De THT van blogs

Even een klein blogje aframmen, want dat is ineens nodig! Al ruim zes jaar blog ik op deze site. Dat is volgens mij al een flinke tijd. Eerst was het meer vrijblijvend: persoonlijke zaken en andersoortig hobbyïsme kwamen aan bod en oh ja, fotografie kwam ook wel eens voorbij. Ik stond nu eenmaal aan het begin van alles, blanc et blue, mijn middelen waren beperkt, mijn kennis van bloggen was beperkt en ik deed maar wat. Later verwijderde ik de meeste niet-relevante blogs en beperkte ik mij vooral tot fotografie. Ik werd flink wat puntiger. Een flink aantal van die ‘niet-relevante” blogs verplaatste ik overigens naar Ware Koeien dat ik speciaal daarvoor ik het leven riep. Daar kan ik mijn andere eieren kwijt.

Nu had ik vorig jaar wat autoposters geplaatst op deze website. Ik deed dat omdat Buffer de gratis versie van hun autopostingtool zo ver had uitgekleed dat analyse was verwijderd, en ook de simpele knop tot rebuffering had weggehaald. Je moest die tool echt veel meer gaan onderhouden en na een etmaal was die ook weer leeggelopen. Daar had je niet veel meer aan. En eigenlijk kon je niet op vakantie als je zichtbaar wilde blijven haha :).

Nu ben ik niet bang voor hard werken, maar ik houd nog veel meer van efficiënt werken!

Ik ging dus mijn posts met die autoposters automatiseren. Op Twitter en LinkedIn. En als je het wil weten: Facebook niet. Facebook maakt het je moeilijk en daar zijn vooral poezenfilmpjes. Instagram doe ik niks mee.
En die autoposters werken goed. Elke twee uur komt er een blog op Twitter en elke dag een op LinkedIn. Dan is mijn zichtbaarheid ook gegarandeerd.

Uiterste houdbaarheid

Maar ik zie ze nu voorbij komen en steeds vaker moet ik denken aan een gerecht dat je uit de vriezer haalt en waarvan je denkt “Dat heb ik misschien te lang bewaard.” Verouderd, niet vers, smaakt niet zo goed. En als ik dat denk, zullen anderen dat ook wel denken. Ik merk vaker dat een blog over de uiterste houdbaarheidsdatum is. En wat doe je als je iets ouds uit de vriezer haalt? Dat moet je weggooien.

Dat ga ik dus doen. Ik ga saneren. Ik moet saneren.

Waaruit volgt dat je oudere blogs op termijn steeds moet gaan vervangen, updaten of gewoon verwijderen als ze niet meer relevant zijn, of als ze door voortschrijdend inzicht zijn ingehaald.

In memoriam

 

Ik zit nu met een zwaar hart achter de laptop en kijk naar een blank scherm. Ik zou iets over onze kat Joppe willen schrijven, maar het is geen fotografie en dat wil ik normaal wel. Ik maak nu een halve uitzondering. Gewoon, omdat het kan. Een eerbetoon. Een In Memoriam. Joppe is op 10 augustus 2017 ingeslapen op de rijke leeftijd van 19 jaar en 4 maanden. Ik heb zijn laatste week in ons midden wel uitvoerig gedocumenteerd op Facebook en elke adem gefotografeerd. Dus ergens is het wel dierenfotografie; fotografie van een huisdier op een moment dat het nog kan, van mijzelf en voor mijzelf en mijn vriendin Marie-Louise. Is het niet ironisch dat ik mijn eigen product dierenfotografie nu voor mijzelf moet inzetten om ons  geliefde huisdier vast te leggen in de laatste levensfase? Lees die laatste levensfase hier!

Joppe in november 2011, nog voor hij bij Marie-Louise in huis kwam. Toen was hij 13 jaar.

Verder weet ik op dit moment niet zoveel te schrijven over Joppe en ik besluit mijn gedachtenstroom te pipen naar mijn vingers en die het werk te laten doen. Ik voel wel een zwaar hart en een twijfel waar deze blog heen gaat. Teruglezend klinkt het allemaal erg zwaar, maar dat is het niet. Ons Joppe heeft een mooi leven gehad, met aandacht en liefde, van ons en van hem. Dat kan niemand ons afpakken!

Joppe was geboren op 9 april 1998. Ja, hij kwam nog uit de 20e eeuw. Bij de jaarlijkse controle (2015? Ik weet het niet eens meer) vroeg de dierenarts ooit of wij wel zeker wisten dat hij in 1998 was geboren, want zijn conditie was die van een 8-jarige.  Ja, zijn paspoort zegt echt 9 april 1998 als geboortedatum.

We weten niet precies hoe zijn eerste jaren eruit zagen. Voor zover ik heb begrepen werd Joppe rond 2004 uit het asiel gehaald door de ouders van Marie Louise. We denken wel dat hij te vroeg van de moeder was weggehaald: Joppe had een sterke drang om te likken en te lebberen, en dan is dat gedrag mogelijk. Zo gauw hij je ‘s ochtends zag, dook hij op je blote enkels en lebberde hij die kletsnat. Daar hield hij pas mee op als je hem eten gaf, want ja, likken van de enkel of de moedertepel… als het maar voeding gaf. Ook handen en armen waren soms niet veilig. Ja, ik vond dat doorgaans niet fijn. Het was vaak koud en het was ook wel wat vies, maar ik heb hem dat nooit kunnen afleren. Dan ga je je maar wassen en douchen, nadat hij eten had gehad.

In november 2012 kwam Joppe bij Marie-Louise. Joppe bleek een happertje, een bijtertje en een krabbertje. We vermoeden daarom dat er ooit iets was gebeurd waardoor hij mensen op afstand hield. Oh, je mocht wel in de buurt komen, maar alsjeblieft geen gekke dingen graag, en ook niet overal aanzitten want dan was het beng met de nagels. Tja.

Joppe in januari 2012

Niettemin ontwikkelde Joppe zich vanaf 2012 tot een aanhankelijke knuffelkat. Hij kwam naast ons op de bank liggen, lag vaker op schoot, we mochten hem ook meer aaien op eerder verboden plaatsen, passeerde ons pijlsnel op de trap naar boven, passeerde ons pijlsnel op de trap naar beneden, gaf soms een mmmrauww-geluid (“Hoi!!”) als ie weer werd binnen gelaten, en rolde altijd de trap af als we weer thuiskwamen. Hij sliep uit zichzelf altijd boven op een klein ongebruikt kamertje als wij weg waren. Hij genoot van onze aanwezigheid, en wij van de zijne.

Soms had hij vreemd of beter, ongewenst gedrag. Hij kwam dan ‘s nachts over bed stampen, liep over ons heen en drukte zijn snorharen in ons gezicht. Elk uur of zo. Dat was niet fijn. Soms zat hij je in het donker aan te kijken en dan zag je een soort Batman-silhouet met puntoren je gefixeerd aanstaren. Dat was ook wel bizar. Uiteindelijk werd besloten dat Joppe ‘s nachts maar naar beneden moest en de deur dicht. Ga daar maar slapen. ‘s Ochtends stond hij dan achter de deur je op te wachten en dook dan op je enkels. In de keuken wilde hij wel eens pal achter je voeten gaan zitten. Niet handig als je met pannen en kokend water bezig bent.

Ouderdomskwaaltjes

En toen werd hij langzaam zieker. Kwaaltjes. Nierproblemen. Daar kreeg hij medicijnen en een nierdieet voor. Hoge bloeddruk. Kreeg hij ook medicijnen voor. Schildklier ging wat in de overdrive. Medicijnen. Maar ja, hij was ook al zeker 16 jaar, misschien al 17 jaar. Kwaaltjes komen met de leeftijd. Hij werd ook magerder. In 2011 was Joppe een weldoorvoede kater, hij werd een… ja een gratenkast. Een gratenkat bedenk ik nu.

Joppe in april 2017. Hij is dan net 19 jaar geworden.

Begin 2017 zeiden Marie-Louise en ik al dat we maar moesten afwachten of Joppe de eerstvolgende Kerst zou halen. In april 2017, rond zijn 19e verjaardag, zat er echter een frisse heldere, maar vermagerde kat op schoot.

In stilte besloot ik wat meer foto’s van hem te maken, nu het nog kon. Per slot is dierenfotografie ook een product van mij, dus ik moest ook Joppe vereeuwigen. Elke weekend wanneer ik in Purmerend was, ging hij op de foto. Dat patroon moet Joppe gemerkt hebben: op een gegeven moment leek hij bewust weg te draaien als ik weer eens met die camera en flitser aan kwam zetten. Zo’n flitser is nu eenmaal fel, en katten hebben een reflecterende laag in de ogen zodat ze ‘s nachts ook goed kunnen zien. Zo’n flitser is dan echt heel fel. Daar hield ik meer en meer rekening mee, en ging de flits meer bouncen naar het plafond.

Mei 2017. Lekker in de zon.

Lente 2017. Joppe is nog steeds vitaal. Eet. Drinkt. Gaat naar buiten, en vaak via het klapraam. Geeft soms een lel aan de buurtkatten die in de tuin te dichtbij komen. Sommige van die buurtkatten tolereert hij; hij lijkt een vriendschap te hebben met een zwartwit katje. Daarentegen gaat het niet goed tussen hem en een rode kat. Lellen en krijsen. Voor zijn 19 jaar is Joppe bijzonder vitaal en lijkt onsterfelijk.

 

 

 

 

 

 

 

Joppe op 23 juli 2017. Beetje geflatteerde foto. Ik heb de beste gepakt. Op andere foto is hij flinterdun.

In juli 2017 wordt Joppe wel erg mager. Zijn buik valt in en het ruggetje is nu wel erg nadrukkelijk voelbaar. Voelt niet zo fijn en misschien doet het wel pijn, dat geaai over die graat. Ik aai nu meer langs de flanken. Dat vind hij fijn en laat het toe. Ik besteed steeds meer aandacht aan de foto’s; sommige zijn niet toonbaar en blijven intern. Marie Louise en ik monkelen dat augustus wel eens “de” maand zou kunnen zijn. Het is eigenlijk meer mijn gedachte. Augustus is in mijn beleving een kwetsbare maand. Moortje stierf in augustus 1973, Didas stierf op 3 augustus 1985, mijn opa stierf eind augustus 1986, mijn vader stierf 15 augustus 1998, dus die maand speelde elk jaar al in mijn hoofd. Joppe is fysiek inmiddels een schim van wat hij ooit was, maar scherp als een mes. Geen dementie en geestelijke aftakeling. Oh nee.

 

 

2 augustus

Marie-Louise gaat met Joppe voor een checkup naar de dierenarts. Ik krijg in Utrecht een naar telefoontje. Het gaat niet goed met Joppe. Hij ademt nogal hevig en op de röntgenfoto zijn zijn longen niet zichtbaar. Dat betekent dat er water om en in zijn longen zit. Waarom is niet duidelijk. Kan een tumor zijn. Ziet er niet goed uit. Advies is om Joppe te laten inslapen, maar dat is te snel. Er worden vochtafdrijvers meegegeven, die hopelijk het vocht om de longen verminderen en Joppe wat ademruimte geven. Ik besluit naar Purmerend te gaan. Uiteindelijk blijf ik daar 9 dagen. Oppassen, eten geven, zorgen en verzorgen, en ondertussen foto’s nemen en schrijven. Ik heb mijn laptop en alles meegenomen.

Joppe, ziek en oud in zijn laatste week, 7 augustus 2017

Joppe gaat dan zijn laatste week in, maar dat weten we dan nog niet. Lees hier de verslagen zoals ik op die Facebook schreef, of klik op de tuinfoto.

 

 

 

 

Nu ben ik, na 1322 woorden (Ja, het is een longread maar kudo’s als je zover bent gekomen!) aan het eind van deze blog gekomen. Ik kan alleen maar zeggen: als je een huisdier hebt waar je van houdt, leg dat dan vast! Een fotografisch aandenken is een schat! Ik kijk naar de foto’s, gemaakt op een moment dat het nog kon, ik zie zijn gedrag, uitdrukkingen, pose houding en denk “ja, dat is hem. Zo was hij!” En dan ben ik zo blij dat ik dit gedaan heb, want nu kan het niet meer. Die tijd is voorbij en komt nooit meer terug. En dan heb ik gelukkig nog de foto’s!

Verweesd…

Ik ben verweesd. Het is een onwezenlijk besef nu wees te zijn.

Dit wordt een persoonlijke blog. Heeft helemaal niets te met werken en zaken te maken. Geen ZZP-gedoe, acquisitie of funneling, DBA of noem maar op, maar meer een soort ventilerende afschrijfblog om even de gedachten te delen en misschien tot rust te komen. Ik weet bij deze – even tellen – zesde zin niet eens waar ik uit kom, maar dat boeit mij ook niet. Ik lees nu ook alles twintig keer door om geen gekke dingen neer te zetten. Dat doe ik wel eens maar die wil ik er hier per se niet in hebben. Niet nu. Niet hier.

Op 28 februari 2016 overleed mijn moeder op 82-jarige leeftijd na een kort ziekbed.

Ik ga geen medische details over haar ziekbed neerzetten. Die gaan niemand iets aan. Wel dat ik tot nu toe altijd er van uit ging dat mijn moeder er altijd was. Het was namelijk nog nooit voorgekomen dat ze er niet meer was. Maar nu.. geen telefoon meer. Geen mail meer. Geen bezoek. Geen verjaardagkaartje.. in december stuurde ik nog een zelfgemaakte Kerst- en nieuwjaarskaart, met een “goed 2016” wens erop. Dat mocht niet zo zijn. Het is wel je moeder die er niet meer is. Mijn vader was al op 15 augustus 1998 gestorven.

Op zondag 28 februari 2016 overleed mijn moeder.

Tien dagen na haar verjaardag. En ineens overspoelt een periode van drukte je. Die maandag al, de volgende dag dus, gesprek met de Dela. De herdenkingsdienst moet immers geregeld worden. Het programma. De muziek. De rouwkaarten. Wie wil iets zeggen? Iets spreken. En wat? En hoelang? Receptie achteraf. Hoeveel mensen komen er? Wat zetten we neer? Geen broodjes. Daar is het tijdstip tussen 15 en 16 uur niet geschikt voor. Kleine snacks en nootjes dus. Mij wordt gevraagd of ik de kist voor de dienst wil sluiten. Dat is goed. De dienst wordt vastgesteld op vrijdagmiddag 4 maart. Ik ga wat zeggen, ook namens mijn broer. Schrijven. Schrappen. Niet te zwaar en te moeilijk maken. Herschrijven. Bijdrage van mijn broer inpassen. Lopende tekst maken. Het moet wel recht doen aan haar leven.
Er worden op uitdrukkelijk verzoek geen foto’s gemaakt tijdens de dienst. In privé maak ik vooraf wel wat foto’s van de gesloten kist. Als herinnering. Ik wil geen foto’s van de open kist met mijn moeder. Dat vind ik onkies, dus alleen de gesloten kist in de rouwkamer. Die foto’s zijn privé en zet ik hier daarom niet neer. Privacy. Daarom zet ik ook geen foto van mijn moeder neer. Niet eens een naam, bedenk ik nu. Ze liet zich graag horen, maar ik weet zeker dat ze niet op het internet hoefde. Dat respecteer ik.
Uiteindelijk sluiten mijn broer en zijn vrouw, mijn nichtje en mijn partner en ik de kist. Dat hoefde ik dus niet alleen te doen.

Mijn moeder had zelf vooraf niet stilgezeten. Ze had alles al gepland en uitgedokterd. Dat deed ze vaak. Plannen en dichttimmeren. Muziek lag vast. Had ze al uitgekozen. Testament was geregeld. Er lagen brieven voor ons klaar. “Pas openen ná mijn overlijden en vóór de notaris” stond erop. Ja, ze was tot het einde scherp. Scherp als een mes. Liet niets aan het toeval over.

Herdenkingsdienst gaat goed. Erg goed zelfs. Juist op een gelegenheid waar geen prestatiedrang moet zijn zetten wij iets moois neer. Ons moeder is trots op ons. Dat weet ik zeker.

Op 6 maart is mijn verjaardag. Op 10 maart die van mijn partner. Goh, we slaan dit jaar maar even over. Misschien later dit jaar nog.

Dan is ook er een huis dat leeg moet. Testament bespreken. Een executeur van buiten erbij. En voortdurend reizen naar Eindhoven. Want daar woonde zij. En overleed zij.
Er moet uitgezocht en beoordeeld worden. Wat gaat weg en wat niet. Een postcodeboek uit 1978(!) kan wel weg. Telefoonboeken ook. Bellen gebeurt toch niet meer. Fotoboeken blijven. Andere spullen met emotionele waarde ook. En de rest moet worden doorgenomen.

Ondertussen ligt mijn eigen werk nagenoeg stil. Netwerken? Sporadisch. Opdrachten? Ook sporadisch. Vandaag wel eentje binnengehaald, en dat is mooi. Er liggen wat opdrachten op de plank, voor als het mooi weer wordt. Ik vertrouw er op dat die doorgaan. Maar het trekken en duwen is door ‘Eindhoven’ even op een lager plan gekomen.
Neemt niet weg dat ik dat alles toch weer aan het opstarten ben. Voor donderdag staat een Open Coffee in De Bilt op de agenda, de Open Coffee in Nieuwegein is vrijdag en de Meetups ben ik ook weer aan het opstarten. Het moet niet zo zijn dat de mensen mij gaan vergeten. Dat is niet de bedoeling. Eens zien of ik dit kwartaal nog iets kan binnenhalen.

Op zondag 28 februari 2016 overleed mijn moeder.

Het is nu maandag 14 maart 2016 als ik dit schrijf. Buiten schijnt de zon en piept de lente met het nieuwe leven naar binnen.
Maar ik ben verweesd. Het is een onwezenlijk besef nu wees te zijn.

Mijn beroving en de nasleep

Op 4 juli 2013, dus iets van 16 maanden geleden, werd ik overvallen en beroofd door onze lieve en fijne medelanders. Weg dure camera, duur objectief en statief. Ik kreeg daar een gebroken arm, een operatie en een half jaar fysiotherapie voor terug. Wel tegen een flinke prijs natuurlijk: de prijs om dure hardware af te staan kostte mij ook nog eens declarabel € 716,80. Weg hardware. Weg geld.

Dat weet ik zo precies, want er is zoiets als een Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dat fonds “geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.” Zo staat dat op hun site.

Ik had daarom een aanvraag tot compensatie van de schade ingediend. Daar zat ik wel een tijd tegen aan te hikken, want het is natuurlijk niet leuk om weer die nare gebeurtenis naar boven te halen. Per slot, en dat heb ik ook in de aanvraag geschreven, heb ik ook een soort van straatfobie ontwikkeld: niet zomaar de straat op, en als je een straat in moet, dan eerst zien of en welk gespuis in donkere kleding en hoodies daar rondzwerft. Maar niet alleen dat. Door die beroving liep ik materiële en psychische schade op, maar ook zodanige financiële schade dat het mij bijna tot een faillissement bracht. Ik wilde dus graag die schade gecompenseerd zien.

In september 2014 dien ik een aanvraag in. Het moest maar gebeuren.

Maandag word ik gebeld door het fonds, dat ze mijn aanvraag afwijzen. Er is namelijk geen causaal verband tussen mijn lichamelijk letsel en de beroving.

“Oh?”

“Ja.”

“Oh, maar als die knullen er niet waren geweest, was mijn camera niet geroofd en was mijn lichamelijk letsel ook niet opgetreden. Ik zou die beslissing nog maar eens heroverwegen.”

“Nee, ik begrijp dat causaal verband wel, maar er is geen juridisch causaal verband. U schrijft dat u misschien ten val bent gebracht en daardoor is het niet zeker.”

Ik sta paf.

“Dank u voor de info. Dag.” Ik hang gewoon op. Ik wacht het antwoord niet eens af.

Later op de avond zegt mijn Marie-Louise dat je dus echt zeker in elkaar geslagen moet worden om de schade vergoed te krijgen. Terwijl de rovers goede sier maakten met mijn eigendommen, zat ik tegen hoge kosten met de sores. Reken maar dat ze buit hebben verkocht, en met dat geld gingen feesten in Noord-Afrikanië. En nu wordt de aanvraag afgewezen want er is geen causaal verband.

Zelf vraag ik mij af wat nu erger is. Gepakt worden door onze lieve medelanders, of gepakt worden door onze overheid. Gepakt worden door onze lieve medelanders én onze overheid is een een-tweetje dat niet overtroffen kan worden.

“Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming, en erkent daarmee het onrecht dat hen is aangedaan. Zo draagt het Schadefonds bij aan herstel van vertrouwen.” Dat is niet gelukt.

Keuzes voor zelfacceptatie

Soms moet je keuzes maken. Leuke keuzes. Vervelende keuzes. Keuzes waarover je twijfelt. Keuzes die kunnen ingrijpen. Keuzes waarvan je vindt dat ze toch genomen moeten worden.

_MG_6352_bewerkt-4klein
klik voor een klein zelfgeschreven boekje over autisme

Sinds 2011 ben ik gegroeid. Niet in de lengte of breedte, maar mentaal in die zin dat ik mijzelf heb gevonden en geaccepteerd. Dat proces heeft vele jaren geduurd, maar sinds ik in december 2011 een diagnose Asperger mocht ontvangen, kreeg de zelfacceptatie de overhand. Niet meer steeds laten leiden door wat anderen vonden – structurele drammers houd ik al een tijd op verre afstand. Niet meer laten ondersneeuwen door meningen van anderen, want beoordeeld word je toch en je kan niet iedereen gelukkig maken. Kort gezegd: nu ben ik aan de beurt en mijn mening en gedachten zijn leidend. Niet die van anderen.

Ik merk dat mensen dat soms niet leuk vinden. Dat zijn vooral de mensen die grip op je willen hebben. De mensen met waardeoordelen. Meestal zijn dat negatieve waardeoordelen. De mensen die mijn tijd willen verdoen met willen bekritiseren en discussiëren. Die mensen die met hun voortdurende op- en aanmerkingen over alles en nog wat, en ook over mij er in slagen mij te laten denken dat ik niet deug. Die mij een naar gevoel geven. Die zichzelf willen verheffen door een ander neer te halen.

Het reclameprincipe. Als je iets vaak genoeg herhaalt, geloven de mensen alles. Ooit werd ik een mislukkeling genoemd, niet aangesproken met mijn voornaam Jan, maar gewoon mislukkeling. Dat duurde wel een paar jaar en uiteindelijk ga je dat gewoon geloven. Daarna werd mij wijsgemaakt dat ik zo lelijk was dat ik nooit een relatie zou krijgen. Emmm… ja, dat duurde inderdaad tot mijn 27e. Tegen die tijd geloofde ik inderdaad dat een relatie niet voor mij weggelegd was. Wildvreemde meisjes die liever 20 kilometer in de bus wilden staan, want “ik ga niet naast die flip zitten.” Ja, dat werd zo gezegd, ik hoorde het. Er was een tijd dat ik overal werd gepest. Ook thuis. Ik sloot mij daarom maar op in mijn kamer. Misschien dat dat veilig was.

Die mensen, die mensen.. vinden het niet leuk als ze nu botsen tegen de muur. Die bij de poort worden tegengehouden. Talk to the Hand vinden ze niet leuk! Het zijn ook precies diezelfde mensen die te langen leste nog op mij in proberen te praten, om toch vooral iedereen toe te laten. Blijkbaar vinden zij dat erg belangrijk. “Je moet geen mensen buiten sluiten.” Maar dat doe ik wel. Juist die mensen die geen toegevoegde waarde voor mij hebben komen niet meer verder. En dat vinden zij geen fijn idee. Soms gaan ze daarover zelfs ruziën. En dan is het gesprek echt snel afgelopen.

Tussen haakjes: ik denk dat pesten misschien wel een teken van respect is. Ja, echt waar. Als persoon A persoon wil B wilt pesten, is het wel een vereiste dat persoon B begrijpt wat de boodschap is. Je hebt niets aan pesten als de boodschap aan het slachtoffer voorbij gaat. Daarom zal de pester of de groep pesters zich vooral binnen hoor- en zichtafstand van het slachtoffer bevinden. Het is niet moeilijk om de pesterij het hoofd van het slachtoffer te laten bereiken, maar in het hoofd zal de boodschap ook moeten doorklinken. Het slachtoffer zal het wel moeten snappen om zich daardoor naar te voelen. Dus een pesterij is misschien wel een teken van respect, een erkenning van intelligentie bij het slachtoffer, door mensen die bang zijn voor het slachtoffer. Dat zegt iets over de pesters. Maar dit terzijde.

Vanaf 1986 was ik op zoek naar de oorzaken van dat alles. Per slot: als individuele mensen onafhankelijk van elkaar mij zomaar afwijzen, ook mensen die ik niet ken, ja, dat moet daar een oorzaak voor zijn. Er was een tijd dat ik dacht dat ik mislukkeling was (maar dat is niet zo), daarna gewoon gek (maar dat is niet zo), toen hooggevoelig (ja, dat wel), hoogbegaafd (valt wel mee, niet echt significant hoger IQ dan gemiddeld. Met een doodmoeie kop deed ik een test en behaalde 106, pfff. Had ik maar die nacht geslapen zeg) en in 2011 uiteindelijk een diagnose Asperger. In de zomer van 2011 deed ik een test bij Psychologie Magazine die mij vervolgens verwees naar de huisarts. En in december 2011 kwam dus die diagnose. Aha.

En nu? De wereld draait gewoon door. Ik paste de nieuw verworven kennis wel in in mijn leventje. Maar in feite was er niets veranderd. De perceptie veranderde wel. Ik ging meer keuzes maken in wie ik toeliet – slechte invloeden sneed ik eruit. Nog meer dan voorheen legde ik mensen langs de meetlat. Ironisch hé? Ik baalde van de waardeoordelen steeds, maar later ging ik die zelf maken. Het enige verschil is dat ik die oordelen niet in de hoofden van mensen ging pompen. Nee, ik hield die mensen gewoon op afstand.  Slechte invloeden zijn er altijd, maar ik nodig ze niet meer uit op de koffie en zitten niet meer bij mij op schoot.

In 2012 maakte ik een expositie over autisme. Ja, ik was best gelukkig met de diagnose en ik was zover dat het mij niet meer zoveel boeide wat anderen dachten en vonden. Het was ook een keuze. Zal ik dit doen? Kan ik dit zo doen? Durf ik dit aan? Ik durfde het en de expo werd gewoon geaccepteerd. Dat had ik gewonnen. Sterker nog, ik kreeg echt geen negatieve reacties. Ja, ik zeg dan wel dat de meningen van anderen “mij niet meer zoveel boeide”, de reacties werden wel geturfd. Per slot ben ik niet alleen in de wereld. Maar die expo ging buitengewoon goed. Ik was er erg tevreden over.

Ik sta ook wel eens op beurzen van de NVA. Naast nieuwe werk heb ik dan hetzelfde materiaal liggen. Op die beurzen werd een aantal keren gevraagd of het boekje van de expo – ik had in 2012 een speciaal boekje over mij geschreven – ook te koop was. Neee… ik had er maar een gemaakt dat ik graag wilde houden. Maar nu heb ik de stoute schoenen aangetrokken en het boekje leverbaar gemaakt. Wat maakt het uit? Ja, het gaat over mij. Ja, het is persoonlijk. En ja, het staat op internet. En nee, het boeit me niet meer wat anderen daarvan vinden.

En misschien dat het boekje een aanvulling betekent voor anderen met autisme, asperger of een andere beperking. Het gaat om bewustwording en zelfacceptatie. Wees trots op jezelf. Misschien ben je anders. Je bent echter niet verkeerd. Als die bewustwording bij een persoon slaagt is mijn missie geslaagd.

Soms moet je keuzes maken. Leuke keuzes. Vervelende keuzes. Keuzes waarover je twijfelt. Keuzes die kunnen ingrijpen. Keuzes waarvan je vindt dat ze toch genomen moeten worden.

Dit is er een van.

Dierenliefde

Dierenliefde is een oud verhaal wat ik schreef in augustus 2005, toen mijn kat alweer 20 jaar dood was. Ik was wel tevreden over het verhaal. Omdat het alweer augustus is, plaats ik hem nog eens hier.


Dierenliefde

Op de stoel tegenover mij plofte een man neer met droevige ogen. Uit een tas haalde hij een grote envelop die hij op tafel legde. Hij maakte hem open en haalde er een stapel foto’s van een huisdier uit waar hij ongetwijfeld zeer aan gehecht was. Hij begon ze uitgebreid te bekijken.

De man bemerkte kennelijk dat ik mijn boek dat ik zat te lezen verlaten had en zat te kijken wat hij zo allemaal uitstalde op tafel. “Dit is mijn kat, meneer”, zei hij. “Hij is dood. En ik mis hem. Kijk, dit is hem”.

December 1975

De man liet me een foto zien van een zwarte kat die met welbewuste ogen vanaf een stoel de camera in keek. Voorpootjes ingeklapt en de staart om de achterpootjes gevouwen. “Zeventien jaar is hij geworden, meneer”, vervolgde hij, “en ik weet ook wel dat zeventien jaar een flinke leeftijd is. De meeste katten worden niet zo oud. Het was zijn tijd gewoon. Maar het was niet mijn tijd, meneer. Zeventien jaar lang was ik me er niet van bewust dat hij er ook eens niet zou zijn. Ik was er gewoon niet klaar voor.”

De man keek weer naar de foto. “We waren als twee handen op een buik”. Hij lachte een beetje. “Nou ja, een hand en een pootje eigenlijk. We wisten alles van elkaar. We praatten zelfs met elkaar. Als ik ziek was, kwam hij bij mij op bed liggen. En als ik met hem naar de dierenarts moest, ging hij gewoon mee, want hij wist dat er niets te vrezen was. Didas heette hij, de lieverd. Hij was vernoemd naar een oude reclame voor dekens. Misschien herinnert u die zich wel.” Ik herinnerde me die reclame wel en moest erkennen dat dat wel een heel oude reclame was.

“Weet u, meneer, ik herinner me nog alles van Didas. Hoe zijn stem klonk, waar hij van hield, waar hij niet van hield. Je mocht bijvoorbeeld niet aan zijn achterpootjes en staart komen. Dat vond ie niet fijn. Kreeg je een lel van als je niet uitkeek. Hij heeft ook me eens een pets op mijn oog gegeven omdat ik het waagde tegen de haren op zijn kopje in te blazen. Vond ie ook niet leuk, dat was wel duidelijk.” Weer een lachje. “Ach, ik vroeg er ook wel om en ik was niet boos op hem.”

De man was duidelijk op zijn praatstoel gaan zitten. Hij leek er zelfs blij om dat hij eens kon vertellen. “Ik weet nog hoe ik het drie uur lang op de bank uithield met een slapende kat op schoot. Zonder boek of tijdschrift en geen tv moest ik wachten tot meneer eens uitgeslapen was. En als ik dan heel even een been bewoog schoten de nagels in mijn been opdat ik toch echt niet zou opstaan. En ja, dat deed ik dan niet. Ik weet ook wel dat dat een beetje raar is, drie uur lang zitten op de bank met een kat op schoot, zonder iets te kunnen doen. Maar ik deed het toch maar.”

“Ik weet ook nog precies hoe zijn vacht voelde. Wacht even”. De man begon in de envelop die op tafel lag te graaien en haalde er voorzichtig een tweede envelop uit. ‘Didas’ stond er op geschreven, met wat datums erbij. Met een nog grotere voorzichtigheid haalde hij er een dubbelgevouwen stukje toiletpapier uit. “Dit is een stukje vacht dat ik van hem heb kunnen bewaren,” zei hij. “Hij was net dood en ik knipte dat af zodat ik toch iets van hem had. Ik deed dat op een verborgen plekje, zijn borst, zodat hij geen zichtbare rare kale plek had”. Hij vouwde het velletje papier open. Het papier bevatte een plukje haar, zwart en schoon. Aan de verspreiding op het papier te zien was het kleinood al eerder geopend geweest. “Ja meneer, soms kijk ik er naar en raak ik het aan. Weet u dat dat fijn is? Ik heb niet zoveel foto’s van Didas en om hem dan nog te kunnen aaien… ” Hij ging met twee vingers zacht over de haren heen. “Ik doe dit niet zo vaak. Want elke keer als ik dit doe, raak ik wat kwijt ben ik bang. Maar soms moet ik het zien en aanraken en dan kan ik er weer een tijdje tegen.” Hij vouwde het papier weer voorzichtig dicht en stopte het geheel omzichtig in de envelop.

“Toen ging hij dood. Eind juli zag ik hem liggen in het gras. Ik wist meteen dat er iets aan de hand was, want zo lag hij er nooit bij. Zo helemaal uitgestrekt en hijgend. Ik vloog naar buiten. Didas bleek niet meer te kunnen plassen en zijn blaas zat helemaal vol. Hij bleek nog wel te kunnen plassen toen hij helemaal rechtop werd getild. Het gutste eruit, meneer. Leek wel een halve liter. Het moest echt heel erg pijn gedaan hebben. Ik ging meteen naar de dierenarts voor een onderzoek en een middel. Maar een paar dagen later, op 3 augustus, ging hij dood. Volgens de dokter was er een infectie op zijn nieren geslagen. Het zal wel. Ik weet dat niet. Ik ben geen dokter.”

Er volgde een stilte. Ik realiseerde me dat het nu ook augustus was.

“Ik wist toen wel dat mijn maatje er niet meer was. Ik had geen vrienden, meneer. Ja een, en die was nu weg. Dat was de enige keer in mijn leven dat ik echt gebruld heb. Niet een beetje, maar echt heel hard. Toen voelde ik me alleen en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Hij ligt begraven in de tuin van het huis waar ik toen woonde. Pal onder de struik waar hij zo graag in lag. Daar ligt hij nog steeds.”

De man pakte zijn spullen in. Hij was kennelijk klaar met herinneren en vertellen. “U zult misschien denken, waar deze man zich zo druk om maakt,” zei hij. Ik wilde zeggen dat ik dat niet dacht, maar ik kwam er niet aan toe. “De meeste mensen denken dat. ‘Het is maar een kat’, vinden ze. Maar niet voor mij, meneer. Zeventien jaar lang hebben we lief en leed gedeeld en dan doet het pijn als zo een lange periode voorbij is. Ik mis hem, meneer. Nog steeds. Dit jaar zou hij 37 geworden zijn.”

 

Jan vd Knaap

19 augustus 2005

 

 

Didas stierf op 3 augustus 1985.

 

Gesprekje met mijn alter ego

“Wat doe je?”, vraagt mijn alter ego. Hij vindt me in de woonkamer over de laptop gebogen.
“Ik maak een korte biografie”, antwoord ik.
“Waarom?”
“Op WadM Hotspot willen ze beeldmakers iets over zichzelf laten vertellen. Vinden ze leuk.”
“Jij ook?”
“Ja, eigenlijk wel”
“En je schrijft iets over jezelf?”
“Ja”
“Wat is er dan zo interessant aan jou?”
“Je stelt wel veel en moeilijke vragen, zeg!”
“Als jij over jezelf wilt vertellen, vind je dat vast niet erg.”
“Nee, dat is ook weer waar.” Meer lezen… “Gesprekje met mijn alter ego”