De grenzen van het auteursrecht

Het is een belangrijke regel dat je voor elk werk dat je maakt, elke creatie, automatisch auteursrecht verkrijgt. Hoef je niets voor te doen. Geen registratie of iets anders. Gebeurt geheel automatisch. Je verzint iets, je ontwikkelt het en maakt het tot iets tastbaars en huppetee, daar is het auteursrecht. Dat is goed! Als je iets creëert heb je daar tijd en energie in gestoken, en dan wil je niet dat een ander daarmee aan de haal gaat.

Jouw creatie. Jouw werk. Jouw eigendom.
En een ander moet daar van af blijven, tenzij jij aan die ander vooraf toestemming geeft om er aan te zitten.

Nou, zo zwart-wit is het nu ook weer niet. Auteursrecht is niet het ezeltje van de Efteling dat voor elk muntje dat je er in stopt een chocomunt uitpoept. Het ligt iets genuanceerder.

Laat ik eerst even kijken naar wat de auteurswet in artikel 1 schrijft.

“Artikel 1

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld. “

 

Dat lijkt mij wel duidelijk. Dit artikel geeft de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of  van diens rechtverkrijgenden het exclusieve recht te beslissen over verveelvuldiging en openbaarmaking van dat werk.

Duidelijk toch?
Maak iets -> auteursrecht
Maak een boel -> boel auteursrechten

Vergeet het maar!

In het arrest Van Dale/Romme (HR 4 januari 1991, NJ 1991/608) bepaalde de Hoge Raad namelijk dat een werk alleen auteursrecht kan hebben als dit aan twee voorwaarden voldoet:

  • het heeft een eigen oorspronkelijk karakter
  • met een persoonlijk stempel van de maker

Lees even de Wiki voor de achtergronden van dit arrest, want knippen en plakken is letterlijk ook niet mijn ding (duh, het is Wikipedia en vrij, maar toch…).

Betekenis van het arrest

Het betekent dus dat jouw werk voldoende origineel, oorspronkelijk en creatief moet zijn om auteursrecht op uit te oefenen. Lukraak kopiëren van een bestaand werk is er niet bij. Er moet een substantiële eigen inbreng zijn van de maker om het werk genoeg te laten verschillen van eerder werk. Je mag niet na-apen. Je moet echt iets verzinnen en toevoegen. Er wordt iets van je gevraagd.
Bovendien moet de hand van de maker duidelijk aanwezig zijn. Bovenstaande foto is uiteraard niet door mij gemaakt, maar door mijn vriendin. Ik neem juist deze foto omdat ik juist niet degene was die op het knopje drukte. Het auteursrecht zou dus bij haar liggen. Ik had wel de hele setting vooraf bedacht en verzonnen en haar voordien duidelijk geïnstrueerd hoe zij deze foto moest maken: smartphone horizontaal houden, horizon zoveel mogelijk op eenderde houden, mij ook op 1/3 van de rechterkant houden, en pas drukken wanneer de waterlijn zich voor mij bevond (dus achter mij in het perspectief van de camera). Haar inbreng was enkel op het goede moment het scherm aanraken.. en dat moest ook een paar keer over. In deze setting ligt het auteursrecht dan ook bij mij  (Art.6 Auteurswet (en toevallig ook het portretrecht)).

Consequentie

De consequentie is dus dat een werk zich echt moet onderscheiden van andere werken. Niet totaal, want kleine toevallige overeenkomsten zijn nog aanvaardbaar, maar er moet een overwegende creatieve arbeid aan ten grondslag liggen om een werk oorspronkelijk en origineel te maken voor auteursrechtelijke bescherming.

En anders is het doeidoei met je auteursrecht voor je creatie en kunnen anderen aan je poort komen rammelen wegens auteursrechtenschendingen.

Het BTW nummer op website?

Sinds 25 mei 2018 wordt de AVG/GDPR gehandhaafd. De AVG beoogt de privacy van de burger te vergroten en legt meer verantwoordelijkheden bij organisaties om die privacy te beschermen. Lees hier meer over de AVG. Die AVG was wel een dingetje in het voorjaar, hoor. Iedereen was er mee bezig.

Op grond van diezelfde AVG is de Belastingdienst door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu op de vingers getikt dat het gebruik van het BTW-nummer in deze vorm niet meer mag. De Belastingdienst verstrekt namelijk een BTW-nummer aan BTW-plichtige organisaties dat eenvoudig het BSN is, met een extensie zoals 123456789.B01. De AP stelt nu dat het BSN een identificeer persoonsgegeven is, en dat het daardoor binnen de regels van de AVG valt. Het BTW-nummer is daarmee ook een identificeerbaar persoonsgegeven en valt dus ook binnen de AVG.

 

De fiscus moet dus met een ander nummer komen en wel per 1 januari 2019.

Hoe zit dat? De AVG was al sinds 26 mei 2016 van kracht, met een invoeringstermijn van twee jaar. Binnen die termijn van twee jaar hadden organisaties de tijd om hun systemen op orde te krijgen en te voldoen aan de AVG. Nu is het juli 2018 en komt de AP met een aanwijzing dat de Belastingdienst alsnog per 1 januari 2019 aan de regels moet voldoen. Is de Belastingdienst niet gewoon in overtreding? Moet er niet gewoon gehandhaafd worden? Is een uitstel niet een precedent?

Nu zal het mij een klein worstje zijn hoe de AP en de Belastingdienst dat samen oplossen. Je bent nu eenmaal meer mattie met de een dan met de ander, en geef je wat sneller respijt aan de een dan aan de ander, en ik denk zelfs dat de naam Belastingdienst al genoeg is om gefavoured te worden tot minstens 1 januari 2019, en ik denk dat de meesten van ons ook wel onder de noemer ander zullen vallen, dus hou zelf zou veel mogelijk je eigen zaakjes AVG compliant. Je bent waarschijnlijk zelf geen mattie met de AP, dus maak je geen illusies.

Website

Nu moet het BTW-nummer ook op de website staan, zoals is te lezen op de site van de Autoriteit Consument en Marketing (ACM).

Laat dat even op je inwerken. BTW-nummer. Op je website. Verplicht door de ACM. Identificeerbaar persoonsgegeven. En de AP stelt dat dat niet meer mag. Tja. Heerlijk man, die regeltjes. Zeker als de Belastingdienst twee jaar de tijd heeft gekregen om dit probleem te onderkennen en een alternatief te verzinnen.. maar nu pas in de benen komt, alleen maar omdat de AP het zegt.

Maar dat BTW-nummer op de website… dat gaan we dus niet doen hé? Dit is een enorm gegevenslek. De AP zegt al dat dat nummer in deze vorm niet mag en dat er een alternatief nummer moet komen, en de ACM zegt weer dat dat nummer in deze vorm op de website vermeld moet worden. Het is een Catch-22. Je wordt altijd wel gebeten. Als het niet door de hond is (AP), dan is het wel door de kat (ACM), maar feitelijk ben je altijd de sjaak.

Daarom heb ik besloten om het BTW-nummer op de website niet te vermelden omdat het een identificeer persoonsgegeven is. Straks heeft iemand mijn BSN/BTW-nummer opgeslurpt en staat ergens met mijn nummer anoniem in de kassen fijn te plukken, waarna ík later de belastingaanslag krijg wegens vermeende inkomsten. Of iemand heeft een lening gevraagd en gekregen met jouw BSN en sta je ineens bij de BKR geregistreerd. Bestellingen op jouw naam. Vreemde afboekingen op je creditcard. Alleen maar vanwege een verplichting van vermelding van je BTW nummer, dat door de AP onwettig is verklaard. En de onbekende dader ligt op het kerkhof.

Dus weg ermee.

Ik heb op mijn website op de Contactpagina nu staan “BTW nr opaanvraag.B01″ en daar moeten ze het maar mee doen. Ik wil het best wel verstrekken als ik vooraf weet aan wie ik het verstrek, en dit nummer staat ook mijn facturen. Maar ik ga het nummer niet te grabbel gooien op mijn website, waar heel de wereld het nummer kan opslurpen. Ik merk het wel wanneer ambtenaar zus of zo gaat pennenwippen om te zeggen dat dit niet mag. Dan komt daar wel een discussie uit. En voer voor een nieuwe blog.

 

En dan wordt die AVG gehandhaafd, of zo

De Engelse afkorting voor de AVG: General Data Protection Regulation

Terwijl ik dit schrijf op de vroege ochtend van 25 mei 2018 is de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) een handhaafbare EU-verordening geworden. De AVG is een Europese verordening die beoogt in de gehele Europese Unie dezelfde plichten voor organisaties en rechten voor burgers te regelen voor wat betreft hun privacy. Dat vind ik an sich een goede zaak! Niet conformeren aan de verordering kan bij controle door de Autoriteit Persoonsgegevens leiden tot een boete van maximaal € 20 miljoen of 4% van de globale omzet. Dat laatste brengt veel bedrijven tot een kippendrift juist vanwege die boetebedingen, maar als je privacy al als bedrijfsbeleid had is er niet zo veel verschil. Alleen nog even laten zien dat je privacy echt serieus neemt en dat laten zien.

De datum van 25 mei ervaar ik inmiddels als een soort nieuwjaar, een waterscheiding van een geregeld nu versus een ongeregeld toen. Te vaak zag ik dat terloops verstrekte informatie aan derden werd gebruikt/misbruikt voor doelen waarvoor die informatie helemaal niet was bedoeld. Ineens stond je ongevraagd op een mailinglijst. Ineens kreeg je aanbiedingen terwijl je niet daarom had gevraagd. Ineens bleken je gegevens te circuleren in een schimmige cyberwereld, en je wist niet waar, en je wist niet bij wie, en je wist niet hoe die daar gekomen waren, en je wist ook niet hoe je die kon verwijderen. Je wist wel zeker dat je dat niet had bedoeld en je wist wel zeker dat je daarvoor geen toestemming had gegeven.

Zelf krijg ik op een privé-adres al een paar jaar onverwachte aanmeldingen van een pornosite om mijn account snel te activeren (“Hallo Rukker70, je bent er bijna! Nog even je account activeren en kunt meteen aan de slag!”) Geen idee wat dat is en wat dat account dan is. Ik klik die emails niet eens aan, want het risico bestaat dat ze alleen dat al zien, en dus concluderen ze dat het adres actief is. Krijg je nog meer zooi. Je kan dus ook niet afmelden… vanwege diezelfde reden.

Het is wel superirrirant. En daarom ben ik blij dat de AVG er is die uitwassen moet tegengaan. Internet is namelijk geen Wilde Westen, en ook geen wetteloze anarchie. Internet is een deel van de maatschappij waarvoor dezelfde regels gelden. Die maatschappij is wel flink in beweging en wie weet waar het evenwicht wordt gevonden, mag het zeggen. Nu is de maatschappij en het internet nog zoekende.

Heroriëntering

In verband met de komende AVG concentreerde ik mij in januari 2018 al op de aanpassing van mijn data en websites. Ik zag namelijk al vroeg dat er veel werk aan de winkel was.  Mijn voorstelpagina droop al van privacybeleid (en dat is nog steeds zo), maar nu moest boter bij de vis. Ik moest het ook echt laten zien.

Nu ga ik niet elke handeling voor de AVG neerzetten, want dan ben ik nog wel even bezig. Ik zette wel een stop op MailChimp (want teveel werk voor geen rendement, en daarmee een verwerkingsovereenkomst minder), en plaatste ik een privacyverklaring van Veiliginternetten.nl online, ik installeerde de GDPR Cookie Compliance plugin, de WP GDPR Compliance voor de verplichte toestemmingsvinkjes en een opvragingstool. En een verwerkingsregister schrijven. En mijn backups op externe harde schijven coderen. Allemaal klusjes die aandacht behoeven en tijd kosten. Tijd die ik wel op een andere manier kon gebruiken.

Gebakken lucht?

Want waar ik echt een beetje bang voor ben is dat die hele AVG uiteindelijk dezelfde weg gaat als verbod hondenpoep op straat (geen handhaving), rookverbod op stations (geen handhaving), verbod ‘s nachts onverlicht fietsen (geen handhaving), veiligheid op straat (geen handhaving) en wat al niet meer wat niet mag maar waarop niet gehandhaafd wordt. Even twee, drie maanden snafu,  ophef en drukte over de AVG en daarna zakt het weg uit het bewustzijn. De Autoriteit Persoonsgegevens had al aangegeven te weinig geld en personeel te hebben om alles te kunnen behappen. Minister Dekker van Rechtsbescherming gaf al op 24 mei 2018 aan dat de AP coulanter zal optreden bij kleinere bedrijven. Dus de marges worden al wat opgerekt… nu al.

Ik ben echter letterlijk klaar met die AVG. Het geheel staat en het is nu alleen maar up to date houden. Ook als de AVG eventueel uit het collectief bewustzijn wegzakt.

Fotograaf en de modelovereenkomst

_MG_9722_bewerkt-1blogEen paar dagen geleden ploepte er een tweet van een fotograaf op mijn scherm die luidde “ ik zoek modelovereenkomst fotografen en fotomodellen. Wie heeft er een?” Omdat ik zelf nogal bezig ben met die materie tweette ik terug “Heb je als fotograaf wel een modelovereenkomst nodig? Volgens mij niet.” Niet lang daarop kreeg ik als antwoord “Volgens de belastingtelefoon wel.

Nu geloof ik de antwoorden van de belastingtelefoon dus nooit. Die bel ik zelf ook nooit. Niet omdat ik fijn dwars wil zijn en alleen de gewenste antwoorden wil horen, maar uit ervaring weet ik dat de antwoorden van de belastingtelefoon vaak gegeven worden door ingehuurde onderknuppels, die gelet op hun stem nog te jong zijn om onderbouwde uitspraken te doen. Ga je dan zoeken op internet, krijg je heel andere uitkomsten van bovenknuppels, onderbouwd, gemotiveerd en wel.

Nu is het zo dat de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie) een wet is die naar mijn mening te snel in elkaar geflanst is. Staatssecretaris van Financiën Wiebes moest ook zo nodig en componeerde een wet die uiteindelijk – met vertraging dat wel – in mei 2016 in werking trad. Die DBA is een vervanging van de VAR (Verklaring ArbeidsRelatie) en beoogt schijnzelfstandigheid tegen te gaan door met modelovereenkomsten te werken. Ik schreef daarover in maart 2016 al een blog, waarin ik voorspelde dat er een enorme uitstroom van zelfstandigen zou optreden en lo and behold  kreeg ik daarin eens even een boel gelijk.

Modelovereenkomst

Toch ging ik nadenken over de vraag van die fotograaf en vroeg mij af “Hebben fotografen überhaupt een modelovereenkomst nodig?”

En ik overwoog.
Zo’n modeloverkomst uit de DBA beoogt schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Schijnzelfstandigheid in die zin dat je in naam wel als ondernemer binnen een bedrijf een opdracht uitvoert, maar verder wel meedraait als zijnde een werknemer in dienstverband. Schijnzelfstandigheid is een doorn in het oog van de overheid, want daarmee loopt zij wel een steeds groter deel van de loonheffing mis. Het zijn namelijk ondernemers die daardoor geen loonheffing hoeven af te dragen, maar verder wel aan de voorwaarden van een dienstverband voldoen.

Die voorwaarden voor een dienstverband zijn namelijk werk, betaling, gezagsverhouding. Als een van die voorwaarden ontbreekt is er geen dienstverband. Neem je als ondernemer een klus aan, dan doe je werk waarvoor je wordt betaald. Er hoort dan geen gezagsverhouding te zijn; de opdrachtgever kan je niet vertellen hoe je iets moet doen, want dat maak je zelf wel uit.
Ben je als zelfstandig bezig aan een klus zonder gezagsverhouding, en is het dus zonneklaar dat er geen dienstverband aanwezig is, heb je géén modelovereenkomst nodig.

Maar, maar, maar… hoor ik sommigen al monkelen, er bestaat ook zo iets als een fictief dienstverband. Een fictief dienstverband wordt aangenomen als je een klus aanneemt die langer dan 30 dagen duurt, waaraan je minstens twee dagen per week werkt, en waarin je minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon verdient. Dan is loonheffing ook verplicht. De thans geldende minimumlonen vindt u hier. Ben je dus 23 jaar of ouder, én als ondernemer binnen een bedrijf werkzaam aan een klus, die langer dan 30 duurt, én waaraan je twee dagen per week werkt, én die minstens € 614,88 bruto oplevert (2/5 van € 1537,20, jaar 2016)… dan is er een fictief dienstverband aanwezig en is loonheffing verplicht.

Conclusie

Ik concludeer dus:
als fotograaf ben je zelfstandig en zonder gezagsverhouding aan het werk. Dat is dus geen dienstverband. Verder ben je als fotograaf nooit langer dan 30 dagen actief voor een klus en dan is er meteen al geen sprake van een fictief dienstverband.
Je hoeft als fotograaf dus geen modelovereenkomst te gebruiken, want er is nooit een dienstverband, geen echte en geen fictieve.

Vanwege de eerder genoemde vraag ging ik voor de zekerheid dus maar weer eens op het internet op jacht naar informatie. Informatie ligt op straat, leerde ik vroeger, je moet alleen weten waar je moet kijken.

Gelukkig vond ik een factsheet, van de belastingdienst zelf nog wel, waarschijnlijk geschreven door een bovenknuppel, die in zoveel woorden hetzelfde zegt. Vraag 8 luidt: “Is het verplicht om een modelovereenkomst te gebruiken?”

Antwoord: “Nee. Veel zzp’ers weten immers op voorhand al dat zij niet in loondienst werken, zoals de stukadoor bij particulieren thuis of een fotograaf die jaarlijks een teamdag van een bedrijf vastlegt. Als je niet zeker bent of en hoe je buiten dienstverband kunt werken, kan werken volgens een modelovereenkomst zekerheid geven aan beide partijen.”

Wel een voorbehoud dus (“als je niet zeker bent..”), maar voor een fotograaf blijf ik van mening dat een modelovereenkomst niet nodig is.

 

De zekerheid van de DBA

Ik wou nog even terugkomen op dat DBA verhaal dat sinds 2015 de ronde doet. Je weet wel. Tenminste, ik HOOP dat je het weet, want anders komt de fiscus straks de steen waaronder je leeft wegrollen en je financieel uitschudden.  De DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie en vervangt per 1 mei 2016 de VAR. Die vervanging heeft veel voeten in de aarde – weet ik nu al – omdat staatssecretaris Wiebes van Financiën ook een stempeltje wil drukken op de maatschappij. Zijn collega’s staatssecretaris Dekker (slopen van de omroep en de cultuur), minister Bussemaker (slopen van het onderwijs),  minister Asscher (slopen van de sociale zekerheid), minister Blok (slopen van de woningmarkt), minister Opstelten, staatssecretaris Teeven en minister Van de Steur (slopen van de rechtstaat), gingen hem al voor, dus kwam Wiebes uiteindelijk met de DBA, wat eigenlijk wel neerkomt op het slopen van de ZZP-er.

Ja, dat klinkt hard en zo is het ook wel bedoeld.

Hoe meer ik er over nadenk, verwacht ik toch veel onzekerheid, ellende en sores na de invoering van de DBA. Ik schreef daar al over in een vorige blog  (de fabel van het ZZP-bos en de DBA), maar dat gevoel is versterkt door het bericht in Elsevier Nextens waarin wordt gewaarschuwd voor fictieve dienstbetrekkingen. Dat komt er in het kort op neer dat je dan wel keurig de regeltjes denkt te hebben hebt gevolgd om een dienstbetrekking te vermijden (arbeid, betaling en gezagsverhouding – het ontbreken van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer voorkomt dan een dienstbetrekking en dat is geformuleerd in een modelovereenkomst), maar dat de fiscus toch om de hoek kan komen piepen met het vermoeden van een fictieve dienstbetrekking, dus een arbeidsverhouding die langer duurt dan 30 dagen en waarin je minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon verdient.

Zo’n modelovereenkomst is dus een ding, maar de onderliggende werksituatie is een ander ding. Daar kan je ook nog eens mee de boot in gaan. Maar dat gegeven is erg onderbelicht en staat niet duidelijk op de radar. Dat is dus een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Een ander punt dat helemaal niet uitgewerkt is, betreft het toetsingsmechanisme van de fiscus. Stel de volgende dialoog tussen een ZZP-er en een opdrachtgever op de werkvloer eens voor, na 1 mei 2016:
“Hé, de VAR is afgeschaft, we moeten nu met modelovereenkomsten werken!”
“Ja, ik hoorde zoiets. Hoe verzinnen ze het!”
“We moeten er wel mee werken. Dus hoe pakken wij dat aan?”
“Kom even mee naar kantoor. Lossen wij even op.”
<naar kantoor en er wordt gesurfd naar de site van de Belastingdienst voor een toepasselijke modelovereenkomst>
“Hebbes”

Er wordt geprint.

“Als je hier nog even een handtekening zet, zijn wij beiden ook weer gedekt.”

Handtekening wordt gezet.

“Ik ga nu weer terug naar mijn klus, want die wil ik voor de middag klaar hebben, en… ” er volgt nog een hele rij plannen die aanduiden dat het business as usual is.

Dus mijn vraag is: hoe controleert de fiscus de feitelijke werksituatie? Dat is nergens gespecificeerd en vastgelegd. Dat er een handtekening op een modelovereenkomst is geplaatst, wil nog niet zeggen dat de feitelijke werksituatie ineens wordt gewijzigd. In mijn tijd als loonslaaf viel mij al de overweldigende inertie in het bedrijfsleven op, “want zo doen wij het al 20 jaar” en ik verwacht niet dat het plaatsen van een handtekening op een nieuwerwetse modelovereenkomst daar op korte termijn iets aan verandert.
Dat is dus ook een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Want op een gegeven moment komt de fiscus binnenstappen met een stel niet gespecificeerde en vastgelegde regels in het hoofd en onder de arm, en kan dan zomaar ineens besluiten dat er toch een dienstbetrekking aanwezig is, ondanks die modelovereenkomst. En als je dan als opdrachtgever en opdrachtnemer toch overtuigend aannemelijk kan maken dat er géén dienstbetrekking aanwezig is, kan de fiscus nog eens met een fictieve dienstbetrekking gaan schermen als de opdrachtnemer langer dan 30 dagen en met minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon binnen het bedrijf actief is.

Dus ik verwacht helemaal geen zekerheid, maar juist beoordelings- en interpretatieverschillen. Bovendien bestaat geen mogelijkheid om rechtstreeks bezwaar tegen de beslissing van de inspecteur aan te tekenen (bron). Bij meningsverschillen volgt er dus een soort van rechtsgang die wel 2-3 jaar kan duren waarin voortdurend een fiscaal zwaard van Damocles boven het hoofd zwaait.

En daarom stel ik dat de DBA uiteindelijk de ZZP-er sloopt. Niemand wil onder deze onzekerheden nog ZZP-ers inhuren. Niemand wil het risico lopen dat er achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking wordt vastgesteld om daarna uitgeschud en uitgekleed te worden. Ik en mijn gezond verstand verwachten daarom een enorme uitstroom uit ZZP-land. Enerzijds vrijwillig, want er zullen er velen zijn die hun handen hieraan niet willen branden, en anderzijds gedwongen omdat ze eruit geveegd worden en/of geen nieuwe opdrachten meer krijgen. Er komt een diaspora aan, van ZZP-ers die al dan niet gedwongen uitstromen naar andere geledingen van de maatschappij.

De ZZP-wereld wordt dus gesloopt.

En ik handhaaf mijn stelling:
Als je een wet bedenkt, zorg dan dat alles van te voren duidelijk is aan iedereen en vul de wet niet eerst in nadat de wet in werking is getreden.

 

De fabel van het ZZP-bos en de DBA

Er was eens een ZZP-bos waarin de bomen tot in de hemel groeiden. Sommige bomen groeiden wat meer en sommige wat minder, sommige bomen waren jong en sommige waren oud, maar allemaal deden ze wat ze moesten doen. Namelijk blaadjes maken. Die blaadjes maakten ze voor de Plantsoenendienst. Die Plantsoenendienst had namelijk een afspraak met de bomen in het ZZP-bos om zoveel mogelijk blaadjes te maken.

Ze mochten wel eens een keer geen blaadjes maken. Kan gebeuren en dat was niet erg, als het maar niet te vaak gebeurde. Als een boom gemiddeld wel blaadjes maakte, vond de Plantsoenendienst het niet zo erg als een kwartaal niets gebeurde. En elk kwartaal kwam de Plantsoenendienst langs om een deel van de blaadjes op te halen. De meeste bomen lieten ook elk kwartaal braaf een deel van hun blaadjes vallen als de Plantsoenendienst wilde langskomen.

Maar de Plantsoenendienst was niet meer tevreden. Vijftien jaar lang was er een afspraak met de ZZP-bomen om in het volle licht blaadjes te maken en die af te dragen. Maar de Plantsoenendienst zag met lede ogen dat sommige bomen gingen groeien in de schaduw van andere bomen. Dat was niet de bedoeling! Dan maakten ze geen blaadjes. En zonder al die blaadjes werd de opbrengst voor de Plantsoenendienst lager. Dat mocht niet gebeuren!

De Plantsoenendienst verzon daarom een plan. Een plan om de opbrengst aan blaadjes te vergroten. En dat plan was het Doelakkoord Blaadjes Aanwas, de DBA. Die DBA verving dan de vorige afspraak waarin de bomen tot in de hemel konden groeien.

“Hoho!” riepen de bomen in het ZZP-bos die de bui zagen hangen en er belang bij hadden dat alles bleef zoals het was. “Even wachten! Wat gaat er met ons bomen gebeuren? Want wij weten niets van die DBA en hoe moeten wij onze blaadjes maken en laten vallen als wij van niets weten?”

“Komt allemaal goed”, zei de Plantsoenendienst. “Wij weten het ook nog niet precies, maar de bedoeling is dat alle bomen voortaan in het volle licht moeten gaan groeien zodat ze blaadjes gaan maken en die dan aan ons moeten geven als wij daar recht op hebben. Dat zoeken wij nog uit.”

Een paar maanden later kwam de Plantsoenendienst  met een uitgewerkt plan. “Wij weten het!” riep zij. “Zo gaan wij het doen! Wij gaan eerst een jaar kijken hoe jullie uit  de schaduw komen om te groeien. Na dat jaar gaan wij gericht rondlopen en opletten en als wij dan nog een boom zien die in de schaduw van een andere boom staat en niet in het volle licht, dan pakken wij die. Dan gaan wij alle blaadjes die er aan die boom zitten eraf trekken, ook die waar wij eigenlijk geen recht op hadden. Dat is dan de boete om in de schaduw te staan. Had je maar beter moeten weten. ”

Zo geschiedde.

Klaar ben je ermee, dachten de bomen. Nu wordt het ineens helemaal anders. Nu gaat de Plantsoenendienst op ons letten en ons straffen wat we al die jaren deden, en wat blijkbaar altijd goed was. Maar ze snapten het nog niet echt. Ze deden het wel al die jaren goed vonden zij, maar de regels snapten zij niet zo. Ook de nieuwe niet.

Een vol jaar groeiden de bomen door. Elk kwartaal lieten ze weer braaf een deel van hun blaadjes vallen als de Plantsoenendienst langskwam om op te rapen. En een jaar kwam en ging. En een volgend jaar kwam en ging.

En de Plantsoenendienst ging langzaam zien dat sommige bomen wel erg dik in het blad stonden. Terecht of onterecht, dat wist de Plantsoenendienst zelf niet eens. Er was wel een DBA – Doelakkoord Blaadjes Aanwas – maar als sommige bomen dik in het blad stonden waren die blaadjes niet bij de Plantsoenendienst. En als de Plantsoenendienst het niet eens goed wist… nou dan wisten die bomen het vast ook niet goed.

Dus de Plantsoenendienst kwam maar langs bij de dikbebladerde bomen. Niet om te kijken en te controleren. Ze gingen flink schudden aan de dikbebladerde bomen.  “Hier met die blaadjes! Volgens ons staan jullie in de schaduw en dat mag niet! En daarom willen wij al jullie blaadjes hebben! Hier ermee!” Dat ze niet keken en controleerden was van ondergeschikt belang. Ze wilden gewoon die blaadjes, zoveel mogelijk.  “Hoho!” riepen de bomen. “Niet doen!”, hoewel ze niet precies wisten waarom de Plantsoenendienst dat niet moest doen.

Maar het was tegen dovemansoren gericht. Ook de Plantsoenendienst wist de regels niet precies, maar ja, als niemand het precies wist, dan was er ook niemand om de Plantsoenendienst te stoppen. Dus ging de Plantsoenendienst gewoon door met schudden en plukken.

En het bos werd leeggeschud. Boom na boom waarvan werd vermoed dat die in de schaduw stond van een andere boom werd kaalgeplukt. En niemand die de Plantsoenendienst stopte. Kon stoppen, want de regels waren bij niemand precies bekend en dus kon de Plantsoenendienst zijn gang gaan.

Er was ooit een ZZP-bos waarin de bomen tot in de hemel groeiden.

Moraal van dit verhaal:
als je een wet bedenkt, zorg dan dat alles van te voren duidelijk is aan iedereen en vul de wet niet eerst in nadat de wet in werking is getreden.

De algemene voorwaarden…

Ook wel de kleine lettertjes genoemd. Niet iedereen gebruikt die, maar het is beter om wél algemene voorwaarden te hebben om problemen in de toekomst te voorkomen. Ik heb ze al een paar jaar en je kan ze hierrr vinden. In 2012 vond ik namelijk dat veel websites algemene voorwaarden hanteerden. Dat was vast niet voor niets, overwoog ik, en voorzichtig als ik ben, besloot ik dat ik die ook maar moest hebben. Je kon nooit weten. Op ZZPer.nl vond ik toen gratis en legaal een modeltekst die na aanpassing – zoals de bedrijfsnaam – gewoon te gebruiken was. Wat er níet bij stond waren de nog kleinere lettertjes bij de kleine letters. En die kleinere lettertjes moet je wel weten!

Waar wil ik nu heen? Laat ik eerst even duidelijk stellen dat ik geen jurist ben. Ik heb ooit enkele jaren rechten gestudeerd aan de universiteit in Tilburg, maar die deeltijdstudie ‘s avonds was niet te combineren met een betaalde baan overdag, merkte ik. Uiteindelijk kapte ik die studie af, want de rekeningen moesten wel betaald worden en daarom gaf ik voorrang aan mijn betaalde baan. Maar ik ben dus geen jurist en pretendeer dat ook niet te zijn. Terug naar het verhaal.

Afgelopen woensdag 2 december 2015, zag ik een presentatie van de juriste Floor May over de toepasselijkheid en houdbaarheid  van algemene voorwaarden. Wat algemene voorwaarden zijn staat in artikel 6:231 BW. Het zijn namelijk bedingen, maar die zijn ook weer onderhevig aan voorwaarden om ze geldend te laten zijn. Je kan niet alles bij elkaar componeren en dan verwachten dat de klant ze maar moet accepteren.

Zo moeten de algemene voorwaarden aan de wederpartij, de klant dus, vooraf beschikbaar zijn gesteld. Dat kan hetzij schriftelijk (zoals op de achterkant van een offerte) of elektronisch via de website. Zo heb ik daarvoor in het menu een link naar de voorwaarden staan, en heeft elk product een checkbox bij het reactieformulier staan, dat aangevinkt moet worden om iets te kunnen verzenden, zoals hier, hier en hier. Maar bottom line is: de klant moet vooraf duidelijk kunnen weten waar hij mee in zee gaat om een deugdelijke afweging en beslissing te maken. Een overeenkomst die niet op volledige informatie is gebaseerd is namelijk vernietigbaar, want “ja maar, dat wist ik niet” en “dat heb je niet gezegd en nergens geschreven” maakt je positie er ook niet sterker op. Dus maak je voorwaarden vooraf duidelijk beschikbaar en kenbaar.

Maar dat is nog niet genoeg. Dan zegt Floor ineens… “maar de voorwaarden moeten ook downloadbaar zijn.” Say what? Downloadbaar? Dat heb ik in al die jaren echt nergens gelezen. Ik had de tekst alleen op een webpagina beschikbaar. Maar okee, ze zal het weten, want juriste hé? Ik ging daarop aan de slag, om de voorwaarden ook nog eens downloadbaar te maken, en de algemene kopieerbeveiliging  op mijn website te omzeilen. Per slot staan er veel foto’s en teksten op die van mij zijn en die ik wil beschermen. Ik vroeg mij af of een downloadbare file wel mogelijk was als de website compleet dichtgekit was. Dat lukte. Na een kwartiertje klussen stond, en staat, er een downloadbaar bestand klaar. Met een datering van de laatste aanpassing. Klik de link aan en de tekst verschijnt in een downloadbaar formaat.

En verder moest ik er rekening mee houden dat bepalingen in de voorwaarden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid moesten voldoen. Je kan niet alles bij elkaar fantaseren en jouw voorwaarden onredelijk bezwarend laten zijn voor de wederpartij. Er is daarvoor een zwarte lijst zoals vermeld in artikel 6:236 BW en een grijze lijst zoals vermeld in artikel 6:237 BW. De zwarte lijst vermeld de aard van bepalingen die nooit in de algemene voorwaarden mogen staan, en de grijze lijst vermeld bepalingen die misschien nog wel zouden kunnen, maar liever vermeden moeten worden. Lees die wetteksten eens door en leg die eens naast jouw algemene voorwaarden. Het is geen makkelijke kost. Ik las ze gisteren door en het was mij duidelijk… veel komma’s. Het is geen bedlectuur, nee. Zulke bepalingen, en zeker die in de zwarte lijst, zijn vatbaar voor vernietiging als zij in de algemene voorwaarden voorkomen.

Ik heb mijn voorwaarden doorgevlooid en volgens mij ben ik wel in de clear, ook die van artikel 12. Maar ja, ik heb mijn voorwaarden ook niet echt zelf geschreven. Die zijn geschreven door ongetwijfeld juristen, en ik mocht die voorwaarden downloaden en aanpassen. Wel zo handig. Het enige wat ik zelf heb toegevoegd zijn, behalve de tarieven in artikel 3, aanvullende voorwaarden in 3a tot en met 3d, en bescherming van het intellectueel eigendom in artikel 12. En waarom ik die laatste heb ingevoegd leest u hier.

Nu heb ik het woord vernietiging al een paar keer gebruikt. Als je de voorwaarden niet vooraf beschikbaar heb gesteld, kunnen die door de wederpartij, de klant dus, als geheel worden vernietigd. Heb je bedingen die als onredelijk bezwarend kunnen worden beschouwd, zoals vermeld in 6:236 BW en 6:237 BW, dan kunnen die bedingen worden vernietigd, maar blijft de overeenkomst nog wel bestaan. Er komt echter niets voor die bedingen in de plaats, behalve dan de wet of er is er helemaal geen afspraak. In beide gevallen geeft het onduidelijkheid en sores. Dat wil je zeker niet, dus kijk jouw voorwaarden even na op toepasselijkheid en houdbaarheid. En heb je helemaal geen algemene voorwaarden, haal dan het concept op bij ZZPer.nl, pas dat aan naar eigen behoeften en gebruik dat. Het is wel zo makkelijk.

Voor meer informatie verwijs ik naar Floor May van MayLegal, die dat allemaal nog veel langer en beter kan vertellen dan ik in 950 woorden. Maar ja, dat is dan ook een juriste.

Portretten en de model release form

 

Ah! De Model Release Form! Als je zomaar portretten maakt – en wie doet dat niet – bots je op een gegeven moment tegen een potentieel conflict aan. Soms willen mensen namelijk niet gefotografeerd worden, en uit coulance geef ik daaraan toe, hoewel ik daartoe juridisch niet verplicht ben. Daar kom ik zo meteen op terug. En soms word je bijna in de gracht gegooid wegens een mogelijke foto (maakte ik mee in 2012) of word je zelfs beroofd omdat je op straat staat te fotograferen. Dat is ook meteen de reden dat ik niet aan straatfotografie doe, want sinds 2013 denk ik wel twee keer na voordat ik mij in de grote stad met een camera alleen op straat begeef. Voor je het weet ben je alles kwijt en heb je een gebroken arm en fysiotherapie voor terug. Maar juridisch staat niets je in de weg om op straat te fotograferen.

De reden dat mensen bezwaar kunnen maken is dat zij niet afgebeeld willen worden. Zo simpel is dat. En daarbij spelen er twee rechten. De eerste is het auteursrecht. Jij maakt de foto en dus ligt het publicatierecht volgens de Auteurswet bij jou. Dat gebeurt automatisch en daar hoef je niets voor te doen. Druk op de sluiterknop, de foto is er en vanaf dat moment is het jouw eigendom. Jij mag er beslissen wat er mee gebeurt, inclusief het publicatierecht. Jij maakt uit waar en wanneer jouw werk geopenbaard mag worden, uiteraard door jezelf, maar ook door anderen na toestemming van jou.

Oh ja? Nee. Niet altijd. Er is namelijk ook zoiets als portretrecht. En daar doen mensen nogal eens een beroep op. Het auteursrecht ligt bij jou, maar het portretrecht ligt formeel bij de persoon die gefotografeerd wordt. Die persoon mag beslissen of zijn of haar afbeelding mag worden geopenbaard. En dan spelen twee bepalingen, namelijk of de foto in opdracht of niet in opdracht is gemaakt.

Portretrecht

Als de foto niet in opdracht is gemaakt ben je in principe vrij om de foto te publiceren, mits het belang van de afgebeelde persoon zich niet verzet tegen het belang van de publicatie. Artikel 21 Auteurswet luidt namelijk als volgt:

Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet.

Zo’n niet-opdracht situatie komt nogal eens voor bij straatfotografie. Probeer eens in de grote stad te fotograferen zonder mensen in beeld. Lukt niet. Vooral op openbare plaatsen waar veel mensen zijn is het nagenoeg onmogelijk om een straatbeeld te fotograferen zonder mensen.  Het algemeen belang van de afgebeelde mensen verzet zich in de regel echter niet tegen publicatie van de foto. En zoals gezegd, als ze mij vriendelijk vragen om buiten beeld te mogen blijven voldoe ik daaraan, en zie ik van mijn juridisch recht af om die persoon te fotograferen. Iedereen is dan tevreden.
Anders is het als je bijvoorbeeld een foto van een darkroom publiceert met klanten die herkenbaar in beeld zijn. Dan verzet het algemeen belang zich wél tegen publicatie, want die klanten willen doorgaans niet bekend hebben dat ze naar darkrooms gaan. Het is dus een afweging. Ik doe die afweging op basis van gezond verstand, en doorgaans is dat een goede afweging.

De andere situatie is dat de foto wél in opdracht is gemaakt. Dan geldt artikel 20, lid 1 Auteurswet:

Tenzij anders is overeengekomen is degene, wien het auteursrecht op een portret toekomt, niet bevoegd dit openbaar te maken zonder toestemming van den geportretteerde of, gedurende tien jaren na diens overlijden, van diens nabestaanden.

Dat betekent dat een foto, of foto’s, in opdracht gemaakt, niet zomaar mag worden gepubliceerd en geopenbaard zonder toestemming van degene op de foto is afgebeeld. Vanwege het element “Tenzij anders is overeengekomen” moet er dus expliciet om toestemming worden gevraagd.

Model Release Form

Die toestemming kan worden verkregen via een model release form, ook wel een quitclaim genoemd. Een model release form is een schriftelijke verklaring waarin het model afziet van portretrechten en toestemming geeft voor publicatie ooit en ergens. Daar heb ik vorige week mee te maken gekregen. Nee, ik zat niet in een probleem. Ik was niet eens de fotograaf, maar het model voor de verandering. In het voorjaar las ik een oproep van fotografe Wilma van de Hel die mannelijke modellen zoekt voor het Mooi Man fotoproject, een project over mannelijkheid en mannelijk naakt. Van de Hel stelt daarbij dat modellen doorgaans vrouwen zijn die door mannelijke fotografen worden vastgelegd, en zij wil dat eens omdraaien. Nu ben ik een groot voorstander van zelfrespect en mannenemancipatie (dat is hard nodig!)  en dit leek mij een leuk project om daar mijn bijdrage aan te leveren. Bovendien wilde ik eens zien hoe een andere fotograaf of fotografe invulling geeft aan model release forms. Daar leer ik ook van.
Zo geschiedde. Vrijdag 30 oktober 2015 was Van de Hel bij mij over de vloer voor de fotoshoot. Zij achter de camera, ik ervoor.

Ik kreeg na afloop een model release form ter ondertekening voorgelegd waarin alle rechten en plichten werden omschreven. Ik wist natuurlijk dat die er aan kwam. In het voorjaar werd in een mail al duidelijk gesteld dat ik moest beseffen dat ik “later kon worden herkend” en dat ik een model release form moest ondertekenen. En de model release form liet ook geen twijfel bestaan:

“Ik, het model, geef toestemming aan de fotograaf om de foto’s te mogen gebruiken onder de volgende voorwaarden:”

<volgt een aantal eenduidige voorwaarden voor gebruik door de fotografe, waarin ik per stuk via een wel/geen keuze toestemming kon verlenen>

en

“Met het tekenen van dit formulier geef ik alle rechten aan de fotograaf betreffende het gebruik van de foto’s zoals hierboven beschreven. Er is geen betaling aan mij verschuldigd.”

Er volgde nog wat bepalingen over compensatie als het contract toch verbroken zou worden en:

“Ik heb dit formulier zorgvuldig gelezen en begrepen. Ik ben 18 jaar of ouder.” Met ruimte voor een krabbel van mij en haar.
Het formulier besloeg een A-4, maar in essentie is dit eigenlijk alles.

Een model release form is een bijna noodzakelijk schriftelijk contract om later problemen te voorkomen. Het geeft de mogelijkheid om vooraf afspraken te maken zodat beide partijen weten waar ze aan toe zijn. Heb je een opdracht met portretten en je wilt die openbaar maken, vraag dan toestemming! Dat heb ik ook gedaan na een fotoshoot met een klant in Vleuten en zij gaf mij vriendelijk toestemming om haar portret in mijn portfolio op te nemen. Net als Van de Hel dat deed, vroeg ik eerst om toestemming, alleen maar om aan de eis van dat portretrecht te voldoen.

En mijn foto’s? Geen idee, mocht je dat willen weten. Ik lig nu bij Van de Hel op tafel. Het zijn ook niet mijn foto’s. Maar ik zal ze wel eens zien opduiken. Ooit en ergens.

 

 

Auteursrecht en architectuur

In een eerdere blog schreef ik al iets over auteursrecht. Het verhaal van mijn en dijn. Wat van mij is, is van mij en daar moet jij met jouw vingers van afblijven. Daar kan ik helemaal mee inkomen.

Nu is auteursrecht geen eenrichtingsverkeer. Ik kan mijn rechten op mijn werk laten gelden. Dat geldt voor een ander ook. Dus moet je voorzichtig zijn met eigenlijk alles wat door mensen bedacht en gemaakt is, want daar zal ongetwijfeld auteursrecht op zitten. Muziek? Auteursrecht. Literatuur? Auteursrecht. Toneel? Auteursrecht.  Beeldende kunst? Auteursrecht. Architectuur? Raad eens… auteursrecht ja. Als een mens iets verzonnen en gemaakt heeft… zit er hoogstwaarschijnlijk auteursrecht op.

Nu is het met kunst en architectuur wel een beetje anders geregeld. Een aantal maanden geleden was er een flinke discussie op het Facebookforum van Werk aan de muur. Aanleiding was een juridische sommatie van de eigenaars van verschillende bouw- en kunstwerken in Nederland om werken te verwijderen, wegens inbreuk op het auteursrecht. Sommige mensen wilden echt niet horen/geloven/aanvaarden dat een reproductie van een bestaand werk wel eens een schending van het auteursrecht kon betekenen. “Ik maak toch de foto? Dan is de foto toch van mij?”, werd veel gehoord, er aan voorbijgaand dat (1) er dan blijkbaar ineens wel auteurs- en eigendomsrecht bedongen kon worden, en (2) het werk op de foto niet van de fotograaf was en dus een reproductie maakte van een bestaand werk van een ander.  Die discussie duurde echt heel lang en leidde er uiteindelijk toe dat fotografen hun werken gingen doorvlooien en verwijderen als die niet aan de eisen voldeden.

En ja, dat heb ik ook gedaan, toen mij de betekenis van de Auteurswet echt doordrong. Ik heb ook werken verwijderd waar ik tevreden over was maar die mij op termijn in problemen konden brengen. Kill your darlings dus. Wat voor een ander geldt, geldt ook voor mij en dus moesten die werken weg.

Voordat ik afdwaal, laat ik eerst de wettekst erbij pakken die gaat over auteursrecht van kunst en architectuur. Die tekst staat in de Auteurswet 1912 (revisie 2004). De meest relevante artikelen zijn artikel 10, eerste lid, onder 6 en 8 en artikel 18 en luiden:

artikel 10, eerste lid, onder 6:
“teeken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken;”

artikel 10, eerste lid, onder 8:
ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de aardrijkskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen;

Artikel 18:
“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 6°, of op een werk, betrekkelijk tot de bouwkunde als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 8°, dat is gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking van afbeeldingen van het werk zoals het zich aldaar bevindt.

Okee. En oh ja, voor ik het vergeet: dit betreft alleen Nederland. In andere landen liggen de  regels ook weer anders. Zo is er in België helemaal geen panoramavrijheid en mag je niet zomaar zoiets als het Atomium fotograferen, tenzij je er voor betaalt. Terug naar Nederland.

Als je die tekst gaat ontleden, tref je de volgende elementen aan.
1. teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere plaatwerken en werk betrekkelijk tot de bouwkunde
2. moeten permanent in openbare plaatsen staan
3. moeten worden afgebeeld zoals ze zich daar bevinden.

Vrij vertaald betekent dat, dat een werk dat kan worden ingedeeld onder (1) kan worden gefotografeerd en gepubliceerd, mits deze (2) permanent in de openbare ruimte staat (dus niet bijvoorbeeld een schilderij dat tijdelijk even op straat is neergezet), en (3) wordt afgebeeld zoals het zich daar bevindt. En de open ruimte is die ruimte die door iedereen vrij betreden kan worden. De straat bijvoorbeeld, maar een bouwwerk dat je van de openbare straat kan zien, wil nog niet zeggen dat dat in de openbare ruimte staat. Het werk moet echt in de openbare ruimte staan. En voor openbare ruimtes die door muren zijn omgeven, denk aan winkelcentra of het Centraal Station, gelden weer andere regels. De gorilla’s van de beveiliging kunnen je daar van alles over vertellen. Dat doen ze graag heb ik gemerkt, vandaar dat ik nooit binnen afgesloten openbare ruimtes fotografeer.

De Melkwegbrug in Purmerend. Het is door iemand bedacht en nieuw, staat permanent in de openbare ruimte en is hier weergegeven zoals het zich aldaar bevindt. Volgens mij is publicatie hier dus toegestaan.

Gelukkig maar. Als deze bepalingen er niet zouden zijn, is het schier onmogelijk om op straat te fotograferen, want altijd is er wel ergens een gebouw of kunstwerk in de afbeelding te zien. Probeer eens in de stad een bouwwerk uit beeld te houden. Lukt niet. Nu ligt de grens wel bij 70 jaar na het overlijden van de architect, dus de Domtoren mag je vrij fotograferen.

De sommatie van die juristen waar ik het zojuist over had, betrof dan ook fotografische werken die niet aan de bovengenoemde wetteksten voldeden. Ik heb die werken bekeken en ja, die afgebeelde bouw- en kunstwerken waren in de foto hevig bewerkt. Ze waren uit de omgeving gelicht en/of gespiegeld, of deels afgebeeld tegen een neutrale hemel (zie 3). Allemaal heel kunstzinnig en artistiek, en veel werken kon ik wel waarderen daarom, maar het was wel een schending van het auteursrecht zoals gedefinieerd in de Auteurswet.

En daar was weinig begrip voor. Sommigen dachten dat de soep niet zo heet zou worden gegeten en dat het met claims niet zo’n vaart zou lopen. Ik denk het wel. Zeker in deze overspannen gejuridiseerde tijd, waar eigendomsrecht zo belangrijk is. Mijn en dijn. Vroeger gingen we naar de kerk. Nu gaan we naar de rechter.

En in dat milieu ben ik ook wijzer geworden. Als ik iets fotografeer is het eerste criterium: is het door iemand gemaakt? Zo ja, wanneer? Is de architect langer dan 70 jaar geleden overleden? Is het in de openbare ruimte? Staat de omgeving op de foto? Je bent vooral bezig te klooien met regeltjes en jezelf in te dekken.

En dát is de reden dat mijn werk vooral bloempjes en beestjes betreft. Want daar zit geen auteursrecht op. Door de juridisering van de maatschappij (alles is verboden tenzij het is toegestaan) door dikbetaalde legal eagles is de lol wel een stuk minder geworden. Juristen zijn eigenlijk hooligans. Duurbetaalde ruziezoekers die met de wet in de hand via de rechter de maatschappij ontregelen. Er zou eigenlijk een straatverbod voor ze moeten gelden. Zodat de sjeu van het leven terugkomt.