Het verschil tussen MP en MB

Compositie in blauw en geel. Klik voor groot.

Werk aan de Muur is een online winkel waar beeldmakers hun kunsten in hun eigen shop kunnen etaleren. Onlangs heeft Werk aan de Muur echter de limieten wat verhoogd. Voor uploaden moeten werken voortaan 16 MP groot zijn. Te kleine resoluties verminderen de kwaliteit van het werk te zeer en dus moeten werken voortaan aan deze minimumeis voldoen. In het forum was wat consternatie over deze aanscherping van de limieten. Sommigen konden geen werken meer uploaden. En er bleek ook wat onduidelijkheid over MP en MB. Wat betekenen die? En wat betekent dat voor mijn camera?

Even wat uitleg dus. Begrijp mij niet verkeerd. Ik houd van Werk aan de Muur. Ze zijn goed bezig, transparant en mijn draaiende antennes zijn altijd stil bij hen. Op dit moment heb ik 300 werken daar staan waarvan ik elk kwartaal wel een paar verkoop.


MP versus MB

MP

MP staat voor MegaPixel, en wel het aantal pixels op de sensor. MB staat voor MegaByte, en staat voor de grootte van een bestand. Onthoud dat onderscheid. Ik heb in deze alinea even wat hoofdletters gebruikt. Normaal worden de begrippen met kleine letters geschreven.

Om het aantal megapixels van je camera te berekenen volstaat een eenvoudige som: het aantal pixels in de breedte van de sensor maal het aantal pixels in de hoogte. B x H. Dat is alles.

Voorbeeld:
Ik heb een oude Nikon D3100 liggen. Oud beestje uit 2011, maar verder helemaal okee. Die Nikon heeft een resolutie van 4068 (b) x 3072 (h) pixels, dus 14,7 MP (14,37696 megapixels). Met die resolutie kan ik geen beelden meer uploaden naar Werk aan de Muur, omdat dat nu een limiet heeft van 16 MP.
Mijn Canon 5D Mark 2 daarentegen, oorspronkelijk uit 2005 nog wel (fijne camera!!) heeft een resolutie van 5616 x 3744 pixels, dus 21 MP (21,026304 megapixels). Met dat stokoude beestje kan ik wél uploaden, en ik verwacht dat dat voorlopig ook nog wel zo blijft. Mijn Canon 6D is iets kleiner met 5472 x 3648, dus 19,9 MP (19.961856 megapixels), dus die is ook in de clear.

MB

De MB staat voor de grootte van het bestand en die grootte is afhankelijk van hoeveel informatie in het bestand zit. Meer te zien = meer informatie = groter bestand. Als voorbeeld toon ik twee foto’s die ik beide weliswaar verkleind heb naar 1200 x 800 pixels (het is het internet, dus je hebt te maken met laadtijd), een met weinig informatie en een met veel informatie.

Beide foto’s zijn 1200 x 800 pixels, dus beide zijn 0,96 MP (960000 megapixels). De maanfoto is grotendeels zwart en is slechts 23 KB(!) groot, de andere foto heeft veel te zien, bevat veel beeldinformatie en is 668 KB groot.

En dát is het verschil tussen MP en MB. Aantal megapixels versus bestandsgrootte. Twee dingen. De allereerste foto hierboven – Compositie in blauw en geel – (ik plaats die even om deze blog wat visuele body te geven in de tweets) is slechts 200 x 300 = 60000 megapixel in omvang en 10 KB groot. Klein plaatje, ziet er toch goed uit, maar je kan er verder niets mee. Leuk om te bekijken.

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

Waarom ik niet op Instagram zit

Ik loop nogal eens met een camera rond. Niet alleen om voor elke gelegenheid “aanwezig” te zijn, het is behoorlijk naar als er een fotomoment passeert en je hebt géén camera bij de hand. Dus liefst altijd camera meezeulen. Dan val je op en dan komt er doorgaans een blijkbaar belangrijke vraag voor velen:

“Zit je ook op Instagram?”

Ja, blijkbaar is Instagram voor veel mensen belangrijk en kunnen absoluut niet zonder, net zoals mensen ooit ook niet zonder Hyves, MSN, Facebook etc konden, hoewel ze voordien jarenlang zonder problemen konden functioneren. En is het is natuurlijk ondénkbaar dat anderen niet op Instagram zitten.

Maar ik zit niet op Instagram. En ik wil niet op Instagram. En ik ga niet op Instagram.

De reden is dat Instagram van het Facebookconcern is, en we weten allemaal wat er met Facebook mis is. Dat maakt Instagram gewoon verdacht. De Facebookvos heeft zijn streken en het kleinere broertje komt uit dezelfde familie… zal dus ook wel die streken hebben. Bovendien plaats je al je media-uitingen via een concern, dat a. volledig kan volgen wat je doet en wat je interesses zijn (en jouw data verkopen) en b. jouw accounts met een druk op de knop kan stoppen als de inhoud het niet bevalt. Je bent dus afhankelijk van de goodwill van een verder onbekend  bedrijf, dat overigens meer van jou weet dan jij van jezelf.
Dat alles wil je niet.

Risicospreiden

Je moet dus gaan risicospreiden. Dat betekent je uitingen spreiden over meerdere sociale media en correspondentie blijven doen via email en niet via Whatsapp dat overigens ook van Facebook is. Email is van niemand.. het is gewoon een protocol en niemand kan daar met een druk op de knop beslissen of je op het internet mag bestaan. Een nieuw emailadres is zo gemaakt.

Terug naar mijn verhaal.

Een andere reden dat ik niet op Instagram zit, is dat Instagram een verzamelplaats is voor copycats. Het is een tweede Facebook, vooral met plaatjes en veel plaatjes zijn onderling uitwisselbaar. Allemaal hetzelfde, en de software van Instagram laat blijkbaar alle foto’s er ook hetzelfde uitzien.

Instagram zou dus beter Eenheidsworst kunnen heten

Nou, dat is volgens mij wel een downgrade als je daar je werken gaat plaatsen.

Ja maar… je kan die eenheidsworst toch proberen te doorbreken met je werk? Eehh  ja, maar dan zit je je toch via een hetzelfde bedrijf afhankelijk te maken. Risicospreiding, weet je wel?

En dat zijn de redenen dat ik niet op Instagram zit. Risicospreiding en je wilt geen speld in een rare hooiberg zijn.

Elk product heeft een opkomst, een top en en een neergang. Facebook, die archaïsche site dus, was ooit de new kid on the block, maar is al lang over de top heen en gaat nu downhill. Dat gebeurt straks ook met eenheidsworst Instagram, en dan kun je beter risicospreiden en je eigen ding doen op je eigen sites, zonder duidelijke inmenging in hoe je werk eruit ziet en andere gedoe van obscure sociale media.

Mijn twee centen.

 

Het BTW nummer op website?

Sinds 25 mei 2018 wordt de AVG/GDPR gehandhaafd. De AVG beoogt de privacy van de burger te vergroten en legt meer verantwoordelijkheden bij organisaties om die privacy te beschermen. Lees hier meer over de AVG. Die AVG was wel een dingetje in het voorjaar, hoor. Iedereen was er mee bezig.

Op grond van diezelfde AVG is de Belastingdienst door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) nu op de vingers getikt dat het gebruik van het BTW-nummer in deze vorm niet meer mag. De Belastingdienst verstrekt namelijk een BTW-nummer aan BTW-plichtige organisaties dat eenvoudig het BSN is, met een extensie zoals 123456789.B01. De AP stelt nu dat het BSN een identificeer persoonsgegeven is, en dat het daardoor binnen de regels van de AVG valt. Het BTW-nummer is daarmee ook een identificeerbaar persoonsgegeven en valt dus ook binnen de AVG.

 

De fiscus moet dus met een ander nummer komen en wel per 1 januari 2019.

Hoe zit dat? De AVG was al sinds 26 mei 2016 van kracht, met een invoeringstermijn van twee jaar. Binnen die termijn van twee jaar hadden organisaties de tijd om hun systemen op orde te krijgen en te voldoen aan de AVG. Nu is het juli 2018 en komt de AP met een aanwijzing dat de Belastingdienst alsnog per 1 januari 2019 aan de regels moet voldoen. Is de Belastingdienst niet gewoon in overtreding? Moet er niet gewoon gehandhaafd worden? Is een uitstel niet een precedent?

Nu zal het mij een klein worstje zijn hoe de AP en de Belastingdienst dat samen oplossen. Je bent nu eenmaal meer mattie met de een dan met de ander, en geef je wat sneller respijt aan de een dan aan de ander, en ik denk zelfs dat de naam Belastingdienst al genoeg is om gefavoured te worden tot minstens 1 januari 2019, en ik denk dat de meesten van ons ook wel onder de noemer ander zullen vallen, dus hou zelf zou veel mogelijk je eigen zaakjes AVG compliant. Je bent waarschijnlijk zelf geen mattie met de AP, dus maak je geen illusies.

Website

Nu moet het BTW-nummer ook op de website staan, zoals is te lezen op de site van de Autoriteit Consument en Marketing (ACM).

Laat dat even op je inwerken. BTW-nummer. Op je website. Verplicht door de ACM. Identificeerbaar persoonsgegeven. En de AP stelt dat dat niet meer mag. Tja. Heerlijk man, die regeltjes. Zeker als de Belastingdienst twee jaar de tijd heeft gekregen om dit probleem te onderkennen en een alternatief te verzinnen.. maar nu pas in de benen komt, alleen maar omdat de AP het zegt.

Maar dat BTW-nummer op de website… dat gaan we dus niet doen hé? Dit is een enorm gegevenslek. De AP zegt al dat dat nummer in deze vorm niet mag en dat er een alternatief nummer moet komen, en de ACM zegt weer dat dat nummer in deze vorm op de website vermeld moet worden. Het is een Catch-22. Je wordt altijd wel gebeten. Als het niet door de hond is (AP), dan is het wel door de kat (ACM), maar feitelijk ben je altijd de sjaak.

Daarom heb ik besloten om het BTW-nummer op de website niet te vermelden omdat het een identificeer persoonsgegeven is. Straks heeft iemand mijn BSN/BTW-nummer opgeslurpt en staat ergens met mijn nummer anoniem in de kassen fijn te plukken, waarna ík later de belastingaanslag krijg wegens vermeende inkomsten. Of iemand heeft een lening gevraagd en gekregen met jouw BSN en sta je ineens bij de BKR geregistreerd. Bestellingen op jouw naam. Vreemde afboekingen op je creditcard. Alleen maar vanwege een verplichting van vermelding van je BTW nummer, dat door de AP onwettig is verklaard. En de onbekende dader ligt op het kerkhof.

Dus weg ermee.

Ik heb op mijn website op de Contactpagina nu staan “BTW nr opaanvraag.B01″ en daar moeten ze het maar mee doen. Ik wil het best wel verstrekken als ik vooraf weet aan wie ik het verstrek, en dit nummer staat ook mijn facturen. Maar ik ga het nummer niet te grabbel gooien op mijn website, waar heel de wereld het nummer kan opslurpen. Ik merk het wel wanneer ambtenaar zus of zo gaat pennenwippen om te zeggen dat dit niet mag. Dan komt daar wel een discussie uit. En voer voor een nieuwe blog.

 

En dan wordt die AVG gehandhaafd, of zo

De Engelse afkorting voor de AVG: General Data Protection Regulation

Terwijl ik dit schrijf op de vroege ochtend van 25 mei 2018 is de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) een handhaafbare EU-verordening geworden. De AVG is een Europese verordening die beoogt in de gehele Europese Unie dezelfde plichten voor organisaties en rechten voor burgers te regelen voor wat betreft hun privacy. Dat vind ik an sich een goede zaak! Niet conformeren aan de verordering kan bij controle door de Autoriteit Persoonsgegevens leiden tot een boete van maximaal € 20 miljoen of 4% van de globale omzet. Dat laatste brengt veel bedrijven tot een kippendrift juist vanwege die boetebedingen, maar als je privacy al als bedrijfsbeleid had is er niet zo veel verschil. Alleen nog even laten zien dat je privacy echt serieus neemt en dat laten zien.

De datum van 25 mei ervaar ik inmiddels als een soort nieuwjaar, een waterscheiding van een geregeld nu versus een ongeregeld toen. Te vaak zag ik dat terloops verstrekte informatie aan derden werd gebruikt/misbruikt voor doelen waarvoor die informatie helemaal niet was bedoeld. Ineens stond je ongevraagd op een mailinglijst. Ineens kreeg je aanbiedingen terwijl je niet daarom had gevraagd. Ineens bleken je gegevens te circuleren in een schimmige cyberwereld, en je wist niet waar, en je wist niet bij wie, en je wist niet hoe die daar gekomen waren, en je wist ook niet hoe je die kon verwijderen. Je wist wel zeker dat je dat niet had bedoeld en je wist wel zeker dat je daarvoor geen toestemming had gegeven.

Zelf krijg ik op een privé-adres al een paar jaar onverwachte aanmeldingen van een pornosite om mijn account snel te activeren (“Hallo Rukker70, je bent er bijna! Nog even je account activeren en kunt meteen aan de slag!”) Geen idee wat dat is en wat dat account dan is. Ik klik die emails niet eens aan, want het risico bestaat dat ze alleen dat al zien, en dus concluderen ze dat het adres actief is. Krijg je nog meer zooi. Je kan dus ook niet afmelden… vanwege diezelfde reden.

Het is wel superirrirant. En daarom ben ik blij dat de AVG er is die uitwassen moet tegengaan. Internet is namelijk geen Wilde Westen, en ook geen wetteloze anarchie. Internet is een deel van de maatschappij waarvoor dezelfde regels gelden. Die maatschappij is wel flink in beweging en wie weet waar het evenwicht wordt gevonden, mag het zeggen. Nu is de maatschappij en het internet nog zoekende.

Heroriëntering

In verband met de komende AVG concentreerde ik mij in januari 2018 al op de aanpassing van mijn data en websites. Ik zag namelijk al vroeg dat er veel werk aan de winkel was.  Mijn voorstelpagina droop al van privacybeleid (en dat is nog steeds zo), maar nu moest boter bij de vis. Ik moest het ook echt laten zien.

Nu ga ik niet elke handeling voor de AVG neerzetten, want dan ben ik nog wel even bezig. Ik zette wel een stop op MailChimp (want teveel werk voor geen rendement, en daarmee een verwerkingsovereenkomst minder), en plaatste ik een privacyverklaring van Veiliginternetten.nl online, ik installeerde de GDPR Cookie Compliance plugin, de WP GDPR Compliance voor de verplichte toestemmingsvinkjes en een opvragingstool. En een verwerkingsregister schrijven. En mijn backups op externe harde schijven coderen. Allemaal klusjes die aandacht behoeven en tijd kosten. Tijd die ik wel op een andere manier kon gebruiken.

Gebakken lucht?

Want waar ik echt een beetje bang voor ben is dat die hele AVG uiteindelijk dezelfde weg gaat als verbod hondenpoep op straat (geen handhaving), rookverbod op stations (geen handhaving), verbod ‘s nachts onverlicht fietsen (geen handhaving), veiligheid op straat (geen handhaving) en wat al niet meer wat niet mag maar waarop niet gehandhaafd wordt. Even twee, drie maanden snafu,  ophef en drukte over de AVG en daarna zakt het weg uit het bewustzijn. De Autoriteit Persoonsgegevens had al aangegeven te weinig geld en personeel te hebben om alles te kunnen behappen. Minister Dekker van Rechtsbescherming gaf al op 24 mei 2018 aan dat de AP coulanter zal optreden bij kleinere bedrijven. Dus de marges worden al wat opgerekt… nu al.

Ik ben echter letterlijk klaar met die AVG. Het geheel staat en het is nu alleen maar up to date houden. Ook als de AVG eventueel uit het collectief bewustzijn wegzakt.

Waar gaat het netwerken heen?

 

Netwerken is toenadering, maar dan moet dat wel mogelijk zijn. Klik voor groot.

Ik ben een beetje geschrokken van de huidige staat van netwerken. Geschrokken van wat daar gebeurt, en ik ben een beetje bang hoe “het netwerken” zich verder kan ontwikkelen.

 

Klapvee

Ik heb namelijk het idee dat het concept netwerken steeds meer verschuift van informeel ontmoeten en in vrijheid zakelijke relaties aangaan naar een strikt geformaliseerde partijdag waar presentaties hoorbaar uit het hoofd opgedreund worden, en de deelnemers gelijk Avro’s Wiekentkwis opdraven om op het goede moment als kritiekloos klapvee de illusie te wekken dat het gebodene toppie-joppie was, hartstikke goed, niks op aan te merken, dank je wel en succes met het beklimmen van de sociale ladder. Dat is vaak niet zo en ik maakte al eerder een blog over dit fenomeen.

Maar het kan nog erger. En voordat ik verder ga met mijn rant, even een disclaimer. Ik ga geen namen en locaties noemen. Dat is niet nodig. Ik ga ook niet vingerwapperen. Ik ga ook geen waardeoordelen geven over bedrijfsideeën en -formules. Het kleine bedrijfsleven is gebaseerd op nieuwe ideeën en innovatie en als je iets bedacht hebt waaraan behoefte is en dat een gat in de markt vult, ga ervoor en maak anderen jaloers die niet zo innovatief zijn. Ik wil wel even wat aanstippen.

Wat er gebeurde

Onlangs was ik op een netwerkbijeenkomst. Die bijeenkomst was naar locatie en insteek bedoeld als informeel en doel was natuurlijk nieuwe gezichten te leren kennen en hopelijk zakelijk er een beetje wijzer van te worden. Geef het maar toe: daar doet iedereen het voor. Een ander doel was om in die informele setting jezelf te kunnen voorstellen. Jouw bedrijf te presenteren waarop de andere deelnemers met suggesties helpend te kunnen aanvullen. “Toets je nieuwe business-idee!” heet het. Okee. Dat lijkt mij wel wat. Ik ga erheen.

Een grote ronde tafel wordt betrokken, niemand dus aan het hoofd, iedereen is gelijk en je kan iedereen goed zien.

Iemand presenteert zich met het nieuwe idee om een soort fonds te starten als vervangende inkomensbron als je als ondernemer door ziekte onverhoopt een tijdje niet kan werken. Niet werken betekent vaak geen inkomen en dat is onwenselijk. Het fonds zou daarin moeten voorzien. Je opent dan een account op de website waarna je maandelijks geld stort dat dan ook van jou blijft. Bij ziekte kun je dan daarop terugvallen en eventueel aan andere fondsleden een bijdrage vragen om in je maandelijks inkomen te voorzien.
Of zoiets.

Je voelt hem al aankomen. Ik ga vragen stellen, want ik vind het idee, hoe goed bedoeld ook, nogal rudimentair en basaal, vaag en nog niet uitontwikkeld. Gelijk een flipperkast stuiteren er allerlei vragen rond in mijn hoofd. Is dit niet gewoon een verzekering? En zo ja, hoe zit het dan met vergunningen? Wat vindt de fiscus hiervan? Als je geld stort op een aparte rekening dat van jou blijft, dan kan je dat toch ook op een eigen rekening plaatsen? Waarvan leven de beheerders van dat fonds? En ook: als het fonds bedoeld is als safehaven voor ziekte bij ondernemers, bestaat dan niet de kans dat potentiële ziektegevallen als potentiële kostenposten worden gezien, en dus bij voorbaat liefst worden geweerd??

Ik vind dat de belangrijkste vraag. Per slot is het fonds bedoeld als steunfonds voor ondernemers bij ziekte, maar als je die bij voorbaat gaat weren, dan slaat dat het fundament weg van dat fonds. Ik stel de vraag.

Ad hominem

En dan komt het.
Er is geen inhoudelijk antwoord. Komt niet. Wel gelach. Iemand zegt lachend ook nog “Zo de waard is…” Oh jee. Er wordt op de man gespeeld. Een echte ad hominem. Iemand probeert de messenger af te schieten. Het is toch wat. Ik heb voor de zekerheid nog even opgezocht wat de uitdrukking “Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten” betekent en die uitleg vind je hier. Die uitdrukking wordt altijd negatief gebruikt en omvat een waardeoordeel. Kortom: iemand vond het nodig om bij gestelde kritische vragen op de man te spelen.

En daar maak ik mij zorgen om. Kritisch denken mag blijkbaar niet (meer). Je mag blijkbaar niet meer openlijk nadenken, niet meer kritische vragen stellen, niet meer nieuwe business-ideeën toetsen (en dat was de bedoeling) en als je dat wel doet word je afgebrand. Kritisch nadenken is blijkbaar ongewenst geworden. Je kan daarom niet langer onbevangen spreken.

In plaats van toenadering en contacten maken, wordt er een muur geplaatst en ontstaat afstand en verwijdering. Dat is niet de bedoeling van netwerken.

Anders gezegd: de vrijheid waar ondernemers zo prat op gaan wordt ondermijnd. En dat doen ze zelf.

Applausmachines

Daar baal ik van. Gaan netwerkbijeenkomsten die kant op? Ik hoop het niet. Netwerkbijeenkomsten zijn geen kritiekloze landdagen waar de deelnemers als applausmachines braaf mogen opzitten. Heb je een nieuw idee, dan kan je input verwachten. Dat is de bedoeling. Netwerken betekent interactie, prikken, voelen, en ja ook wel een kritisch toetsing van je toppie-joppie idee. Wil je dat niet horen, pak dan een spiegel en hou een gesprek met jezelf zodat je het altijd met jezelf eens bent.

Maar ik, ik wil in alle vrijheid mensen kunnen spreken, ik wil in alle vrijheid kunnen nadenken en in alle vrijheid en zonder last vragen kunnen stellen. Ondernemerschap is vrijheid, maar als die vrijheid beperkt is tot het mogen opdreunen van de gewenste uitspraken en de gewenste handelingen en het vermijden van kritische vragen, dan zal ik mensen die dat idee aanhangen moeten filteren en zelfs moeten vermijden.

Niemand zal mij beperken in mijn vrijheid. En om mijn vrijheid, en die van jou, te beschermen, moet ik iedereen filteren die dat probeert. Die komt dan niet meer verder dan de poort en de portier. Ironisch hé?

Einde rant.

Stop eens even met dat rare Engels!

 

Why is it that networking, presentations, seminars and so on, are littered with that pesky English, the use of English vocabulary, being tossed around like confetti every other sentence and peppering just about every powerpointslide on show, given the fact that we are in the Netherlands using Dutch as our native language? Is it hip? Is it trendy? Is is flashy? And more important: is it really necessary to add noise?

Raar hé? Dat valt niet mee. Zomaar ineens een Engels tekstje voor de neus krijgen dat je moet gaan vertalen. Blijkbaar verwacht je Nederlands… en dan krijg je ineens dit. Ik schrijf dat niet zomaar. Ik zie nogal eens bedrijfspresentaties die over het algemeen wel leuk zijn; je leert iets over een bedrijf, wat het doet en waar het voor staat. En vaak zit daar een powerpointpresentatie bij.

 

Koeterwaals

En dan valt mij steeds het volgende op.
Degene die de presentatie doet is Nederlands en spreekt vooraf ook Nederlands, als zijnde de moedertaal. Maar vanaf de eerste powerpointslide is het ineens een koeterwaals van Nederlands en Engels, is het “company“, is het “presence” is het “value“, is het “friends“, is het “comfort zone“, is het “character“, enzovoort. Achter elkaar en het gaat maar door. Hip, modieus en trendy gebruik van de Engelse taal. En vooral volkomen onnodig.
Na de presentatie is het dan ineens weer 100% Nederlands.

bij mist kan je slechter waarnemen

Het gebruik van al dat Engels is onnodig, omdat het gebruik van Engels ruis en mist veroorzaakt in de presentatie. Nu beheers ik wel Engels op een toch wel vloeiend niveau, maar andere mensen misschien niet. Die moeten gaan nadenken en vertalen en dat lukt ze dan niet en haken af. Mensen die de Engelse taal wel machtig zijn, moeten ook gaan nadenken en vertalen.

En dan krijg je wat ik 30 jaar geleden al leerde:

Mensen die gaan nadenken, luisteren niet meer. Die ben je dan kwijt.

 

En ik vraag mij af: waarom? Wat is de toegevoegde waarde van al die lingo? Ik zie nooit presentaties in het Duits, Frans of Spaans. Waarom worden presentaties dan wel versneden met Engels? Het gebruik van het Engels in presentaties staat misschien wel hip en trendy. Het voegt echter niets toe aan de boodschap, behalve dan veel mist en ruis in de verwerking en veel mensen haken dan af. Dat wil je niet. Maar het gebeurt wel.

 

Weg met dat Engels!

Daarom pleit ik voor de uitbanning van alle onnodige Engelse vocabulaire. Doe even een vertaalslag, maak alles in het Nederlands, zodat de luisteraar zich niet hoeft af te vragen wat er nu weer wordt bedoeld. Ik weet het, de presentatie is dan misschien minder hip, trendy en flashy, maar wil je liever dát of wil je duidelijkheid? Wil je dat mensen afhaken, of wil je dat mensen aanhaken?

Het inhuren van een extern bedrijf hangt niet af van het gebruik van de Engelse woordenschat, maar van duidelijkheid en transparantie.

Zelf heb ik altijd verminderd interesse in een bedrijf dat meer waarde hecht aan beeld en imago, dan aan het product en transparantie.

 

Gebruik Nederlands!

En niks anders.

Als ik een presentatie verzorg is die altijd in het Nederlands, omdat ik niet wil dat er ruis in de boodschap zit en dat mensen moeten gaan nadenken en vervolgens afhaken. Ik wil duidelijkheid. Als het echt niet anders kan, verzorg ik met een aansluitend zinnetje zelf wel de vertaling, opdat de luisteraar niet een eigen (en wellicht onjuiste) vertaling maakt.

En ik zou graag willen dat wij allemaal onze taal respecteren, en dat wij niet omwille van hippigheid en trendyness onze taal bezoedelen en degraderen naar een soort van koeterwaals waar je een woordenboek voor nodig hebt om te begrijpen.

De vlog- en videohype

 

Een van de hypes van het moment is de vermeende noodzaak om het bewegend beeld als marketingtool in te zetten.  Het zou nu een “absolute noodzaak” zijn om te vloggen, en “essentieel” voor je verkoop om video in te zetten. Bloggen is passé, en echt waar, zonder vloggen en video red je het niet. Dan ben je al failliet zonder dat je het weet.

Nou weet je, ik geloof het allemaal niet zo, al was het alleen maar omdat die hijgerige “wij van WC-eend”-kretologie vooral afkomstig is van bedrijfjes die een zakelijk belang hebben bij video. Ja, dank je de koekoek. Die zullen echt niet zeggen dat ze zichzelf overbodig achten. Die pushen video als essentieel en verwachten dat niemand daar doorheen prikt.

De reden dat ik vlogs en video als een hype beschouw, is dat het maken van een video natuurlijk veel arbeidsintensiever is dan het aframmen van een stel letters in een blog, zoals deze. Ik kan mijn tijd wel beter gebruiken. Een andere reden is dat ik geen tijd heb om een video van een ander te gaan bekijken om de verwachte informatie en kennis op te halen. Ik denk namelijk dat het te vaak zal gebeuren om een video van zeg vier minuten te gaan bekijken en dat de gewenste informatie niet aanwezig is. Vier minuten weg en die komen echt niet terug.

Anders gezegd:
ik wil informatie toegankelijk en snel hebben. Dat kan met video niet. Ik wil een tekst kunnen snellezen en beoordelen op de inhoud voordat ik verder lees. Bij een video zit je maar te wachten en te wachten op wat je wil hebben en dan komt het pas. Of niet natuurlijk. Maar dat merk je pas aan het eind. Dat is de reden waarom ik geen vertrouwen heb ik vlogs en video. Te veel gedoe met een te groot risico van verspilde tijd.

En dan heb ik het nog niets eens over de lawaaigeluidjes die altijd vooraf, tussendoor, onder het beeld door en als afsluiting moet knallen. want hee… informatie zonder stoorgeluidjes, dat doen we niet hé. Maar ja, dan heb ik alweer afgehaakt. Te veel ruis in de boodschap.

Wie herinnert zich nog de DAT-recorder? Uitgebracht door Sony in 1987. De DAT-recorder was een digitale cassette recorder (Digital Audio Tape) die een tijdlang naast de CD bestond. Het was eigenlijk hetzelfde principe als de “gewone” cassetterecorder: cassette erin en de opname werd weggeschreven op de band, maar dan digitaal. Ook metadata zoals begintijden van muzieknummers werden weggeschreven.

Handig? Op het eerste gezicht wel. Het was digitaal. Maar als je een bepaald nummer zocht op een cassette, dan ging het apparaat spoelen en spoelen, om er aan het eind wel eens achter te komen dat het gezochte nummer er helemaal niet op stond. Die wachttijd had je ook aan iets anders kunnen besteden. De DAT-recorder stierf in 2005 een stille dood.

Dat verwacht ik ook van vlog en video. Je kan wel iets bekijken en verwachten dat de gewenste informatie ergens in de opname opduikt. Maar als dat te vaak niet gebeurt – en dat verwacht ik – haken mensen af. En dan is de vlog of video ook passé.

Het is leuk als een extra bezigheidje, maar ik ga mijn geld niet zetten op bewegend beeld.

Raak!

Dit is een nieuw abstract werk dat ik zomaar even maakte, op basis van een foto die ik ook zomaar even maakte in Openbare Bibliotheek in Amsterdam.

Ja, wat het is, laat ik even in het midden. Per slot ligt het zo voor de hand als je je ogen ophoudt en de camera in de aanslag. In elk geval is de basis iets wat wij allemaal elke dag zien en elke dag gebruiken. Alleen het lichtpunt waar de twee lijnen elkaar raken heb ik ingevoegd.

Raak! is gewoon te bestellen. Klik op de foto!

Weggever is natuurlijk dat ik de foto maakte in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. In maart 2016 zag ik deze fotolocatie – en ik maakte toen al een foto in afwachting van mijn gast – maar die foto bleek uiteindelijk niet echt geschikt voor wat ik in gedachten had. In augustus kon ik de foto opnieuw maken.

Ik ben er best tevreden over! Het doet mij denken aan iets wat een oppervlak raakt, een laserstraal, een CD- of DVD speler, een of misschien wel een raket. Je kunt het zelf invullen.

Maar wat is het?
In werkelijkheid is dit de onderkant van een trap die over de gehele lengte van een lichtstrip is voorzien. Het licht van die lichtstrip valt vervolgens op de houten vloer, die door het profiel met een rimpeling spiegelt. Het enige wat ik heb toegevoegd is de lichtstip op de plaats waar de strepen elkaar kruisen.

Ik vind dit werk erg geslaagd! En natuurlijk is het via Werk aan de Muur te koop!

Jaguar XK 120

 

 

De foto zoals die op Werk aan de Muur staat, natuurlijk zonder creditvermelding. Klik voor meer informatie!

Dit is een werk waar ik echt heel trots op ben! Dit is het dashboard van een Jaguar XK 120, die 120 mijl per uur kan (195 kpu). De auto dus. Deze auto werd gemaakt tussen 1948 en 1954 en volgens Wikipedia zijn er slechts 12055 exemplaren van gemaakt.

En dan vind je zomaar zo’n oldtimer, zo’n naoorlogse klepper van een auto geparkeerd achter hotel De Rijper Eilanden in het Noord-Hollandse De Rijp. Tussen de oudere bussen staat daar in mint conditie, opgepoetst en met volle banden zo’n glanzende prachtauto, klaar om weg te rijden. Op de foto hierboven is zelfs nog de moderne autoradio te zien. Deze dakloze is dus nog gewoon op de weg te vinden.

Dakloze op de weg
Jaguar XK 120

Nu heb ik vrijwel altijd mijn camera bij mij. Behalve bij het douchen en slapen ligt het ding voor het grijpen, want er kan wel eens iets voor je lens komen en als je dat moment niet kan grijpen… dan is dat moment voorbij. Als ik ergens ben, loop ik dus altijd te loeren naar iets moois om toch vooral niets te missen. Dus ik draaide wat om deze auto heen, bekeek het beeld wat ik zag,  en vond hem nu a. te groot voor mijn lens en b. niet passen met de achtergrond (maar daar kon ik later nog wat  aan doen).

Ik bekeek daarna het interieur en fotografeerde dit dashboard. Door bewerking maakte ik een mooi, stijlvol, vintage portret, schuin vanachter het stuur van de auto. Het leek mij mooier om dit werk in lijn te laten met de stijl van Jaguar: klassiek jaren 50 zwartwit. En dat vinden mijn bezoekers ook, want de naturel versie op Werk aan de Muur bleef echt achter in bezoek dan deze versie.

Nieuw dus op Werk aan de Muur! Ja, hier ben ik echt heel blij mee. Mooi, strak, klassiek, vintage… echte wederopbouwkwaliteit!

Aandacht verdelen

In een eerdere blog luchtte ik mijn hart over de hoeveelheid spammail die ongevraagd over je uitgestort wordt en gaf ik wat tips hoe je dat kan tegengaan. Ik kom daar even op terug. Want behalve de ongevraagde spam heb je ook te maken met gevraagde berichten die je aandacht willen hebben. Ik denk dan aan nieuwsbrieven, blogs, aankondigingen, links naar webinars, kortom alle gewenste berichten van relaties die je ook interessant vindt maar die niet meteen een winst- en handelsoogmerk hebben. Ja ja, ik weet het. Mensen sturen iets niet zomaar, maar ik zie toch echt een verschil tussen een nieuwsbrief of een blog, en spammail. Spammail komt van roeptoeters die ongevraagd hun waren komen aanprijzen. Maar allemaal vragen ze aandacht en allemaal willen ze boven de ander uitkomen.

afvalscheiding

Waarom kom ik hier nu op terug? Ik merkte dat mijn hoofdemailadres info@nullcandela-fotografie.nl in de loop der tijd steeds meer belast werd met inkomende mails die eigenlijk niets met gewone correspondentie te maken hadden. Naast mijn normale correspondentie kreeg ik steeds meer spammails en ja, ook berichten over blogs en aankondigingen. Alles door elkaar. Dat is natuurlijk mijn eigen schuld (als je al van een schuld kan spreken), want ik gaf te vaak mijn hoofdemailadres aan iedereen die ik dat gunde. Dan loopt dat adres natuurlijk vol. De meeste spammail vang ik nu wel weg met een filter dat alles in een mapje Ongewenst plaatst, maar desondanks ben ik toch elke dag gedwongen om alle ingekomen mails die niet worden afgevangen, te bekijken en eventueel handmatig alsnog weg te doen. Daar kost toch tijd die ik beter kan en wil besteden. Wat heb je aan een filter als je toch alles moet gaan doorvlooien? Niets.

Er was dus weer ingrijpen vereist. Ik wilde mijn hoofdemail weer meer gaan gebruiken waar hij voor bedoeld was, namelijk correspondentie. Ik ging inkomende berichten beter splitsen. Mijn filter stelde ik daarom wat scherper af, zodat leftovers die ontsnapten alsnog werden afgevangen, of ik klikte de wettelijk verplichte knop Afmelden als ik geen prijs meer stelde op hun geïnspireerde bijdragen.

Maar ook, en hier komt het, en misschien is het wel een handige tip: ik pakte een beproefd recept uit mijn privéleven op, waar ik een onderscheid maak tussen (1) ‘echte’ privécorrespondentie, (2) correspondentie met ideële organisaties en (3) correspondentie met commerciële bedrijven. Voor elke groep heb ik een apart emailadres. Vrienden en kennissen komen dan in (1) terecht, goede doelen in (2) en al het andere in (3). Dat werkt goed, mails in de privésfeer heb ik goed in de hand.

Met dat in gedachten, heb ik nu een soortgelijk zakelijk adres aangemaakt voor alle berichten van relaties die ik ook interessant vind maar die niet meteen een winst- en handelsoogmerk hebben, en move ik die aanmeldingen naar dat nieuwe adres. Zo zet ik met een filter een betere stop op de spam in mijn hoofdadres en krijgen andere, wel relevante, relaties een eigen emailadres waar ze naar hartelust hun berichten naar toe kunnen sturen, en die ik met plezier lees. Dan is het voor mij ook gewoon te behappen, kost al dat doornemen mij veel minder tijd, en kan ik mijn aandacht ook beter verdelen.

En daar wil ik uiteindelijk naar toe. Gewoon splitsen en een stop op de vervuiling.

Logisch toch?