelling gezien had en de foto’s zelf de context kan plaatsen. Of gebruiken in een blogje over beeldelementen.

Overigens zijn de foto’s niet in het geniep genomen. Vis-a-Vis stimuleert en promoot het gebruik van eigen fotomateriaal. “Neem zo veel en zo vaak mogelijk foto’s! Dat vinden wij helemaal niet erg!”, zeggen ze altijd bij het begin van een voorstelling (ik heb er meer gezien).  Dus doe ik dat maar 🙂

Conclusie

Maar de bottom line is: Als je foto’s maakt, probeer er dan met beeldelementen een verhaal in te stoppen. Dat is niet makkelijk, en soms verkijk je je erop. Maar als het lukt, heb je een verhaal in een beeld waar meer in zit dan alleen maar een plaatje.

 

Wilt u meer weten of fotografie, volg dan eens een workshop!

 

Loving the Alien!

In Tussenringen en wat kan je ermee schreef ik over mijn nieuwe set tussenringen waar ik veel mee van plan was. Lees die blog even als je dat nog niet gedaan hebt. Ik wacht wel even. Dan kijk ik tussendoor nog even naar deze alien die ik met mijn nieuwe tussenringen mocht fotograferen!

Een libel in de tuin. Het lijkt wel een alien. Klik voor groot! 1/200s / f5,0 / ISO 500.

Vorige week werd de tuin nogal bezocht door libellen en net als in 2015 ging ik op jacht. Met macro-objectief en alle tussenringen erbij, dus met een vergroting van 1,75x. Ik wilde ze toch wel hebben in mijn collectie en wilde ze dit keer niet laten ontsnappen. Ik zag dat deze libellen, ik denk dat het er twee of drie waren, nogal eens over de tuin heen vlogen en tussendoor op vaste en voorspelbare plaatsen in de zon neerstreken. Dat kan kloppen: volgens wikipedia hebben libellen behoefte aan warmte. Ze strijken dus neer op warme oppervlakten in de zon, drukken hun lichaam omlaag en spreiden hun vleugels om niet in hun eigen schaduw te zitten.

Daar kwam uiteindelijk deze foto uit. Deze libel streek zo vaak neer op een warm blad in de heg dat het geen toeval meer kon zijn. Ik besloot het er op te wagen en naderbij te sluipen. Langs de heg, heel langzaam steeds dichterbij. De libel moet mij wel gezien hebben. Ik zag het oog aan deze kant draaien en mij in de gaten houden. Soms keek hij heel even de andere kant op, dan weer snel naar mij. Maar hij ging niet weg. Camera richten, handmatig scherpstellen en klik. Ik kon zelfs een aantal foto achter elkaar maken, voordat ik besloot dat het genoeg was.

Libellen! Mooie dieren zijn dat. Sierlijk. Gracieus. Elegant. Maar van dichtbij komen ze van een andere planeet. Dan hebben ze hun uiterlijk niet mee.

Maar wat vind ik nu van tussenringen?

Ja geweldig! Handzaam en klein. Niet kwetsbaar, makkelijk in te klikken en toe te passen. Ik heb meer vergroting! Een foto als deze had ik een paar jaar geleden niet kunnen maken. Maarrrrr…. je loopt ook heel snel tegen de effecten van de belichtingsdriehoek aan. Doordat je dichter op het onderwerp kan kruipen wordt de scherptediepte heel snel heel erg klein. Scherptediepte wordt namelijk bepaald door vier variabelen: diafragma, brandpuntsafstand, afstand tot het onderwerp, en de grootte van de sensor. Ik zat al dicht op het onderwerp en dus werd de scherptediepte al snel te klein: hier verlopen de zijdelingse vleugels uit het scherpte gebied. En als je naar het oog kijkt, kun je de facetten boven wel onderscheiden, iets naar beneden verdwijnen ze, overigens niet storend, uit beeld.

De scherptediepte moet je dus vergroten door het diafragma meer te sluiten. Dat betekent dat het lichtverlies op de sensor moet worden gecompenseerd door een langere sluitertijd (let op bewegingsonscherpte) of een hogere ISO (let op ruis). Dat is de belichtingsdriehoek ja. Binnen die driehoek zit ergens een leuke foto.

Kan je iets met tussenringen?

Ja zeker, anders bestonden ze niet. 😉  Maar je hebt echt wel meer licht nodig als je tussenringen gebruikt. Dat betekent buiten in de zomer, of binnen in de studio. Met “gewoon” licht loop je snel tegen grenzen op. En wat vind ik van de foto? Ondanks dat ik te dealen had met een geringe scherptediepte, vind ik deze foto echt niet onaardig.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Bijsnijden van een foto

Soms moet ik wel eens foto’s bijsnijden. Nee, dat is niet waar. Ik snijd regelmatig bij, om afleidende zaken in een foto met harde hand weg te krijgen, als ik die niet in Photoshop kan wegmoffelen. Ik streef er namelijk naar elke foto “in-camera” al helemaal goed te hebben, maar soms vind ik de compositie achteraf toch niet zo goed, of vind ik dat een element in beeld bij nader inzien afleidt en beter weg kan zijn. Dan zet ik het mes in de foto, en huppetee, weg is het probleem. Maar ik snij wel met mate.

Dat snijden kun je niet onbeperkt doen. Je bent wel bezig in een digitale foto met meestal flink wat pixels, maar uiteindelijk ga je het zien. Wat je precies doet is namelijk pixels wegsnijden. Ga je daarna de foto weer opblazen naar bijvoorbeeld het oorspronkelijke formaat, dan vergroot je de pixels. Snijd je veel pixels weg, dan zal je de foto misschien meer moet vergroten en dan zie je de aanwezigheid van pixels zichtbaar opduiken. En binnen Photoshop kun je ook andere processen aanroepen om te vergroten, zie schermafbeelding, maar die processen maken je foto ook niet vrolijker. Ik zie dan juist meer kriebels, flubbers en kleurspikkels opduiken.

Dan krijg je dit

Als voorbeeld neem ik een foto van de maan die ik in april 2018 maakte. De setup was gewoon in de huiskamer: statief met daarop een Canon 5D Mark 2 en een 24-105 mm F/4 objectief. Mijn oude vertrouwde Canon 5D Mark 2 (jaaaa, het is een ouwetje, maar hij was goed toen en is goed nu. Lees deze blog dan!) Heeft een resolutie van 5616×3744 pixels, dus zeg 21,1 Megapixel (5616 x 3744 = 21026304). Lekker hoog dus, daar kan je in normaal gebruik wel mee vooruit, zolang het maar niet te klein is en er veel beeld om het object heen zit.

Eerst maar de oorspronkelijke foto, met wat lichte bewerking. De maan aan een onbewolkte zwarte hemel. Maar hij is wel heel klein. Er zijn geen afleidende zaken in beeld, maar toch, dit is te klein. Dat kan niet.

Nabewerking

Ik ga de foto bewerken. Ik snijd wat zwart weg en vergroot de foto naar de oorspronkelijke maten. Ik doe een beetje witbalans en pep de kleur wat op. Iets scherper gezet. Verder niets. Dit komt eruit. Ik vind het wel een grappig beeld, dat zich boven verwachting ontwikkelt. Om criticasters voor te zijn: deze foto is niets vergeleken met de prachtfoto’s die ik wel eens zie met close-ups, grote kraters, bergkammen, en -ruggen, schaduwpartijen. Dit is alleen maar een rond bolletje dat voor de helft verlicht is. Precies op de terminator (de scheidslijn tussen licht en schaduw) zijn meer details zichtbaar. Ik ben tevreden met dit resultaat, omdat ik op het punt stond naar bed te gaan en toen de felle maan zag. Aangezien je die zomaar niet kan bestellen werd het slapen even uitgesteld, statief gepakt, camera er op, uitrichten en schieten maar. Ik zat lekker impromptu te schieten achter het raam. Maar verder is dit plaatje alleen geschikt als decoratie bij een artikel of een blog zoals deze. De foto blijft verder hangen op de harde schijf.

Opblazen

Voor de strekking van deze blog besluit ik deze foto verder op te blazen naar onredelijke proporties.

Ik snijd daarvoor het merendeel van de foto weg. Kijk eens naar de oorspronkelijke foto, en vergelijk eens met deze. Deze uitsnede blies ik weer op naar 5616 x 3744 pixels en exporteerde dat weer naar 1200 x 800 pixels voor de upload. Daar kwam deze uitsnede uit.
Je ziet nu dat details wel zichtbaar zijn, maar lang niet zo scherp als je zou willen, ongewenste artefacten worden zichtbaar. Dat komt omdat de pixels opgeblazen zijn. Scherpte verdwijnt, details verdwijnen en er komen hier en daar rare streepjes en randjes in beeld.

De messcherpe maanfoto’s die je wel eens ziet, zijn ook helemaal niet genomen met een objectief op 105 mm, maar met een objectief met een bereik van minstens 600 mm.

Moraal:

De moraal van het van het verhaal is dus:
schiet zoveel mogelijk “in-camera”, zodat de ruwe foto al grotendeels compleet is. Als je dan toch wilt/moet bijsnijden om de foto te verbeteren, snij dan niet te veel weg, tenzij je er van af ziet om de foto weer daarna te vergroten. Een foto is wel digitaal, maar je kan er niet alles mee doen.

Tussenringen en wat kan je ermee

De nieuw aangeschafte tussenringen, samen met een mooi opberghulsje, twee doppen en de verpakking

Nu de lente is begonnen, is het ook weer tijd voor macrofotografie. Ja okee, dat kan je natuurlijk heel het jaar doen, maar juist in de lente gaat alles weer piepklein bloeien en kruipen, en als daar je interesses liggen, pak dan een macro-objectief om alles groot vast te leggen. Maar wat als je nog groter wilt? Tussenringen!

Wat is een tussenring?

Een tussenring is niet meer dan een holle ring die je tussen de camerabody en het objectief plaatst. Ja, een tussenring is hol, er zit geen glaswerk in. Het enige verschil is dat het objectief verder van de sensor wordt geplaatst en waardoor je dichter op je object kan kruipen. De scherpstelafstand van het objectief wordt korter, en het object wordt dus groter.

Een kogeldistel met een macro-objectief gefotografeerd

Een goed macro-objectief hoort 1:1 te fotograferen, wat betekent dat het object op ware grootte op de sensor wordt geprojecteerd. Je hebt ook ook objectieven die dat niet doen: mijn 24-105 mm zoomobjectief gaat niet verder dan 1:4, ondanks het snorkende woord “macro” op de huls. Het resultaat in de praktijk is een afbeelding die slechts 25% van de ware grootte weergeeft. Mijn Tamron 90 mm macro-objectief haalt die 1:1 verhouding wel, en met dat objectief speel ik altijd als ik iets kleins wil fotograferen. Deze kogeldistel fotografeerde ik met een Tamron 90 mm macro-objectief en daar kwam dit werkje uit.

Maar met tussenringen kan je nog dichter op je onderwerp kruipen waardoor het object nog groter wordt.

Ik maakte voor deze blog als voorbeeld twee foto’s van piepkleine blauwe druifjes in de tuin. De lente was net uitgebroken en kleiner dan klein kon ik ze niet vinden, maar ze staan er. De eerste foto maakte ik met de “kale” Tamron 90 mm macro, de tweede foto met drie tussenringen, die respectievelijk 12mm, 20 mm en 36 mm diep zijn. Ik verlengde het brandpunt dus met 68 mm. Verder heb ik de overige omstandigheden zo veel mogelijk gelijk gehouden. Ik nam bij beide foto’s zoveel mogelijk dezelfde positie aan: op de knieën, en dan even ver van de druifjes hangen, zodat de vergroting niet door mijn positie en houding kwam, maar door de ringen.

Een blauw druifje, met macro (90 mm) zonder tussenringen gefotografeerd

Dezelfde blauwe druifjes, gefotografeerd met een 90 mm maco en drie tussenringen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je ziet dat de tweede foto “meer” macro is geworden. Er is meer te zien. De bloem is groter op de sensor gekomen en vult meer van het beeld.

Formule

En die vergroting kan je berekenen met de volgende formule:

vergrotingsfactor objectief + (mm tussenring / brandpuntsafstand).

Dat klinkt nogal abstract, dus ik geef een voorbeeld met mijn 90 mm macro-objectief en 68 mm aan tussenringen.

Mijn Tamron 90 mm macro vergroot 1:1. Hij projecteert op ware grootte op de sensor.

Met een 12 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (12/90) = 1,0 + 0,13 = 1,13 x
Met een 20 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (20/90) = 1,0 + 0,22 = 1,22 x
Met een 36 mm tussenring is de vergroting dus: 1,0 + (36/90) = 1,0 + 0,40 = 1,40 x

En alles achter elkaar geplaatst maakt dus: 1,0 + (68/90) = 1,0 + 0,75 = 1,75 x

Voor de aardigheid heb ik de ringen ook nog eens geplaatst tussen de body en mijn 24-105 mm objectief, en toen kreeg ik dit. Het objectief zette ik op 105 mm. Zie je het verschil?

Dezelfde bloem, op 105 mm gefotografeerd, met tussenringen

Nagenoeg niks. Nagenoeg nada. Nagenoeg noppes.
Waarom?

Omdat het gebruikte objectief in de macrostand een vergroting heeft van 1:4, waardoor het object slechts 1/4 zo groot op de sensor valt (nee, ik zeg niet 4x zo klein, want dat is taalkundig gewoon fout ;).

De formule voor dit objectief met alle tussenringen erbij wordt dan
0,25 + (68/105) = 0,25 + 0,65 = 0,90 x. Pom, pom pom… en dat is eigenlijk een negatieve vergrotingsfactor. Hieruit blijkt dat tussenringen niet zaligmakend zijn.  Ze zijn ook sec bedoeld voor macro-objectieven. Ik klik de tussenringen dus aan mijn macro-objectief die standaard 1:1 vergroot, waarop dan de vergroting met de tussenringen bovenop komt. Zou ik een macro-objectief hebben die 2:1 projecteert, dan is de vergroting nog groter.

Voor macrofotografie zijn tussenringen heel handig. Ze zijn licht en handelbaar, hebben geen glaswerk en gaan niet zo snel kapot. Houd er in het gebruik wel rekening mee dat de scherptediepte kleiner wordt. Het brandpuntafstand wordt immers verlengd. Dat betekent dat het onderwerp vaak niet in zijn geheel scherp op de foto komt. Dat gegeven kan je gebruiken om juist dát ene object in de foto te benadrukken, en de rest wat minder. Zie de foto’s hierboven. Schakel dus over op manuele focus, om echt heel precies scherp te stellen, want de autofocus wil nog wel eens misgokken. En dan nog is het meer dan eens schieten. Gebruik bij voorkeur een statief, want fotograferen op de knieën zoals hierboven is een ongebruikelijke en ongemakkelijke positie die na een paar minuten al pijnlijk is.  Het kost als snel meer moeite om de camera genoeg stil te houden voor een aanvaardbare foto. Een statief is dus wenselijk.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Fotograferen met een kliiiiikkkkkkk…

Fotograferen doe je meestal met een klik. Dat is de algemene kennis. Je richt. Je drukt op de knop. Camera zegt klik. Je hebt een foto. Dat klopt allemaal. Je hebt een foto, want het is een momentopname van een situatie, met alles erin wat er op dat moment in beeld viel. Helemaal scherp ook nog. Foto is gelukt. Je kan echter meer als je fotografeert met een kliiiiikkkkkkk. Langere sluitertijd dus.

Langere sluitertijd?
Yep.

Maar dan wordt de foto toch overbelicht?
Nou, dat hangt er van af. Belichting is alleen maar de hoeveelheid licht dat op de sensor valt. Als je dat binnen de perken houdt heb je de helft al gewonnen.  Dat kan op verschillende manieren, zoals een korte sluitertijd, een lage iso of een dichter diafragma. Lees hier meer over in De Belichtingsdriehoek. Maar beperk de lichtinval, verleng de sluitertijd en je krijgt meer mogelijkheden.

Ik kwam op het idee van deze blog toen ik in wat vrije minuten op NS-station Zaandam even naar buiten ging voor wat fotografie in het donker. Ik ken de locatie ook goed, ik wist hoeveel tijd ik had (15 minuten) en waar ik mij moest opstellen. In april 2017 maakte ik al een dagfoto, in februari 2018 maakte ik een nachtfoto van exact dezelfde omgeving. Het is een redelijk drukke passage, wandelaars gaan naar het station, of gaan naar huis of naar de winkels die verderop, achter mijn rug, liggen. Er zijn altijd wel mensen in beeld.

Vergelijk eens de dagfoto van Zaandam met de nachtfoto. Met een klik op een foto krijg je een grote popup.

Het stationsplein van Zaandam overdag. 1/80e sec, F/20, ISO 200

Hetzelfde plein, 20 sec, F/20, ISO 800

Zie het verschil, en dan bedoel ik niet de weggeshopte vuilnisbak. Die stond in de weg, die vond ik ook goor en verwijderde ik dus. Nee, in beide foto’s liepen mensen door het beeld, maar in de nachtfoto zijn ze weg. Niet toevallig weg, ze waren er wel, maar de camera pikte ze niet op.

 

Er liep zowaar een stel vlak voor de camera; het stel maakte van linksachter een bocht om voorlangs naar een roltrap rechtsachter mij te gaan. Je ziet ze niet. Je ziet niemand. Met een lange sluitertijd kan je mensen, en andere bewegende objecten, uit beeld houden! De camera ziet ze wel, maar je ziet ze later niet meer.

En dat is het voordeel van een lange sluitertijd. Doordat de sluiter langer open staat, zie je juist niet meer, maar minder. Geen bewegende mensen, dieren, objecten… ze vallen allemaal weg tegen de achtergrond en verdwijnen uit beeld. En als ze toch blijven staan krijg je onherkenbare spookachtige schimmen zoals hier, waar een persoon tijdens de foto besloot twee meter op te schuiven.

Het stationsplein van Zaandam in kerstsfeer, vandaar de warmere kleuren. En het was mistig. 30 seconden, F/22, ISO 250

Voorwaarde is wel dat het bewegende opbject geen opvallende kenmerken heeft. In deze foto van dezelfde locatie bewoog een vuilniswagentje van de gemeente Zaandam over het pleintje. Het was erg mistig. Het wagentje was al bezig geweest met die vuilnisbak in beeld en trok even later verderop een opvallende rood streepje door het beeld. Dat zijn de achterlichten van het wagentje. Het wagentje bewoog van rechts naar links, op weg naar de volgende vuilnisbak. Dat licht zie je dan terug in de foto.

 

Probeer het eens. Voor een lange sluitertijd heb je wel een statief nodig, of een stabiel oppervlak om de camera op te kunnen leggen tijdens de opname. Uit de hand fotograferen levert alleen maar onscherpe foto’s op!

Oh, en het is natuurlijk geen kliiiiikkkkkkk, maar klik (sluiter open) en klik (sluiter dicht). Maar dat begreep je vast wel.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Even een vlekkie wegwerken

 

Wie meer dan gemiddeld fotografeert, heeft vast te maken met vlekjes op de sensor. En anders komen die nog wel. Vlekjes die na het fotograferen zichtbaar worden op het beeld. Eerst is het er nog een, daarna meer en meer, je poetst ze in de nabewerking eindeloos weg bij elke foto, totdat je het zo enorm zat bent en gaat nadenken hoe je die dingen structureel weg kan krijgen. Gelukkig is daar een middel voor. Even een vlekkie wegwerken!

Vlekjes op de sensor is een gegeven. Je hebt altijd wel wat stof op de sensor zitten die hun schaduw werpen. Dat stof komt binnen via de voorkant, als je bijvoorbeeld een objectief wisselt. Dan verandert de camera in een stofvanger. Hup, en dan gaat het nieuwe objectief er weer op, het ingevangen stof kan geen kant meer op en slaat dan neer.

Dat zie je later dus terug. Schaduwen  van stofdeeltjes die als vage vlekken op de foto komen.

Het is ook het beste om de camera tijdens het objectief wisselen naar beneden te laten kijken. Zo valt er geen stof in, is de gedachte. Je wilt niet weten hoe vaak ik mensen zie rondstappen met de camera open. Het ding kijkt dan alle kanten op, en dan ook nog eens gedurende een langere tijd, en vangt alle rommel uit de lucht op.

Laat ik eerst even een foto zien uit 2016, nog voor de grote schoonmaak. Klik op de foto voor een vergroting. Dit is een foto waarvan ik de vlekkies nog bewust heb laten zitten. In de uiteindelijke versie zijn ze weg. Op het eerste gezicht is er niks aan hand, maar in de linkerbovenhoek ritselt het van de vlekken. Vooral in het rood van de bloem uiterst links zit het vol. Rechtsboven zit ook van alles, en her en der verspreid over de foto kwam ik nog meer tegen. Ik was toch wel een tijd bezig om dat alles in Photoshop weg te klonen.

Schoonmaak

Om die vlekken in camera weg te krijgen kan je natuurlijk naar de specialist gaan en tegen veel geld je camera laten opsturen, twee weken wachten en dan weer schoon ophalen. Je kan het ook zelf. En daarvoor heb je een schoonmaaksetje nodig, dat je online kan bestellen of in de winkel kan halen.

Dat heb ik vorig jaar gedaan. In 2016 was ik de hoeveelheid vlekjes zo zat, en ik was ook klaar met de vereiste tijd om die vlekjes weg te klonen, dat ik besloot om de gok tot sensorschoonmaak te wagen. Een gok ja, want hé, het is wel de sensor waar je mee gaat zitten klooien en die moet niet kapot gaan. Toch probeerde ik het en bestelde dit schoonmaakkitje.

Dat kitje kwam in een handzaam tasje met wat doekjes om objectieven en filters te kunnen schoonmaken, en een flesje en vier kwastjes. Dat moest het zijn. Op de foto zijn nog twee kwastjes te zien: ja, ik ben toen al bezig geweest.

 

 

 

 

Hoe doe je dat?

Je moet natuurlijk bij de sensor komen. Om voorbij de spiegel en sluitergordijn te komen, besloot ik het objectief er af te klikken, en de camera aan te zetten op de B stand. De B stand klapt de spiegel op zolang de sluiterknop is ingedrukt. Dit is zoals ik het heb gedaan. Ik heb eigenlijk geen idee of dit de juiste procedure is. Ik zag geen andere mogelijkheid dan een werkende camera schoon te maken. Die spiegel en sluitergordijn moesten immers uit de weg en dat kan alleen met een werkende camera.

Bij mij ging het goed. Als het fout gaat, wijs ik op voorhand al alle aansprakelijkheid af! So you know!

Pak dan een kwastje (je hebt er vier) en doe wat druppels uit het flesje op het kwastje.
Neem dan de camera en druk de sluiterknop in: de spiegel gaat omhoog, het sluitergordijn gaat open, en het sensoroppervlak wordt zichtbaar. Feitelijk neemt de camera nu een foto, maar door het afwezige objectief is hij blind. Het display geeft een wittig beeld.
Plaats nu het kwastje links op de sensor en trek dit – voorzichtig, niet te hard – met een beweging naar rechts. Ga je te hard dan poets je dwars door de sensor heen!
Draai het kwastje nu om, zodat de schone kant op de sensor rust en trek dit weer van rechts naar links.
De sensor zou nu schoon moeten zijn.

Draai de camera vervolgens met de opening naar beneden om stof uit de lucht niet de kans te geven weer binnen te dringen. Wacht een halve tot hele minuut, tot de restvloeistof verdampt is.
Laat de sluiterknop los. Het sluitergordijn gaat dicht, de spiegel klapt naar beneden en de sensor is weer verborgen.
Plaats het objectief terug en test de foto’s op achtergebleven vlekken. Voor mij gold dat ik de handeling twee keer moest uitvoeren, om alle stof te verwijderen.

En dat is alles. Mijn camera is nu nagenoeg schoon. Er zitten nog een paar kleine vlekjes, maar het is praktischer om die even weg te shoppen dan opnieuw aan de gang te gaan, en later weer nieuwe kwastjes te bestellen. Een volgende schoonmaak doe ik wel als ‘het’ weer te erg wordt.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

De autobanden van een camera

 

Net zoals een auto goede banden nodig heeft om veilig te rijden, heeft een camera goede objectieven nodig om goed te kunnen fotograferen. En net zoals autobanden een code met specificaties hebben om “de juiste band” te kunnen opleggen, hebben objectieven een code voor “het juiste objectief”. Daarom vergelijk ik objectieven eigenlijk met de autobanden van een camera.

Zonder een goed objectief kan je goede foto’s wel vergeten. Want wat heb je liever: een super-duper body van een camera met matige objectieven, of een matige body met super-duper objectieven? Die laatste natuurlijk. Als je glaswerk niet goed is, krijg je NOOIT goede foto’s, met een matige body kun je er altijd nog iets van maken.

Maar dan moet je die code wel kunnen lezen! Laten we die eens even uitpluizen!

Als je een objectief pakt kun je het volgende aan de voorkant zien. Als voorbeeld neem ik mijn vaste objectief op de Canon 5D Mark 2, en dat is de 24-105 mm. Zie de foto of klik erop voor de vergroting. Je moet voor de foto wel je hoofd in een kramp draaien om de specificaties te kunnen lezen, maar ja, zo zijn ze nu eenmaal op het objectief aangebracht.

Canon noemt dit de

Canon EF 24-105mm f/4L IS USM

Romantische naam ja. Maar wat betekent dat nou?

Zo zie je bovenaan dat het objectief door Canon is gemaakt (duh!) Daarnaast staat EF. Dat duidt op de lensvatting die standaard op EOS camera’s van Canon worden gebruikt. EF staat voor Electronic Focus, en geeft aan de focus van het objectief met een motor wordt aangestuurd. Er is ook een EF-S objectief, bedoeld voor consumentencamera’s. Die objectieven passen niet op fullframe camera’s zoals deze, maar omgekeerd passen EF lenzen weer wel op consumentencamera’s. Dat heeft te maken met simpele techniek: de vorm van een EF-S objectief zorgt er voor dat de spiegel van een fullframe camera bij het opklappen tegen het objectief aan knalt en kapot gaat. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Dan ga je met de klok mee voor iets heel belangrijks. Daar staat 24 – 105mm 1:4 L. 
De aanduiding 24 – 105mm dat betekent dat je het brandpuntsafstand kan veranderen en dat je kan zoomen van 24 mm voor bijvoorbeeld landschapsfotografie (veel in beeld), tot aan 105 mm (onderwerp dichterbij en meer van minder in beeld).
Direct daarnaast zie je 1:4. Dat duidt op de vergroting van de macrostand. Echte macro-objectieven (de echte!) hebben minstens een 1:1 verhouding, dat betekent dat het onderwerp precies zoals het is even groot op de sensor wordt geprojecteerd. Dit objectief heeft echter een verhouding van 1:4 wat betekent dat het onderwerp in de macrostand vier keer zo klein op de sensor valt (ja, ik weet dat dat een foute uitdrukking is. Ik bedoel natuurlijk 1/4 zo groot, maar de foute uitdrukking is nu eenmaal gangbaar). Dit objectief heeft een maximale vergroting van 0,23.
Macro betekent echter niet dat het onderwerp levensgroot moet kunnen weergeven. Het betekent wel dat je heel dicht op je onderwerp kan kruipen en kan scherpstellen. Canon geeft in hun eigen specificatie 45 cm aan.
Dan staat daar ook een mysterieuze L. Dat duidt alleen maar de Luxe versie aan, voor de meer eisende fotograaf. De L-versie heeft ook een rode rand op de vatting.

Ga je weer met de klok mee, staat daar ø77 mm. Dat duidt de filtermaat aan. Dan heb je de voorkant wel gehad.

Als je het objectief van de zijkant bekijkt, kan je nog meer zien. Klik weer even op de foto voor een vergroting.

Direct links van de rode rand staat hetzelfde als aan de voorkant. Daarnaast staan ook de afkortingen IS en USM.
IS staat voor Image Stabilizer, een functie om het beeld te stabiliseren.
USM staat voor Ultra Sonic Motor, de motor om snel een stil te kunnen scherpstellen.

Rechts van de rode rand is de scherpstelring.

Nog meer naar rechts is een klein venstertje waarin nerveus een meter heen en weer aangeeft waarop is scherpgesteld. Ja, ik vind dat een nerveus dingetje en eigenlijk kan ik daar niet zo goed tegen, maar omdat ik altijd door de zoeker kijk valt mij dat gelukkig niet altijd op. Rechts van dat venstertje staat de brandpuntaanduiding van 24-105 mm.

Direct daarnaast  is de zoomring. Draai daaraan en je kan in- en uitzoomen. Die zoomring is gekoppeld aan de brandpuntaanduiding: op de foto is de brandpunt blijkbaar 30 mm.

Dat is nog niet alles.
Midden onder is nog een handmatige schakelaar om de autofocus in- of uit te schakelen. AF betekent Autofocus. MF staat voor Manuele Focus.
Direct daaronder zit nog een knopje om de Image Stabilizer in- of uit te schakelen. Die Image Stabilizer moet je kunnen uitschakelen. Klinkt paradoxaal natuurlijk, want wie wil niet een functie om bewegingsonscherpte tegen te gaan? Maak je echter gebruik van een statief, zet IS dan uit: de functie is zo goed dat de eigen trilling dan bewegingsonscherpte veroorzaakt.

Dat is eigenlijk wat Canon bedoelt met

Canon EF 24-105mm f/4L IS USM

Het enige wat in de naam nog niet is verklaard, en ook niet op het objectief zelf terug te vinden, is de code f/4.

Dat staat voor de lichtsterkte van het objectief. Een zoomobjectief als dit heeft veel glaswerk en daardoor is er nogal wat lichtverlies daarbinnen. Dit objectief is gewoon niet zo lichtsterk. En dat heeft allemaal  weer te maken met stops en de belichtingsdriehoek!

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Het beeld en de boodschap

 

Ja, het beeld en de boodschap. Een foto mag nog wel zo mooi zijn, maar als de kijker niet weet waar hij naar moet kijken, of de foto niet ‘snapt’, wat is dan de point om de foto überhaupt te laten zien?

Voordat ik verder ga, laat ik eerst een foto zien die ik eind maart 2017 maakte. Het is een onbewerkte foto, zo van de camera getrokken. In het kader van deze blog heb ik er nog niets mee gedaan. Ik geef verder nog geen informatie over het wat en waarom. Gewoon even kijken en de foto op je laten inwerken. Wát zie je? Ik wacht even met typen totdat je bent uitgekeken. Je kan op de foto klikken om te vergroten.

Uit deze foto kan je niet veel afleiden. Bomen zijn kaal, dus het is winter, of het is vroege lente. Je ziet wat water (een gracht?) en aan de overkant drie gebouwtjes. Links staat wat horeca (blijkbaar is het terrasweer dus al warm genoeg), rechts daarvan een kleiner gebouwtje met fietsen ervoor (studentenhuis?) en rechts ook een gebouw. En je vraagt je af: waarom is deze foto? Waar kijk ik naar? Wat is het onderwerp??

 

Klik hier voor het antwoord.

Juist ja. Het onderwerp.

 

 

Focus

Nu moet je weten dat ik vroeger, lang geleden in de 20e eeuw en in een ander leven, journalistiek  studeerde. Ik ging er niet mee verder, omdat ik vak niet meer leuk vond. Ik leerde er wel de hoofdzaken van de bijzaken scheiden. Ik leerde dat een verhaal een lopende structuur moet hebben. Ik leerde er dat een bericht het belangrijkste element bovenaan heeft staan, zodat de opmaakredactie een bericht van onderaf kan bijsnijden. En de boodschap was altijd: Wát vind je het belangrijkste? Wát is je keuze? Wát wil je overbrengen? Wát wil je zeggen? Bepaal dát, open daarmee, en houd alle niet-relevante en afleidende zaken zoveel mogelijk buiten het verhaal.

In de fotografie is het niet anders.
Je schrijft eigenlijk een verhaal. Niet met letters, maar met een beeld. In dat enkele beeld moet je iets kunnen overbrengen. En als je je beeld gaat volgooien met afleidende zaken, weet de kijker ook niet meer waar hij moet kijken en waar je heen wilt. Anders gezegd: je maakt keuzes in je verhaal, in je beeld dus, en probeert de kijker te sturen in de interpretatie. Je wilt dat de kijker als eerste naar het onderwerp kijkt, dus haal je dat naar voren. En je vermindert de aandacht voor alle andere beeldelementen.

En in bovenstaande foto zitten nogal wat afleidende zaken. Feitelijk hebben dat water en de horeca niets met het pandje te maken. Ze vormen wel de entourage om het gebouw heen en als zodanig hebben ze wel een functie, maar ze doen er verder niet toe. Het onderwerp valt weg in de omgeving. Het is een echt kiekje!

Het atelier van de Leidse fotograaf Kiek, aan de Rijnsburgersingel in Leiden. Klik op de foto!

Als ik bovenstaande foto onder handen neem met deze regels, krijg je bijvoorbeeld deze foto. Het zijn mijn keuzes en beslissingen, en daardoor heel subjectief. Jouw keuzes en beslissingen zijn ook subjectief en zullen vast ook heel anders zijn.

Hier overwoog ik dat de omgeving in stand moest blijven. Waar staat het pand? Ik heb de foto daarom ook niet bijgesneden. Maar ja, dan verdwijnt het pandje nog steeds in de omgeving. Ik overwoog toen dat Kiek in de 19e eeuw leefde en in zwartwit fotografeerde. Omdat mensen op kleur reageren, besloot ik de foto in zwartwit uit te voeren en het pandje weer in  te kleuren – dat is in Photoshop met de penseel met een paar streken gedaan. Nog even het onderwerp highlighten en de rand wat donkerder zetten, en huppetee, het onderwerp is gezet. En zeg nu zelf, je keek toch meteen eerst naar dat pandje en niet naar iets anders? Dat wilde ik ook. Ik wilde dat je eerst daarnaar keek en zorgde ervoor dat dat gebeurde.

Moraal van dit verhaal

Als je een foto maakt, probeer dan de focus te leggen op het onderwerp. Verminder de aanwezigheid van niet-relevante zaken, of beter, snij die weg. Als je een portret maakt, hou dan een rustige neutrale achtergrond aan en maak het portret beeldvullend. Per slot heb je de ruimte van een foto, dus gebruik die bij voorkeur voor het onderwerp en niet voor iets anders. Dat laatste heb ik hier niet gedaan, want ik wilde de omgeving er toch bij hebben, en dat is mijn keuze geworden.

Overigens heb ik een beetje twijfel over het pand zelf. Een vriendelijke Leidse wees mij op dit pand als voormalig atelier en niet op het horecapand ernaast waar het “Kiekmonument” van Norman Beierle en Hester Keijser uit 2001, vanaf de overkant van de singel op gericht is. Er is op beide  panden ook geen zichtbare plaquette aangebracht. Maar dit was hem, verzekerde zij mij. Ik vertrouw dus op de aanwijzing van deze Leidse.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!