De sluitertijd

Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Nu dacht ik dat een begrip als sluitertijd wel voor zichzelf zou spreken. Per slot is dat de tijd dat de sluiter geopend is en licht doorlaat naar de achterliggende sensor. En de sluiter, dat is het mechaniek dat bij opening het eerste gordijn laat zakken en bij sluiting het tweede gordijn.  De sluitertijd is de tijd dat de sluiter open is en licht op de sensor of de film laat vallen.

Afgelopen weekend besefte ik weer dat de sluitertijd in zekere zin in relatie staat met de brandpuntsafstand. Ik ontmoette wat mensen die niet konden begrijpen dat hun foto’s met een korte sluitertijd – zeg 1/60 seconde – toch onscherpte vertoonden. Ze dachten mooi op het onderwerp te kunnen inzoomen en met een korte sluitertijd een mooie plaat te kunnen maken. Dat hoeft dus niet altijd te zijn.

Er is namelijk hiervoor een vuistregel: neem een sluitertijd die omgekeerd evenredig is met de brandpuntafstand. Heb je een objectief met een brandpunt van 50 mm, dan moet een sluitertijd van 1/50 seconde in principe genoeg zijn… Een objectief met een brandpuntsafstand van 200 mm, heeft een sluitertijd van 1/200 seconde nodig. Vergelijk het met een stok in je hand. Een piepkleine beweging van de pols valt niet op, maar het andere uiteinde van de stok maakt al een flinke zwieper. Zo gaat dat ook met foto’s: een kleine trilling in de hand wordt steeds sterker zichtbaar naarmate het onderwerp op de foto verder verwijderd is. En dan gebeurt het dat een schijnbaar scherpe foto op je display, op de computer niet zo scherp meer is, als je geen kortere sluitertijd neemt. Vandaar de vuistregel.

Als voorbeeld toon ik een foto die ik vorig jaar van een leeuw in Artis maakte met een ‘nieuwe’ tweedehands 300 mm objectief. Om precies te zijn, het is een  Sigma Apo 300 mm Tele Macro. Dat is een objectief bedoeld voor een analoge camera, maar met wat pielen kun je hem net zo gebruiken op een digitale camera. Eerst maar even de foto.

Leeuw in Artis, 17 mei 2014
Leeuw in Artis, 17 mei 2014

Deze leeuw lag in de zon te soezen. Vanwege de aard van het beestje was het leeuwenverblijf op afstand gehouden met een waterafscheiding. Ik had dus een flinke zoom nodig en ik bracht mijn 300 mm in stelling – oh, en 300 mm is echt een flinke lengte om de hele dag mee te zeulen. Je voelt het in je gewrichten terug, goed richten wordt moeilijker na een tijdje. Lees daarover in een eerdere blog.

Ik richt dat kanon en klik een eind weg. Veel foto’s ja. Van die berg heb ik onder meer deze foto bewaard, want van een afstand ziet hij er best wel goed uit. Maar dan ging ik thuis inzoomen naar 100% en zag dit.

Uitsnede van dezelfde foto, en uitvergroot
Uitsnede van dezelfde foto, en uitvergroot

Toen was het ineens niet meer zo scherp. Haren van het dier waren vaag of zelfs dubbel weergegeven, de ogen waren niet scherp… Ik ging de Exifdata vergelijken – de metagegevens die aan elke foto worden meegegeven zodat je later kan zien onder welke omstandigheden en instellingen de foto is genomen. Nu is het gebruikte objectief bedoeld voor een analoge camera, zodat niet alle data beschikbaar zijn, maar ik lees in elk geval dat er een sluitertijd van 1/200 seconde was gebruikt voor een zoom van 300 mm. Ik had dus een te lange sluitertijd.

Ja, en dan krijg je dit. Beeldonderdelen dicht bij de camera waren mooi scherp, maar hoe verder je keek, des te meer trad de onscherpte op – de zwaai van de uiteinde van de stok werd steeds meer zichtbaar. Zonde hé?

 

Wilt u meer weten over fotografie? Volg dan eens een workshop!

 




Wees aardig voor jezelf en een ander en deel

Geef een reactie