De zekerheid van de DBA

Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Ik wou nog even terugkomen op dat DBA verhaal dat sinds 2015 de ronde doet. Je weet wel. Tenminste, ik HOOP dat je het weet, want anders komt de fiscus straks de steen waaronder je leeft wegrollen en je financieel uitschudden.  De DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie en vervangt per 1 mei 2016 de VAR. Die vervanging heeft veel voeten in de aarde – weet ik nu al – omdat staatssecretaris Wiebes van Financiën ook een stempeltje wil drukken op de maatschappij. Zijn collega’s staatssecretaris Dekker (slopen van de omroep en de cultuur), minister Bussemaker (slopen van het onderwijs),  minister Asscher (slopen van de sociale zekerheid), minister Blok (slopen van de woningmarkt), minister Opstelten, staatssecretaris Teeven en minister Van de Steur (slopen van de rechtstaat), gingen hem al voor, dus kwam Wiebes uiteindelijk met de DBA, wat eigenlijk wel neerkomt op het slopen van de ZZP-er.

Ja, dat klinkt hard en zo is het ook wel bedoeld.

Hoe meer ik er over nadenk, verwacht ik toch veel onzekerheid, ellende en sores na de invoering van de DBA. Ik schreef daar al over in een vorige blog  (de fabel van het ZZP-bos en de DBA), maar dat gevoel is versterkt door het bericht in Elsevier Nextens waarin wordt gewaarschuwd voor fictieve dienstbetrekkingen. Dat komt er in het kort op neer dat je dan wel keurig de regeltjes denkt te hebben hebt gevolgd om een dienstbetrekking te vermijden (arbeid, betaling en gezagsverhouding – het ontbreken van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer voorkomt dan een dienstbetrekking en dat is geformuleerd in een modelovereenkomst), maar dat de fiscus toch om de hoek kan komen piepen met het vermoeden van een fictieve dienstbetrekking, dus een arbeidsverhouding die langer duurt dan 30 dagen en waarin je minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon verdient.

Zo’n modelovereenkomst is dus een ding, maar de onderliggende werksituatie is een ander ding. Daar kan je ook nog eens mee de boot in gaan. Maar dat gegeven is erg onderbelicht en staat niet duidelijk op de radar. Dat is dus een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Een ander punt dat helemaal niet uitgewerkt is, betreft het toetsingsmechanisme van de fiscus. Stel de volgende dialoog tussen een ZZP-er en een opdrachtgever op de werkvloer eens voor, na 1 mei 2016:
“Hé, de VAR is afgeschaft, we moeten nu met modelovereenkomsten werken!”
“Ja, ik hoorde zoiets. Hoe verzinnen ze het!”
“We moeten er wel mee werken. Dus hoe pakken wij dat aan?”
“Kom even mee naar kantoor. Lossen wij even op.”
<naar kantoor en er wordt gesurfd naar de site van de Belastingdienst voor een toepasselijke modelovereenkomst>
“Hebbes”

Er wordt geprint.

“Als je hier nog even een handtekening zet, zijn wij beiden ook weer gedekt.”

Handtekening wordt gezet.

“Ik ga nu weer terug naar mijn klus, want die wil ik voor de middag klaar hebben, en… ” er volgt nog een hele rij plannen die aanduiden dat het business as usual is.

Dus mijn vraag is: hoe controleert de fiscus de feitelijke werksituatie? Dat is nergens gespecificeerd en vastgelegd. Dat er een handtekening op een modelovereenkomst is geplaatst, wil nog niet zeggen dat de feitelijke werksituatie ineens wordt gewijzigd. In mijn tijd als loonslaaf viel mij al de overweldigende inertie in het bedrijfsleven op, “want zo doen wij het al 20 jaar” en ik verwacht niet dat het plaatsen van een handtekening op een nieuwerwetse modelovereenkomst daar op korte termijn iets aan verandert.
Dat is dus ook een bron van onzekerheid, en mogelijk ook van gedoe, sores en ellende.

Want op een gegeven moment komt de fiscus binnenstappen met een stel niet gespecificeerde en vastgelegde regels in het hoofd en onder de arm, en kan dan zomaar ineens besluiten dat er toch een dienstbetrekking aanwezig is, ondanks die modelovereenkomst. En als je dan als opdrachtgever en opdrachtnemer toch overtuigend aannemelijk kan maken dat er géén dienstbetrekking aanwezig is, kan de fiscus nog eens met een fictieve dienstbetrekking gaan schermen als de opdrachtnemer langer dan 30 dagen en met minstens 2/5 van het wettelijk minimumloon binnen het bedrijf actief is.

Dus ik verwacht helemaal geen zekerheid, maar juist beoordelings- en interpretatieverschillen. Bovendien bestaat geen mogelijkheid om rechtstreeks bezwaar tegen de beslissing van de inspecteur aan te tekenen (bron). Bij meningsverschillen volgt er dus een soort van rechtsgang die wel 2-3 jaar kan duren waarin voortdurend een fiscaal zwaard van Damocles boven het hoofd zwaait.

En daarom stel ik dat de DBA uiteindelijk de ZZP-er sloopt. Niemand wil onder deze onzekerheden nog ZZP-ers inhuren. Niemand wil het risico lopen dat er achteraf toch een (fictieve) dienstbetrekking wordt vastgesteld om daarna uitgeschud en uitgekleed te worden. Ik en mijn gezond verstand verwachten daarom een enorme uitstroom uit ZZP-land. Enerzijds vrijwillig, want er zullen er velen zijn die hun handen hieraan niet willen branden, en anderzijds gedwongen omdat ze eruit geveegd worden en/of geen nieuwe opdrachten meer krijgen. Er komt een diaspora aan, van ZZP-ers die al dan niet gedwongen uitstromen naar andere geledingen van de maatschappij.

De ZZP-wereld wordt dus gesloopt.

En ik handhaaf mijn stelling:
Als je een wet bedenkt, zorg dan dat alles van te voren duidelijk is aan iedereen en vul de wet niet eerst in nadat de wet in werking is getreden.

 


Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *